6. ontmoeting boeddhisme-christendom

ONTMOETING BOEDDHISME – CHRISTENDOM

De ontmoeting tussen Boeddhisme en Christendom kon wel eens de belangrijkste gebeurtenis worden in deze 21e eeuw (Toynbee). Deze ontmoeting leert ons weer de kernwaarden van onszelf (zonder dat we boeddhist behoeven te worden) en ook dat godsdienst zonder ruzie moet en kan.

Na een meer theoretische samenvatting van de kernpunten uit die ontmoeting, besluit ik deze paragraaf met een eigen dagboekfragment waarin ik beschrijf hoe ik deze rijkdom vanuit de ontmoeting met Zen in mijzelf weer heb leren openen en een werkelijke postseculier zingeving heb leren ervaren, waarbij een open houding wordt nagestreefd zonder dat de een beter zou zijn dan de ander.

Bevrijding van het Absolute. De hang van mensen naar onsterfelijkheid doet subtiele minachting voor dit aardse ontstaan. Vele stromingen trappen daarin. Het ‘eeuwig goddelijke is een verlammende wensdroom, een ontsnappingspoging die zich tegen de mens zelf keert; een schadelijke bezigheid. Zich nestelen in de eeuwigheid is een onrechtmatig comfort, men installeert zich daar ten onrechte. Niet in het universele, maar in het concrete toont ons zich de werkelijkheid. (‘Laat ons de vader zien’, zeggen de Joden tegen Jesus. Hij: ‘wie mij ziet, ziet de vader’. Met allerlei fantastische wonderen, later met de naam van God, enz. wordt hij bijzonder, deftig en verheven gemaakt door de Kerk en haar gemanipuleerde teksten, hetgeen helemaal niet zijn bedoeling is, hij is mens zoals wij, en zo heeft hij pas betekenis. Van even groot uitzonderlijke belang in dit heelal als wij ook. Door hem goddelijk op te waarderen, ontdoen we hem van het nabije, het menselijke dat voor ieder van ons bereikbaar is
Mensen wakker schudden uit hun slaap en onwetendheid. Kijk, voel, doe meer dan alleen rationaliseren. In eenvoud ligt het heil´ Uitgewerkt in de christelijke bergrede: ‘blinden zullen zien….”)
De principiële vergankelijkheid van ons mensen en het lijden dat bij dit aardse bestaan hoort, aanvaarden. De compassie daarmee als ook met pijn, en de triestheid dat we onze mooie stemmingen niet vast kunnen houden. Het geloof in de rijkdom van dít moment (kijk naar de lelie op het veld: hoe mooi nu terwijl hij toch vergankelijk is). Tegenwoordig zijn in het nu, opent een ongekende volheid, die geen leegte is, maar vol van frisheid en nieuwheid.
De focus op ‘eenheid’ en ‘samenhang’, zoals deze in de bijbelse mythe (paradijs, zondeval e.d.) hersteld wordt neergezet en in contemplatie beleefd kan worden. De oorspronkelijke paradijselijke staat van de mens kan hij terugvinden in zijn diepere bewustzijn. De paradijsmythe maakt een toestand bewust, de mens is meer dan een historische existentie. Hij is, bestaat.
De zinloosheid van het zich bezig houden met vragen die je toch niet op kunt lossen en die het gevaar in zich dragen dat je je afkeert van het wezenlijke. Voorbeelden van dergelijke ‘schadelijke’ vragen: wat is materie, wat is psyche? Bestaat er leven na de dood? Wat is het kwaad in deze wereld (ipv de adequate omgang met deze fenomenen). Het ‘hoe’ van de dingen is een latere vraag.
Het Boeddhisme benadrukt de Boeddhanatuur in ieder van ons; en dat we die in onszelf moeten ontdekken en niet meer allerlei goeroe´s moeten nalopen na enig onderzoek. “Doodt het Boeddhabeeld in jezelf”. Het is maar een kleine groep Christenen die hetzelfde durven zeggen: “Doodt het godsbeeld in jezelf, om de waarheid te vinden…”., aldus de mystiek waaronder Meister Eckhart. De eerste Christenen werden athenoi genoemd: goddelozen, niet levend naar het geijkte beeld van een traditionele god.

maar voor alles wilde ik trouw blijven aan mijn eigen ervaringen en niet op gezag van een ander iets aannemen. De eerlijke analyse van eigen ervaringen, is de weg die ik koos, ik voelde dat het niet anders kon en die weg kiezen ook de meeste mensen tegenwoordig.

De twee grootste fouten die de kerk of een godsdienst maakt, herhaal ik nog maar eens:
Ze doet alsof alles al gebeurd is en wij in een soort natijd leven. Dít moment, waarin alles tot ons komt, zien zij niet meer. Er wordt gedaan of het belangrijkste zich eeuwen geleden heeft
afgespeeld in plaats van nú op dít moment. De beginvertaling in de bijbel:’in den beginne…..schiep god…’ is feitelijk onjuist vertaald, Beter is: ‘in beginsel’: dat betekent óók nu is het Principe levend, dat alles in stand houdt en ons omgeeft, op dit moment zelfs.
De tweede grote fout is dat er een ontzag voor wonderen beschreven wordt in de oude bijbelvertaling. Dit is een aanfluiting en belediging voor de kracht en het contact dat iedere mens kan hebben met zijn innerlijk. Wij hebben dezelfde natuur, zijn uit hetzelfde hout gesneden, hebben dezelfde mogelijkheden als de mens Jezus, Boeddha en zo vele anderen. Ontdoe die niet van hun betekenis voor ons door er allerlei goddelijkheid en wonderen aan te hangen! Ontneem ons niet hun menselijke troost aan ons.

Nietzsche bedoelde met de beroemde uitdrukking ’god is dood’ dat wij in het moderne Westen niet langer in een cultuur leven waar de basisvragen van ons bestaan al tevoren zijn beantwoord zoals de kerk dat altijd deed, zelfs vóór wij een vraag al gesteld hadden.

Vreemd genoeg is de afgrond waarin we ons begeven als we zelf die vragen gaan stellen, tegelijkertijd de weg die richting wijst. Het is het dagen van het niet te begrijpen, niet te verwoorden mysterie dat grond van onszelf en van de wereld is, die wijkende horizon. Nietzsche schrijft daarover als volgt: het is niet genoeg dat je begrijpt in wat voor werkelijke onwetendheid
over alles mens en dier leven;
je moet ook de wil hebben en die verwerven
om onwetendheid te eerbiedigen.
Alleen het levende ding kan zichzelf behoeden en gedijen;
een grote en stevig jouw overkoepelende hemel van onwetendheid
moet jou omvatten.

 

Met onwetendheid bedoelde hij wat Zen bedoelt: iedere voorstelling, iedere conceptie die wij van iets maken, beperkt ons, scheidt ons van anderen, doet onze ogen sluiten voor de directe waarneming van iets, en doet ons vergeten hoe alles een mysterie is en sluit ons af voor die ervaring. Zo bad meister Eckhart in de veertiende eeuw al tot god dat hij hem zou helpen de voorstellingen over god los te leren laten. Tot welke god bad hij, en van wie wilde hij zijn beelden kwijt?
Met de ’geliefde’ is het een evenwaardige relatie, geen onderdanige. De partners liggen niet op de knieën van eerbied naar elkaar. Ze hebben hun eigen verantwoordelijkheid, in vrije wil. Ze zijn wel in en om elkaar. Elkaar steunend, verantwoordelijkheid nemend. Gegrond in elkaar in diezelfde éne ruimte. De nabijheid van het goddelijke is dichterbij dan ooit, soms even, soms langer. Niet als fantasie, niet op gezag van ander, maar als mijn diepe realiteitservaring.

Uit mijn dagboek

Zaterdag 24 Mei 2015.
Belangrijk voor mij is, dat mijn ogen soms meer open gaan voor de directe waarneming van de werkelijkheid. Ik bedoel gewoon goed kijken, echt waarnemen en tot je door laten dringen zonder te slordig en te snel denken: ‘ o, dat is gewoon dat’. Maar ook op meer geestelijk vlak durf ik oude vooronderstellingen hoe iets is of hoe ik het geleerd heb, los te laten en eerlijk te zijn tegenover mijn eigen ervaringen en belevingen. Het durven of in authenticiteit bijna jezelf gedwongen voelen om oude godsbeelden, traditionele concepten, begrippen los te laten als houvast brengt aanvankelijk het gevoel met zich meebreng dat je uit elkaar valt en niet meer weet waar je het zoeken moet. Een gevoel van grote droefheid en eenzaamheid is toen opgetreden in mij, alsof een essentieel deel van mijzelf, een orgaan dat greep op de werkelijkheid uitoefent, aan het afsterven was. Ik liep toen volledig vervreemd rond. Die zwarte ervaringen heb ik jaren gevoeld, alsof de bodem bereikt is, en je niet dieper kunt vallen.

Maar – en waarschijnlijk door het loslaten van concepten- merk ik de laatste twintig jaar dat de werkelijkheid buiten mij een reusachtige stap naar me toe heeft gedaan. Wat ik zie kan soms van een ongelooflijke frisheid zijn, nieuw en nietverwacht. En zo direct dat ik zelf helemaal tegenwoordig ben en vol tot mijn binnenste laat doordringen wat ik ervaar.
Alles wat ik zie, kan ongelooflijk intiem en nabij komen, zo nabij soms alsof het gaat om een p e r s o o n l i j k e ontmoeting tussen mij en wat ik waarneem. Ook al is het woord ’persoonlijk’ misschien teveel naar een vertrouwd concept verwijzend en daardoor te beperkt blijvend. Maar ik bedoel het allerdiepste wat ons aanspreekt in ouders of in een andere persoon: leven, liefde, waarachtigheid.
Het is een overweldigende ervaring van verbondenheid en compassie met mijzelf en ieder om mij heen, soms even, soms langer, steeds meer durend. Het is de liefdevolle ervaring van mysterieuze volheid die een boven allen uitgaande transcendente uitstraling heeft.
Mijn verhouding tot wat ik vroeger ‘God’ noemde, wordt daarmee helderder. Het is geen Ik-Gij verhouding meer, geen zuiver verticale, maar eerder een contactervaring die in mijzelf gegrondvest is en mij ook omgeeft en grondt. Wie ben ik eigenlijk? Als ik meer ben dan mijn beroep, mijn status, mijn karakter, wie ben ik dan eigenlijk? Hoe is mijn relatie tot mijn diepste zelf? Wie praat tot wie? En wie verlangt zo diep en waarnaar?

Die diepte waar bovenstaande vragen inkijken, is geen ‘houvast’, maar een leeg van concepten en rationele begrippen uitgaande ervaring, (waarvoor daarom wel de term Leegte wordt gebruikt in Zen). In de mij geliefde mystieke woorden van Zeilmaker: die leegte is zonder bedekking want ’ ze verschijnt als een naakte vrouw, gloeiend van passie. In haar linkerhand een schaal waarin een stof om de ontregelende kracht van de liefde aan te wakkeren. In haar rechterhand houdt ze een mes waarmee ze alle conventionele voorstellingen doorsnijdt. De dan ervaren eenheid van alle dingen en mijn samenvallen daarmee is als een partner, maar liever zou ik het ‘geliefde’ willen noemen. Als je haar ontmoet, weet je dat zij het was, waar je je hele leven naar verlangd hebt, zonder te weten waarnaar je verlangde. …..(Menno Zeilemaker: De verbeelding aan de macht. In : Humanisme en Boeddhisme. F. Elders (Asoka, 2000)   

BOEDDHISME EN WESTELIJK CHRISTENDOM: OVEREENKOMSTEN EN VERSCHILLEN.


Link naar :


www.boeddhistischeomroep.nl info radio/TV programma's over Boeddhisme:


boeddhisme.pagina.nl algemene verzamelpagina:




ONTSTAAN EN STROMINGEN.


Beginnend in het Oude Testament heeft Israël haar geschiedenis vastgelegd. Zet zich af tegen haar omgeving van vele goden en van minachting voor de vrouw bijv. Zo moeten ook de scheppingsmythen gelezen worden: zonder historisch te zijn, wel veelzeggend over menszijn. Voortbouwend en kritiek leverend op de vastgeroeste traditie van het Oude Testament, verkondigde Jezus vanaf zijn 30e jaar een verlossende boodschap. Kern daarvan,zie onder Jezus. Het Christendom heeft zich daarna sterk bezondigd aan denken in termen van macht. Meer. Veel teksten van het Nieuwe Testament zijn niet meer die van Jezus zelf, maar vervormd door de kerkgemeenschap. Vaak omdat ze het niet aankunnen dat Jezus pleit voor de bijzonderheid van een gewoon mens, en dat zelf ook is. De zaak wordt dan opgesmukt.


Hetzelfde geldt overigens voor het Boeddhisme. Boeddha had alles gezien en ging onder een boom zitten; had het over het nu, de bijzonderheid en rijkdom van onze menselijke natuur en de acceptatie daarvan. Vaak is het later opgesmukt met 'verlichting' en eeuwig nirwana. De vraag is of deze absoluutheden op realiteit berusten.


Ten tijde van Siddhattha Gotama, de Boeddha, in de 5e eeuw v. Chr. bevond het n-o deel van India zich in een overgangsperiode van agrarisch naar een stedelijke samenleving. Opkomst van geldhandel, centralere politiek, handel, gilden, waardoor mensen steeds meer op zichzelf als individu aangewezen waren. Dit bepaalde mede de visie van de Boeddha. Psychologische problemen waren het los laten van traditionele vertrouwde patronen.


Gevoel van malaise, depressie, onmacht binnen de nieuwe welvaartsituatie. Stelt persoonlijke verantwoordelijkheid centraal en kritisch staan tov ideeën. Aannemen op gezag van anderen wordt afgewezen. Boeddhisme werd door Brahmanen uit India verdreven (was een halve allochtoon, want kwam van de Himalaya. Bovendien verschilden de Brahmanen met hem van mening over het Zelf . Boeddha had het er niet op (Anatman terwijl het voor Brahmanen van wezenlijk belang was (Atman). Zie meer onder vóór en anders dan Boeddhisme


Wat is de schriftelijke overlevering van het Boeddhisme waard? Men baseert zich met name op de vertaling naar het Chinees in 647 (en de meest gebruikte in 693) van de Sutra van Volmaakte verlichting. Daar zijn vele commentaren op geschreven. (een recente is: Sheng -Yen, Volmaakte verlichting, Asoka 1999).Aan de authenticiteit van de Sutra wordt getwijfeld, maar de tekst wordt als heel diepzinnig ervaren en gebruikt.


Het Boeddhisme kent drie hoofdrichtingen in de loop van haar geschiedenis. (drie yana's of voertuigen naar verlichting).


Het hinayana. De wereld zien zoals deze is, zonder te vragen naar reële of irreële karakter ervan. Mededogen met alle levende wezens = practisch.

Mahayana. Ideaal van monniken vervangen door het boddhisatva-ideaal voor iedereen. Niet vlucht uit de wereld, maar de hele wereld zelf kan een transformatie ondergaan. De ontkenning van de wereld als objectieve realiteit wordt vervangen door een abstracte, transcendente realiteit die iedere concrete eigenschap mist (een leegte die potentie zonder grenzen is).

Vayrayana. (later 2e tot 10e eeuw). Integratie en uitwerking van de psychologische konsekwenties van het potentieel universele karakter van het individuele bewustzijn en iedere eigenschap van de persoonlijkheid kan tot bevrijdingsinstrument worden getransformeerd. De potentialiteit (zie onder 2) is oerhoedanigheid van het bewustzijn. Zelfs verlichting is een bewustzijnsverschijnsel. Noch ons denken noch ons ervaren kan aan die werkelijkheid ontstijgen. (uit Govinda. Westers Boeddhisme)

Er volgen allerlei stromingen daarna. Bijvoorbeeld Zen (zie onder meditatie). Verlichting is niet zo een eindeloos lange weg; men kan nu in het hier en nu het zijn direct ervaren.


Een sympathieke stroming vind ik het SHAMBALA-boeddhisme, een vorm van spiritueel humanisme (stichter Trungpa Rinpoche; ontvluchtte Tibet naar het Westen. Stichtte hier meer dan 100 meditatiecentra. Overleed 1987. Oudste zoon Sakyong stichtte een Europees landcentrum (Limoges).


Boeken van T.Rinpche: Shambala, het pad van de krijger; Meditatie in actie; de mythe van vrijheid (aanbevolen); het tibetaans dodenboek ; waanzinnige wijsheid.


Internet: www.shambhala.org en www.shamhbala.nl

Over andere richtingen en stromingen Boeddhisme www.boeddhisme.pagina.nl terug


Kern van boodschap christendom:


het is een menselijke boodschap ('God' werd mens). Vrouwen zijn ook mensen (Eva uit een rib van Adam). We zijn allen 'broers en zussen': kinderen van een Oorspong.

Lidmaatschap geloofsgemeenschap geen garantie voor heil. Dat hangt van een mentale toestand af Verstarde kerkelijke leiders zijn vaak gevaarlijk en verduisteren de boodschap van vernieuwing, zelfstandig denken en de mens boven de regel.


'Hemel' is niet te berekenen: iedere dag heeft genoeg aan zichzelf. Denken over dood is zinloos, tenzij wij ons erdoor bewust worden dat wijzelf het leven niet in handen hebben.

een mens is uniek, een gebeurtenis is uniek, het nu is de moeite waard ondanks onze vergankelijkheid. (Zie de lelie op het veld, in al zijn schoonheid. En de vogels, ze maaien en zaaien niet en toch..)






OVEREENKOMSTEN tussen Boeddhisme en Christendom en daarna DE VERSCHILLEN:


Basaal gezien zijn er verrassende overeenkomsten (wellicht is Jezus ook door Boeddhisme beïnvloed via de zijderoute, maar zeker is dat het hier om universeel basale spirituele opvattingen gaat. Er zijn vele verkeerde stromingen en dwalingen zowel in Christendom als Boeddhisme. Ik ga hier uit van wat ik als de meest authentieke beschouw en de overeenkomsten daartussen:


1. Bevrijding van het Absolute. Die hang van mensen naar onsterfelijkheid doet subtiele minachting voor dit aardse ontstaan. Vele stromingen trappen daarin, niet de authentiek-oorspronkelen echter. Het 'eeuwig goddelijke is een verlammende wensdroom, een ontsnappingspoging die zich tegen de mens zelf keert; een schadelijke bezigheid. (vgl. de ervaring als je een oude kathedraal binnenwandelt). Zich nestelen in de eeuwigheid is een onrechtmatig comfort, men installeert zich daar ten onrechte.Niet in het universele, maar in het conrete toont ons zich de werkelijkheid. (Laat ons de vader zien, zeggen de Joden tegen Jesus. Hij: 'wie mij ziet, ziet de vader'. Met kindermoord, verrijzenis e.d. moet hij naar voren gehaald worden, anders zou hij verdwijnen, een gewoon mens zoals wij. Van even groot uitzonderlijke belang in dit heelal als wij ook.


1. Respectvol omgaan met het 'menselijke verlangen'. Laten zien ook hoe dat ons kan afkeren van dat wat wezenlijk is en aan de orde.Het uitgaan naar oneindigheid krijgt pas zin wanneer het gevolgd wordt door een terugkeer naar de aarde:. Zee geliefde en doodsvijandin, hoelang hield gij mij gevangen? Hoelang hield uw lege kim geboeid mijn weerloos verlangen..Ik weet dat ik pas werd bevrijd door vuurtorens en door schepen die leerden dat wie u bestrijdt uw grootheid eerst heeft begrepen. (Mart.Nijhof, Nieuwe gedichten, de soldaat en de zee).


Mensen wakker schudden uit hun slaap en onwetendheid. Doorprikken van dé illusie, van vastigheid als schijngestalte. (Uitgewerkt in het boeddhistische begrip 'leegte' en de christelijke bergrede: 'blinden zullen zien....").

De principiële vergankelijkheid van ons mensen. De compassie daarmee als ook met pijn, en de triestheid dat we onze mooie stemmingen niet vast kunnen houden. Het geloof in de rijkdom van dít moment (kijk naar de lelie op het veld: hoe mooi nu terwijl hij toch vergankelijk is)

De focus op 'eenheid' en 'samenhang', zoals deze in de bijbelse mythe (paradijs, zondeval e.d.) hersteld wordt neergezet en in contemplatie beleefd kan worden.

De zinloosheid van het zich bezig houden met vragen die je toch niet op kunt lossen en die het gevaar in zich dragen dat je je afkeert van het wezenlijke. Voorbeelden van dergelijke 'schadelijke' vragen: wat is materie, wat is psyche? Bestaat er leven na de dood? Wat is het kwaad in deze wereld (ipv de adequate omgang met deze fenomenen). Het 'hoe'van de dingen is een latere vraag.

Het 'ware zelf' en de oorspronkelijke paradijselijke staat van de mens. De paradijsmythe maakt een toestand bewust, de mens is meer dan een historische existentie, is iets anders dan hij is.

Een minder diepgaan maar heel concreet boekje over de overeenkomsten is: 'Jezus en Boeddha, paralelle uitspraken. Marcus Borg en Jack Kornfield.. Kuncahbpublicateis, 2002. Hierin ook een historisch overzicht van pogingen die mensen gedaan hebben om overeenkomsten te bestuderen.




Verschillen tussen Christendom en Boeddhisme :


* Oog voor het individuele of het algemene.


In het Boeddhisme zullen we niet snel de N.T. tekst tegenkomen: ́Ik heb je naam geschreven in de palm van mijn hand ́. En ook niet de parabel van de verloren Zoon, die met open armen weer thuis door zijn vader


ontvangen wordt, en over de vreugde in de hemel over één zondaar die zich bekeert, of over het verloren schaap dat teruggevonden wordt. Met de term "Abba" die Jesus gebruikt, die de gevoelswaarde van "pappa" heeft, wordt de werkelijkheid als heel persoonlijk voorgesteld. Liefde van de vader voor de wereld, lijkt heel centraal. In het Boeddhisme wordt sterk benadrukt dat de benadrukking van onze individualiteit, ons ́ik ́, het gevaar inhoudt, dat we ons te angstig aan onze identiteit vastklampen. Tegenover het vroegere Brahmanisme dat het over ́atman ́, hoogste bewustwording van ons ́ware zelf ́ heeft, lijkt het Boeddhisme ́meer de neiging te hebben ́atman ́, ziel, te ontkennen; een interessante kwestie waar ik nog niet helemaal uit ben.


* Absolutisme en godsvoorstelling.


Er zijn veel teksten over: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. En in de loop der tijd heeft de kerk Plato ́s absolute en transcendente ideeën aangenomen. Aanspraak op dé waarheid kreeg een hoogtepunt in de onfeilbaarheid van de Paus. (Hoewel in verloren teksten nog wel gezegd wordt dat het individuele geweten van iemand moet prevaleren). Godsdienstoorlogen zijn het gevolg in de strijd om Waarheid. (Europa lijkt nu verstandiger geworden; het heeft in haar bloederige geschiedenis leergeld betaald. Dat geldt echter niet voor Amerika). Het Boeddhisme is bij uitstek een vreedzame leer en de Dalai Lama is daar een goed voorbeeld van. Hoewel we de uitspraak van Jesus kennen: "Hebt uw vijanden lief"...Het Boeddhisme benadrukt de Boeddhanatuur in ieder van ons; en dat we die in onszelf moeten ontdekken en niet meer allerlei goeroe ́s moeten nalopen na enig onderzoek."Doodt het Boeddhabeeld in jezelf". Het is maar een kleine groep Christenen die hetzelfde durven zeggen: "Doodt het godsbeeld in jezelf, om de waarheid te vinden...". Het Boeddhisme kenmerkt zich vooral dat het geen God kent, geen godsdienst is in die zin.


* Concreet, alledaags, volks.


Ik weet het niet zeker, maar de evangelieverhalen lijken gewoner, volkser, van de straat. Het Boeddhisme heeft veel abstracte moeilijke termen, maar ze gaan in feite wel over innerlijke ervaringen (denken, voelen, etc.). Er zijn wel vergelijkingen in het Boeddhisme om dingen duidelijk te maken, maar gaan ze niet iets te veel over koningen?? Hoewel de werkelijkheid in het Christendom als Liefde van de vader wordt omschreven, is de kern van het bestaan ook in het Boeddhisme, hart en liefde. En weer: het lijkt of je Liefde in het Boeddhisme intiemer in de ervaring van het ware zelf kunt beleven. Dus wie is er nu eigenlijk concreter! Het Boeddhisme vertoont meer samenhang met ons gewone bestaan: denken, voelen, kijken, alles heeft te maken met onze tocht door dit bestaan richting het vinden van het uiteindelijke, de verlichting. In het Christendom is die samenhang er op het eerste gezicht althans, niet.


WIE WE ZIJN EN EGOLOOSHEID VOLGENS BOEDDHISME EN DAARNA VOLGENS HET WESTEN


We hebben te veel ego. Bedoeld wordt dat wat we ons afscheiden van anderen, distantie maken. Wanneer wij dingen en ervaringen te persoonlijk maken, vertekenen we onze ervaring, er komt teveel ego bij. We verliezen het contact met de werkelijkheid, met dat wat echt is en van belang. Ontvankelijkheid, openheid is dan ver te zoeken,; het gaat niet meer vanzelf, de natuurlijkheid is weg, en wij zijn niet meer met de bron in onszelf verbonden, we zijn losgesneden, maken ons te druk, alsof alles volledig van ons afhangt, en wij uitsluitend weten wat het beste voor iemand anders is. De openheid is weg. Ook de spontaneïteit: als koppige varkens gaan wij domweg onze eigen weg, houden vast aan onze eigen concepten en vooronderstellingen. Als we helemaal opgaan in ons handelen, verliezen we het geheel uit het oog en het contact met alles om ons heen. Dat is ego, de volledige identificatie met onze handelingsakt, waarbij we het bewustzijn verliezen.


Er wordt gezegd dat onze angst hieraan ten grondslag ligt; we menen aan iets vastigs ons te moeten vastklampen, we construeren een identiteit in ons gevoel en in ons denken, we zetten ons daarmee af tegen anderen. We menen dat onze ervaringen uniek zijn, terwijl wij als mensen nou juist in de meeste gevoelens hetzelfde zijn als een ander. We menen ons te moeten onderscheiden, anders worden we bang van de ruimte, het dynamische en spontane.


We maken de werkelijkheid op afstand, objectief, en plaatsen onszelf als subject daartegenover; zo splitsen we, maken dualiteit.


We houden ons ego ook sterk in stand door de verwarrende omgang met drie van onze meest fundamentele menselijke ervaringen: onze omgang met de beweging van tijd, het onstaan van denken en met onze emoties (aldus Andrew Cohen,in : In de wereld maar niet van de wereld, 2001, Altamira.) Zie hieronder


Identiteitsvorming, ik, zelf, ware zelf


1.omgaan met tijd. omgaan. We wachten bijna altijd, we hopen op iets dat nog komt, zo gaan we altijd het moment van nu uit; alsof er niet deugt, alsof wij niet deugen, bij wat er is. Zelfs als ik een mooie ervaring heb in meditatie, merkte ik dat ik daarna stopte, uit angst dat ik hem weer kwijt zou raken. Een Duits meisje in een van mijn therapiegroepen kwam eens met de diepe spreuk: ̈O Wanderer, es gibt kein Weg; der rechte Weg entsteht im gehen ̈. Meer over de formatie van identiteit; meer over tijd


2. Wij hebben een diepe overtuiging dat het denken onze identiteit is. We denken de hele dag en zo beleven we onszelf. Maar we zijn het denken niet, het is meester over ons in plaats van dat wij meester zijn over ons denken. We kunnen het bekijken, meer en minder denken, tussen de gedachten door kijken enz. (dat is meditatie). Gedachten zijn niet meer dan representaties uit het verleden, toekomstbeelden, concepten die wij ergens op plakken .98 % van ons denken is slechts steeds maar herhalend en beweegt zich in vicieuze cirkels. Wij zijn iets dat voorafgaat aan het bewustzijn van ons denken. Alleen maar denken houdt ons afgescheiden van wereld en ervaringen, en laat geen ruimte voor ons bewustzijn.

3. Onze ervaring wordt vaak bepaald en vertekend door onze emoties. Dan is onze kijk op de werkelijkheid steeds wisselend en afhankelijk van hoe wij ons voelen. ̈Een onvoorwaardelijke relatie met de aanwezigheid van gevoelens is een relatie waarin onze belangstelling voor Bevrijding groter is dan die voor onze emotionele ervaringen ̈ . Meer over de hantering van onze emoties (en dan naar ́emoties, een verwaarloosd gebied ́).


Het Boeddhisme heeft dit alles veel over nagedacht, het gaat om de kennis van ons ware zelf, wie zijn we. (en over leegte)


Mooie tekst vond ik bij Toni Parker (in ́Vrouwelijke mystici in de 20e eeuw. Anne Brancoft, Mirananda, 1991). pag. 68, parafraseer ik:


Als je zegt : dit ben ik, en je daar ook een voorstelling van maakt - ik ben hier goed in - is dat een mentale constructie, een stel gedachten en denkbeelden, zoals alle andere gedachten...,een deel van de gedachtenstroom die de hersenen uitstorten. Maar het is een feit dat het ́dit ben ik ́ de basis is van al onze individuele intermenselijke problemen en ook van de internationale problemen.


En dus kunnen we ons afvragen wie die ik eigenlijk is. Als dat gevoel van ́ik ben iets ́ opkomt, moeten we dat ogenblikkelijk en duidelijk waarnemen. Wat leidt tot dat gevoel, wat leidt tot die overtuiging? En we moeten luisteren, en innerlijk kijken naar dat scherm van binnen en zien wat zich daar afspeelt dat mij dat gevoel geeft dat ik iemand ben die last heeft van - laten we zeggen - afgunst. Dan is er ook nog de taal, de manier waarop we tegen onszelf zeggen ́ik ben jaloers , ́ik mag niet jaloers zijn ́. De taal scheidt de bezitter, de ik van zijn eigenschappen. ...denken.. er bestaat geen ́ik ́los van het denkproces.....Mensen worden dan bang maar het ́ik ́is alleen maar een gedachten...Er valt niets te vrezen van de toestand van ikloosheid, zonder verdeeldheid..


Vergelijkbare gedachten in het Christendom, hieronder.



DE KENNIS VAN HET WARE ZELF ofwel HET KONINKRIJK VAN GOD.


De kennis van het ware zelf staat zowel in Zen als Christendom centraal.... Het gescheiden bewuste ego beschouwt zichzelf als het centrum en interpreteert alles in termen van dat zelf; op die manier kan het een direct contact met de werkelijkheid en vereniging met God op een meer effectieve manier blokkeren dan welke zonde dan ook (aldus Thomas Merton)


.....De tragedie is, schrijft Merton, dat ons bewustzijn volkomen is vervreemd van die innerlijke basis van onze identiteit. Volgens de christelijke mystieke traditie is die innerlijke breuk en vervreemding de echte erfzonde. Als met erfzonde..nu precies die innerlijke breuk of dualiteit tussen ons ware zelf en ons bewuste zelf wordt bedoeld, dan zijn paradijs, zelfkennis, onschuld en zuiverheid van hart de volkomen ledigheid van het zelf......Eckhart spreekt over een met Zen overeenkomende gelijkwording van God in een eindeloos diepe afgrond van het ware wezen van het zelf dat in hem is gevestigd (dus geen aparte plaats voor God). ...Dit ware zelf wordt in zen aangeduid met ́niet-zelf ́ en in het christendom met Koninkrijk Gods.


Het Boeddhisme kan het Christendom met hun egoloosheid helpen. De laatste gelooft ook dat wij geen onafhankelijk bestaan hebben. Wij delen in de ene werkelijkheid van God. ..Jesus maakte zichzelf leeg, goot zich uit, zijn hele leven was gericht op ́Uw koninkrijk kome ́....dat ik uit mijzelf niets doe (joh.8,29). We zouden kunnen bidden: ik weet met geen mogelijkheid wie ik ben, uw koninkrijk kome ́.


De confrontatie met zen, maakt het christenen duidelijk dat contemplatie van de christen geen kijken naar Christus is, geen volgen van Christus, maar een transformatie in Christus.. ́Wie zijn leven vindt, zal het verliezen ́ (Matt. 10,39).


(vrij overgenomen uit: Zen en Christendom. R. Kennedy. Miranda, 1996)



ZIEL IN CHRISTENDOM EN HOE BOEDDHISME DAAROVER DENKT


In de westerse theologie wordt ziel als iets ingestorts van bovenaf gezien, transcendent. Modernere opvattingen zien het als de kern van je wezen, datgene wat je werkelijk bent en niet zozeer is ingestort als wel oprijst uit je we wezen. Er is een nieuw begrip van ziel nodig, een nieuwe taal. (zie ook mijn artikel daarover.) Hieronder een poging van Zukav, naar een wetenschap van de ziel.


De zetel van de ziel.


( uit Gary Zukav, de zetel van de ziel. 1989, Kosmos, Utrecht.) Ook auteur van de dansende Woe Li meesters. Samenvatting.


Psychologie betekent kennis van de ziel. Maar in feite is het dat niet, maar slechts de leer van het kennen, de waarneming, de affecten.


Omdat psychologie gebaseerd is op de waarnemingen van de vijfzintuiglijke persoonlijkheid, is zij niet in staat de ziel te herkennen.


Daarvoor is allereerst nodig, de wetenschap dat we een ziel hebben. Haar temperament, kwetsbaarheid, wat ze al dan niet verdragen kan, wat bijdraagt aan haar gezondheid en deze afbreekt.


Angst, jalouzie, wat de persoonlijkheid misvormt, kan alleen begrepen worden vanuit karma, een leerdoel.....als je jezelf niet goed behandelt, dan kun je het niet verdragen dat anderen dat wel doen, enz. Als je humaan bent, kun je echt houden van een ander, niet uit schuldgevoel, maar met de energie van je ziel.


Er is een spirituele psychologie nodig, wat is een gezonde ziel bijv.? Taal is nodig. En : wat is intuïtie, als stem van de niet-fysieke wereld. Het is een communicatiesysteem ermee. De multizintuigelijke persoonlijkheid verkrijgt kennis door haar intuïtie en komt door die te verwerken stap voor stap in overeenstemming met haar ziel. Je kunt steun krijgen uit je hogere zelf, of van anderen en leraren. (Het hogere zelf is de verbindingschakel tussen ziel en persoonlijkheid, hoewel de laatste niet in zijn totaliteit met de ziel communiceert).


Afgescheidenheid brengt een ziel in verwarring. Er is een blauwdruk van holisme in haar. Wreedheid, woede, schokt haar. Wanneer de persoonlijkheid zich daarmee ophoudt, is het alsof ze haar lichaam arsenicum toedient. Deze verwrongenheid wordt door de kleine fysieke tegenhanger van de ziel, de persoonlijkheid, gemanifesteerd om haar te zuiveren, om haar aan andere zielen te laten zien, zodat zij geholpen kan worden.


De persoonlijkheid van een verwarde ziel is onbewust. In dat geval moet het uitgedrukt worden in fysieke systemen. Pijn, crises, zou op zichzelf niet nodig moeten zijn, we kozen op deze aarde voor die weg. Schijnt nodig voordat we echt willen streven naar nietwereldse, niet uiterlijke, maar authentieke macht.


Ziel, niets en alles 


In Christendom lang gezien als een van bovenaf ingestorte essentie van een menselijk wezen. De vraag is in hoeverre de traditie ons verkeerd is doorgegeven.


Nu zou men kunnen zeggen: dat wat uit het organisme zelf oprijst, en de essentie het meest eigene van iemand uitmaakt. Bijvoorbeeld in de zin: 'Arafat verkocht zijn ziel', of de 'ziel der russische cultuur. De morgenwind woei aan de ziel der Perzische rozen.... ́Zie mijn artikel over ziel.


Ziel is dan synoniem aan 'ware zelf' (dat wat in potentie aanwezig is, al wat is); het zelf is dat wat al verwezenlijkt is van iemand; het 'ik' is dan de sturing.


In het Boeddhisme betekent het 'ik' of 'uitsluitend ego' iets heel verderfelijks; het is slechts image, buitenkant, te grote identificatie met iets wat eigenlijk niet als losstaand object bestaat. Het bestaat wel, maar dan in de ruimte, en transparant, vloeiend, aspect van. Niet te verwarren met individualiteit van iemand: dat wat iemand aan persoonlijke expressie van het universele gestalte heeft gegeven. Ziel is ongeveer 'atman' (anatta), maar volgens sommigen ontkent het Boeddhisme ́atman ́, het is anatman, geen atman. Dit dan in tegenstelling tot oudere wijsheidsleren, zoals het Brahmanisme, waar het echt om het bewustzijn van het ware zelf gaat. 


DE GEKRUISIGDE. EN OVER LIJDEN EN  ́DOOD eerst in Christendom, daarna in Boeddhisme ́.


Jezus aan het kruis is een eeuwenlang gebruikt symbool.

Volgens Eckhart Tolle is het het grote JA tegen wat is en je overkomt:


(becoming friendly with what is; you need not something else. Het kruis is symbool van ́complete surroundingr to what is ́. ́Waarom hebt U mij verlaten...; maar uw wil geschiede ́. Het is het grote niet weten. De niet-vorm. Als je geen NEE zegt na een tijdje (geen geloof meer in de vorm, geen verzet en ́inner contraction ́meer), maar op den duur JA, dan ontstaat er ́some space around the pain ́.en ́peace in the midst of hell ́. (Is dit wat de Boeddha bedoelt met het ophouden van het lijden?).


Filoseren over dood moet niet te algemeen zijn, maar moet gaan over 'mijn dood'. De theologie van de dood heeft betrekking op het leven. Het zegt: wij hebben het leven niet in eigen hand. Het 'leven' is onmogelijk door ons te maken. Respect, loslaten, vertrouwen is gelovig.


In het Christendom krijgt het begrip 'dood' ook een zwaar mystieke betekenis. Het is : niet-bij-God (niet bij de levende essentie van het bestaan) zijn; zo kan iemand terwijl hij leeft, al dood zijn. Jezus verzet zich tegen hen die niet in het nu leven en het tijdstip van dood en vergaan willen berekenen of voorspellen: "iedere dag heeft immers genoeg aan zijn eigen leed".


Hij wijst op het mysterie van het 'nu': kijk naar de lelie op het veld, in als zijn vergankelijkheid is hij zo mooi.



Lijden en door in het Boeddhisme.


In Boeddhisme : al onze mooie bespiegelingen zijn zonder practisch belang als we het proces van geboorte, lijden en dood niet in overweging nemen. We vechten om situaties (bijv. ook zonsopgang; terug in moederschoot) vast te houden . In Boeddhistische traditie 3 soorten pijn:


alles doordringende pijn. Algemene pijn van ontevredenheid, gescheidenheid, eenzaamheid.(komt voort uit agressie; als we situaties willen vasthouden, worden we een bonk gespannen spieren); alsof er altijd iets is wat we niet uit de hand moeten laten lopen. De pijn van afwassen, plicht, relaties

de pijn van verandering. De afwisseling tussen pijn en niet-pijn is pijnlijk. Altijd moet er weer een last op onze schouders.

Persoonlijke pijn. Pijn van ons lichaam, de zorgen daarover, situaties waar we in komen en niet willen.

Het bestaan is pijn, dukkha, niet te ontlopen. Ieder mens huilt verborgen tranen over zijn vergankelijkheid en verdwijnen. Met name daarover wordt compassie gevraagd (hetgeen iets anders is dan medelijden). Wij zitten namelijk allen in hetzelfde schuitje. Door de acceptatie daarvan en onze eigen angst te overwinnen helpen wij tegelijkertijd anderen. Ook met het besef dat ons bestaan niet van ons afhangt, dat we ons ego los kunnen laten en ons bewust kunnen worden van een dieperliggende bron die het wonder van onze geboorte en ons sterven veroorzaakt. Juist omdat de schoonheid van een bloem vergaat is haar schoonheid die 'zo maar komt', zo vol betekenis. (De oorzaak van de ervaring van dukkha (lijden), is volgens Boeddha begeerte, gehechtheid, 'dorst'(tanha). Hij onderscheidt drie vormen van dorst:gehechtheid aan zintuigelijke genoegens (kamatahna), gehechtheid aan bestaan( bhava-tanha) en gehechtheid aan niet-bestaan. Later noemde hij ook de oorzaak van gehechtheid: niet weten of onwetendheid, dat wil zeggen onwetendheid wat betreft de ware aard van de dingen, namelijk als vergankelijk en niet-zelf)


En nog op een andere manier gezegd:


door het vasthouden blijven we in onwetendheid en vooral in Dukkha: lijden, zowel fysiek als psychisch. Er is nog een andere, derde, vorm van lijden nl. existentiële angst: we splitsen ons op in ziel en lichaam (de mens is ziek volgens de Boeddha) en doen of we onsterfelijk zijn: voortdurend reflecterend en b ezig met zin van bestaan ipv te leven en te ervaren...geboorte, ziekte, dood zijn vervelend niet zozeer omdat ze pijnlijk zijn als wel omdat ze vernederend zijn (voor ons narcisme). Naast deze drie vormen van lijden, lijden we onder het feit van vergankelijkheid (anicca): "alle samengestelde dingen zijn onderworpen aan vergaan (Er is geen zijn, alleen wording, van wat ontstaat, vergaat, verandert).


We zitten gevangen omdat we de 4 EDELE WAARHEDEN nog niet dóór hebben:

1. Iedere mens wordt geconfronteerd met lijden. Als we dit ontkennen kunnen we ook niet op zoek gaan.


De waarheid van de oorzaken van het lijden. Ga op zoek naar oorzaken van lijden, onvrede en levensangst.

'De beeindiging van lijden' wordt de 3e waarheid genoemd. Boeddha ontdekte dat er een manier van in het leven staan is waarin ziekte ouderdom en dood niet weg zijn, maar wel geïntegreerd op een humane wijze.

De waarheid van het pad. Oorzaken die tot verlichting leiden zijn ontdekt en er bestaat - want is ervaren - een transformatieproces dat tot verlichting leidt.



DE WEG

In Boeddhisme en daarna in Christendom :


1e stap: het hinayanapad: het nauwe pad van eenvoud. Het meester worden over onze neurosen en gedachten. Door meditatie als scheppen van een ruimte waarin we onze neurotische spelletjes, ons zelfbedrog, onze verborgen vrees en hoop kunnen blootleggen en ontwarren. We verschaffen ruimte door de simpele discipline van niets doen. Aanwezig zijn op deze plaats (hulp: ademhaling, beweging, innerlijk lichaam).


2e stap:Mahayanapad. Een open snelweg van medogend handelen.


3e stap: Vajrayana- of tantra- leringen. Het dansen in het veld. De eenvoud van 1 vormt de grondslag voor het waarderen van de pracht van 2 en van de kleurrijke intensiteit van 3. De transcendentale gelukzaligheid, continuïteit en solide existentie zijn niet gebouwd op fantasieën, ideeën of angsten.. (Uit Trungpa, mythe van vrijheid.


In Christendom:


Jezus heeft gezegd: Ik ben de weg. Dit wordt in de christelijke traditie nauwelijks uitgewerkt. Er zijn wel pogingen gedaan.


Bijvoorbeeld door Ignatius, rond 1560, met zijn boekje over de ́Geestelijke oefeningen ́ dat door Jezuieten eeuwenlang als leidraad is gebruikt bij de trainingen die zij gaven aan leken, priesters en zusters.


Later is de Imitatio Christi van de Nederlanders Thomas à Kempis een volgboek geworden. Maar beide werken gaan erg uit van Jezus als voorbeeld en er is nauwelijks aandacht voor de bron die in de mens zelf gelegen is; het is geen mystiek van de meer moderne innerlijke beleving.


De innerlijke belevingskant (is behalve in de mystiek) als gevaarlijke ondermijning van het gezag, terzijde geschoven.


Maar hier een staaltje van verbinding van mystiek met psyche. Het is een appèl, een oproep om je eigen egomuren meer los te gaan laten in dit leven. Daarmee stijgt het ver uit boven het heden in zwang zijnde Ietsisme van vele mensen van ́er moet toch iets zijn ́. Dit is veel meer, een oproep er iets van te maken. Eigenlijk is het een moderne (spirituele) levenswijze, een weg. Hieronder geef ik een passage daarover die ik in een boek opneem dat ik momenteel daarover aan het schrijven ben.


Net zoals Rogers, begon Freud zich in de laatste jaren van zijn leven steeds meer te interesseren voor de oorspong van religie. Hij werd geconfronteerd met zijn joodse wortels toen hem gevraagd werd een inleiding te schrijven bij een Duitse vertaling van het werk van Isaac Luria (1534-1572), de beroemdste kabbalist aller tijden. Toen hij het manuscript had doorgelezen, raakte hij volkomen buiten zichzelf en riep: “ Dit is goud”. De ziel als strijdtoneel, met de hartstocht van goddelijke Eros. Het is de bedoeling dat het menselijk ́ik ́ (ani in het hebreeuws) uiteindelijk op het Ein (het Niets) gaat lijken; dan is bevrijding nabij. Het verschil tussen de psychoanalyse en deze joodse mystiek is, dat de begrippen niet waardevrij zijn, maar een duidelijke morele lading hebben, ze zijn als een taak, het is een oproep om de wereld niet meer vanuit een geïsoleerd afgescheiden ego te gaan zien, maar nabije intimiteit met de wereld te verwerkelijken tegelijk met nabijheid tot andere mensen. De weg daarheen volgt door de begrenzing van het ego te zien en je de vraag te stellen wat achter het ego ligt, de voortdurende vraag: wie ben ik?


Zo groeien wij spiritueel. Met name door ons eigen ego te relativeren en de waarden van deze wereld kritisch te bezien. Door ons lichaamsbewustzijn opnieuw ons toe te eigenen en van daar uit de toegang tot onze ziel, is een nieuw bewustzijn mogelijk. Juist de secularisering en de verdwijning van een voorbij concept over god, maakt dit mogelijk.






DE BOEDDHANATUUR EN DE CHRISTUS VERGELEKEN.


De Boeddha.


Je bent goed zoals je bent, je bent de Boeddhanatuur. Daarom hoef je niet steeds anderen te volgen, naar andere staten te verlangen, uit - hoe pijnlijke situaties ook - weg te lopen, je hoeft niet steeds andere theorieën toe te voegen en je suf te lezen. Denk niet steeds dat er nog wat bij moet. En zit je niet steeds met je ego van anderen af te splitsen, van mensen niet, en van de natuur niet; hef die splitsingen op, de wereld is je in wezen niet vijandig. Dood de Boeddha (het beeld, de voorstelling, zeker als die je weghaalt van het geloof en de vraag naar ́wie ben ik ́?


De Christus.


De grote vraag is of de christelijke beleving van Jesus als incarnatie van een God daarboven wel deugt.(p.131, Zen en Christendom, door Robert Kennedy.Mirananda 1996)


De confrontatie met zen, maakt het christenen duidelijk dat contemplatie van de christen geen kijken naar Christus is, geen volgen van Christus, maar een transformatie in Christus.. ́Wie zijn leven vindt, zal het verliezen ́ (Matt. 10,39).


Christus is het woord voor de verrezene, de gezalfde; de geest in ons na de verrijzenis. Het is een andere benaming dan Jezus, de historische figuur. Het is net zoiets als de Boeddhnatuur. Wij zijn door hem verheven, het menszijn is de moeite waard, iedere mens, ook de minste, de hele menselijke natuur en zijn condities zijn voldoende; zeg Ja tegen wat je overkomt, zoals ook het lijden. Hij liet de weg zien, de zaligsprekingen, de bekoringen, de dwaalwegen van de gevestigde religie, de dogmatische lijden brengende stereotiepen waar we ons van kunnen bevrijden, enz. Zo ontstaat een transformatie, zoals ook bij de Boeddhistische verlichting.


Er is maar één Christus, de geredde menselijke natuur. Zoals Paulus schreef : Ik leef, niet ik leef, maar Christus leeft in mij....


Zoals Teilhard de Chardin schreef: ́In werkelijkheid wordt er één mens gered: Christus, het hoofd en levende samenvatting van de mensheid. Elk van de uitverkorenen is geroepen God te zien van aangezicht tot aangezicht. Maar de daad van het zien zal wezenlijk ongescheiden zijn van de verlichtende en verheffende handeling van Christus. In de hemel zullen wij God aanschouwen, maar, als het ware, door de ogen van Christus. (Le milieu divin, 1964).


En het is helemaal niet zo dat Christus het alleenrecht heeft, het is hetzelfde als de Boeddhanatuur: ́Ik zeg U dat velen uit het Oosten en het Westen zullen komen en met Abraham en Isaac en Jacob zullen aanzitten in het Rijk der Hemelen (Matt. 8,11) en een vers eerder over de h e i d e n s e honderdman: Zo groot geloof heb ik hier in Israël (het zogenaamde uitverkoren volk) nog nergens gevonden!







De ware wetenschapper vanuit Boeddhisme


gaat door, tot hij het ware referentiekader gevonden heeft, voor vragen die we in onze tijd stellen. Wat houdt het in als we zeggen dat er een dieper gebied bestaat, waaraan ons dieper begrip ontspringt, een niet-fysieke dimensie, Als je bewust kiest, evolueer je bewust. Je voelt dingen aan ,die je niet vanuit de zintuigverschaffing kunt verklaren.


Je ziel is geen passieve of theoretische entiteit, die een ruimte in je borstkas vult, het is een positieve doelbewust kracht in de kern van je wezen. Het is dat deel dat de onpersoonlijke aard van de energetische dynamiek waardoor je bewogen wordt, begrijpt, dat liefheeft zonder beperking, dat accepteert zonder oordeel. Het bewijs voor de niet-fysieke dimensie bestaat niet daar waar de rationele geest het zoekt. (wetenschappers verruimen hun kader; bijv. is er meer dan mijn oog kan zien? Nee, zei men, iemand accepteerde dat niet en vond de microscoop uit.)


De persoonlijkheid en het lichaam


zijn kunstmatige aspecten van de ziel. Wanneer zij aan het eind van haar incarnatie hun dienst bewezen hebben, laat zij ze gaan. Zij eindigen, maar de ziel niet. Zij keert terug tot haar onsterfelijke en tijdloze staat. Een compleet mens is waar persoonlijkheid en ziel in balans zijn en je het verschil niet meer ziet.


Hart en emoties


De weg gaat niet via intellect, maar de emoties wijzen ons ergens op; leerstof. Zo drukt de ziel zich uit in de materie. Voor de wereld zijn emoties nutteloos, en worden dus onderdrukt.


De meeste dieren hamsteren niet,verzamelen alleen wat nodig is. ben je eerbiedig, dan kun je het leven geen geweld aandoen. Zonder eerbied wordt het leven een goedkoop artikel, waar geen oog is voor het hele sacrale proces van de evolutie. Eerbied is een perceptie van de ziel. Alleen de persoonlijkheid kan het leven zonder eerbied beschouwen. De eerbiedige mens oordeelt niet, want voelt zichzelf niet superieur. (het is een fysieke uiting van de ziel).Eerbied is geen emotie, maar een manier van zijn.


Licht en energie.


we zijn een lichtstelsel, zoals alle andere wezens. De frequentie hangt af van ons bewustzijn. Als je iets verandert aan het niveau van bewustzijn, dan verander je iets aan de frequentie van je Licht.


Emoties zijn energiestromen met verschillende frequenties. Negatieve, als haat, wrok ,hebben een lagere frequentie. Genegenheid, vreugde, een hogere. Bij wanhopigheid voel je een lagere energie, alsof je leeggezogen wordt. Je wordt zwaar en duf. Iedere gedachte roept een andere emotie op. Stelsels met een lagere fr. ontnemen energie aan stelsels met een hogere fr.


De ziel kan verward zijn en van het Licht afgewend, maar zij ervaart geen angst. Die angst hoort bij de persoonlijkheid en is aan tijd en plaats gebonden.. Onvoorwaardelijke liefde hoort bij de ziel, is universeel en niet gebonden.


Je verandert de manier waarop je het Licht dat door je heenstroomt vormgeeft, door je bewustzijn te veranderen (bijv. je te weer stellen tegen negatieve patronen). Andere manieren van denken geven andere ervaringen. De intentie maakt je daartoe toegankelijk.


De ziel en de evolutie van de wereld.


Soms wordt over het collectiefonbewuste gesproken, maar is dat niet. Het is de ziel van het mensdom. Je ziel is de ziel van de menselijke soort in het klein. Een micro van een macro. Je hebt deel aan de macro en kan haar beïnvloeden. Je vormt collectieve energieën die het geheel helpen evolueren.


Het introduceren van bewustzijn in het cyclische scheppingsproces waardoor de ziel evolueert, maakt de schepping mogelijk van een wereld die gemaakt is met het bewustzijn van de ziel, een wereld die de waarden, inzichten en ervaringen van de ziel weerspiegelt..Het laat het bewustzijn van wat heilig is, samensmelten met de fysieke omgeving.


Evolutie :


de definitie van de sterkste overleeft, is achterhaald. Iemand die minder wreed is, liefdevoller is meer geëvolueerd! stelt de liefde boven de fysieke wereld. De verouderde opvatting is gevolg van de beperking van de vijfzintuiglijke mens. Dan wordt angst de grondtoon, en macht nastrevenswaardig. Het zien van macht als iets buiten jezelf, fragmenteert de psyche. (Acute schizofrenie en een wereld in oorlog zijn hetzelfde). We ontwikkelen ons tot authentieke macht.


De gevolgen van onze daden zijn niet alleen fysiek, en niet verder van invloed op ons; gezien vanuit de vijfz. pers. Maar vanuit de multiz.p. zijn ze een leerschool, en werken ze door op ons, alles hangt samen a.h.w. De intentie is van belang.




Spirituele partners.


Het archetype van het huwelijk is in ons bewustzijn aan het verschuiven. De rollen man en vrouw zijn veranderd. Ze waren bedoeld om fysiek te overleven. Dat is niet meer functioneel. Het wordt vervangen door een nieuw archetype, bedoeld om de spirituele groei te ondersteunen.Dit is het archetype van spiritueel of gewijd, partnerschap. Ze erkennen elkaars gelijkheid, ze kennen het verschil tussen persoonlijkheid en ziel. Ze kunnen daarom met een geringere emotionele betrokkenheid de dynamiek daartussen bespreken dan ́echtgenoten ́. Voor hen is er een diepergaande reden waarom zij samen zijn, voor de evolutie van hun ziel. Het zien van macht als uiterlijk, wordt niet meer getolereerd door hen.


Illusie.


Het is een illusie, want in de niet-fysieke wereld bestaat er geen ruimte, tijd, , jalouzie noch angst, geen woede. Het houdt op te bestaan wanneer je naar huis terugkeert. Woede is wellicht een stroom energie die al eeuwen geleden ontstond, en waar je je nu van wilt bevrijden.


Ook de dynamiek falen-succes bestaat niet echt, niet vanuit het standpunt van de waarheid, wel vanuit beoordeling. Maak een verschil in gedachten tussen je echte behoeften en die welke je creëert om indruk te maken, enz.


Illusie wordt beheerst door onpersoonlijke energetische dynamica, een wisselwerking tussen individuen geschikt voor kennisverwerving. Leer je, word je bewust, dan laat je je er niet meer door meeslepen.


Je begint in te zien hoe illusie werkt, en dat is het begin van authentieke macht.


Macht.


Wanneer je bang bent, niet in staat je huur te betalen, niet in staat voor jezelf te zorgen in deze wereld, wanneer je macht ziet als uiterlijk, en het gevoel hebt niet over voldoende macht te beschikken om je veiligheid en welzijn te garanderen, voel je ongemak of pijn in de maagstreek, bij de plexus solaris. Wat wij ongerustheid noemen, is het gevoel op die plek dat je macht verliest uit het energiecentrum. Het heeft veel invloed op de omliggende delen, indigestie, enz.


Fysiek ongemak, pijn en benauwdheid in de borst of de hartstreek, ontstaat door angst dat je niet liefgehad wordt of niet lief kunt hebben. De; weg van het hart is er een van mededogen; als je niet weet wat je voelt, is er geen bewustzijn over, en geen leren.


Liefde, seksualiteit


Liefde is de energie van de ziel en daarom vindt de persoonlijkheid daarin vervulling. Iedereen streeft ernaar; is het onbewust dan kunnen we niet uit seks halen waar we naar zoeken, dan blijft het een doodlopende straat.


Vertrouwen.


Iedere ziel komt op aarde met gaven. Een ziel incarneert niet alleen om zijn energie te helen en in balans te brengen, maar ook om op een specifieke manier van zijn eigenheid te getuigen. (is dit Jungiaanse roeping, de daimon?). Ben je het werk van je ziel aan het doen, dan ben je opgetogen. Wees creatief, wees wie je bent. Tracht het leven als een goedgeordende dynamiek te beschouwen. Vertrouw. Het is een deelgenootschap met de Goddelijke Intelligentie. Vertrouwen maakt dat je kunt lachen. Zie de frustraties voor wat ze zijn, leerlessen.


Voel je je prettig bij de gedachte dat het Universum vreemd en dood is en niets meer inhoudt dan je vijf zintuigen kunnen waarnemen? Hoe reageert je hart op de gedachte dat het Universum leeft, vol mededogen is en dat je samen met dit Universum en met andere sterke en verlichte zielen je kennis vergaart om in een proces van samenwerking de werkelijkheid die je vergaart te scheppen?





THEECEREMONIE EN LITURGIE VERGELEKEN .


Beiden een symbool en leiden naar beleving van het essentiële van de werkelijkheid: het immanent onnoembare ervaren.


De theeceremonie is een manier om zeninzicht te verwerven. 1. Kom vroeg (" prachtig, de stemming van dit moment, ver weg, uitgestrekt, mij alleen bekend"). 2 Zuivering van hand, mond, geest; zitten zodat we één zijn met de hele wereld (als belijdenis en contact met overledenen) 3 Iets moois wordt neergezet, zodat de


schoonheid van gewone dingen wordt beseft.(offerande). 4Verkondiging, soms slechts één woord. 5. Dienst in het hart van de liturgie, de theemeester bedient, zoals Jesus met een doek de voeten wast van hen.6. Tenslotte ontvangt ieder in de mate waarin hij gewaar is. We geloven als Christenen dat het sterven van Christus niet alleen maar in onze herinnering leeft, maar dat het een altijd aanwezige en levende werkelijkheid voor ons is. ..Deze liturgie is absoluut uniek. Ze komt nooit terug... (p.112, R.Kennedy, Zen en Christendom).




VERHALEN CHRISTENDOM EN DAARNA VAN HET BOEDDHISME:


Kerstverhaal: de verlosser blijkt in doeken gebonden, de koning die verwacht wordt is een kindje, de stad die de eer wil opeisen blijkt een kribbe te zijn. Het gaat dus om het menszijn waar het heil te vinden is (geboren uit ons vleesch), niet om een verre transcendente God. En de verlossing gaat niet via grootse wereldlijke waarden, maar wordt gevonden bij 'de armen van geest'enzovoorts.


Parabels: Jesus schrijft in het zand: "wie zonder zonde is werpe de eerste steen"(tegen de omstanders die willen dat hij een zondares aanklaagt). Tegen wie zich laten voorstaan op hun lidmaatschap (van kerk of Jodendom) prijst hij het geloof van een heidense (buiten de grenzen wonende) honderdman. Wie de komst van hemel enz. zitten te berekenen, zegt hij: leef nu, iedere dag heeft genoeg aan zichzelf. Tegen wie zich te druk maakt en te bezorgd is, zegt hij: "kijk naar de leliën op het veld, de vogels in de lucht, ze maaien niet en zaaien niet, en toch hebben ze genoeg...". Hij wijst op de herder die vol zorg een verloren schaap zal zoeken en op de vreugde (en niet de strafbehoefte) van de vader wanneer de verloren zoon huiswaarts keert". De waarden worden omgekeerd, de werkelijkheid is beter dan je dacht.


Mythen:

ons existentieel verstaan van onszelf realiseert zich niet naakt, maar in symbolen. De mythe verklaart niet,


maar opent. Hij laat de mens zijn verantwoordelijkheid


Paradijs: door het verhaal van paradijs en zondeval komt de huidige toestand van de mens aan het licht


en wordt iets van de mogelijke eenheid herstelt en worden we ons daarvan bewust


Abraham trekt: de mens heeft geen vaste woonplaats. Moet zich niet nestelen in voorbije denkbeelden. Nieuwe situaties vragen een nieuw antwoord (Het Boeddhisme heeft het over 'beginngersgeest').

Eva uit rib Adam. In die tijd van vrouwenverachting te verstaan als : ook de vrouw is mens en geen beest. Eten van de appel en de boom der onsterfelijkheid. Hang naar eeuwigheid keert zich tegen de mens, het gaat om het conrete, het nu. Wij zijn vergankelijk, gaan dood en hebben geen meesterschap over het leven. Wij moeten niet goddelijk proberen te worden; acceptatie van de wezenlijke onafheid van ons menselijk bestaan. De vraag naar de oorspong van het kwaad is zinloos; de mythe laat ons onze verantwoordelijkheid.


VERHALEN BOEDDHISME:


Boeddha - na vele goeroes af geweest te zijn - gaat uiteindelijk gewoon onder een boom zitten: ter plaatse, present in het nu, tevreden met wat er is.


Van de man die eerst alle metafysische vragen opgelost wil zien voor hij op deze verlichtingsweg wil ingaan, wordt gezegd: "Hij is als de man die stervende is, na getroffen te zijn door een giftige pijl. Hij wil zich niet laten behandelen voor hij de herkomst van gif, pijl en schutter kent". Voor al die vragen zijn beantwoord, zou hij sterven.


Een radeloze vrouw die eindelijk een kindje kreeg, en vergaat van ellende, radeloos op zoek naar een medicijn om het kind tot leven te wekken, wordt gezegd: "ga langs de huizen, en vraag daar een mosterdzaadje waar nog nooit iemand gestorven is". ....



CENTRALE BEGRIPPEN IN BOEDDHISME

LEEGTE :


Een heel centraal begrip binnnen het Boeddhisme, maar moeilijk te begrijpen.


1. Het gaat er bijvoorbeeld helemaal niet om dat een steen geen fysieke inhoud zou hebben. Het gaat meer over een wijze van kijken. Het gaat erom meer dan dit ene ding te zien. De ruimte eromheen, de transparantie ervan, de samenhang met alles. Het is meer dan dat ene woord dat wij eraan geven. Je niet blind staren op dit ene object. Er contact mee maken zodat het in ons leeft en niet geplastificeerd aan de buitenkant van onze ervaring blijft; het is werkelijk, had er ook niet kunnen zijn. Daarom wordt voor deze wijze van kijken wel eens het woord ́wezenschouw ́gebruikt.


2. Er wordt nog meer mee bedoeld; het gaat namelijk nog een stapje verder. De wijze waarop wij gewoonlijk kijken hangt samen met de manier waarop wij krampachtig willen vasthouden aan een ́ik ́: ́ik ́ hier en dat object daar. We creëren een afstand die er eigenlijk niet is; dit schijnen we toen omdat we een houvast willen scheppen . We worden bang van de enorme schittering die van een ongefilterde werkelijkheidsbeleving uitgaat en durven het niet aan om niet zelf te bestaan maar alleen in zo een flow. Voor mij is dit nog heel moeilijk.


Wat er over geschreven wordt is:


1. een aansporing om op een bepaalde wijze te kijken naar de werkelijkheid. Emptiness, void , openheid, transparantie(doorschijnend) of 'wezensschouw' zijn de meest gebruikte vertalingen van het basiswoord 'Sunyata'. De wortel van dit woord is 'sun', wat zwellen betekent. Een gezwel is te veel aan substantie, dat zich pijnlijk vestigt op de huid en deze zijn natuurlijke gladheid doet verliezen. De gedachte die aan 'sunyata' ten grondslag ligt is: door ons denken en doen maken we de wereld tot een groot gezwel. Prik dit gezwel door en de oorspronkelijke glans van de werkelijkheid wordt manifest. ...In het licht van bevrijding wordt onze normale waarneming en onze alledaagse wijze van kennisverwerving, als ook de meer verfijnde wetenschappelijke en wijsgerige vormen van weten onder kritiek gesteld. Wij zien de werkelijkheid allereerst als een verzameling van 'dingen'...De werkelijkheid wordt overzichtelijk in vakjes ingedeeld....pen, bureau, computer, man, vrouw...Hoe groot het voordeel van deze empirische kennis ook moge zijn, door gewenning en gewoonte dresseren we onze blik op de wereld op eenzijdige wijze, waardoor 'iets' niet meer gezien wordt. Er wordt 'iets' vergeten. ...Buiten beschouwing blijft het onomvatbare geheel waarin de dingen functioneren.....ook vergankelijkheid, de onverzadigbare worm die aan dit bestaan knaagt, dreigt ofwel als een vijand gezien te worden ofwel geheel uit het beeld te verdwijnen......Bruikbare kennis en vertrouwde interpretaties doen verder gemakkelijk vergeten dat de grenzen die de begrippen aan de dingen stellen, bij alle effectiviteit, ook kunstmatig zijn. Er is geen ding dat


buiten zichzelf, binnen zijn eigen grenzen bestaat....De tafel bestaat met medewerking van alles wat niet deze tafel is........."Als jullie een rijstkom vasthouden en je voedsel eten, houden jullie er een 'kom-visie'op na....M.a.w. als jullie je etenskom in je hand houden, zien jullie hooguit de gebruikwaarde van de kom, of zelfs dat niet eens.....Het gaat daarbij niet alleen om de schoonheid van de kom . Het achteloos gebruik wordt bekritiseerd, het ontbreken van het besef met deze kom de hele wereld in handen te hebben....het mysterie van elk fenomeen niet te zien. ...Sunyata is een zienswijze. Het vraagt -naar een Zengezegde _ , te zien zonder te zien, of het oog te gebruiken 'binnen de ogen', 'het eerste oog', het 'wijsheidsoog'. Het veronderstelt de inspanning te onderzoeken wat er in het bewustzijn gebeurt als het oog kijkt, het oor hoort, de tong proeft...Leegte is absoluut geen 'leegheid' of de ontkenning van het bestaan van vormen (Uit: N. Tydeman: Dansen in het duister, een proeve van spiritualiteit,p.116-119, Asoka)


2. Het is vooral uit angst dat wij een fake 'persoonlijkheid' creëren: een constructie en houvast tegen een vijandig geachte buitenwereld. Dat bombardement van zelfhandhavingdialogen kunnen we horen in de interne dialoog die wij voortdurend met onszelf voeren en die in meditatie iets meer transparant kan worden. Het construreren van 'fake ' gaat in 5 stappen (de skandha's:groepen die de menselijke persoonlijkheid opbouwen):


alsof geest en wereld gescheiden bestaan (vorm of 'fundamentele onwetendheid' genoemd. We negeren het vloeiend karakter van ruimte. De vrees voor een afwezigheid van zelf en houvast; niet dom maar koppig blijven construeren van vast punt)

alsof we de bezitter van ons lichaam (daarbuiten) zijn (de vastheid van iets te voelen dat schijnbaar buiten ons is, geeft ons gevoel zelf ook iets vasts te zijn; angst niet door onze projecties bevestigd te worden; aandacht afleidend van ons alleen zijn)

emoties doordat we ons tegenover de wereld (daarbuiten) opstellen: 'waarnemng/impulsskandha. (drie strategieën om met deze projecties om te gaan: onverschilligheid (pijn vermijden, in harnas), begeerte (uit armoedegevoel grijpen, eten, aantrekken), agressie (alles afweren wat ons schijnbaar bedreigt)

intellect als een vaststaande series stereotiepe reacties tegenover die buitenwereld (er zijn 49 manieren om op waarneming te reageren!): intellect of concept is hier het 4e stadium van ego, nog niet genoeg. Daarom nog een 5e nodig:.

nu treedt in het waarnemingsproces pas bewustzijn op.'Bewustzijn coördineert de instinctieve en intellectuele processen van ego. Haar inhoud is emoties en onregelmatige gedachtenpatronen die allen tezamen de verschillende fantasiewerelden vormen waarmee we onszelf bezig houden. Onze gedachten zijn neurotisch omdat ze een onregelmatig verloop hebben, steeds van richting veranderend en elkaar overlappend. Maar omdat we niet bewust kiezen in het waarnemingsproces lijkt dit 'automatisch' te verlopen en onze reacties het resultaat te zijn van automatisch werkende gewoontepatronen. Dit levert een gevoel van onmacht op; we zijn ons niet bewust van de eerste 4 stappen van het zich herhalende skandha-proces.

De gehele ontwikkeling van de 5 skandha's is een poging ons af te schermen voor de waarheid van ons niet- bestaan. We kunnen niet direct de fundamentele onwetendheid aanpakken (is als proberen een muur in een keer omver te werpen). We beginnen als opstapje met het materiaal dat onmiddellijk voorhanden is. Daarom begint meditatie met de gedachten en de emoties en wel in het bijzonder met het denkproces (uit : Mythe van vrijheid. Trungpa, Servira 1993)


(In Ria Kloppenborg: Autonomie en non-identiteit. In F.Elders (2000), Asoka, iets anders weergegeven:


lichamelijke vorm, rupa

gevoelens , vedana

waarnemingen, sanna (benoemen van ervaringen die via de zintuigen binnenkomen)

wilsimpulsen, sankhara (persoonlijke disposities, conditioneringen. Keuze uit grote hoeveelheid info.sorting the amount of information that does come in along a very limited number of dimensions)

bewustzijn, vinnana (geeft continuiteit aan ervaring, Het dreigt alternatief te worden voor de atta, zelf ofziel. maar ook hier is het vloeiend en veranderend.

door het vasthouden blijven we in onwetendheid en vooral in Dukkha: lijden, zowel fysiek als psychisch. Een derde vorm van lijden is existentiële angst: we splitsen ons op in ziel en lichaam (de mens is ziek volgens de Boeddha) en doen of we onsterfelijk zijn: voortdurend reflecterend en b ezig met zin van bestaan ipv te leven en te ervaren...geboorte, ziekte, dood zijn vervelend niet zozeer omdat ze pijnlijk zijn als wel omdat ze vernederend zijn (voor ons narcisme). Naast deze drie vormen van lijden, lijden we onder het feit van vergankelijkheid (anicca): "alle samengestelde dingen zijn onderworpen aan vergaan (Er is geen zijn, alleen wording, van wat ontstaat, vergaat, verandert).


Deze vicieuze cirkels is het gebied van samsara. Deze procesmomenten duren een fractie van een seconde. Ze volgen elkaar op als beeldjes in een film. Maar de gaten ertussen, de achtergrond, is de diepere


eenheidswerkelijkheidsbeleving die ieder soms wel kent: onbevangen waarneming en helder inzicht. We schijnen daaruit weg te lopen omdat het een doodservaring lijkt waarin ons (geconstrueerde en houvast biedende) ego niet meer bestaat (willen we de momenten 'vasthouden' - continu en 'onsterfelijk' zijn - en zijn we daardoor niet meer bij het volgende moment? Dat denk ik, Louis). ......


Naast een 'fakeconstructie van het ego' vindt er dus ook een soort censorfunctie door het ego plaats. Dan vormt zich een cocon om ons heen, een filtering tegen de enorme straling van de werkelijkheidsbeleving en de impact van directe onbemiddelde waarneming van de fenomenale wereld die via de gaten (de pauzes tussen de filmbeeldjes) binnenkomt.


Dit waarnemingsproces in vicieuze cirkels (samsara) kan getransformeerd worden. We komen dan in de wereld van nirwana terecht. Dit gebeurt door het daagse waarnemingsproces te ontregelen in bijvoorbeeld meditatie of in een piek-ervaring die ons overkomt. De 'macho-houding' in ons (regelen, indelen, prestatie) wordt zo aangetast, en we krijgen contact met meer 'transcendente' kennis (transcendent genoemd omdat ze inzicht geeft in de leegte van alle verschijnselen en de neiging tot verzelfstandiging van het persoonlijkheidsproces overstijgt). Ook worden we hartelijker en sympathieker jegens onszelf en anderen omdat we het menselijk deficit accepteren: het uiteindelijk falen van alle prestaties. Deze mannelijke en vrouwelijke verbinding, dit huwelijk tussen compassie en inzicht is 'awareness wisdom': ware perceptie.Dit verbindingsproces kan in een individu plaats vinden, maar ook tussen man en vrouw, en tussen tendensen in de maatschappij (zelfs tussen 'wetenschap' en 'kunst', tussen ratio en verbeelding zodat rationaliteit de waarneming niet langer verduistert), tussen renaissance en verlichting. ....


Een geduldige onbevangen aandacht brengt ook de gaten in het persoonlijkheidsproces aan het licht. Dit kan het gevoel met zich meebrengen dat je uit elkaar valt. Een gevoel van grote droefheid en eenzaamheid kan optreden, alsof een essentieel deel van jezelf, een orgaan dat greep op de werkelijkheid uitoefent, aan het afsterven is. Tegelijk merk je dat de werkelijkheid buiten je een reusachtige stap naar je toe heeft gedaan. Alles wat je ziet wordt intiem, nabij, alsof het gaat om een persoonlijke ontmoeting tussen jou, je zintuigen en wat je waarneemt. Het geeft een gevoel van verbondenheid een gevoel van empathie met de wezens en de dingen. Tegelijk krijgt elk wezen, elk voorwerp, diepte, omdat je oppervlakkige blik van eigenbelang wegvalt.


M. Duchamp schreef een werk over waarneming: 'de bruid ontkleedt door haar vrijgezellen' Een huwelijk met onszelf, transcendent vrouwelijk inzicht in leegte. Leegte betekent 'zonder bedekking', want ze verschijnt als een naakte vrouw, gloeiend van passie. In haar linkerhand een schaal waarin een stof om de ontregelende kracht van de liefde aan te wakkeren. In haar rechterhand houdt ze een mes waarmee ze alle conventionele voorstellingen doorsnijdt...


De bovengenoemde 'achtergrond' is als een partner, maar 'geliefde' is wellicht een betere benaming zijn, geliefde en vereniging in één. Als je haar ontmoet, weet je dat zij het was, waar je je hele leven naar verlangd hebt, zonder te weten waarnaar je verlangde. ......De ' achtergrond' is zij niet een deel van onszelf? Daarom zeggen ze dat het verlangen de geliefde is. (Het gehele stuk vrij naar en Uit: De verbeelding aan de macht. Meino Zeillemaker. In : Humanisme en Boeddhisme. F. Elders (2000). Asoka)


De leegte heeft geen houvast nodig. Je wezen is een niet-wezen. Het is niet iets, het is niet als iets. Het is als niets, een onmetelijke leegte zonder begrenzingen. Het is een anatma, een niet-zelf; er is geen zelf binnen in jou. Meditatie is de dood voor het ego; ego is een vals concept. Zelfs een steen -zeggen moderne fysici-er zit niets in: het is gestolde energie. Geven lijnen die elkaar kruisen alleen maar de illusie van een punt? Binnenin is niemand. Als je de ui schilt, is er niets. Dit niets bestaat op zichzelf. (Daarom zegt Boeddha, is er geen God nodig), het heeft geen houvast of steun nodig. Het begrip van het zelf wordt door het denken geschapen- er is geen zelf in jou. Als jij niet bent, wordt je het geheel.Sterf en je wordt een God. ( Ego en ware zelf: meer dan eendimensionaal. Specifiek over ware zelf


Ik-alleen is slechts het ik van het ego.. De ander als object , de ander als volkomen en vreemde ander, bestaat op het vlak van het ego (p93)..Denk aan de paradox: naarmate we meer unieker worden, meer onszelf zijn, worden we ook herkenbaarder voor elkaar, lijken we meer op elkaar!. Het ik kan daar ook thuiskomen bij zichzelf.


Het besef van het ‘ik’ gesitueerd in het bewegende deel van het centrum van het leven, is de plaats waar de andere wereld door deze wereld heen breekt, waar het eeuwige de tijd binnengaat in ons, waar de menselijke persoon ontstaat en dan terugkeert naar haar goddelijke grond (Dunne, the peace of the present).



LICHAAM


Ons lichaam is niet een losstaand object buiten ons. Wij zijn het, maar daar doorheen veel meer. Wanneer ik de diepte van de werkelijkheid soms ervaar, dan is er tevens een intense lichaamsbeleving, mijn lippen, mijn ogen, is voel ze tegelijkertijd. Zij zijn de ingang naar het diepere. Boeddhisme en Christendom komen voor mij hier verrassend dicht bij elkaar.(1 en 2)


In het hierna volgende wordt gesteld:


1. Boeddhisme : dat we slechts door onze wijze van kijken een splitsing maken tussen lichaam en geest.


2. Dat het Christendom met zijn ́God is vlees geworden ́ en zijn verrijzenisbegrip hier verrassend dicht bij komt.


3. Mijn eigen vakgebied: hoe de psychotherapie het lichaam uit het oog verloor en terug vindt.


1. Het lichaam en de dood behoren tot dezelfde illusie die geschapen is door de ikzuchtige toestand van het bewustzijn, die niets weet van de Bron van het leven en zichzelf beschouwt als een op zichzelf staand iets dat voortdurend bedreigd wordt. Dus schept het de illusie dat je een lichaam bent, een verdicht stoffelijk voertuig dat voortdurend bedreigd wordt.


Jezelf te zien als een kwetsbaar lichaam dat geboren is en even later sterft - dat is de illusie. Lichaam en dood: één illusie. Je kunt echter niet aan je lichaam ontsnappen, maar dat hoeft ook niet. Het lichaam is een ongelofelijke misvatting van je ware natuur. Maar je ware natuur is ergens verborgen in die illusie, niet erbuiten., en het lichaam is dus nog steeds de enige toegang ertoe.(p.167, Eckhart Tolle, de Kracht van het Nu)


We hebben de neiging een splitsing aan te brengen tussen onze geest en ons lichaam (uit angst creëren we een soort 'houvast' buiten onszelf). Het Boeddhisme waarschuwt voor deze menselijke neiging.


In meditatie gaan Prana (beweging in de ademhaling, ritme van het universum) en Asaka (ruimte die het schept, het medium van de beweging) samen.


2. In Christendom is de kern van de boodschap aanvankelijk dat wat we onder 'God' verstaan wezenlijk geïncarneerd is, mensgeworden is; daar is het waardevolle te vinden. Onze menselijke conditie is ín deze wereld; in het gewone menszijn begint de verlossing. Met de verrijzenis wordt onze visie van scheiding tussen lichaam en geest, waarvan het Boeddhisme de illusie daarvan bespreekt, ook opgeheven.


In de loop van de geschiedenis heeft het Christendom het lichaam verketterd, gegeseld, ascetisch angstig haar lusten proberen te onderwerpen, vanuit een verkeerd begrip voor het Hogere. De Westerse filosofie en wetenschap heeft sinds Descartes de splitsing lichaam-ziel doorgezet; met name omdat Descartes door de kerk verboden werd zich nog met de ziel bezig te houden.


3. Meer over het verwaarlozen van het lichaam in de westerse gesprekspsychotherapie en innovaties op dit gebied: lichaam)



VERLICHTING


is geen verheven staat op het Zenkussen bereikt, het is interactie, een wijze van handelen tussen mensen. Het kan het bestaan van de ander 'verlichten'. Verlichting moet steeds veroverd worden, het is geen blijvende constante toestand . Het is als geloven: er mee bezig zijn, ernaar verlangen, het missen enz. Een ander nuchter woord ervoor is wel voorgesteld: 'realiseren', verwerkelijken als proces, dichter bij brengen.


De verlichtte moet ook door de gemeenschap gecontroleerd worden, het is niet te koop. Het betreft reacties waarop mensen elkaars vragen beantwoorden, elkaar ontmoeten, zwijgen, een wijze van zijn die werkt....Deze bevrijdende communicatie is als trampoline springen. De ene keer ben ik het vangnet, de andere keer de springer die door de ruimte zweeft om ergens neer te vallen...Het vergt improvisatie...De bevrijdende werking kan immers pas plaatsvinden als mijn bewustzijn niet te los en niet te strak gespannen is en als ik mij durf over te geven aan een vrije val....Intimiteit betekent hier geraakt kunnen worden en op basis van de eigen


veerkracht antwoorden. Maar 'intimiteit' betekent ook mij zelf te laten gaan 'zoals ik ben', een waarachtig mens, een waarlijk 'ik'...(pag.126 Tijdeman). Verlichting kan men veiliger realisatie noemen. Het is geen vage metafysische staat, maar NIRWANA in de zin van vrij zijn van verlangens, haat en illusie (tegendeel van 'kwaad'). In het algemeen is dit iets wat steeds bevochten moet worden en soms even gevoeld.


Doel van Boeddhisme is dan ook feitelijk niet het nastreven van verlichting, maar meer het Bodhisattva=ideaal (bodhi=verlichting; sattva=essentie). Geen ideaal alleen voor monniken, maar voor iedere mens. Want het gaat niet om het streng naleven van allerlei regels of ascese weg uit de wereld. Als er iets is wat het bodhisatvva (het verlichtingsbewustzijn) dichter bij brengt, dan is het wel ons hart openstellen en meevoelen met andere wezens, een geesteshouding die niets of niemand in bezit neemt of naar een beloning voor zichzelf streeft. Daarnaast intensieve studie en verwerving echte kennis, meditatie. Zo streeft men naar innerlijke eenwording en transformatie (zie ook elders op deze pagina). Zie voor een prima concretisatie daarvan en meer over de kern van het Boeddhisme: onder leegte


Toch - voor we overgaan naar het christelijke begrip 'verlossing' iets over het Boeddhistische:


De oorzaak van de ervaring van dukkha (lijden), is volgens Boeddha begeerte, gehechtheid, 'dorst'(tanha). Hij onderscheidt drie vormen van dorst:gehechtheid aan zintuigelijke genoegens (kamatahna), gehechtheid aan bestaan( bhava-tanha) en gehechtheid aan niet-bestaan. Later noemde hij ook de oorzaak van gehechtheid: niet weten of onwetendheid, dat wil zeggen onwetendheid wat betreft de ware aard van de dingen, namelijk als vergankelijk en niet-zelf. Over het onstaan van gehechtheid, zie meer onder basistekst zien.


(Samenvatting van artikel Secularisme en spiritualiteit. H. de Wit : In F.Elders (2000), Humanisme en Boeddhisme,Asoka . cursief zijn mijn vragen. Volgens het Boeddhisme zijn de mensen 'ziende blind en horende doof'. Als dan al over de of het Onzienlijke wordt gesproken, dan wordt déze werkelijkheid bedoeld. Niet-verlichte mensen zien alleen een subjectief geconstrueerde werkelijkheid, dat is de niet-natuurlijke werkelijkheid, de relatieve(relatief aan onze geest en verkeerdelijk opgevat als absoluut of als 'enig' want losstaand van onze geest en onloochenbaar echt, met veel bepaalde oorzaak- en gevolgrelaties) en niet de natuurlijke.


Deze natuurlijke werkelijkheid toont zich wanneer onze bevangenheid, of ons geloof in bovengenoemde werkelijkheid van onze mentale constructie, doorbroken wordt. Hoe en in hoeverre? En is dit wel als zuiver en geheel los van de relatieve werkelijkheid mogelijk? Voorbeeld: hoe vaak proberen we niet om pijnlijke gebeurtenissen dragelijker te maken door er een bepaalde zin of bedoeling aan toe te kennen: op die wijze is het isolatiemateriaal tegen de realiteit van het bestaan. En zo juist een van de oorzaken van menselijk lijden, juist omdat we dan niet meer naar oorzaken zoeken om het lijden op te heffen Is dat niet wat veel beloofd; kan het lijden opgeheven worden of kunnen we alleen leren er niet in onder te gaan? Er zit wel een geheim in de aanvaarding en acceptatie denk ik; moeilijk om geen doel of zin of mooie visie aan lijden en narigheid van vergankelijkheid te verbinden.


Bij de verlichte mens - de ervaring van de werkelijkheid als relatief ís 'de ervaring van absolute werkelijkheid'. De relatieve werkelijkheid is niet verdwenen maar transparant geworden. Transparant in de zin dat haar absolute realiteitswaarde is verdampt. Ze komt niet als een duveltje uit een doosje, eerst verborgen en dan tevoorschijn achter de gewone werkelijkheid vandaan; nee, het is een ander perspectief op de relatieve werkelijkheid. Een perspectief dat leeg is of vrij is van bevangenheid in de relatieve werkelijkheid. Mijn ervaring van openstaan (meer), niet bevangen in angst, of fixatie of samenvallend met angst, de diepte komt op mij toe. Het openstaan zelf, zegt een andere tekst (meer.). En dit kan leiden tot goed karma (en compassie met mensen), los van de ketenen en in vicieuze cirkels gevangen en doorgegeven patronen.



De 4 EDELE WAARHEDEN :


Iedere mens wordt geconfronteerd met lijden. Als we dit ontkennen kunnen we ook niet op zoek gaan.

De waarheid van de oorzaken van het lijden. Ga op zoek naar oorzaken van lijden, onvrede en levensangst.

'De beeindiging van lijden' wordt de 3e waarheid genoemd. De verlichting, het einde van lijden.suggereert dit dat het overstegen kan worden; geloof ik niet. Of aanvaard, geaccepteerd, verwerkt, dat zullen ze wel bedoelen.Boeddha ontdekte dat er een manier van in het leven staan is waarin ziekte ouderdom en dood niet weg zijn, maar wel geïntegreerd op een humane wijze.

De waarheid van het pad. Oorzaken die tot verlichting leiden zijn ontdekt en er bestaat - want is ervaren - een transformatieproces dat tot verlichting leidt.(zie over transformatie meer onder leegte)

Om dit alles te ervaren en te weten te komen is de (westerse RATIO alleen) een te beperkt kenvermogen (zie


meer: westerse filosofie) .Een tweede is nodig omdat het redelijk denken niet bij machte is om de bevangenheid in een niet-natuurlijke en de-humaniserende werkelijkheidsbeleving uit te bannen.Bedoelen we hier - zoals in de cognitieve therapie duidelijk wordt - dat cognities emotionele componenten hebben die geanalyseerd, doorgewerkt, geleden en bemoedigt, moeten worden om ze te aanvaarden, los te laten enzovoorts.Alsof ze met onverwerkte angst, agressie enzovoorts beladen zijn en hardnekkig gemaakt. In bevangenheid leggen we een conceptueel waas over onze werkelijkheidsbeleving, zijn vaak maar half aanwezig (meer: zie zelfherinnering), bang. Hier kan ik mij veel bij voorstellen. Dat is de reden dat blindheid, bijgeloof en onwetendheid en in het kielzog daarvan hardvochtigheid, volgens het Boeddhisme niet alleen het gevolg zijn van niet of irrationeel denken, maar ook van niet helder of niet bewust ervaren.


Tenslotte: humaniteit betekent het 'verlangen naar goedheid' en de bloei van de totale levenssituatie, bevorderen. Bevangen zijn in een inhumane werkelijkheidsconstructie doodt dit bovengenoemde universele verlangen, we hebben er dan geen contact meer mee, laat staan dat we er een uitweg naar toe, vinden. De angst voor lijden overheerst het verlangen om lijden te verzachten ja, ik kleineer het vaak, ook bij anderen, omdat ik het eigenlijk niet aan kan/wil: alles moet als oude katholiek 'mooi' blijven. Lijden wekt daardoor niet langer compassie op maar agressie. De angst is schijnbaar bezworen, maar de bezwering is duur gekocht: we scheppen een wereld die geregeerd wordt door hebzucht en agressie, waarin humaniteit versmald is tot de kleingeestigheid van 'verlicht' eigen belang.. laat me met rust dan laat ik u met rust. De ingang die het Boeddhisme voorstaat is dan ook het cultiveren van moed. De moed om lijden onder ogen te zien en met knikkende knieën in de volle werkelijkheid te staan en deze tot bloei te brengen.



VERLOSSING


Net als in het Boeddhisme wordt ons een andere wijze van zien voorgesteld.Waar moeten we eigenlijk van verlost worden volgens het Christendom? Ik denk van de beperkte zienswijze alsof wij helemaal en alleen maar ́van de wereld ́ zouden zijn. Het wordt wel eens uitgedrukt in de formule: ́in de wereld, maar niet van de wereld ́. Jesus heeft tegendraadse dingen gezegd: ̈hebt uw vijanden lief; zalig de zachtmoedigen enz. ; maak je niet overbezorgd, de mus,de bloem, ze maaien niet en zaaien niet en toch worden ze gevoed ̈; de werkelijkheid is vaderlijk: abba kan vertaald worden met het intieme ́pappa ́.


Over dit begrip is veel onzin verkocht als zouden wij door het bloed of het kruis van Jesus verlost zijn. Dit is voor een modern mens niet te begrijpen. Er wordt hier een analogie getrokken tussen het oudtestamentische offerlam, dat geofferd moet worden. Maar wie offert nu zijn eigen zoon? Zo ver gaat zijn liefde, dat hij hem voor ons de wereld in gestuurd heeft. Als we naar het voorbeeld van Jezus kijken, kunnen we een zodanig leven leiden dat het 'goddelijke' het echte, in ons geraakt wordt. Hoewel dit veel persoonlijker geformuleerd lijkt dan in het Boeddhisme komt het daar toch weer verrassend dichtbij.Vergelijk: Verlichting.



DE 3 JUWELEN.


Enigszins te vergelijken met Kerkgemeenschap in het Christendom. De Verlichtte moet getoetst worden door de gemeenschap en soms opnieuw getest. De drie juwelen zijn: de kennis, de gemeenschap en de verlichte. De drie Juwelen kunnen niet zonder elkaar. De Verlichte staat niet boven de wet. Het bljft een mens die kan falen of minder verlichte momenten heeft (zoals de zondaar Petrus de rots was waarop de eerste christelijke kerkgemeenschap gegrond werd).




KERK.


Vergelijkbaar met de Drie Juwelen in het Boeddhisme. De overgedragen leer (1) en de gemeenschap (2, de Sangha) en de Leider (3) kunnen niet buiten elkaar. De laatste moet getoetst aan de eerste twee. De Sangha is een gemeenschap van vrije individuen verbonden in zingeving en samen gedeelde interpretatie. De


zogenaamde onfeilbaarheid van de Paus is een angstige ontsporing van de RK Kerk. (De concilies hebben trouwens - in tegenstelling wat tegenwoordig door de kerk uitgedragen wordt) vaak het individuele geweten van mensen op de eerste plaats gesteld). Met name het evangelie van Mattheus gaat over de stichting van een kerkgemeenschap.


...." Tegenwoordig zou het duidelijk moeten zijn dat onderlinge afhankelijkheid en het bestaan in relaties de werkelijkheid van ons leven vormen en dat individuele autonomie een fictie is, een van de trucs van het ego. Ik zou, om het begrip een nieuwe inhoud te geven, eenvoudigweg willen voorstellen om de diepzinnige en uitdagende categorie "Sangha"in te vullen met de feministische waarden gemeenschap, koestering, communicatie, verbondenheid en vriendschap" (p.33. Samy. Waarom kwam Bodhidharma naar het westen.1998 Asoka)




TIJD


Ons omgaan met de beweging van tijd.


We wachten bijna altijd, we hopen op iets dat nog komt, zo gaan we altijd het moment van nu uit; alsof niet deugt wat er is, alsof wij niet deugen. Zelfs als ik een mooie ervaring heb in meditatie, merkte ik dat ik daarna stopte, uit angst dat ik hem weer kwijt zou raken. Een Duits meisje in een van mijn therapiegroepen kwam eens met de diepe spreuk: ̈O Wanderer, es gibt kein Weg; der rechte Weg entsteht im gehen ̈.


We houden ons ego ook sterk in stand door de verwarrende omgang met drie van onze meest fundamentele menselijke ervaringen: onze omgang met de beweging van tijd, het onstaan van denken en met onze emoties (aldus Andrew Cohen,in : In de wereld maar niet van de wereld, 2001, Altamira.) Zie daarom meer hierover


"Ruimte en tijd zijn niet omstandigheden waarin wij leven, maar manieren waarop wij denken" (Einstein). De ervaring van de lineaire tijd is de manier waarop de natuur ons ervoor behoedt alles tegelijk te ervaren. Want:


ZERO POINT FIELD: het veld van nulpuntenergie. Zelfs in een leeg universum blijft er nog een ware bijenkorf van activiteit over, ontdekte kwantumfysici in de vorige eeuw. Over deze zee van energie die als een gigantisch netwerk alles met alles lijkt te verbinden, worden steeds meer fascinerende feiten ontdekt. Het is een informatiedrager, een blauwdruk van het universum. Zelfs onze herinneringen liggen niet in onze hersens opgeslagen (de ontvanger die frekwenties oppikt) maar als holografische info in dit veld. Einstein spreekt over spookachtige verbindingen op afstand; en dit veld is de enige realiteit. Bestaat er wel zoiets als een ́ik ́, afgescheiden van zijn omgeving, als alles met elkaar is verbonden en zelfs onze eigen herinneringen voor ieder toegankelijk zijn.....Die atomen die op allerlei manieren met elkaar en met ons in contact staan, vormen zo nu en dan tijdelijk ons lichaam.....Geen atoom is na 7 jaar meer dezelfde! We dragen verantwoordelijkheid voor dat veld. Gandhi: Be the change you wish to see in the world. (overgenomen uit Ode, nr. 61.


Literatuur hierover: ́Het veld ̈. L. mctaggert. Ank Hermes. En Bezielde Kosmos: Ervin Laszio . Ook uitgegeven bij Ank Hermes.


Hier volgt nog een diepgaande tekst over tijd:

Uit: The quest of the Overself. Paul Brunton. Rider and Company, London,1970 .Dit is een samenvatting. De


meer volledige tekst: klik hier


(aan einde artikel meer over gezegdes en vergelijk met andere godsdiensten) (sorry, this text is scanned, so there me some lettermistakes)


Our intellects are limited and finite, they cannot measure more than the seconds and minutes and days of


time-consciousness which beat incessantly through their physical organs.


As soon as one attempts to enter into an interior relationship with time one realizes that he lives for ever in the present. Past remembrances and future anticipations are alike unreal bodiless ghosts, which lapse again into dark nothingness, for the present is inexorably inescapable and devours every minute. .


....For every past event was a present one when it actually occurred. In the same way every future event will be experienced at the time as a present event alone. Past and future, when analysed, are there- fore seen to be manifestations of present time, resting entirely upon it, and possessing no independent existence of their own. Therein lies the crux of the whole question.


In other words, time is an unbroken chain formed by successive links of present events only. It cannot be truthfully split up into an absolute past and an absolute future for it is itself indivisible; it is an everlasting NOW. The relationship which exists between past and future has been created by the unifying power of man's memory; it exists in man, not in time.


The present alone is real time.

Now because the present itself cannot be observed as something objective, it must necessarily be


subjective, i.e. within the conscious- ness of the observer.


Nothing really appears at a single instant but always in time-succession. It is only by such separation in space that any object assumes its form for the beholder. But who can measure the time taken for this process within the present moment? Where does the present moment start or stop? It is impossible to distinguish between these points because the instant one point is fixed that instant becomes a past moment. Hence. we cannot form any absolutely correct idea of the present. Scientifically speaking. the present defies observation and is con- sequently unknowable.


Hence we are living right here and now in the fullness of true eternal life, only we are quite unaware, quite unconscious of it. The restoration of this missing awareness would necessarily revolutionize our lives. This is a point of vast and vital importance.


One cannot represent it properly by a chalked line upon a board, for instance, as one may symbolically represent anything in Nature from the minute atom to the colossal solar system. For the observer and his act of observation and the drawn line are all so fixed to time themselves that normal scientific observation is vitiated, from the beginning. All extemal things are observed from the present moment; but as the latter is not external it cannot itself be observed as an object of thought.


Therefore to fulfil science's latest bidding and get the interior perspective In the previous chapter the understanding was reached that the self is fundamentally traceable to a single and persistent thought. which seems to be inextricably bound up with the unending series of thoughts which, in their totality, are called intellect. Being thus involved in an activitv of constant mental movement, one normally never has the opportunity to regard the self-thought apart from this movement. One is really enslaved by this constant mental motion, this unceasing flow of impressions from without and ideas from within.


We have also here arrived at presupposing an absolute present, although we are unable to conceive it. A way will now be shown whereby investigation may be raised to an astonishing height. The idea of time is inseparably connected with the idea of motion. It is a sensation of succession. Thus there is a movement of concepts and percepts within the mind, one succeeding the other like the snapshots on a reel of cinema film - a process that continues day long. There is also a movement of the physical body from hour at the very least,


if not from minute to minute.


It is this inherence in a succession of mental impression and physical sensations and events as they pass through consciousness which creates one's sense of time and one's personal memories because there is no movement without time. It is this eternal sinking of attention in thoughts other than the ‘I-thought that prevents one coming face to face, as it were, with one’s real self.


........


A method of attaining higher perception is being placed before it in these pages.....


p.93


So long as one identifies oneself with thoughts, so long will time condition one’s existence. That alone can transcend time which transcends the intellect. But it has already been shown that the real self transcends intellect....The overself is above the movement of thougt (in meditation)..The sense of now will go on as something absolute, unchanging and infinite .. because there will be no succession, no movement, and no memories in the Overself’s consciousness....


It can only be an independent mode of being which entirely transcends all concepts of then, now and after..It is an unbroken whole......Mankind has divided a portion of cosmic time for practical purpose into cycles of days, month and years,; because the train of thoughts, being successive, may also be divide up; but eternity, being in deeper dimension than thought and consequently beyond time, cannot be divided, experiences no successions, is never new and never undergoes the transitions from then to now and after. Eternity is ever here.....


The religious angle on time:


· · · · · ·


I am that I am..(Old Testament) There should be time no longer (N.T.)


Before Abraham was, I am (N.T/)

I am yesterday today and tomorrow, I am the divine hidden soul (Egyptisch dodenboek)

Lord of Time, who conducted Eternity (papyrus)

I am that which was, which is, and which is to come. No mortal has yet raised my veil (inscription on temple) (The meaning of the last phrase is not that


eternal existence cannot be found, but that its seeker must first overcome that which limits him to mortality, i.e. his perishable personal ego) existence


Time is an invention of the mind, to calculate its own activity during its runnings and flights. Dit was een samenvatting. De meer volledige tekst: klik hier


De tijd: een practische beschouwing over onze tijdsbeleving.


We gebruiken het woord tijd heel vaak. ‘We hebben ‘tijd’, ‘een tijdje geleden’, ‘een tijdelijke baan’, ‘kom op tijd’, enzovoorts. Dat we het woord zo vaak gebruiken, betekent nog niet dat we de essentie van dit woord begrijpen. Wat is tijd eigenlijk?


De natuur kent de tijd als de aaneenschakeling van de dagen en van de seizoenen. Nietzsche spreekt over de eeuwige wederkeer van hetzelfde en dat is precies wat die vorm van tijd ons laat zien: de herhaling van hetzelfde in de vorm van de dagen en de seizoenen, en de jaren.


Die vorm van de tijd is cyclisch en is een weergave van de natuur. Voor zover wij weten heeft de mens in alle culturen van het verleden deze cyclische tijdsopvatting gekend. De westerse cultuur kent zowel vanuit de religie als vanuit de klassieke filosofie een andere tijdsopvatting. De Grieken uit de oudheid verbraken het cyclische begrip van de tijd omdat ze streefden naar onsterfelijkheid. Deze onsterfelijkheid was niet hetzelfde als de eeuwigheid van het hiernamaals; het was het opgenomen zijn in de verhalen van de cultuur. Hiermee


kreeg de tijd een meer lineair karakter, immers er was plotseling een begin van het verhaal dat aangewezen kon worden, namelijk de dood van de man die dan in de grote verhalen wordt opgenomen. We kennen nog een flink aantal van zulke onsterfelijken: Socrates, Plato, Herodotes en Alexander de grote zijn voorbeelden van deze onsterfelijkheid, waarbij we een datering van geboorte en dood van ieder van deze grote namen weten.


Wanneer het christendom haar intrede doet, wordt de tijd helemaal losgemaakt uit het cyclische. Dan kennen we plotseling naast het aanwijzen van de geboorte en de dood van de grote namen ook het voorspelde einde van de tijd. Het laatste oordeel is gedurende alle eeuwen waarin het christendom de belangrijkste religie was, een belangrijke motor voor het menselijk handelen geweest. Dan zou iedereen immers geoordeeld worden op zijn of haar daden. Daarmee was de betekenis van het cyclische karakter van de tijd volkomen naar de achtergrond gedrongen.


In de individuele ervaring is het lineair karakter van de tijd terug te vinden in de vorm van de opeenvolging van gebeurtenissen. Wij kijken naar de tijd in de vorm van onderscheidende gebeurtenissen. Die dateren we en het verhaal dat een aantal gebeurtenissen met elkaar verbind noemen we geschiedenis. Waar het gelijke het voornaamste kenmerk is van het cyclische tijdsbesef, is het verschil dus het kenmerk van het lineaire tijdsbesef.


Onze beleving van de tijd is hiermee voor een deel wel te verklaren. Wanneer er ‘niets’ gebeurt, hebben we niet de ervaring dat er tijd verloopt; de tijd kruipt en we vervelen ons. Wanneer er veel gebeurt en er dus veel verschil is in de ervaring, dan hebben we het gevoel dat de tijd heel snel gaat. Soms kan het verloop van de gebeurtenissen ons zo opslokken dat we niet eens besef van tijdsverloop hebben, maar in tegenstelling tot de verveling gaan we dan volkomen op in de wereld van het gebeuren, met het gevolg dat de tijd verloopt zonder dat we dat ervaren.


Als we lineaire tijd inderdaad opvatten als bepaald door gebeurtenissen die worden waargenomen met menselijk bewustzijn, betekent dat dan ook dat linaire tijd alleen voor mensen bestaat?


Wat is de tijd voor jou? Wat betekent de tijd voor jou? Ervaar je de tijd cyclisch, lineair of heb je er een andere ervaring bij?





ZIEN

́En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde ́ (boek van de openbaringen, NT)


Wat in het Boeddhisme het 'eerste oog' genoemd wordt, kan ook in het Christendom teruggevonden worden. Johannes 9 spreekt over het Zien van een blinde. Nicolaas van Cusa, (13e eeuw, ) zegt: "het oog waarmee ik naar U kijk, is hetzelfde oog als waarmee U naar mij kijkt". Mystici schrijven veel over schouwen. Er is een verschil tussen louter objectiveren, taxerend of diagnostisch kijken, werkelijk kijken en dan zien, en schouwen. (Heeft mijn grote belangstelling en zal ik later nog verder gaan uitwerken).


Ik heb geschreven over het therapeutisch bewustzijn dat gecentreerd is wanneer de therapeut ervaren en niet angstig is. Het is als met het kijken van een bergbeklimmer. Wij kunnen begrijpen dat er een verschil is tussen


het functioneel kijken wanneer een bergbeklimmer zich een weg omhoog zoekt, en het ah...genietend kijken op de top wanneer niets meer hoeft.meer Dit is er wanneer de gedachten stoppen en we ons openen voor schoonheid, een kort moment zonder interpretatie en gedachten. Sta je deze momenten toe en leer ze als zodanig erkennen (dat is de weg naar verlichting en niet door er steeds hardnekkig naar te streven, want dan heb je er alleen een probleem bij) . Ren er niet uit weg, ontken het niet, hopend op een volgend moment, zogenaamd om jezelf te completeren, wat een wanhoop die niet nodig is.


Wanneer het gedachteproces verminderd wordt, ontstaat er meer stilte, want minder innerlijke stemmen (van afkeuring, oordeel en labeling van wat we zien)., minder compulsief denken, we komen dan in het gebied dat achter gedachten ligt, en we naderen het gebied van aanwezig zijn: een openheid voor wat i s, voor wat voorbij de vorm is, voorbij de ́wereld ́. Dan hebben we onze ́mentale posities ́gerelativeerd (die we anders heftig verdedigen vanuit ons ego).


Meer over zien als ontstaan van gehechtheid: basisteksten of meer algemeen over zien: andere webpagina's over zien



GOD .

In Christendom centraal begrip. Erg tijdsafhankelijk gemaakt en geïnfantiliseerd. Er staat : Ik ben die ben.


Waarschijnlijk te almachtig gemaakt (macho-cultuur) . Zie ook onder 'verhalen'.

(zie hiervoor ook Nelson of zingeving) Eigenlijk is het geen abstract begrip, maar een sociale oproep tot


gelijkheid (we hebben allen slechts één en dezelfde Vader of Oorsprong. Meer).


In Boeddhisme worden er geen gedachten aan 'God' gewijd; hoewel sommigen wel over de werkelijkheid als een 'du'of 'gij'' wensen te spreken. Komt in de buurt van de westerse mystici. Dood eerst het beeld van God of Boeddha in jezelf, zodat je je eigen menszijn en ervaringen serieus neemt, en je niet verdiept in intellectuele vragen waar je toch niet uitkomt. 'The little voice within'


Volgens prediking en mystieke traditie van het Christendom (Gregorius van Nazianze (330-390), Gregorius van Nyssa (331? - na 390), Eckhart en de auteur van The cloud of Knowing) kunnen wij god niet kennen, we hebben slechts woorden en dogmatische uitspraken, die slechts gedachten en emoties zijn over God. Wie zegt God te kennen is volgens Basilides pervers, want hij dwaalt niet alleen maar is zo volkomen op de verkeerde weg dat hij een gevaar is voor zichzelf en voor hen die hij onderricht. ....God is geen object dat we kunnen liefhebben, omdat er geen sprake is van een object....We kunnen zelfs niet zeggen dat God goed is. (dan projecteren we onze eigen opvattingen over goed en nietgoed op God en dat is fataal voor ons vertrouwen....Het enige dat we kunnen zeggen (Gregorius van Nyssa) is dat God i s en dat God er i s voor ons....Wat Jahweh bepaalt, dat is recht (Ps.19,9)...Het is droevig dat de georganiseerde religie, die ons ontvankelijk zou moeten maken voor en ons voor zou moeten bereiden op dit ontzagwekkende mysterie, in plaats daarvan zo bedillerig en waanwijs is. (pag. 40 uit:Zen en Christendom, R. Kennedy. Mirananda, 1996).



GOEROE EN LEERLING.


In Christendom aanvankelijk wel genoemd (leerlingen van Jezus) maar in latere geschiedenis niet zo uitgewerkt. Althans niet voor 'leken' (die moesten luisteren naar het clericale gezag).


In Boeddhisme gelooft men er sterk in. Voor een chela (leerling) is een goeroe tijdelijk nodig. Het meest waardevolle, de ervaring, kan alleen 'face to face' worden overgeleverd. Niet via boeken. Anders is de leerling iemand die doelloos door een landschap dwaalt zonder kennis van de topografie. Of vastloopt in eigen gedachten. De goeroe houdt van hem, en inspireert zodat de kern niet de ascese en de wil om dingen af te leren is, maar juist een positieve fascinatie. De leerling wordt geleerd zichzelf te leren kennen en kan het daarna alleen (of dan wordt de goeroe weer chela). Er bestaan initiatie-riten, maar daar moet de leerling eerst aan toe zijn.


Westerse mensen moeten eerst de overdadige prikkels van buiten kwijt raken en het vermogen tot verbeelding en naar het innerlijk luisteren, weer leren.




kWAAD,


Demon duivel en zonde zijn de termen die in het Christendom gebruikt worden. Zoals alle goden werd de duivel gepersonifieerd. Het Boeddhisme kent geen 'kwaad' in die zin, maar alles wordt gerelateerd aan de vraag of iets heilzaam is op de weg naar verlichting. Op een andere pagina van mijn website ga ik uitgebreid hierop in, op kwaad, verleidingen, bekoringen enz. Meer




Filosofie in Oost en West


heeft dualiteit tot grondslag en abstracte of 'zuivere' ideeën .


Men vergeet dan dat de logica van de taal slechts een van de vele mogelijkheden is. Men doet alsof woorden en begrippen rechtstreekse expressies van de werkelijkheid zijn. (het 'ding an sich' dat net als ieder ander absolutum slechts in het denken kan bestaan)


De Chinese logica is niet aan woorden maar aan voorstellingen gebonden of symbolen. De Japanse logica is sterk verbonden met de natuur en haar analogieën. De Indiase logica stoelt op een vierledige these: Het is; het is niet; het is niet maar toch is het; het is en toch is het niet. De wereld is hier een spanningsveld tussen polariteiten. Op het eerste gezicht lijkt het te gaan om tegenstellingen- zoals licht donker, dichtbij veraf, goed slecht die zich niet laten 'wegredeneren'. Laten we niet het ene laten verdringen door het andere, of pogingen doen de wereld te bekeren tot het ene of het andere uiterste. Het gaat om het creatieve midden in dit spanningsveld te bezetten om vandaar uit de samenwerking van de tegenstelling - die voortvloeit uit een op voorhand bestaande, wederkerig bepalende relatie en afhankelijkheid - tot stand te brengen. (...voorbeeld van te strakke snaar).


De dynamiek van het universum berust grotendeels op de wisselwerking tussen de krachten van binding en vrijmaking. Binding manifesteert zich in de vorm van weerstand tegen verandering...Vrijmaking manifesteert zich als de tendens tot voortbeweging, positieverandering of verandering van omstandigheden...De resultante van binding en vrijmaking in het universum is een beweging die het vermogen tot verandering verbindt met bestendigheid: een kringloop of spiraalvormige beweging die tot haar uitgangspunt terugkeert, voorspelbaar is en onderhevig aan willekeur (transformatie, geen vernietiging).


De (westerse) rechtlijnige verplaatsingen zijn niet meer dan veronderstellingen van een abstracte manier van denken. Slechts zo kan een begrip als 'onveranderlijk'of 'eeuwig' verzonnen worden en tot ideaal verheven.


Niettemin hebben bijna alle religies hun oorsprong in dit abstracte denken: ze berusten op wensvoorstellingen en misleiden de mens met valse voorspiegelingen die vierkant in strijd zijn met de natuur en de waarneembare feiten. Het ergste van alles is echter dat ze de mens laten geloven dat alleen hij een uitzondering zou vormen op de natuurwetten en als enige onder alle levende wezens is toegerust met een 'eeuwige' ziel die dwars door alle veranderingen en transformaties heen blijft bestaan.


Het Indiase denken beschouwt daarentegen elk levend wezen en ieder ding als een unieke uitingsvorm van het grote geheel waarvan het deel uitmaakt omdat het er door talloze relaties mee verbonden is. Dit is de 'betrekkelijkheid' of 'relativiteit' waarover de Boeddha het had. Alles wat buiten deze relatie wordt gepostuleerd alsof het buiten het grote geheel zou bestaan, existeert slechts als een bedenksel en staat in geen verhouding tot de werkelijkheid. Daarom is het strijdig met het verstand om te spreken van een 'Absolute' dat een zuiver abstracte speculatie is. Het wordt slechts gehanteerd door degenen die er de voorkeur aan geven iedere definitie te vermijden, omdat ze niet in staat zijn er iets concreets over te zeggen. (uit: Lam A. Govinda (1998). Westers Boeddhisme. Asoka). Zie daarom ook hieronder bij 'ziel'.


Wetenschap vertelt wat we zien, niet wie we zijn.


Vergelijking tussen westers-humanistisch-'socratisch'denken en Boeddhistisch en verschil in het concept 'waarheid', elders op mijn web .


Een gedicht van Gerrit Achterberg:


Reagens:


Samengesteld met dood, kan ik u enkel nog ontleden voor wat scheikundigen reeds weten: zand, zink, lood.


Het andere reageert alleen op vreemde indicatoren, die tot geen wetenschap behoren: schijn, waan, droom







Voor kern boodschap boeddhisme, zie bodhisattva-ideaal.



Identiteit, vorming ervan.


De gangbare westerse psychologie en het Boeddhisme denken hier heel verschillend, althans in woorden. Wat men in Oosten onder 'ik' verstaat is het 'alsof imago' van iemand. Daarmee wordt namaakgedrag bedoeld, dat niet van binnenuit komt, niet gebaseerd is op spontaan jezelf zijn. Het is ook een helemaal opgaan, een identificatie met wat je op dat moment doet, je handeling, automatisch zonder je bewustzijn. Wat men in het Westen onder 'ik' verstaat (Freud) is een interface tussen binnen en buitenwereld, de schors. Deze huid is doorlaatbaar, je laat informatie binnen en je sluit je af; het is de manier om met de werkelijkheid om te gaan. Hiermee reduceert het Westen de psyche tot een soort mechanisme en verliest het de meer universele betekenis van Mind en ziel (die het bij de Grieken nog wel bezat).


De werken van Almaas (info) maken een verbinding tussen Oost en West en laten zien hoe identiteitsformatie van een kind meestal zo gaat dat hij zich gaat identificeren (nabootsen) met iets (objectformatie) en daardoor het gevoel van 'zijn' en 'zelf' kwijt raakt. De constructie van een 'persoonlijkheid' kan dan gezien worden als een scherm, een afweer uit angst, je vastgrijpen aan een soort houvast dat je niet zelf bent.


In 'The pearl beyond price' bekritiseert Almaas (1993) begrippen die we dagelijks gebruiken in de therapeutische praktijk. Voor hem is het ego een spiegeling van wat werkelijk is; ego verwijst naar de werkelijkheid van de Persoonlijke Essentie, zoals de glans van vals goud verwijst naar het bestaan van echt goud. .. Hij reflecteert op het persoonlijk bewustzijn en bekritiseert de amerikaanse richting van de objectrelatie theorie, die de vorming der identiteit teveel als een uiterlijk identificatie-proces ziet en waarbij 'persoonlijkheid' slechts buitenkant is. 'Personal Essence' is onafhankelijk van verleden (herinneringen of beelden), het is een direct perceptuele herkenning van een staat van zijn, een experientiële ervaring in het hier en nu. Identificatie wordt door hem als weerstand opgevat tegen de angst om te zijn. De individualiteit van de egostaat is slechts huiddiep, een netwerk van meningen in de psyche, van beelden en van spanningspatronen in het lichaam. Het is een fragiele identiteit en mist een innerlijke kern en volgroeiing, het is een emotionele isolatie die zich slechts door applaus van buiten kan laten raken. ...........De non-realisatie is een leegte die in borst of buik gevoeld kan worden, het is een wond omdat men afgesneden is van zijn. Pas door zijn eigen waarheid weer te ontdekken doordat men geholpen wordt zichzelf weer als persoon te zien, kan men zichzelf weer beleven als van unieke waarde. Overigens is het pas als persoon mogelijk iemand persoonlijk te ontmoeten; maar deze ontmoeting overstijgt het persoonlijke begrensde, men beleeft de ervaring alsof men een nieuwe ongekende ruimte betreedt.


Westerse ego-ontwikkeling en spirituele verlichting zijn niet twee totaal verschillende processen, maar delen van hetzelfde proces. De Personal Essence van Almaas kan gezien worden als de integratie en absorptie van de persoonlijkheid in het Zijn, als de synthese tussen de man van de wereld en de spirituele mens. Moderne psychologie en traditionele spirituele scholen worden hier tesamen gebracht: ze behoren beiden te gaan over de menselijke natuur en haar ontwikkeling. (meer hierover in mijn aritkel:spirituele dimensies van psychotherapie : info).


Zie vooral ook opbouw en vorming van ego (volgens de 5 skandha's onder leegte.


Westerse psychologie houdt sterk vast aan een 'ik', maar maakt slecht onderscheid tussen 'ego' (handelend interface in de wereld), 'zelf' (wat tot nu toe gerealiseerd is) en 'ware zelf' ofwel 'ziel' (niet iets wat van boven is ingestort, maar wat oprijst uit de stof, de potentie van wie je in wezen bent, en wat je nog kan realiseren dus). (meer zie mijn artikelen: Het lichaam, ook in individuele gesprekstherapie. en De Ziel van de Pesso-psychotherapie.


Allport laat mooi zien hoeveel niveaus van identiteit wij feitelijk bezitten:


Six planes of identiy.


(bandje Allport).


1. Physical body. "Hier ben ik, blond, 55 j.,dun" Als je ouder wordt kun je in paniek raken omdat deze zekerheden je ontvallen


.2. Psychological domain. domein van de therapie, gelukkig, verdrietig zijn. Domein van de sociale regels. Mensen op straat laten je zien, wie zij denken dat zij zijn (I am cool, man; ik ben moeder; ik ben hulpeloos


3. Place of formation (destiny, mijzelf.) . De levels 4 en 5 en 6 worden niet duidelijk. Het zijn sluiers die van de identiteit afkunnen tot je bij het ware zelf komt


Je kunt dissocieren van al je identiteiten (vader, psycholoog, lichaam, blond, leeftijd enz.). "Ik was altijd getraind een body, een personality te zijn". Mensen leren vaak niet met hun non-existence om te gaan. Als je dat wel leert, gaan de sluiers een voor een weg, alsof je thuis komt( as if I came home, the Essence to my being, totally joyfull. Now I became free from all those definitions of identity/.


Als je wilt ontsnappen uit de gevangenis, is het eerste wat je moet doen, je realiseren dat je in de gevangenis bent en terughalen wat je vergeten was: je de essentie her - i n n e r e n .


Als ze jouw identiteit waar je je aan vast houdt, aanvallen, wordt je onzeker. Maar als je niet ergens staat met vaste grond, hoe kan je dan weten wie je bent. .Het is gewoon just the way things are.Er is een plaats waar alle incarnaties zijn.Je bent in de illusie van de verschillende lagen van je identiteit. En je gaat dood totdat je contact maakt met dat deel van jezelf wat niet "in t ime" is.Als je die plaats vindt in jezelf waar geen space en time meer is,dan sterf je niet langer.Dat is waar Christus en anderen van spraken.


Je bent in time,(maar niet exclusief geïdentificeerd daarmee) en not in time.That is the secret of the game.Er is een deel van je dat is not in time, that was not born en dat sterft niet. en nooit.


The Purpose of life is exploration, adventure, a step to home.Your physical bodies can be seen as symbols of restriction, pain, surprising and alarming needs.Or as chosen vehicles (spaceshuttles) that souls are inhabiting. Ze zijn noodzakelijk voor wie je bent, om de moeilijke weg naar je ziel door te werken. "God" speelt een creative game.Hij creates darkness (the face of the depth).Playing with darkness in a creative form.We áre the creation.En op weg naar licht, beaty, wisdom.God returns to God.The One returning to itself.En het gaat door het vehicle van onze incarnatie en darkness heen. De aarde is ons klaslokaal. (Aldus Allport op zijn bandje. Er zijn echter ook Boeddhistische stromingen die helemaal niets moeten hebben van iets 'eeuwigs' en transcendents)


De leegte heeft geen houvast nodig. Je wezen is een niet-wezen. Het is niet iets, het is niet als iets. Het is als niets, een onmetelijke leegte zonder begrenzingen. Het is een anatma, een niet-zelf; er is geen zelf binnen in jou. Meditatie is de dood voor het ego; ego is een vals concept. Zelfs een steen -zeggen moderne fysici-er zit niets in: het is gestolde energie. Geven lijnen die elkaar kruisen alleen maar de illusie van een punt? Binnenin is niemand. Als je de ui schilt, is er niets. Dit niets bestaat op zichzelf. (Daarom zegt Boedha, is er geen God nodig), het heeft geen houvast of steun nodig. Het begrip van het zelf wordt door het denken geschapen- er is geen zelf in jou. Als jij niet bent, wordt je het geheel.Sterf en je wordt een God. ( Ego en ware zelf: meer dan eendimensionaal. Specifiek over ware zelf


In een gedicht van Gerrit Achterberg:


De gouden morgen waast tot werkelijkheid. Hier voor mijn voeten sta ik afgebeeld, zo dun van leven, dat het weinig scheelt of ik kan nog verwisselen en tijd


uitschakelen, voordat ik weer verslijt aan deze schaduw, die mij mededeelt aan heel de wereld, tot ik ben verspeeld naar alle kanten en mijzelve kwijt.


Ogenblik van de dag, waarop het licht nog ingetogen en voorzichtig is, zodat het lot aarzelt om in te gaan bij het bekende beenderengewricht;


om weer vanouds het hart te laten slaan en weer het hoofd doen gissen wat het is.



HET GELUID en aum en Mantra


In den beginne was het woord, zegt de bijbel. Hij sprak: 'er zij licht ́ enzovoort. Het woord is tot ons gekomen, de expressie van de Godheid. Het universum is geluid, trilling.


In de natuurkunde gaat het over de snaartheorie. Negen basale begrippen als zwaartekracht, snelheid van het licht, enz. Zolang deze negen nog niet in één gemeenschappelijke theorie zijn ondergebracht, ontbreekt er nog iets, zegt de natuurkunde, aan ons begrijpen van de werkelijkheid, er moeten ahw meer dimensies zijn.


Mantra's zingen is niet alleen een concentratietechniek, maar ook om in contact te komen met de trilling van het universum. De bekendste is AUM


Uitleg van AUM. (uit een cursus van Paula de Neve ) Een zeer diepzinnige uitleg: De letters hebben hun letterlijke klank maar worden bovendien gekoppeld aan een van de vier bekende bewustzijnstoestanden


(. 1.Waaktoestand A. 2. Droomtoestand U. 3. Diepe slaap M. 4.Vierde toestand AUM, meer)


A is de eerste letter, omdat hij allesdoordringend is, zoals ook Vishva (de kenner in waaktoestand) het hele universum doordringt in het gedachte.Vishva is ook degene is die deze eerste toestand ervaart waardoorheen Atman passeert, juist zoals A als eerste letter van het alfabet, het hele alfabet doordringt


U. Taiyasa (= de Dromer )wordt superieur geacht en boven Vishva, de Waker omdat hij niet geïnvesteerd is in de zintuigen die Vishva overheersen met al de krachtige illusies die zij scheppen. En ook superieur omdat hij als dromer dichter staat bij het vredige Kaivalya dat overheerst in Sushupti (= de diepe slaaptoestand). Degene die deze waarheid kent is spiritueel superieur in betrekking tot degene die totaal onwetend is van dit, want dat bewijst dat hij een zoeker is en zich beweegt in de richting van de realisatie in Turîya(= volledig bewustzijn)..


De gelijkenis van Taiyasa (=dromer) met de letter U bestaat erin dat hij staat tussen Vishva en Prâjna(=waker in de 'wereld'), zwemmend tussen de kusten van Jâgrat en Sushupti (=wereld en diepe slaap), zoals de U tussen A en M staat...


M "Prâjna die diepe slaap heeft als veld, is M, de derde letter van AUM omdat hij de ‘maat’ is in dewelke allen één worden. Het Zelf dat diepe slaap ervaart staat in zichzelf, vrij van projecties (superimposities) die op hem toekomen als hij functioneert als Vishva en Taiyasa (= waker en dromer). Het Zelf is dan het zuivere Zijn, hetzelfde als in alle voelende wezens waar het onderscheid tussen mens en niet-mens niet bestaat. Het verschil dat Vishva en Taiyasa wel waarnemen is geen verschil van natuur maar alleen van uiterlijke manifestatie). Dus dat verschil in waarneming versmelt tot éénheid van Zijn in Prâjna diepe slaap, maar komt terug als Prâjna terug ontwaakt als Vishva en Taiyasa. Daarom is Prâjna de MAAT van alles. Zijn gelijkenis met M bestaat in het absorberen van Visjva en Taiyasa in diepe slaap, zoals de klank M de klank A en U absorbeert wanneer het woord is uitgesproken. Degene die dit weet is de kenner van de ware natuur van de dingen.


AUM


Turîya (= vierde ultieme bewustzijnstoestand) is niet verdeeld in delen zoals de klanken, hij is onbegrijpelijk, hij is het ophouden van alle verschijnselen, het vredige en niet-twee AUM, is waarlijk identiek met Atman. Degene die dit weet gaat op in Atman."


Deze shruti vergelijkt Atman niet met de letters van A-U-M, omdat de drie andere, Vishva, Taiyasa en Prâjna (=waak,slaap, diepe slaap) integreren in Turîya zoals de letters van A-U-M integreren in het woord AUM.


Als Turîya, treedt de mens als ware yogi in de volheid van zijn zelfrealisatie als dat zuivere, niet-twee, onveranderlijke Atman dat nooit iets anders is geweest dan zichzelf, alhoewel het "scheen" dat hij doorheen de drievoudige ervaring van de drie andere toestanden gegaan is. Deze bewijzen dat ze niets anders waren dan droom-achtige bewegingen van binnenin. Bewegingen die nu tot een absoluut einde gekomen zijn. Hij, Turîya realiseert nu pas de volle impact van de Mahâvâkya, "Ik ben Brahman" in complete identiteit ermee. Want Atman kennen is Atman zijn, is Brahman .


Eckankar, vanuit een andere optiek, probeert ons het geluid van het universum te laten horen, met de techniek van het derde oog. Voor ieder werkelijkheidsniveau zou er een ander geluid hoorbaar zijn.Op het psychische niveau van resp. fysiek, astraal, causaal, mentaal en intuitie als top zijn de bijbehorende geluiden respectievelijk: donder, roar of the sea, tinkle of bells, running water, buzzing of bees....op het hoogste niveau: het onuitgesproken woord, waar geen woorden meer zijn, music of God, ocean of love and mercy. BOEDDHISME EN WESTELIJK CHRISTENDOM: OVEREENKOMSTEN EN VERSCHILLEN.


Link naar :


www.boeddhistischeomroep.nl info radio/TV programma's over Boeddhisme:


boeddhisme.pagina.nl algemene verzamelpagina:




ONTSTAAN EN STROMINGEN.


Beginnend in het Oude Testament heeft Israël haar geschiedenis vastgelegd. Zet zich af tegen haar omgeving van vele goden en van minachting voor de vrouw bijv. Zo moeten ook de scheppingsmythen gelezen worden: zonder historisch te zijn, wel veelzeggend over menszijn. Voortbouwend en kritiek leverend op de vastgeroeste traditie van het Oude Testament, verkondigde Jezus vanaf zijn 30e jaar een verlossende boodschap. Kern daarvan,zie onder Jezus. Het Christendom heeft zich daarna sterk bezondigd aan denken in termen van macht. Meer. Veel teksten van het Nieuwe Testament zijn niet meer die van Jezus zelf, maar vervormd door de kerkgemeenschap. Vaak omdat ze het niet aankunnen dat Jezus pleit voor de bijzonderheid van een gewoon mens, en dat zelf ook is. De zaak wordt dan opgesmukt.


Hetzelfde geldt overigens voor het Boeddhisme. Boeddha had alles gezien en ging onder een boom zitten; had het over het nu, de bijzonderheid en rijkdom van onze menselijke natuur en de acceptatie daarvan. Vaak is het later opgesmukt met 'verlichting' en eeuwig nirwana. De vraag is of deze absoluutheden op realiteit berusten.


Ten tijde van Siddhattha Gotama, de Boeddha, in de 5e eeuw v. Chr. bevond het n-o deel van India zich in een overgangsperiode van agrarisch naar een stedelijke samenleving. Opkomst van geldhandel, centralere politiek, handel, gilden, waardoor mensen steeds meer op zichzelf als individu aangewezen waren. Dit bepaalde mede de visie van de Boeddha. Psychologische problemen waren het los laten van traditionele vertrouwde patronen.


Gevoel van malaise, depressie, onmacht binnen de nieuwe welvaartsituatie. Stelt persoonlijke verantwoordelijkheid centraal en kritisch staan tov ideeën. Aannemen op gezag van anderen wordt afgewezen. Boeddhisme werd door Brahmanen uit India verdreven (was een halve allochtoon, want kwam van de Himalaya. Bovendien verschilden de Brahmanen met hem van mening over het Zelf . Boeddha had het er niet op (Anatman terwijl het voor Brahmanen van wezenlijk belang was (Atman). Zie meer onder vóór en anders dan Boeddhisme


Wat is de schriftelijke overlevering van het Boeddhisme waard? Men baseert zich met name op de vertaling naar het Chinees in 647 (en de meest gebruikte in 693) van de Sutra van Volmaakte verlichting. Daar zijn vele commentaren op geschreven. (een recente is: Sheng -Yen, Volmaakte verlichting, Asoka 1999).Aan de authenticiteit van de Sutra wordt getwijfeld, maar de tekst wordt als heel diepzinnig ervaren en gebruikt.


Het Boeddhisme kent drie hoofdrichtingen in de loop van haar geschiedenis. (drie yana's of voertuigen naar verlichting).


Het hinayana. De wereld zien zoals deze is, zonder te vragen naar reële of irreële karakter ervan. Mededogen met alle levende wezens = practisch.

Mahayana. Ideaal van monniken vervangen door het boddhisatva-ideaal voor iedereen. Niet vlucht uit de wereld, maar de hele wereld zelf kan een transformatie ondergaan. De ontkenning van de wereld als objectieve realiteit wordt vervangen door een abstracte, transcendente realiteit die iedere concrete eigenschap mist (een leegte die potentie zonder grenzen is).

Vayrayana. (later 2e tot 10e eeuw). Integratie en uitwerking van de psychologische konsekwenties van het potentieel universele karakter van het individuele bewustzijn en iedere eigenschap van de persoonlijkheid kan tot bevrijdingsinstrument worden getransformeerd. De potentialiteit (zie onder 2) is oerhoedanigheid van het bewustzijn. Zelfs verlichting is een bewustzijnsverschijnsel. Noch ons denken noch ons ervaren kan aan die werkelijkheid ontstijgen. (uit Govinda. Westers Boeddhisme)

Er volgen allerlei stromingen daarna. Bijvoorbeeld Zen (zie onder meditatie). Verlichting is niet zo een eindeloos lange weg; men kan nu in het hier en nu het zijn direct ervaren.


Een sympathieke stroming vind ik het SHAMBALA-boeddhisme, een vorm van spiritueel humanisme (stichter Trungpa Rinpoche; ontvluchtte Tibet naar het Westen. Stichtte hier meer dan 100 meditatiecentra. Overleed 1987. Oudste zoon Sakyong stichtte een Europees landcentrum (Limoges).


Boeken van T.Rinpche: Shambala, het pad van de krijger; Meditatie in actie; de mythe van vrijheid (aanbevolen); het tibetaans dodenboek ; waanzinnige wijsheid.


Internet: www.shambhala.org en www.shamhbala.nl

Over andere richtingen en stromingen Boeddhisme www.boeddhisme.pagina.nl terug


Kern van boodschap christendom:


het is een menselijke boodschap ('God' werd mens). Vrouwen zijn ook mensen (Eva uit een rib van Adam). We zijn allen 'broers en zussen': kinderen van een Oorspong.

Lidmaatschap geloofsgemeenschap geen garantie voor heil. Dat hangt van een mentale toestand af Verstarde kerkelijke leiders zijn vaak gevaarlijk en verduisteren de boodschap van vernieuwing, zelfstandig denken en de mens boven de regel.


'Hemel' is niet te berekenen: iedere dag heeft genoeg aan zichzelf. Denken over dood is zinloos, tenzij wij ons erdoor bewust worden dat wijzelf het leven niet in handen hebben.

een mens is uniek, een gebeurtenis is uniek, het nu is de moeite waard ondanks onze vergankelijkheid. (Zie de lelie op het veld, in al zijn schoonheid. En de vogels, ze maaien en zaaien niet en toch..)






OVEREENKOMSTEN tussen Boeddhisme en Christendom en daarna DE VERSCHILLEN:


Basaal gezien zijn er verrassende overeenkomsten (wellicht is Jezus ook door Boeddhisme beïnvloed via de zijderoute, maar zeker is dat het hier om universeel basale spirituele opvattingen gaat. Er zijn vele verkeerde stromingen en dwalingen zowel in Christendom als Boeddhisme. Ik ga hier uit van wat ik als de meest authentieke beschouw en de overeenkomsten daartussen:


1. Bevrijding van het Absolute. Die hang van mensen naar onsterfelijkheid doet subtiele minachting voor dit aardse ontstaan. Vele stromingen trappen daarin, niet de authentiek-oorspronkelen echter. Het 'eeuwig goddelijke is een verlammende wensdroom, een ontsnappingspoging die zich tegen de mens zelf keert; een schadelijke bezigheid. (vgl. de ervaring als je een oude kathedraal binnenwandelt). Zich nestelen in de eeuwigheid is een onrechtmatig comfort, men installeert zich daar ten onrechte.Niet in het universele, maar in het conrete toont ons zich de werkelijkheid. (Laat ons de vader zien, zeggen de Joden tegen Jesus. Hij: 'wie mij ziet, ziet de vader'. Met kindermoord, verrijzenis e.d. moet hij naar voren gehaald worden, anders zou hij verdwijnen, een gewoon mens zoals wij. Van even groot uitzonderlijke belang in dit heelal als wij ook.


1. Respectvol omgaan met het 'menselijke verlangen'. Laten zien ook hoe dat ons kan afkeren van dat wat wezenlijk is en aan de orde.Het uitgaan naar oneindigheid krijgt pas zin wanneer het gevolgd wordt door een terugkeer naar de aarde:. Zee geliefde en doodsvijandin, hoelang hield gij mij gevangen? Hoelang hield uw lege kim geboeid mijn weerloos verlangen..Ik weet dat ik pas werd bevrijd door vuurtorens en door schepen die leerden dat wie u bestrijdt uw grootheid eerst heeft begrepen. (Mart.Nijhof, Nieuwe gedichten, de soldaat en de zee).


Mensen wakker schudden uit hun slaap en onwetendheid. Doorprikken van dé illusie, van vastigheid als schijngestalte. (Uitgewerkt in het boeddhistische begrip 'leegte' en de christelijke bergrede: 'blinden zullen zien....").

De principiële vergankelijkheid van ons mensen. De compassie daarmee als ook met pijn, en de triestheid dat we onze mooie stemmingen niet vast kunnen houden. Het geloof in de rijkdom van dít moment (kijk naar de lelie op het veld: hoe mooi nu terwijl hij toch vergankelijk is)

De focus op 'eenheid' en 'samenhang', zoals deze in de bijbelse mythe (paradijs, zondeval e.d.) hersteld wordt neergezet en in contemplatie beleefd kan worden.

De zinloosheid van het zich bezig houden met vragen die je toch niet op kunt lossen en die het gevaar in zich dragen dat je je afkeert van het wezenlijke. Voorbeelden van dergelijke 'schadelijke' vragen: wat is materie, wat is psyche? Bestaat er leven na de dood? Wat is het kwaad in deze wereld (ipv de adequate omgang met deze fenomenen). Het 'hoe'van de dingen is een latere vraag.

Het 'ware zelf' en de oorspronkelijke paradijselijke staat van de mens. De paradijsmythe maakt een toestand bewust, de mens is meer dan een historische existentie, is iets anders dan hij is.

Een minder diepgaan maar heel concreet boekje over de overeenkomsten is: 'Jezus en Boeddha, paralelle uitspraken. Marcus Borg en Jack Kornfield.. Kuncahbpublicateis, 2002. Hierin ook een historisch overzicht van pogingen die mensen gedaan hebben om overeenkomsten te bestuderen.




Verschillen tussen Christendom en Boeddhisme :


* Oog voor het individuele of het algemene.


In het Boeddhisme zullen we niet snel de N.T. tekst tegenkomen: ́Ik heb je naam geschreven in de palm van mijn hand ́. En ook niet de parabel van de verloren Zoon, die met open armen weer thuis door zijn vader


ontvangen wordt, en over de vreugde in de hemel over één zondaar die zich bekeert, of over het verloren schaap dat teruggevonden wordt. Met de term "Abba" die Jesus gebruikt, die de gevoelswaarde van "pappa" heeft, wordt de werkelijkheid als heel persoonlijk voorgesteld. Liefde van de vader voor de wereld, lijkt heel centraal. In het Boeddhisme wordt sterk benadrukt dat de benadrukking van onze individualiteit, ons ́ik ́, het gevaar inhoudt, dat we ons te angstig aan onze identiteit vastklampen. Tegenover het vroegere Brahmanisme dat het over ́atman ́, hoogste bewustwording van ons ́ware zelf ́ heeft, lijkt het Boeddhisme ́meer de neiging te hebben ́atman ́, ziel, te ontkennen; een interessante kwestie waar ik nog niet helemaal uit ben.


* Absolutisme en godsvoorstelling.


Er zijn veel teksten over: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. En in de loop der tijd heeft de kerk Plato ́s absolute en transcendente ideeën aangenomen. Aanspraak op dé waarheid kreeg een hoogtepunt in de onfeilbaarheid van de Paus. (Hoewel in verloren teksten nog wel gezegd wordt dat het individuele geweten van iemand moet prevaleren). Godsdienstoorlogen zijn het gevolg in de strijd om Waarheid. (Europa lijkt nu verstandiger geworden; het heeft in haar bloederige geschiedenis leergeld betaald. Dat geldt echter niet voor Amerika). Het Boeddhisme is bij uitstek een vreedzame leer en de Dalai Lama is daar een goed voorbeeld van. Hoewel we de uitspraak van Jesus kennen: "Hebt uw vijanden lief"...Het Boeddhisme benadrukt de Boeddhanatuur in ieder van ons; en dat we die in onszelf moeten ontdekken en niet meer allerlei goeroe ́s moeten nalopen na enig onderzoek."Doodt het Boeddhabeeld in jezelf". Het is maar een kleine groep Christenen die hetzelfde durven zeggen: "Doodt het godsbeeld in jezelf, om de waarheid te vinden...". Het Boeddhisme kenmerkt zich vooral dat het geen God kent, geen godsdienst is in die zin.


* Concreet, alledaags, volks.


Ik weet het niet zeker, maar de evangelieverhalen lijken gewoner, volkser, van de straat. Het Boeddhisme heeft veel abstracte moeilijke termen, maar ze gaan in feite wel over innerlijke ervaringen (denken, voelen, etc.). Er zijn wel vergelijkingen in het Boeddhisme om dingen duidelijk te maken, maar gaan ze niet iets te veel over koningen?? Hoewel de werkelijkheid in het Christendom als Liefde van de vader wordt omschreven, is de kern van het bestaan ook in het Boeddhisme, hart en liefde. En weer: het lijkt of je Liefde in het Boeddhisme intiemer in de ervaring van het ware zelf kunt beleven. Dus wie is er nu eigenlijk concreter! Het Boeddhisme vertoont meer samenhang met ons gewone bestaan: denken, voelen, kijken, alles heeft te maken met onze tocht door dit bestaan richting het vinden van het uiteindelijke, de verlichting. In het Christendom is die samenhang er op het eerste gezicht althans, niet.


WIE WE ZIJN EN EGOLOOSHEID VOLGENS BOEDDHISME EN DAARNA VOLGENS HET WESTEN


We hebben te veel ego. Bedoeld wordt dat wat we ons afscheiden van anderen, distantie maken. Wanneer wij dingen en ervaringen te persoonlijk maken, vertekenen we onze ervaring, er komt teveel ego bij. We verliezen het contact met de werkelijkheid, met dat wat echt is en van belang. Ontvankelijkheid, openheid is dan ver te zoeken,; het gaat niet meer vanzelf, de natuurlijkheid is weg, en wij zijn niet meer met de bron in onszelf verbonden, we zijn losgesneden, maken ons te druk, alsof alles volledig van ons afhangt, en wij uitsluitend weten wat het beste voor iemand anders is. De openheid is weg. Ook de spontaneïteit: als koppige varkens gaan wij domweg onze eigen weg, houden vast aan onze eigen concepten en vooronderstellingen. Als we helemaal opgaan in ons handelen, verliezen we het geheel uit het oog en het contact met alles om ons heen. Dat is ego, de volledige identificatie met onze handelingsakt, waarbij we het bewustzijn verliezen.


Er wordt gezegd dat onze angst hieraan ten grondslag ligt; we menen aan iets vastigs ons te moeten vastklampen, we construeren een identiteit in ons gevoel en in ons denken, we zetten ons daarmee af tegen anderen. We menen dat onze ervaringen uniek zijn, terwijl wij als mensen nou juist in de meeste gevoelens hetzelfde zijn als een ander. We menen ons te moeten onderscheiden, anders worden we bang van de ruimte, het dynamische en spontane.


We maken de werkelijkheid op afstand, objectief, en plaatsen onszelf als subject daartegenover; zo splitsen we, maken dualiteit.


We houden ons ego ook sterk in stand door de verwarrende omgang met drie van onze meest fundamentele menselijke ervaringen: onze omgang met de beweging van tijd, het onstaan van denken en met onze emoties (aldus Andrew Cohen,in : In de wereld maar niet van de wereld, 2001, Altamira.) Zie hieronder


Identiteitsvorming, ik, zelf, ware zelf


1.omgaan met tijd. omgaan. We wachten bijna altijd, we hopen op iets dat nog komt, zo gaan we altijd het moment van nu uit; alsof er niet deugt, alsof wij niet deugen, bij wat er is. Zelfs als ik een mooie ervaring heb in meditatie, merkte ik dat ik daarna stopte, uit angst dat ik hem weer kwijt zou raken. Een Duits meisje in een van mijn therapiegroepen kwam eens met de diepe spreuk: ̈O Wanderer, es gibt kein Weg; der rechte Weg entsteht im gehen ̈. Meer over de formatie van identiteit; meer over tijd


2. Wij hebben een diepe overtuiging dat het denken onze identiteit is. We denken de hele dag en zo beleven we onszelf. Maar we zijn het denken niet, het is meester over ons in plaats van dat wij meester zijn over ons denken. We kunnen het bekijken, meer en minder denken, tussen de gedachten door kijken enz. (dat is meditatie). Gedachten zijn niet meer dan representaties uit het verleden, toekomstbeelden, concepten die wij ergens op plakken .98 % van ons denken is slechts steeds maar herhalend en beweegt zich in vicieuze cirkels. Wij zijn iets dat voorafgaat aan het bewustzijn van ons denken. Alleen maar denken houdt ons afgescheiden van wereld en ervaringen, en laat geen ruimte voor ons bewustzijn.

3. Onze ervaring wordt vaak bepaald en vertekend door onze emoties. Dan is onze kijk op de werkelijkheid steeds wisselend en afhankelijk van hoe wij ons voelen. ̈Een onvoorwaardelijke relatie met de aanwezigheid van gevoelens is een relatie waarin onze belangstelling voor Bevrijding groter is dan die voor onze emotionele ervaringen ̈ . Meer over de hantering van onze emoties (en dan naar ́emoties, een verwaarloosd gebied ́).


Het Boeddhisme heeft dit alles veel over nagedacht, het gaat om de kennis van ons ware zelf, wie zijn we. (en over leegte)


Mooie tekst vond ik bij Toni Parker (in ́Vrouwelijke mystici in de 20e eeuw. Anne Brancoft, Mirananda, 1991). pag. 68, parafraseer ik:


Als je zegt : dit ben ik, en je daar ook een voorstelling van maakt - ik ben hier goed in - is dat een mentale constructie, een stel gedachten en denkbeelden, zoals alle andere gedachten...,een deel van de gedachtenstroom die de hersenen uitstorten. Maar het is een feit dat het ́dit ben ik ́ de basis is van al onze individuele intermenselijke problemen en ook van de internationale problemen.


En dus kunnen we ons afvragen wie die ik eigenlijk is. Als dat gevoel van ́ik ben iets ́ opkomt, moeten we dat ogenblikkelijk en duidelijk waarnemen. Wat leidt tot dat gevoel, wat leidt tot die overtuiging? En we moeten luisteren, en innerlijk kijken naar dat scherm van binnen en zien wat zich daar afspeelt dat mij dat gevoel geeft dat ik iemand ben die last heeft van - laten we zeggen - afgunst. Dan is er ook nog de taal, de manier waarop we tegen onszelf zeggen ́ik ben jaloers , ́ik mag niet jaloers zijn ́. De taal scheidt de bezitter, de ik van zijn eigenschappen. ...denken.. er bestaat geen ́ik ́los van het denkproces.....Mensen worden dan bang maar het ́ik ́is alleen maar een gedachten...Er valt niets te vrezen van de toestand van ikloosheid, zonder verdeeldheid..


Vergelijkbare gedachten in het Christendom, hieronder.



DE KENNIS VAN HET WARE ZELF ofwel HET KONINKRIJK VAN GOD.


De kennis van het ware zelf staat zowel in Zen als Christendom centraal.... Het gescheiden bewuste ego beschouwt zichzelf als het centrum en interpreteert alles in termen van dat zelf; op die manier kan het een direct contact met de werkelijkheid en vereniging met God op een meer effectieve manier blokkeren dan welke zonde dan ook (aldus Thomas Merton)


.....De tragedie is, schrijft Merton, dat ons bewustzijn volkomen is vervreemd van die innerlijke basis van onze identiteit. Volgens de christelijke mystieke traditie is die innerlijke breuk en vervreemding de echte erfzonde. Als met erfzonde..nu precies die innerlijke breuk of dualiteit tussen ons ware zelf en ons bewuste zelf wordt bedoeld, dan zijn paradijs, zelfkennis, onschuld en zuiverheid van hart de volkomen ledigheid van het zelf......Eckhart spreekt over een met Zen overeenkomende gelijkwording van God in een eindeloos diepe afgrond van het ware wezen van het zelf dat in hem is gevestigd (dus geen aparte plaats voor God). ...Dit ware zelf wordt in zen aangeduid met ́niet-zelf ́ en in het christendom met Koninkrijk Gods.


Het Boeddhisme kan het Christendom met hun egoloosheid helpen. De laatste gelooft ook dat wij geen onafhankelijk bestaan hebben. Wij delen in de ene werkelijkheid van God. ..Jesus maakte zichzelf leeg, goot zich uit, zijn hele leven was gericht op ́Uw koninkrijk kome ́....dat ik uit mijzelf niets doe (joh.8,29). We zouden kunnen bidden: ik weet met geen mogelijkheid wie ik ben, uw koninkrijk kome ́.


De confrontatie met zen, maakt het christenen duidelijk dat contemplatie van de christen geen kijken naar Christus is, geen volgen van Christus, maar een transformatie in Christus.. ́Wie zijn leven vindt, zal het verliezen ́ (Matt. 10,39).


(vrij overgenomen uit: Zen en Christendom. R. Kennedy. Miranda, 1996)



ZIEL IN CHRISTENDOM EN HOE BOEDDHISME DAAROVER DENKT


In de westerse theologie wordt ziel als iets ingestorts van bovenaf gezien, transcendent. Modernere opvattingen zien het als de kern van je wezen, datgene wat je werkelijk bent en niet zozeer is ingestort als wel oprijst uit je we wezen. Er is een nieuw begrip van ziel nodig, een nieuwe taal. (zie ook mijn artikel daarover.) Hieronder een poging van Zukav, naar een wetenschap van de ziel.


De zetel van de ziel.


( uit Gary Zukav, de zetel van de ziel. 1989, Kosmos, Utrecht.) Ook auteur van de dansende Woe Li meesters. Samenvatting.


Psychologie betekent kennis van de ziel. Maar in feite is het dat niet, maar slechts de leer van het kennen, de waarneming, de affecten.


Omdat psychologie gebaseerd is op de waarnemingen van de vijfzintuiglijke persoonlijkheid, is zij niet in staat de ziel te herkennen.


Daarvoor is allereerst nodig, de wetenschap dat we een ziel hebben. Haar temperament, kwetsbaarheid, wat ze al dan niet verdragen kan, wat bijdraagt aan haar gezondheid en deze afbreekt.


Angst, jalouzie, wat de persoonlijkheid misvormt, kan alleen begrepen worden vanuit karma, een leerdoel.....als je jezelf niet goed behandelt, dan kun je het niet verdragen dat anderen dat wel doen, enz. Als je humaan bent, kun je echt houden van een ander, niet uit schuldgevoel, maar met de energie van je ziel.


Er is een spirituele psychologie nodig, wat is een gezonde ziel bijv.? Taal is nodig. En : wat is intuïtie, als stem van de niet-fysieke wereld. Het is een communicatiesysteem ermee. De multizintuigelijke persoonlijkheid verkrijgt kennis door haar intuïtie en komt door die te verwerken stap voor stap in overeenstemming met haar ziel. Je kunt steun krijgen uit je hogere zelf, of van anderen en leraren. (Het hogere zelf is de verbindingschakel tussen ziel en persoonlijkheid, hoewel de laatste niet in zijn totaliteit met de ziel communiceert).


Afgescheidenheid brengt een ziel in verwarring. Er is een blauwdruk van holisme in haar. Wreedheid, woede, schokt haar. Wanneer de persoonlijkheid zich daarmee ophoudt, is het alsof ze haar lichaam arsenicum toedient. Deze verwrongenheid wordt door de kleine fysieke tegenhanger van de ziel, de persoonlijkheid, gemanifesteerd om haar te zuiveren, om haar aan andere zielen te laten zien, zodat zij geholpen kan worden.


De persoonlijkheid van een verwarde ziel is onbewust. In dat geval moet het uitgedrukt worden in fysieke systemen. Pijn, crises, zou op zichzelf niet nodig moeten zijn, we kozen op deze aarde voor die weg. Schijnt nodig voordat we echt willen streven naar nietwereldse, niet uiterlijke, maar authentieke macht.


Ziel, niets en alles 


In Christendom lang gezien als een van bovenaf ingestorte essentie van een menselijk wezen. De vraag is in hoeverre de traditie ons verkeerd is doorgegeven.


Nu zou men kunnen zeggen: dat wat uit het organisme zelf oprijst, en de essentie het meest eigene van iemand uitmaakt. Bijvoorbeeld in de zin: 'Arafat verkocht zijn ziel', of de 'ziel der russische cultuur. De morgenwind woei aan de ziel der Perzische rozen.... ́Zie mijn artikel over ziel.


Ziel is dan synoniem aan 'ware zelf' (dat wat in potentie aanwezig is, al wat is); het zelf is dat wat al verwezenlijkt is van iemand; het 'ik' is dan de sturing.


In het Boeddhisme betekent het 'ik' of 'uitsluitend ego' iets heel verderfelijks; het is slechts image, buitenkant, te grote identificatie met iets wat eigenlijk niet als losstaand object bestaat. Het bestaat wel, maar dan in de ruimte, en transparant, vloeiend, aspect van. Niet te verwarren met individualiteit van iemand: dat wat iemand aan persoonlijke expressie van het universele gestalte heeft gegeven. Ziel is ongeveer 'atman' (anatta), maar volgens sommigen ontkent het Boeddhisme ́atman ́, het is anatman, geen atman. Dit dan in tegenstelling tot oudere wijsheidsleren, zoals het Brahmanisme, waar het echt om het bewustzijn van het ware zelf gaat. 


DE GEKRUISIGDE. EN OVER LIJDEN EN  ́DOOD eerst in Christendom, daarna in Boeddhisme ́.


Jezus aan het kruis is een eeuwenlang gebruikt symbool.

Volgens Eckhart Tolle is het het grote JA tegen wat is en je overkomt:


(becoming friendly with what is; you need not something else. Het kruis is symbool van ́complete surroundingr to what is ́. ́Waarom hebt U mij verlaten...; maar uw wil geschiede ́. Het is het grote niet weten. De niet-vorm. Als je geen NEE zegt na een tijdje (geen geloof meer in de vorm, geen verzet en ́inner contraction ́meer), maar op den duur JA, dan ontstaat er ́some space around the pain ́.en ́peace in the midst of hell ́. (Is dit wat de Boeddha bedoelt met het ophouden van het lijden?).


Filoseren over dood moet niet te algemeen zijn, maar moet gaan over 'mijn dood'. De theologie van de dood heeft betrekking op het leven. Het zegt: wij hebben het leven niet in eigen hand. Het 'leven' is onmogelijk door ons te maken. Respect, loslaten, vertrouwen is gelovig.


In het Christendom krijgt het begrip 'dood' ook een zwaar mystieke betekenis. Het is : niet-bij-God (niet bij de levende essentie van het bestaan) zijn; zo kan iemand terwijl hij leeft, al dood zijn. Jezus verzet zich tegen hen die niet in het nu leven en het tijdstip van dood en vergaan willen berekenen of voorspellen: "iedere dag heeft immers genoeg aan zijn eigen leed".


Hij wijst op het mysterie van het 'nu': kijk naar de lelie op het veld, in als zijn vergankelijkheid is hij zo mooi.



Lijden en door in het Boeddhisme.


In Boeddhisme : al onze mooie bespiegelingen zijn zonder practisch belang als we het proces van geboorte, lijden en dood niet in overweging nemen. We vechten om situaties (bijv. ook zonsopgang; terug in moederschoot) vast te houden . In Boeddhistische traditie 3 soorten pijn:


alles doordringende pijn. Algemene pijn van ontevredenheid, gescheidenheid, eenzaamheid.(komt voort uit agressie; als we situaties willen vasthouden, worden we een bonk gespannen spieren); alsof er altijd iets is wat we niet uit de hand moeten laten lopen. De pijn van afwassen, plicht, relaties

de pijn van verandering. De afwisseling tussen pijn en niet-pijn is pijnlijk. Altijd moet er weer een last op onze schouders.

Persoonlijke pijn. Pijn van ons lichaam, de zorgen daarover, situaties waar we in komen en niet willen.

Het bestaan is pijn, dukkha, niet te ontlopen. Ieder mens huilt verborgen tranen over zijn vergankelijkheid en verdwijnen. Met name daarover wordt compassie gevraagd (hetgeen iets anders is dan medelijden). Wij zitten namelijk allen in hetzelfde schuitje. Door de acceptatie daarvan en onze eigen angst te overwinnen helpen wij tegelijkertijd anderen. Ook met het besef dat ons bestaan niet van ons afhangt, dat we ons ego los kunnen laten en ons bewust kunnen worden van een dieperliggende bron die het wonder van onze geboorte en ons sterven veroorzaakt. Juist omdat de schoonheid van een bloem vergaat is haar schoonheid die 'zo maar komt', zo vol betekenis. (De oorzaak van de ervaring van dukkha (lijden), is volgens Boeddha begeerte, gehechtheid, 'dorst'(tanha). Hij onderscheidt drie vormen van dorst:gehechtheid aan zintuigelijke genoegens (kamatahna), gehechtheid aan bestaan( bhava-tanha) en gehechtheid aan niet-bestaan. Later noemde hij ook de oorzaak van gehechtheid: niet weten of onwetendheid, dat wil zeggen onwetendheid wat betreft de ware aard van de dingen, namelijk als vergankelijk en niet-zelf)


En nog op een andere manier gezegd:


door het vasthouden blijven we in onwetendheid en vooral in Dukkha: lijden, zowel fysiek als psychisch. Er is nog een andere, derde, vorm van lijden nl. existentiële angst: we splitsen ons op in ziel en lichaam (de mens is ziek volgens de Boeddha) en doen of we onsterfelijk zijn: voortdurend reflecterend en b ezig met zin van bestaan ipv te leven en te ervaren...geboorte, ziekte, dood zijn vervelend niet zozeer omdat ze pijnlijk zijn als wel omdat ze vernederend zijn (voor ons narcisme). Naast deze drie vormen van lijden, lijden we onder het feit van vergankelijkheid (anicca): "alle samengestelde dingen zijn onderworpen aan vergaan (Er is geen zijn, alleen wording, van wat ontstaat, vergaat, verandert).


We zitten gevangen omdat we de 4 EDELE WAARHEDEN nog niet dóór hebben:

1. Iedere mens wordt geconfronteerd met lijden. Als we dit ontkennen kunnen we ook niet op zoek gaan.


De waarheid van de oorzaken van het lijden. Ga op zoek naar oorzaken van lijden, onvrede en levensangst.

'De beeindiging van lijden' wordt de 3e waarheid genoemd. Boeddha ontdekte dat er een manier van in het leven staan is waarin ziekte ouderdom en dood niet weg zijn, maar wel geïntegreerd op een humane wijze.

De waarheid van het pad. Oorzaken die tot verlichting leiden zijn ontdekt en er bestaat - want is ervaren - een transformatieproces dat tot verlichting leidt.



DE WEG

In Boeddhisme en daarna in Christendom :


1e stap: het hinayanapad: het nauwe pad van eenvoud. Het meester worden over onze neurosen en gedachten. Door meditatie als scheppen van een ruimte waarin we onze neurotische spelletjes, ons zelfbedrog, onze verborgen vrees en hoop kunnen blootleggen en ontwarren. We verschaffen ruimte door de simpele discipline van niets doen. Aanwezig zijn op deze plaats (hulp: ademhaling, beweging, innerlijk lichaam).


2e stap:Mahayanapad. Een open snelweg van medogend handelen.


3e stap: Vajrayana- of tantra- leringen. Het dansen in het veld. De eenvoud van 1 vormt de grondslag voor het waarderen van de pracht van 2 en van de kleurrijke intensiteit van 3. De transcendentale gelukzaligheid, continuïteit en solide existentie zijn niet gebouwd op fantasieën, ideeën of angsten.. (Uit Trungpa, mythe van vrijheid.


In Christendom:


Jezus heeft gezegd: Ik ben de weg. Dit wordt in de christelijke traditie nauwelijks uitgewerkt. Er zijn wel pogingen gedaan.


Bijvoorbeeld door Ignatius, rond 1560, met zijn boekje over de ́Geestelijke oefeningen ́ dat door Jezuieten eeuwenlang als leidraad is gebruikt bij de trainingen die zij gaven aan leken, priesters en zusters.


Later is de Imitatio Christi van de Nederlanders Thomas à Kempis een volgboek geworden. Maar beide werken gaan erg uit van Jezus als voorbeeld en er is nauwelijks aandacht voor de bron die in de mens zelf gelegen is; het is geen mystiek van de meer moderne innerlijke beleving.


De innerlijke belevingskant (is behalve in de mystiek) als gevaarlijke ondermijning van het gezag, terzijde geschoven.


Maar hier een staaltje van verbinding van mystiek met psyche. Het is een appèl, een oproep om je eigen egomuren meer los te gaan laten in dit leven. Daarmee stijgt het ver uit boven het heden in zwang zijnde Ietsisme van vele mensen van ́er moet toch iets zijn ́. Dit is veel meer, een oproep er iets van te maken. Eigenlijk is het een moderne (spirituele) levenswijze, een weg. Hieronder geef ik een passage daarover die ik in een boek opneem dat ik momenteel daarover aan het schrijven ben.


Net zoals Rogers, begon Freud zich in de laatste jaren van zijn leven steeds meer te interesseren voor de oorspong van religie. Hij werd geconfronteerd met zijn joodse wortels toen hem gevraagd werd een inleiding te schrijven bij een Duitse vertaling van het werk van Isaac Luria (1534-1572), de beroemdste kabbalist aller tijden. Toen hij het manuscript had doorgelezen, raakte hij volkomen buiten zichzelf en riep: “ Dit is goud”. De ziel als strijdtoneel, met de hartstocht van goddelijke Eros. Het is de bedoeling dat het menselijk ́ik ́ (ani in het hebreeuws) uiteindelijk op het Ein (het Niets) gaat lijken; dan is bevrijding nabij. Het verschil tussen de psychoanalyse en deze joodse mystiek is, dat de begrippen niet waardevrij zijn, maar een duidelijke morele lading hebben, ze zijn als een taak, het is een oproep om de wereld niet meer vanuit een geïsoleerd afgescheiden ego te gaan zien, maar nabije intimiteit met de wereld te verwerkelijken tegelijk met nabijheid tot andere mensen. De weg daarheen volgt door de begrenzing van het ego te zien en je de vraag te stellen wat achter het ego ligt, de voortdurende vraag: wie ben ik?


Zo groeien wij spiritueel. Met name door ons eigen ego te relativeren en de waarden van deze wereld kritisch te bezien. Door ons lichaamsbewustzijn opnieuw ons toe te eigenen en van daar uit de toegang tot onze ziel, is een nieuw bewustzijn mogelijk. Juist de secularisering en de verdwijning van een voorbij concept over god, maakt dit mogelijk.






DE BOEDDHANATUUR EN DE CHRISTUS VERGELEKEN.


De Boeddha.


Je bent goed zoals je bent, je bent de Boeddhanatuur. Daarom hoef je niet steeds anderen te volgen, naar andere staten te verlangen, uit - hoe pijnlijke situaties ook - weg te lopen, je hoeft niet steeds andere theorieën toe te voegen en je suf te lezen. Denk niet steeds dat er nog wat bij moet. En zit je niet steeds met je ego van anderen af te splitsen, van mensen niet, en van de natuur niet; hef die splitsingen op, de wereld is je in wezen niet vijandig. Dood de Boeddha (het beeld, de voorstelling, zeker als die je weghaalt van het geloof en de vraag naar ́wie ben ik ́?


De Christus.


De grote vraag is of de christelijke beleving van Jesus als incarnatie van een God daarboven wel deugt.(p.131, Zen en Christendom, door Robert Kennedy.Mirananda 1996)


De confrontatie met zen, maakt het christenen duidelijk dat contemplatie van de christen geen kijken naar Christus is, geen volgen van Christus, maar een transformatie in Christus.. ́Wie zijn leven vindt, zal het verliezen ́ (Matt. 10,39).


Christus is het woord voor de verrezene, de gezalfde; de geest in ons na de verrijzenis. Het is een andere benaming dan Jezus, de historische figuur. Het is net zoiets als de Boeddhnatuur. Wij zijn door hem verheven, het menszijn is de moeite waard, iedere mens, ook de minste, de hele menselijke natuur en zijn condities zijn voldoende; zeg Ja tegen wat je overkomt, zoals ook het lijden. Hij liet de weg zien, de zaligsprekingen, de bekoringen, de dwaalwegen van de gevestigde religie, de dogmatische lijden brengende stereotiepen waar we ons van kunnen bevrijden, enz. Zo ontstaat een transformatie, zoals ook bij de Boeddhistische verlichting.


Er is maar één Christus, de geredde menselijke natuur. Zoals Paulus schreef : Ik leef, niet ik leef, maar Christus leeft in mij....


Zoals Teilhard de Chardin schreef: ́In werkelijkheid wordt er één mens gered: Christus, het hoofd en levende samenvatting van de mensheid. Elk van de uitverkorenen is geroepen God te zien van aangezicht tot aangezicht. Maar de daad van het zien zal wezenlijk ongescheiden zijn van de verlichtende en verheffende handeling van Christus. In de hemel zullen wij God aanschouwen, maar, als het ware, door de ogen van Christus. (Le milieu divin, 1964).


En het is helemaal niet zo dat Christus het alleenrecht heeft, het is hetzelfde als de Boeddhanatuur: ́Ik zeg U dat velen uit het Oosten en het Westen zullen komen en met Abraham en Isaac en Jacob zullen aanzitten in het Rijk der Hemelen (Matt. 8,11) en een vers eerder over de h e i d e n s e honderdman: Zo groot geloof heb ik hier in Israël (het zogenaamde uitverkoren volk) nog nergens gevonden!







De ware wetenschapper vanuit Boeddhisme


gaat door, tot hij het ware referentiekader gevonden heeft, voor vragen die we in onze tijd stellen. Wat houdt het in als we zeggen dat er een dieper gebied bestaat, waaraan ons dieper begrip ontspringt, een niet-fysieke dimensie, Als je bewust kiest, evolueer je bewust. Je voelt dingen aan ,die je niet vanuit de zintuigverschaffing kunt verklaren.


Je ziel is geen passieve of theoretische entiteit, die een ruimte in je borstkas vult, het is een positieve doelbewust kracht in de kern van je wezen. Het is dat deel dat de onpersoonlijke aard van de energetische dynamiek waardoor je bewogen wordt, begrijpt, dat liefheeft zonder beperking, dat accepteert zonder oordeel. Het bewijs voor de niet-fysieke dimensie bestaat niet daar waar de rationele geest het zoekt. (wetenschappers verruimen hun kader; bijv. is er meer dan mijn oog kan zien? Nee, zei men, iemand accepteerde dat niet en vond de microscoop uit.)


De persoonlijkheid en het lichaam


zijn kunstmatige aspecten van de ziel. Wanneer zij aan het eind van haar incarnatie hun dienst bewezen hebben, laat zij ze gaan. Zij eindigen, maar de ziel niet. Zij keert terug tot haar onsterfelijke en tijdloze staat. Een compleet mens is waar persoonlijkheid en ziel in balans zijn en je het verschil niet meer ziet.


Hart en emoties


De weg gaat niet via intellect, maar de emoties wijzen ons ergens op; leerstof. Zo drukt de ziel zich uit in de materie. Voor de wereld zijn emoties nutteloos, en worden dus onderdrukt.


De meeste dieren hamsteren niet,verzamelen alleen wat nodig is. ben je eerbiedig, dan kun je het leven geen geweld aandoen. Zonder eerbied wordt het leven een goedkoop artikel, waar geen oog is voor het hele sacrale proces van de evolutie. Eerbied is een perceptie van de ziel. Alleen de persoonlijkheid kan het leven zonder eerbied beschouwen. De eerbiedige mens oordeelt niet, want voelt zichzelf niet superieur. (het is een fysieke uiting van de ziel).Eerbied is geen emotie, maar een manier van zijn.


Licht en energie.


we zijn een lichtstelsel, zoals alle andere wezens. De frequentie hangt af van ons bewustzijn. Als je iets verandert aan het niveau van bewustzijn, dan verander je iets aan de frequentie van je Licht.


Emoties zijn energiestromen met verschillende frequenties. Negatieve, als haat, wrok ,hebben een lagere frequentie. Genegenheid, vreugde, een hogere. Bij wanhopigheid voel je een lagere energie, alsof je leeggezogen wordt. Je wordt zwaar en duf. Iedere gedachte roept een andere emotie op. Stelsels met een lagere fr. ontnemen energie aan stelsels met een hogere fr.


De ziel kan verward zijn en van het Licht afgewend, maar zij ervaart geen angst. Die angst hoort bij de persoonlijkheid en is aan tijd en plaats gebonden.. Onvoorwaardelijke liefde hoort bij de ziel, is universeel en niet gebonden.


Je verandert de manier waarop je het Licht dat door je heenstroomt vormgeeft, door je bewustzijn te veranderen (bijv. je te weer stellen tegen negatieve patronen). Andere manieren van denken geven andere ervaringen. De intentie maakt je daartoe toegankelijk.


De ziel en de evolutie van de wereld.


Soms wordt over het collectiefonbewuste gesproken, maar is dat niet. Het is de ziel van het mensdom. Je ziel is de ziel van de menselijke soort in het klein. Een micro van een macro. Je hebt deel aan de macro en kan haar beïnvloeden. Je vormt collectieve energieën die het geheel helpen evolueren.


Het introduceren van bewustzijn in het cyclische scheppingsproces waardoor de ziel evolueert, maakt de schepping mogelijk van een wereld die gemaakt is met het bewustzijn van de ziel, een wereld die de waarden, inzichten en ervaringen van de ziel weerspiegelt..Het laat het bewustzijn van wat heilig is, samensmelten met de fysieke omgeving.


Evolutie :


de definitie van de sterkste overleeft, is achterhaald. Iemand die minder wreed is, liefdevoller is meer geëvolueerd! stelt de liefde boven de fysieke wereld. De verouderde opvatting is gevolg van de beperking van de vijfzintuiglijke mens. Dan wordt angst de grondtoon, en macht nastrevenswaardig. Het zien van macht als iets buiten jezelf, fragmenteert de psyche. (Acute schizofrenie en een wereld in oorlog zijn hetzelfde). We ontwikkelen ons tot authentieke macht.


De gevolgen van onze daden zijn niet alleen fysiek, en niet verder van invloed op ons; gezien vanuit de vijfz. pers. Maar vanuit de multiz.p. zijn ze een leerschool, en werken ze door op ons, alles hangt samen a.h.w. De intentie is van belang.




Spirituele partners.


Het archetype van het huwelijk is in ons bewustzijn aan het verschuiven. De rollen man en vrouw zijn veranderd. Ze waren bedoeld om fysiek te overleven. Dat is niet meer functioneel. Het wordt vervangen door een nieuw archetype, bedoeld om de spirituele groei te ondersteunen.Dit is het archetype van spiritueel of gewijd, partnerschap. Ze erkennen elkaars gelijkheid, ze kennen het verschil tussen persoonlijkheid en ziel. Ze kunnen daarom met een geringere emotionele betrokkenheid de dynamiek daartussen bespreken dan ́echtgenoten ́. Voor hen is er een diepergaande reden waarom zij samen zijn, voor de evolutie van hun ziel. Het zien van macht als uiterlijk, wordt niet meer getolereerd door hen.


Illusie.


Het is een illusie, want in de niet-fysieke wereld bestaat er geen ruimte, tijd, , jalouzie noch angst, geen woede. Het houdt op te bestaan wanneer je naar huis terugkeert. Woede is wellicht een stroom energie die al eeuwen geleden ontstond, en waar je je nu van wilt bevrijden.


Ook de dynamiek falen-succes bestaat niet echt, niet vanuit het standpunt van de waarheid, wel vanuit beoordeling. Maak een verschil in gedachten tussen je echte behoeften en die welke je creëert om indruk te maken, enz.


Illusie wordt beheerst door onpersoonlijke energetische dynamica, een wisselwerking tussen individuen geschikt voor kennisverwerving. Leer je, word je bewust, dan laat je je er niet meer door meeslepen.


Je begint in te zien hoe illusie werkt, en dat is het begin van authentieke macht.


Macht.


Wanneer je bang bent, niet in staat je huur te betalen, niet in staat voor jezelf te zorgen in deze wereld, wanneer je macht ziet als uiterlijk, en het gevoel hebt niet over voldoende macht te beschikken om je veiligheid en welzijn te garanderen, voel je ongemak of pijn in de maagstreek, bij de plexus solaris. Wat wij ongerustheid noemen, is het gevoel op die plek dat je macht verliest uit het energiecentrum. Het heeft veel invloed op de omliggende delen, indigestie, enz.


Fysiek ongemak, pijn en benauwdheid in de borst of de hartstreek, ontstaat door angst dat je niet liefgehad wordt of niet lief kunt hebben. De; weg van het hart is er een van mededogen; als je niet weet wat je voelt, is er geen bewustzijn over, en geen leren.


Liefde, seksualiteit


Liefde is de energie van de ziel en daarom vindt de persoonlijkheid daarin vervulling. Iedereen streeft ernaar; is het onbewust dan kunnen we niet uit seks halen waar we naar zoeken, dan blijft het een doodlopende straat.


Vertrouwen.


Iedere ziel komt op aarde met gaven. Een ziel incarneert niet alleen om zijn energie te helen en in balans te brengen, maar ook om op een specifieke manier van zijn eigenheid te getuigen. (is dit Jungiaanse roeping, de daimon?). Ben je het werk van je ziel aan het doen, dan ben je opgetogen. Wees creatief, wees wie je bent. Tracht het leven als een goedgeordende dynamiek te beschouwen. Vertrouw. Het is een deelgenootschap met de Goddelijke Intelligentie. Vertrouwen maakt dat je kunt lachen. Zie de frustraties voor wat ze zijn, leerlessen.


Voel je je prettig bij de gedachte dat het Universum vreemd en dood is en niets meer inhoudt dan je vijf zintuigen kunnen waarnemen? Hoe reageert je hart op de gedachte dat het Universum leeft, vol mededogen is en dat je samen met dit Universum en met andere sterke en verlichte zielen je kennis vergaart om in een proces van samenwerking de werkelijkheid die je vergaart te scheppen?





THEECEREMONIE EN LITURGIE VERGELEKEN .


Beiden een symbool en leiden naar beleving van het essentiële van de werkelijkheid: het immanent onnoembare ervaren.


De theeceremonie is een manier om zeninzicht te verwerven. 1. Kom vroeg (" prachtig, de stemming van dit moment, ver weg, uitgestrekt, mij alleen bekend"). 2 Zuivering van hand, mond, geest; zitten zodat we één zijn met de hele wereld (als belijdenis en contact met overledenen) 3 Iets moois wordt neergezet, zodat de


schoonheid van gewone dingen wordt beseft.(offerande). 4Verkondiging, soms slechts één woord. 5. Dienst in het hart van de liturgie, de theemeester bedient, zoals Jesus met een doek de voeten wast van hen.6. Tenslotte ontvangt ieder in de mate waarin hij gewaar is. We geloven als Christenen dat het sterven van Christus niet alleen maar in onze herinnering leeft, maar dat het een altijd aanwezige en levende werkelijkheid voor ons is. ..Deze liturgie is absoluut uniek. Ze komt nooit terug... (p.112, R.Kennedy, Zen en Christendom).




VERHALEN CHRISTENDOM EN DAARNA VAN HET BOEDDHISME:


Kerstverhaal: de verlosser blijkt in doeken gebonden, de koning die verwacht wordt is een kindje, de stad die de eer wil opeisen blijkt een kribbe te zijn. Het gaat dus om het menszijn waar het heil te vinden is (geboren uit ons vleesch), niet om een verre transcendente God. En de verlossing gaat niet via grootse wereldlijke waarden, maar wordt gevonden bij 'de armen van geest'enzovoorts.


Parabels: Jesus schrijft in het zand: "wie zonder zonde is werpe de eerste steen"(tegen de omstanders die willen dat hij een zondares aanklaagt). Tegen wie zich laten voorstaan op hun lidmaatschap (van kerk of Jodendom) prijst hij het geloof van een heidense (buiten de grenzen wonende) honderdman. Wie de komst van hemel enz. zitten te berekenen, zegt hij: leef nu, iedere dag heeft genoeg aan zichzelf. Tegen wie zich te druk maakt en te bezorgd is, zegt hij: "kijk naar de leliën op het veld, de vogels in de lucht, ze maaien niet en zaaien niet, en toch hebben ze genoeg...". Hij wijst op de herder die vol zorg een verloren schaap zal zoeken en op de vreugde (en niet de strafbehoefte) van de vader wanneer de verloren zoon huiswaarts keert". De waarden worden omgekeerd, de werkelijkheid is beter dan je dacht.


Mythen:

ons existentieel verstaan van onszelf realiseert zich niet naakt, maar in symbolen. De mythe verklaart niet,


maar opent. Hij laat de mens zijn verantwoordelijkheid


Paradijs: door het verhaal van paradijs en zondeval komt de huidige toestand van de mens aan het licht


en wordt iets van de mogelijke eenheid herstelt en worden we ons daarvan bewust


Abraham trekt: de mens heeft geen vaste woonplaats. Moet zich niet nestelen in voorbije denkbeelden. Nieuwe situaties vragen een nieuw antwoord (Het Boeddhisme heeft het over 'beginngersgeest').

Eva uit rib Adam. In die tijd van vrouwenverachting te verstaan als : ook de vrouw is mens en geen beest. Eten van de appel en de boom der onsterfelijkheid. Hang naar eeuwigheid keert zich tegen de mens, het gaat om het conrete, het nu. Wij zijn vergankelijk, gaan dood en hebben geen meesterschap over het leven. Wij moeten niet goddelijk proberen te worden; acceptatie van de wezenlijke onafheid van ons menselijk bestaan. De vraag naar de oorspong van het kwaad is zinloos; de mythe laat ons onze verantwoordelijkheid.


VERHALEN BOEDDHISME:


Boeddha - na vele goeroes af geweest te zijn - gaat uiteindelijk gewoon onder een boom zitten: ter plaatse, present in het nu, tevreden met wat er is.


Van de man die eerst alle metafysische vragen opgelost wil zien voor hij op deze verlichtingsweg wil ingaan, wordt gezegd: "Hij is als de man die stervende is, na getroffen te zijn door een giftige pijl. Hij wil zich niet laten behandelen voor hij de herkomst van gif, pijl en schutter kent". Voor al die vragen zijn beantwoord, zou hij sterven.


Een radeloze vrouw die eindelijk een kindje kreeg, en vergaat van ellende, radeloos op zoek naar een medicijn om het kind tot leven te wekken, wordt gezegd: "ga langs de huizen, en vraag daar een mosterdzaadje waar nog nooit iemand gestorven is". ....



CENTRALE BEGRIPPEN IN BOEDDHISME

LEEGTE :


Een heel centraal begrip binnnen het Boeddhisme, maar moeilijk te begrijpen.


1. Het gaat er bijvoorbeeld helemaal niet om dat een steen geen fysieke inhoud zou hebben. Het gaat meer over een wijze van kijken. Het gaat erom meer dan dit ene ding te zien. De ruimte eromheen, de transparantie ervan, de samenhang met alles. Het is meer dan dat ene woord dat wij eraan geven. Je niet blind staren op dit ene object. Er contact mee maken zodat het in ons leeft en niet geplastificeerd aan de buitenkant van onze ervaring blijft; het is werkelijk, had er ook niet kunnen zijn. Daarom wordt voor deze wijze van kijken wel eens het woord ́wezenschouw ́gebruikt.


2. Er wordt nog meer mee bedoeld; het gaat namelijk nog een stapje verder. De wijze waarop wij gewoonlijk kijken hangt samen met de manier waarop wij krampachtig willen vasthouden aan een ́ik ́: ́ik ́ hier en dat object daar. We creëren een afstand die er eigenlijk niet is; dit schijnen we toen omdat we een houvast willen scheppen . We worden bang van de enorme schittering die van een ongefilterde werkelijkheidsbeleving uitgaat en durven het niet aan om niet zelf te bestaan maar alleen in zo een flow. Voor mij is dit nog heel moeilijk.


Wat er over geschreven wordt is:


1. een aansporing om op een bepaalde wijze te kijken naar de werkelijkheid. Emptiness, void , openheid, transparantie(doorschijnend) of 'wezensschouw' zijn de meest gebruikte vertalingen van het basiswoord 'Sunyata'. De wortel van dit woord is 'sun', wat zwellen betekent. Een gezwel is te veel aan substantie, dat zich pijnlijk vestigt op de huid en deze zijn natuurlijke gladheid doet verliezen. De gedachte die aan 'sunyata' ten grondslag ligt is: door ons denken en doen maken we de wereld tot een groot gezwel. Prik dit gezwel door en de oorspronkelijke glans van de werkelijkheid wordt manifest. ...In het licht van bevrijding wordt onze normale waarneming en onze alledaagse wijze van kennisverwerving, als ook de meer verfijnde wetenschappelijke en wijsgerige vormen van weten onder kritiek gesteld. Wij zien de werkelijkheid allereerst als een verzameling van 'dingen'...De werkelijkheid wordt overzichtelijk in vakjes ingedeeld....pen, bureau, computer, man, vrouw...Hoe groot het voordeel van deze empirische kennis ook moge zijn, door gewenning en gewoonte dresseren we onze blik op de wereld op eenzijdige wijze, waardoor 'iets' niet meer gezien wordt. Er wordt 'iets' vergeten. ...Buiten beschouwing blijft het onomvatbare geheel waarin de dingen functioneren.....ook vergankelijkheid, de onverzadigbare worm die aan dit bestaan knaagt, dreigt ofwel als een vijand gezien te worden ofwel geheel uit het beeld te verdwijnen......Bruikbare kennis en vertrouwde interpretaties doen verder gemakkelijk vergeten dat de grenzen die de begrippen aan de dingen stellen, bij alle effectiviteit, ook kunstmatig zijn. Er is geen ding dat


buiten zichzelf, binnen zijn eigen grenzen bestaat....De tafel bestaat met medewerking van alles wat niet deze tafel is........."Als jullie een rijstkom vasthouden en je voedsel eten, houden jullie er een 'kom-visie'op na....M.a.w. als jullie je etenskom in je hand houden, zien jullie hooguit de gebruikwaarde van de kom, of zelfs dat niet eens.....Het gaat daarbij niet alleen om de schoonheid van de kom . Het achteloos gebruik wordt bekritiseerd, het ontbreken van het besef met deze kom de hele wereld in handen te hebben....het mysterie van elk fenomeen niet te zien. ...Sunyata is een zienswijze. Het vraagt -naar een Zengezegde _ , te zien zonder te zien, of het oog te gebruiken 'binnen de ogen', 'het eerste oog', het 'wijsheidsoog'. Het veronderstelt de inspanning te onderzoeken wat er in het bewustzijn gebeurt als het oog kijkt, het oor hoort, de tong proeft...Leegte is absoluut geen 'leegheid' of de ontkenning van het bestaan van vormen (Uit: N. Tydeman: Dansen in het duister, een proeve van spiritualiteit,p.116-119, Asoka)


2. Het is vooral uit angst dat wij een fake 'persoonlijkheid' creëren: een constructie en houvast tegen een vijandig geachte buitenwereld. Dat bombardement van zelfhandhavingdialogen kunnen we horen in de interne dialoog die wij voortdurend met onszelf voeren en die in meditatie iets meer transparant kan worden. Het construreren van 'fake ' gaat in 5 stappen (de skandha's:groepen die de menselijke persoonlijkheid opbouwen):


alsof geest en wereld gescheiden bestaan (vorm of 'fundamentele onwetendheid' genoemd. We negeren het vloeiend karakter van ruimte. De vrees voor een afwezigheid van zelf en houvast; niet dom maar koppig blijven construeren van vast punt)

alsof we de bezitter van ons lichaam (daarbuiten) zijn (de vastheid van iets te voelen dat schijnbaar buiten ons is, geeft ons gevoel zelf ook iets vasts te zijn; angst niet door onze projecties bevestigd te worden; aandacht afleidend van ons alleen zijn)

emoties doordat we ons tegenover de wereld (daarbuiten) opstellen: 'waarnemng/impulsskandha. (drie strategieën om met deze projecties om te gaan: onverschilligheid (pijn vermijden, in harnas), begeerte (uit armoedegevoel grijpen, eten, aantrekken), agressie (alles afweren wat ons schijnbaar bedreigt)

intellect als een vaststaande series stereotiepe reacties tegenover die buitenwereld (er zijn 49 manieren om op waarneming te reageren!): intellect of concept is hier het 4e stadium van ego, nog niet genoeg. Daarom nog een 5e nodig:.

nu treedt in het waarnemingsproces pas bewustzijn op.'Bewustzijn coördineert de instinctieve en intellectuele processen van ego. Haar inhoud is emoties en onregelmatige gedachtenpatronen die allen tezamen de verschillende fantasiewerelden vormen waarmee we onszelf bezig houden. Onze gedachten zijn neurotisch omdat ze een onregelmatig verloop hebben, steeds van richting veranderend en elkaar overlappend. Maar omdat we niet bewust kiezen in het waarnemingsproces lijkt dit 'automatisch' te verlopen en onze reacties het resultaat te zijn van automatisch werkende gewoontepatronen. Dit levert een gevoel van onmacht op; we zijn ons niet bewust van de eerste 4 stappen van het zich herhalende skandha-proces.

De gehele ontwikkeling van de 5 skandha's is een poging ons af te schermen voor de waarheid van ons niet- bestaan. We kunnen niet direct de fundamentele onwetendheid aanpakken (is als proberen een muur in een keer omver te werpen). We beginnen als opstapje met het materiaal dat onmiddellijk voorhanden is. Daarom begint meditatie met de gedachten en de emoties en wel in het bijzonder met het denkproces (uit : Mythe van vrijheid. Trungpa, Servira 1993)


(In Ria Kloppenborg: Autonomie en non-identiteit. In F.Elders (2000), Asoka, iets anders weergegeven:


lichamelijke vorm, rupa

gevoelens , vedana

waarnemingen, sanna (benoemen van ervaringen die via de zintuigen binnenkomen)

wilsimpulsen, sankhara (persoonlijke disposities, conditioneringen. Keuze uit grote hoeveelheid info.sorting the amount of information that does come in along a very limited number of dimensions)

bewustzijn, vinnana (geeft continuiteit aan ervaring, Het dreigt alternatief te worden voor de atta, zelf ofziel. maar ook hier is het vloeiend en veranderend.

door het vasthouden blijven we in onwetendheid en vooral in Dukkha: lijden, zowel fysiek als psychisch. Een derde vorm van lijden is existentiële angst: we splitsen ons op in ziel en lichaam (de mens is ziek volgens de Boeddha) en doen of we onsterfelijk zijn: voortdurend reflecterend en b ezig met zin van bestaan ipv te leven en te ervaren...geboorte, ziekte, dood zijn vervelend niet zozeer omdat ze pijnlijk zijn als wel omdat ze vernederend zijn (voor ons narcisme). Naast deze drie vormen van lijden, lijden we onder het feit van vergankelijkheid (anicca): "alle samengestelde dingen zijn onderworpen aan vergaan (Er is geen zijn, alleen wording, van wat ontstaat, vergaat, verandert).


Deze vicieuze cirkels is het gebied van samsara. Deze procesmomenten duren een fractie van een seconde. Ze volgen elkaar op als beeldjes in een film. Maar de gaten ertussen, de achtergrond, is de diepere


eenheidswerkelijkheidsbeleving die ieder soms wel kent: onbevangen waarneming en helder inzicht. We schijnen daaruit weg te lopen omdat het een doodservaring lijkt waarin ons (geconstrueerde en houvast biedende) ego niet meer bestaat (willen we de momenten 'vasthouden' - continu en 'onsterfelijk' zijn - en zijn we daardoor niet meer bij het volgende moment? Dat denk ik, Louis). ......


Naast een 'fakeconstructie van het ego' vindt er dus ook een soort censorfunctie door het ego plaats. Dan vormt zich een cocon om ons heen, een filtering tegen de enorme straling van de werkelijkheidsbeleving en de impact van directe onbemiddelde waarneming van de fenomenale wereld die via de gaten (de pauzes tussen de filmbeeldjes) binnenkomt.


Dit waarnemingsproces in vicieuze cirkels (samsara) kan getransformeerd worden. We komen dan in de wereld van nirwana terecht. Dit gebeurt door het daagse waarnemingsproces te ontregelen in bijvoorbeeld meditatie of in een piek-ervaring die ons overkomt. De 'macho-houding' in ons (regelen, indelen, prestatie) wordt zo aangetast, en we krijgen contact met meer 'transcendente' kennis (transcendent genoemd omdat ze inzicht geeft in de leegte van alle verschijnselen en de neiging tot verzelfstandiging van het persoonlijkheidsproces overstijgt). Ook worden we hartelijker en sympathieker jegens onszelf en anderen omdat we het menselijk deficit accepteren: het uiteindelijk falen van alle prestaties. Deze mannelijke en vrouwelijke verbinding, dit huwelijk tussen compassie en inzicht is 'awareness wisdom': ware perceptie.Dit verbindingsproces kan in een individu plaats vinden, maar ook tussen man en vrouw, en tussen tendensen in de maatschappij (zelfs tussen 'wetenschap' en 'kunst', tussen ratio en verbeelding zodat rationaliteit de waarneming niet langer verduistert), tussen renaissance en verlichting. ....


Een geduldige onbevangen aandacht brengt ook de gaten in het persoonlijkheidsproces aan het licht. Dit kan het gevoel met zich meebrengen dat je uit elkaar valt. Een gevoel van grote droefheid en eenzaamheid kan optreden, alsof een essentieel deel van jezelf, een orgaan dat greep op de werkelijkheid uitoefent, aan het afsterven is. Tegelijk merk je dat de werkelijkheid buiten je een reusachtige stap naar je toe heeft gedaan. Alles wat je ziet wordt intiem, nabij, alsof het gaat om een persoonlijke ontmoeting tussen jou, je zintuigen en wat je waarneemt. Het geeft een gevoel van verbondenheid een gevoel van empathie met de wezens en de dingen. Tegelijk krijgt elk wezen, elk voorwerp, diepte, omdat je oppervlakkige blik van eigenbelang wegvalt.


M. Duchamp schreef een werk over waarneming: 'de bruid ontkleedt door haar vrijgezellen' Een huwelijk met onszelf, transcendent vrouwelijk inzicht in leegte. Leegte betekent 'zonder bedekking', want ze verschijnt als een naakte vrouw, gloeiend van passie. In haar linkerhand een schaal waarin een stof om de ontregelende kracht van de liefde aan te wakkeren. In haar rechterhand houdt ze een mes waarmee ze alle conventionele voorstellingen doorsnijdt...


De bovengenoemde 'achtergrond' is als een partner, maar 'geliefde' is wellicht een betere benaming zijn, geliefde en vereniging in één. Als je haar ontmoet, weet je dat zij het was, waar je je hele leven naar verlangd hebt, zonder te weten waarnaar je verlangde. ......De ' achtergrond' is zij niet een deel van onszelf? Daarom zeggen ze dat het verlangen de geliefde is. (Het gehele stuk vrij naar en Uit: De verbeelding aan de macht. Meino Zeillemaker. In : Humanisme en Boeddhisme. F. Elders (2000). Asoka)


De leegte heeft geen houvast nodig. Je wezen is een niet-wezen. Het is niet iets, het is niet als iets. Het is als niets, een onmetelijke leegte zonder begrenzingen. Het is een anatma, een niet-zelf; er is geen zelf binnen in jou. Meditatie is de dood voor het ego; ego is een vals concept. Zelfs een steen -zeggen moderne fysici-er zit niets in: het is gestolde energie. Geven lijnen die elkaar kruisen alleen maar de illusie van een punt? Binnenin is niemand. Als je de ui schilt, is er niets. Dit niets bestaat op zichzelf. (Daarom zegt Boeddha, is er geen God nodig), het heeft geen houvast of steun nodig. Het begrip van het zelf wordt door het denken geschapen- er is geen zelf in jou. Als jij niet bent, wordt je het geheel.Sterf en je wordt een God. ( Ego en ware zelf: meer dan eendimensionaal. Specifiek over ware zelf


Ik-alleen is slechts het ik van het ego.. De ander als object , de ander als volkomen en vreemde ander, bestaat op het vlak van het ego (p93)..Denk aan de paradox: naarmate we meer unieker worden, meer onszelf zijn, worden we ook herkenbaarder voor elkaar, lijken we meer op elkaar!. Het ik kan daar ook thuiskomen bij zichzelf.


Het besef van het ‘ik’ gesitueerd in het bewegende deel van het centrum van het leven, is de plaats waar de andere wereld door deze wereld heen breekt, waar het eeuwige de tijd binnengaat in ons, waar de menselijke persoon ontstaat en dan terugkeert naar haar goddelijke grond (Dunne, the peace of the present).



LICHAAM


Ons lichaam is niet een losstaand object buiten ons. Wij zijn het, maar daar doorheen veel meer. Wanneer ik de diepte van de werkelijkheid soms ervaar, dan is er tevens een intense lichaamsbeleving, mijn lippen, mijn ogen, is voel ze tegelijkertijd. Zij zijn de ingang naar het diepere. Boeddhisme en Christendom komen voor mij hier verrassend dicht bij elkaar.(1 en 2)


In het hierna volgende wordt gesteld:


1. Boeddhisme : dat we slechts door onze wijze van kijken een splitsing maken tussen lichaam en geest.


2. Dat het Christendom met zijn ́God is vlees geworden ́ en zijn verrijzenisbegrip hier verrassend dicht bij komt.


3. Mijn eigen vakgebied: hoe de psychotherapie het lichaam uit het oog verloor en terug vindt.


1. Het lichaam en de dood behoren tot dezelfde illusie die geschapen is door de ikzuchtige toestand van het bewustzijn, die niets weet van de Bron van het leven en zichzelf beschouwt als een op zichzelf staand iets dat voortdurend bedreigd wordt. Dus schept het de illusie dat je een lichaam bent, een verdicht stoffelijk voertuig dat voortdurend bedreigd wordt.


Jezelf te zien als een kwetsbaar lichaam dat geboren is en even later sterft - dat is de illusie. Lichaam en dood: één illusie. Je kunt echter niet aan je lichaam ontsnappen, maar dat hoeft ook niet. Het lichaam is een ongelofelijke misvatting van je ware natuur. Maar je ware natuur is ergens verborgen in die illusie, niet erbuiten., en het lichaam is dus nog steeds de enige toegang ertoe.(p.167, Eckhart Tolle, de Kracht van het Nu)


We hebben de neiging een splitsing aan te brengen tussen onze geest en ons lichaam (uit angst creëren we een soort 'houvast' buiten onszelf). Het Boeddhisme waarschuwt voor deze menselijke neiging.


In meditatie gaan Prana (beweging in de ademhaling, ritme van het universum) en Asaka (ruimte die het schept, het medium van de beweging) samen.


2. In Christendom is de kern van de boodschap aanvankelijk dat wat we onder 'God' verstaan wezenlijk geïncarneerd is, mensgeworden is; daar is het waardevolle te vinden. Onze menselijke conditie is ín deze wereld; in het gewone menszijn begint de verlossing. Met de verrijzenis wordt onze visie van scheiding tussen lichaam en geest, waarvan het Boeddhisme de illusie daarvan bespreekt, ook opgeheven.


In de loop van de geschiedenis heeft het Christendom het lichaam verketterd, gegeseld, ascetisch angstig haar lusten proberen te onderwerpen, vanuit een verkeerd begrip voor het Hogere. De Westerse filosofie en wetenschap heeft sinds Descartes de splitsing lichaam-ziel doorgezet; met name omdat Descartes door de kerk verboden werd zich nog met de ziel bezig te houden.


3. Meer over het verwaarlozen van het lichaam in de westerse gesprekspsychotherapie en innovaties op dit gebied: lichaam)



VERLICHTING


is geen verheven staat op het Zenkussen bereikt, het is interactie, een wijze van handelen tussen mensen. Het kan het bestaan van de ander 'verlichten'. Verlichting moet steeds veroverd worden, het is geen blijvende constante toestand . Het is als geloven: er mee bezig zijn, ernaar verlangen, het missen enz. Een ander nuchter woord ervoor is wel voorgesteld: 'realiseren', verwerkelijken als proces, dichter bij brengen.


De verlichtte moet ook door de gemeenschap gecontroleerd worden, het is niet te koop. Het betreft reacties waarop mensen elkaars vragen beantwoorden, elkaar ontmoeten, zwijgen, een wijze van zijn die werkt....Deze bevrijdende communicatie is als trampoline springen. De ene keer ben ik het vangnet, de andere keer de springer die door de ruimte zweeft om ergens neer te vallen...Het vergt improvisatie...De bevrijdende werking kan immers pas plaatsvinden als mijn bewustzijn niet te los en niet te strak gespannen is en als ik mij durf over te geven aan een vrije val....Intimiteit betekent hier geraakt kunnen worden en op basis van de eigen


veerkracht antwoorden. Maar 'intimiteit' betekent ook mij zelf te laten gaan 'zoals ik ben', een waarachtig mens, een waarlijk 'ik'...(pag.126 Tijdeman). Verlichting kan men veiliger realisatie noemen. Het is geen vage metafysische staat, maar NIRWANA in de zin van vrij zijn van verlangens, haat en illusie (tegendeel van 'kwaad'). In het algemeen is dit iets wat steeds bevochten moet worden en soms even gevoeld.


Doel van Boeddhisme is dan ook feitelijk niet het nastreven van verlichting, maar meer het Bodhisattva=ideaal (bodhi=verlichting; sattva=essentie). Geen ideaal alleen voor monniken, maar voor iedere mens. Want het gaat niet om het streng naleven van allerlei regels of ascese weg uit de wereld. Als er iets is wat het bodhisatvva (het verlichtingsbewustzijn) dichter bij brengt, dan is het wel ons hart openstellen en meevoelen met andere wezens, een geesteshouding die niets of niemand in bezit neemt of naar een beloning voor zichzelf streeft. Daarnaast intensieve studie en verwerving echte kennis, meditatie. Zo streeft men naar innerlijke eenwording en transformatie (zie ook elders op deze pagina). Zie voor een prima concretisatie daarvan en meer over de kern van het Boeddhisme: onder leegte


Toch - voor we overgaan naar het christelijke begrip 'verlossing' iets over het Boeddhistische:


De oorzaak van de ervaring van dukkha (lijden), is volgens Boeddha begeerte, gehechtheid, 'dorst'(tanha). Hij onderscheidt drie vormen van dorst:gehechtheid aan zintuigelijke genoegens (kamatahna), gehechtheid aan bestaan( bhava-tanha) en gehechtheid aan niet-bestaan. Later noemde hij ook de oorzaak van gehechtheid: niet weten of onwetendheid, dat wil zeggen onwetendheid wat betreft de ware aard van de dingen, namelijk als vergankelijk en niet-zelf. Over het onstaan van gehechtheid, zie meer onder basistekst zien.


(Samenvatting van artikel Secularisme en spiritualiteit. H. de Wit : In F.Elders (2000), Humanisme en Boeddhisme,Asoka . cursief zijn mijn vragen. Volgens het Boeddhisme zijn de mensen 'ziende blind en horende doof'. Als dan al over de of het Onzienlijke wordt gesproken, dan wordt déze werkelijkheid bedoeld. Niet-verlichte mensen zien alleen een subjectief geconstrueerde werkelijkheid, dat is de niet-natuurlijke werkelijkheid, de relatieve(relatief aan onze geest en verkeerdelijk opgevat als absoluut of als 'enig' want losstaand van onze geest en onloochenbaar echt, met veel bepaalde oorzaak- en gevolgrelaties) en niet de natuurlijke.


Deze natuurlijke werkelijkheid toont zich wanneer onze bevangenheid, of ons geloof in bovengenoemde werkelijkheid van onze mentale constructie, doorbroken wordt. Hoe en in hoeverre? En is dit wel als zuiver en geheel los van de relatieve werkelijkheid mogelijk? Voorbeeld: hoe vaak proberen we niet om pijnlijke gebeurtenissen dragelijker te maken door er een bepaalde zin of bedoeling aan toe te kennen: op die wijze is het isolatiemateriaal tegen de realiteit van het bestaan. En zo juist een van de oorzaken van menselijk lijden, juist omdat we dan niet meer naar oorzaken zoeken om het lijden op te heffen Is dat niet wat veel beloofd; kan het lijden opgeheven worden of kunnen we alleen leren er niet in onder te gaan? Er zit wel een geheim in de aanvaarding en acceptatie denk ik; moeilijk om geen doel of zin of mooie visie aan lijden en narigheid van vergankelijkheid te verbinden.


Bij de verlichte mens - de ervaring van de werkelijkheid als relatief ís 'de ervaring van absolute werkelijkheid'. De relatieve werkelijkheid is niet verdwenen maar transparant geworden. Transparant in de zin dat haar absolute realiteitswaarde is verdampt. Ze komt niet als een duveltje uit een doosje, eerst verborgen en dan tevoorschijn achter de gewone werkelijkheid vandaan; nee, het is een ander perspectief op de relatieve werkelijkheid. Een perspectief dat leeg is of vrij is van bevangenheid in de relatieve werkelijkheid. Mijn ervaring van openstaan (meer), niet bevangen in angst, of fixatie of samenvallend met angst, de diepte komt op mij toe. Het openstaan zelf, zegt een andere tekst (meer.). En dit kan leiden tot goed karma (en compassie met mensen), los van de ketenen en in vicieuze cirkels gevangen en doorgegeven patronen.



De 4 EDELE WAARHEDEN :


Iedere mens wordt geconfronteerd met lijden. Als we dit ontkennen kunnen we ook niet op zoek gaan.

De waarheid van de oorzaken van het lijden. Ga op zoek naar oorzaken van lijden, onvrede en levensangst.

'De beeindiging van lijden' wordt de 3e waarheid genoemd. De verlichting, het einde van lijden.suggereert dit dat het overstegen kan worden; geloof ik niet. Of aanvaard, geaccepteerd, verwerkt, dat zullen ze wel bedoelen.Boeddha ontdekte dat er een manier van in het leven staan is waarin ziekte ouderdom en dood niet weg zijn, maar wel geïntegreerd op een humane wijze.

De waarheid van het pad. Oorzaken die tot verlichting leiden zijn ontdekt en er bestaat - want is ervaren - een transformatieproces dat tot verlichting leidt.(zie over transformatie meer onder leegte)

Om dit alles te ervaren en te weten te komen is de (westerse RATIO alleen) een te beperkt kenvermogen (zie


meer: westerse filosofie) .Een tweede is nodig omdat het redelijk denken niet bij machte is om de bevangenheid in een niet-natuurlijke en de-humaniserende werkelijkheidsbeleving uit te bannen.Bedoelen we hier - zoals in de cognitieve therapie duidelijk wordt - dat cognities emotionele componenten hebben die geanalyseerd, doorgewerkt, geleden en bemoedigt, moeten worden om ze te aanvaarden, los te laten enzovoorts.Alsof ze met onverwerkte angst, agressie enzovoorts beladen zijn en hardnekkig gemaakt. In bevangenheid leggen we een conceptueel waas over onze werkelijkheidsbeleving, zijn vaak maar half aanwezig (meer: zie zelfherinnering), bang. Hier kan ik mij veel bij voorstellen. Dat is de reden dat blindheid, bijgeloof en onwetendheid en in het kielzog daarvan hardvochtigheid, volgens het Boeddhisme niet alleen het gevolg zijn van niet of irrationeel denken, maar ook van niet helder of niet bewust ervaren.


Tenslotte: humaniteit betekent het 'verlangen naar goedheid' en de bloei van de totale levenssituatie, bevorderen. Bevangen zijn in een inhumane werkelijkheidsconstructie doodt dit bovengenoemde universele verlangen, we hebben er dan geen contact meer mee, laat staan dat we er een uitweg naar toe, vinden. De angst voor lijden overheerst het verlangen om lijden te verzachten ja, ik kleineer het vaak, ook bij anderen, omdat ik het eigenlijk niet aan kan/wil: alles moet als oude katholiek 'mooi' blijven. Lijden wekt daardoor niet langer compassie op maar agressie. De angst is schijnbaar bezworen, maar de bezwering is duur gekocht: we scheppen een wereld die geregeerd wordt door hebzucht en agressie, waarin humaniteit versmald is tot de kleingeestigheid van 'verlicht' eigen belang.. laat me met rust dan laat ik u met rust. De ingang die het Boeddhisme voorstaat is dan ook het cultiveren van moed. De moed om lijden onder ogen te zien en met knikkende knieën in de volle werkelijkheid te staan en deze tot bloei te brengen.



VERLOSSING


Net als in het Boeddhisme wordt ons een andere wijze van zien voorgesteld.Waar moeten we eigenlijk van verlost worden volgens het Christendom? Ik denk van de beperkte zienswijze alsof wij helemaal en alleen maar ́van de wereld ́ zouden zijn. Het wordt wel eens uitgedrukt in de formule: ́in de wereld, maar niet van de wereld ́. Jesus heeft tegendraadse dingen gezegd: ̈hebt uw vijanden lief; zalig de zachtmoedigen enz. ; maak je niet overbezorgd, de mus,de bloem, ze maaien niet en zaaien niet en toch worden ze gevoed ̈; de werkelijkheid is vaderlijk: abba kan vertaald worden met het intieme ́pappa ́.


Over dit begrip is veel onzin verkocht als zouden wij door het bloed of het kruis van Jesus verlost zijn. Dit is voor een modern mens niet te begrijpen. Er wordt hier een analogie getrokken tussen het oudtestamentische offerlam, dat geofferd moet worden. Maar wie offert nu zijn eigen zoon? Zo ver gaat zijn liefde, dat hij hem voor ons de wereld in gestuurd heeft. Als we naar het voorbeeld van Jezus kijken, kunnen we een zodanig leven leiden dat het 'goddelijke' het echte, in ons geraakt wordt. Hoewel dit veel persoonlijker geformuleerd lijkt dan in het Boeddhisme komt het daar toch weer verrassend dichtbij.Vergelijk: Verlichting.



DE 3 JUWELEN.


Enigszins te vergelijken met Kerkgemeenschap in het Christendom. De Verlichtte moet getoetst worden door de gemeenschap en soms opnieuw getest. De drie juwelen zijn: de kennis, de gemeenschap en de verlichte. De drie Juwelen kunnen niet zonder elkaar. De Verlichte staat niet boven de wet. Het bljft een mens die kan falen of minder verlichte momenten heeft (zoals de zondaar Petrus de rots was waarop de eerste christelijke kerkgemeenschap gegrond werd).




KERK.


Vergelijkbaar met de Drie Juwelen in het Boeddhisme. De overgedragen leer (1) en de gemeenschap (2, de Sangha) en de Leider (3) kunnen niet buiten elkaar. De laatste moet getoetst aan de eerste twee. De Sangha is een gemeenschap van vrije individuen verbonden in zingeving en samen gedeelde interpretatie. De


zogenaamde onfeilbaarheid van de Paus is een angstige ontsporing van de RK Kerk. (De concilies hebben trouwens - in tegenstelling wat tegenwoordig door de kerk uitgedragen wordt) vaak het individuele geweten van mensen op de eerste plaats gesteld). Met name het evangelie van Mattheus gaat over de stichting van een kerkgemeenschap.


...." Tegenwoordig zou het duidelijk moeten zijn dat onderlinge afhankelijkheid en het bestaan in relaties de werkelijkheid van ons leven vormen en dat individuele autonomie een fictie is, een van de trucs van het ego. Ik zou, om het begrip een nieuwe inhoud te geven, eenvoudigweg willen voorstellen om de diepzinnige en uitdagende categorie "Sangha"in te vullen met de feministische waarden gemeenschap, koestering, communicatie, verbondenheid en vriendschap" (p.33. Samy. Waarom kwam Bodhidharma naar het westen.1998 Asoka)




TIJD


Ons omgaan met de beweging van tijd.


We wachten bijna altijd, we hopen op iets dat nog komt, zo gaan we altijd het moment van nu uit; alsof niet deugt wat er is, alsof wij niet deugen. Zelfs als ik een mooie ervaring heb in meditatie, merkte ik dat ik daarna stopte, uit angst dat ik hem weer kwijt zou raken. Een Duits meisje in een van mijn therapiegroepen kwam eens met de diepe spreuk: ̈O Wanderer, es gibt kein Weg; der rechte Weg entsteht im gehen ̈.


We houden ons ego ook sterk in stand door de verwarrende omgang met drie van onze meest fundamentele menselijke ervaringen: onze omgang met de beweging van tijd, het onstaan van denken en met onze emoties (aldus Andrew Cohen,in : In de wereld maar niet van de wereld, 2001, Altamira.) Zie daarom meer hierover


"Ruimte en tijd zijn niet omstandigheden waarin wij leven, maar manieren waarop wij denken" (Einstein). De ervaring van de lineaire tijd is de manier waarop de natuur ons ervoor behoedt alles tegelijk te ervaren. Want:


ZERO POINT FIELD: het veld van nulpuntenergie. Zelfs in een leeg universum blijft er nog een ware bijenkorf van activiteit over, ontdekte kwantumfysici in de vorige eeuw. Over deze zee van energie die als een gigantisch netwerk alles met alles lijkt te verbinden, worden steeds meer fascinerende feiten ontdekt. Het is een informatiedrager, een blauwdruk van het universum. Zelfs onze herinneringen liggen niet in onze hersens opgeslagen (de ontvanger die frekwenties oppikt) maar als holografische info in dit veld. Einstein spreekt over spookachtige verbindingen op afstand; en dit veld is de enige realiteit. Bestaat er wel zoiets als een ́ik ́, afgescheiden van zijn omgeving, als alles met elkaar is verbonden en zelfs onze eigen herinneringen voor ieder toegankelijk zijn.....Die atomen die op allerlei manieren met elkaar en met ons in contact staan, vormen zo nu en dan tijdelijk ons lichaam.....Geen atoom is na 7 jaar meer dezelfde! We dragen verantwoordelijkheid voor dat veld. Gandhi: Be the change you wish to see in the world. (overgenomen uit Ode, nr. 61.


Literatuur hierover: ́Het veld ̈. L. mctaggert. Ank Hermes. En Bezielde Kosmos: Ervin Laszio . Ook uitgegeven bij Ank Hermes.


Hier volgt nog een diepgaande tekst over tijd:

Uit: The quest of the Overself. Paul Brunton. Rider and Company, London,1970 .Dit is een samenvatting. De


meer volledige tekst: klik hier


(aan einde artikel meer over gezegdes en vergelijk met andere godsdiensten) (sorry, this text is scanned, so there me some lettermistakes)


Our intellects are limited and finite, they cannot measure more than the seconds and minutes and days of


time-consciousness which beat incessantly through their physical organs.


As soon as one attempts to enter into an interior relationship with time one realizes that he lives for ever in the present. Past remembrances and future anticipations are alike unreal bodiless ghosts, which lapse again into dark nothingness, for the present is inexorably inescapable and devours every minute. .


....For every past event was a present one when it actually occurred. In the same way every future event will be experienced at the time as a present event alone. Past and future, when analysed, are there- fore seen to be manifestations of present time, resting entirely upon it, and possessing no independent existence of their own. Therein lies the crux of the whole question.


In other words, time is an unbroken chain formed by successive links of present events only. It cannot be truthfully split up into an absolute past and an absolute future for it is itself indivisible; it is an everlasting NOW. The relationship which exists between past and future has been created by the unifying power of man's memory; it exists in man, not in time.


The present alone is real time.

Now because the present itself cannot be observed as something objective, it must necessarily be


subjective, i.e. within the conscious- ness of the observer.


Nothing really appears at a single instant but always in time-succession. It is only by such separation in space that any object assumes its form for the beholder. But who can measure the time taken for this process within the present moment? Where does the present moment start or stop? It is impossible to distinguish between these points because the instant one point is fixed that instant becomes a past moment. Hence. we cannot form any absolutely correct idea of the present. Scientifically speaking. the present defies observation and is con- sequently unknowable.


Hence we are living right here and now in the fullness of true eternal life, only we are quite unaware, quite unconscious of it. The restoration of this missing awareness would necessarily revolutionize our lives. This is a point of vast and vital importance.


One cannot represent it properly by a chalked line upon a board, for instance, as one may symbolically represent anything in Nature from the minute atom to the colossal solar system. For the observer and his act of observation and the drawn line are all so fixed to time themselves that normal scientific observation is vitiated, from the beginning. All extemal things are observed from the present moment; but as the latter is not external it cannot itself be observed as an object of thought.


Therefore to fulfil science's latest bidding and get the interior perspective In the previous chapter the understanding was reached that the self is fundamentally traceable to a single and persistent thought. which seems to be inextricably bound up with the unending series of thoughts which, in their totality, are called intellect. Being thus involved in an activitv of constant mental movement, one normally never has the opportunity to regard the self-thought apart from this movement. One is really enslaved by this constant mental motion, this unceasing flow of impressions from without and ideas from within.


We have also here arrived at presupposing an absolute present, although we are unable to conceive it. A way will now be shown whereby investigation may be raised to an astonishing height. The idea of time is inseparably connected with the idea of motion. It is a sensation of succession. Thus there is a movement of concepts and percepts within the mind, one succeeding the other like the snapshots on a reel of cinema film - a process that continues day long. There is also a movement of the physical body from hour at the very least,


if not from minute to minute.


It is this inherence in a succession of mental impression and physical sensations and events as they pass through consciousness which creates one's sense of time and one's personal memories because there is no movement without time. It is this eternal sinking of attention in thoughts other than the ‘I-thought that prevents one coming face to face, as it were, with one’s real self.


........


A method of attaining higher perception is being placed before it in these pages.....


p.93


So long as one identifies oneself with thoughts, so long will time condition one’s existence. That alone can transcend time which transcends the intellect. But it has already been shown that the real self transcends intellect....The overself is above the movement of thougt (in meditation)..The sense of now will go on as something absolute, unchanging and infinite .. because there will be no succession, no movement, and no memories in the Overself’s consciousness....


It can only be an independent mode of being which entirely transcends all concepts of then, now and after..It is an unbroken whole......Mankind has divided a portion of cosmic time for practical purpose into cycles of days, month and years,; because the train of thoughts, being successive, may also be divide up; but eternity, being in deeper dimension than thought and consequently beyond time, cannot be divided, experiences no successions, is never new and never undergoes the transitions from then to now and after. Eternity is ever here.....


The religious angle on time:


· · · · · ·


I am that I am..(Old Testament) There should be time no longer (N.T.)


Before Abraham was, I am (N.T/)

I am yesterday today and tomorrow, I am the divine hidden soul (Egyptisch dodenboek)

Lord of Time, who conducted Eternity (papyrus)

I am that which was, which is, and which is to come. No mortal has yet raised my veil (inscription on temple) (The meaning of the last phrase is not that


eternal existence cannot be found, but that its seeker must first overcome that which limits him to mortality, i.e. his perishable personal ego) existence


Time is an invention of the mind, to calculate its own activity during its runnings and flights. Dit was een samenvatting. De meer volledige tekst: klik hier


De tijd: een practische beschouwing over onze tijdsbeleving.


We gebruiken het woord tijd heel vaak. ‘We hebben ‘tijd’, ‘een tijdje geleden’, ‘een tijdelijke baan’, ‘kom op tijd’, enzovoorts. Dat we het woord zo vaak gebruiken, betekent nog niet dat we de essentie van dit woord begrijpen. Wat is tijd eigenlijk?


De natuur kent de tijd als de aaneenschakeling van de dagen en van de seizoenen. Nietzsche spreekt over de eeuwige wederkeer van hetzelfde en dat is precies wat die vorm van tijd ons laat zien: de herhaling van hetzelfde in de vorm van de dagen en de seizoenen, en de jaren.


Die vorm van de tijd is cyclisch en is een weergave van de natuur. Voor zover wij weten heeft de mens in alle culturen van het verleden deze cyclische tijdsopvatting gekend. De westerse cultuur kent zowel vanuit de religie als vanuit de klassieke filosofie een andere tijdsopvatting. De Grieken uit de oudheid verbraken het cyclische begrip van de tijd omdat ze streefden naar onsterfelijkheid. Deze onsterfelijkheid was niet hetzelfde als de eeuwigheid van het hiernamaals; het was het opgenomen zijn in de verhalen van de cultuur. Hiermee


kreeg de tijd een meer lineair karakter, immers er was plotseling een begin van het verhaal dat aangewezen kon worden, namelijk de dood van de man die dan in de grote verhalen wordt opgenomen. We kennen nog een flink aantal van zulke onsterfelijken: Socrates, Plato, Herodotes en Alexander de grote zijn voorbeelden van deze onsterfelijkheid, waarbij we een datering van geboorte en dood van ieder van deze grote namen weten.


Wanneer het christendom haar intrede doet, wordt de tijd helemaal losgemaakt uit het cyclische. Dan kennen we plotseling naast het aanwijzen van de geboorte en de dood van de grote namen ook het voorspelde einde van de tijd. Het laatste oordeel is gedurende alle eeuwen waarin het christendom de belangrijkste religie was, een belangrijke motor voor het menselijk handelen geweest. Dan zou iedereen immers geoordeeld worden op zijn of haar daden. Daarmee was de betekenis van het cyclische karakter van de tijd volkomen naar de achtergrond gedrongen.


In de individuele ervaring is het lineair karakter van de tijd terug te vinden in de vorm van de opeenvolging van gebeurtenissen. Wij kijken naar de tijd in de vorm van onderscheidende gebeurtenissen. Die dateren we en het verhaal dat een aantal gebeurtenissen met elkaar verbind noemen we geschiedenis. Waar het gelijke het voornaamste kenmerk is van het cyclische tijdsbesef, is het verschil dus het kenmerk van het lineaire tijdsbesef.


Onze beleving van de tijd is hiermee voor een deel wel te verklaren. Wanneer er ‘niets’ gebeurt, hebben we niet de ervaring dat er tijd verloopt; de tijd kruipt en we vervelen ons. Wanneer er veel gebeurt en er dus veel verschil is in de ervaring, dan hebben we het gevoel dat de tijd heel snel gaat. Soms kan het verloop van de gebeurtenissen ons zo opslokken dat we niet eens besef van tijdsverloop hebben, maar in tegenstelling tot de verveling gaan we dan volkomen op in de wereld van het gebeuren, met het gevolg dat de tijd verloopt zonder dat we dat ervaren.


Als we lineaire tijd inderdaad opvatten als bepaald door gebeurtenissen die worden waargenomen met menselijk bewustzijn, betekent dat dan ook dat linaire tijd alleen voor mensen bestaat?


Wat is de tijd voor jou? Wat betekent de tijd voor jou? Ervaar je de tijd cyclisch, lineair of heb je er een andere ervaring bij?





ZIEN

́En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde ́ (boek van de openbaringen, NT)


Wat in het Boeddhisme het 'eerste oog' genoemd wordt, kan ook in het Christendom teruggevonden worden. Johannes 9 spreekt over het Zien van een blinde. Nicolaas van Cusa, (13e eeuw, ) zegt: "het oog waarmee ik naar U kijk, is hetzelfde oog als waarmee U naar mij kijkt". Mystici schrijven veel over schouwen. Er is een verschil tussen louter objectiveren, taxerend of diagnostisch kijken, werkelijk kijken en dan zien, en schouwen. (Heeft mijn grote belangstelling en zal ik later nog verder gaan uitwerken).


Ik heb geschreven over het therapeutisch bewustzijn dat gecentreerd is wanneer de therapeut ervaren en niet angstig is. Het is als met het kijken van een bergbeklimmer. Wij kunnen begrijpen dat er een verschil is tussen


het functioneel kijken wanneer een bergbeklimmer zich een weg omhoog zoekt, en het ah...genietend kijken op de top wanneer niets meer hoeft.meer Dit is er wanneer de gedachten stoppen en we ons openen voor schoonheid, een kort moment zonder interpretatie en gedachten. Sta je deze momenten toe en leer ze als zodanig erkennen (dat is de weg naar verlichting en niet door er steeds hardnekkig naar te streven, want dan heb je er alleen een probleem bij) . Ren er niet uit weg, ontken het niet, hopend op een volgend moment, zogenaamd om jezelf te completeren, wat een wanhoop die niet nodig is.


Wanneer het gedachteproces verminderd wordt, ontstaat er meer stilte, want minder innerlijke stemmen (van afkeuring, oordeel en labeling van wat we zien)., minder compulsief denken, we komen dan in het gebied dat achter gedachten ligt, en we naderen het gebied van aanwezig zijn: een openheid voor wat i s, voor wat voorbij de vorm is, voorbij de ́wereld ́. Dan hebben we onze ́mentale posities ́gerelativeerd (die we anders heftig verdedigen vanuit ons ego).


Meer over zien als ontstaan van gehechtheid: basisteksten of meer algemeen over zien: andere webpagina's over zien



GOD .

In Christendom centraal begrip. Erg tijdsafhankelijk gemaakt en geïnfantiliseerd. Er staat : Ik ben die ben.


Waarschijnlijk te almachtig gemaakt (macho-cultuur) . Zie ook onder 'verhalen'.

(zie hiervoor ook Nelson of zingeving) Eigenlijk is het geen abstract begrip, maar een sociale oproep tot


gelijkheid (we hebben allen slechts één en dezelfde Vader of Oorsprong. Meer).


In Boeddhisme worden er geen gedachten aan 'God' gewijd; hoewel sommigen wel over de werkelijkheid als een 'du'of 'gij'' wensen te spreken. Komt in de buurt van de westerse mystici. Dood eerst het beeld van God of Boeddha in jezelf, zodat je je eigen menszijn en ervaringen serieus neemt, en je niet verdiept in intellectuele vragen waar je toch niet uitkomt. 'The little voice within'


Volgens prediking en mystieke traditie van het Christendom (Gregorius van Nazianze (330-390), Gregorius van Nyssa (331? - na 390), Eckhart en de auteur van The cloud of Knowing) kunnen wij god niet kennen, we hebben slechts woorden en dogmatische uitspraken, die slechts gedachten en emoties zijn over God. Wie zegt God te kennen is volgens Basilides pervers, want hij dwaalt niet alleen maar is zo volkomen op de verkeerde weg dat hij een gevaar is voor zichzelf en voor hen die hij onderricht. ....God is geen object dat we kunnen liefhebben, omdat er geen sprake is van een object....We kunnen zelfs niet zeggen dat God goed is. (dan projecteren we onze eigen opvattingen over goed en nietgoed op God en dat is fataal voor ons vertrouwen....Het enige dat we kunnen zeggen (Gregorius van Nyssa) is dat God i s en dat God er i s voor ons....Wat Jahweh bepaalt, dat is recht (Ps.19,9)...Het is droevig dat de georganiseerde religie, die ons ontvankelijk zou moeten maken voor en ons voor zou moeten bereiden op dit ontzagwekkende mysterie, in plaats daarvan zo bedillerig en waanwijs is. (pag. 40 uit:Zen en Christendom, R. Kennedy. Mirananda, 1996).



GOEROE EN LEERLING.


In Christendom aanvankelijk wel genoemd (leerlingen van Jezus) maar in latere geschiedenis niet zo uitgewerkt. Althans niet voor 'leken' (die moesten luisteren naar het clericale gezag).


In Boeddhisme gelooft men er sterk in. Voor een chela (leerling) is een goeroe tijdelijk nodig. Het meest waardevolle, de ervaring, kan alleen 'face to face' worden overgeleverd. Niet via boeken. Anders is de leerling iemand die doelloos door een landschap dwaalt zonder kennis van de topografie. Of vastloopt in eigen gedachten. De goeroe houdt van hem, en inspireert zodat de kern niet de ascese en de wil om dingen af te leren is, maar juist een positieve fascinatie. De leerling wordt geleerd zichzelf te leren kennen en kan het daarna alleen (of dan wordt de goeroe weer chela). Er bestaan initiatie-riten, maar daar moet de leerling eerst aan toe zijn.


Westerse mensen moeten eerst de overdadige prikkels van buiten kwijt raken en het vermogen tot verbeelding en naar het innerlijk luisteren, weer leren.




kWAAD,


Demon duivel en zonde zijn de termen die in het Christendom gebruikt worden. Zoals alle goden werd de duivel gepersonifieerd. Het Boeddhisme kent geen 'kwaad' in die zin, maar alles wordt gerelateerd aan de vraag of iets heilzaam is op de weg naar verlichting. Op een andere pagina van mijn website ga ik uitgebreid hierop in, op kwaad, verleidingen, bekoringen enz. Meer




Filosofie in Oost en West


heeft dualiteit tot grondslag en abstracte of 'zuivere' ideeën .


Men vergeet dan dat de logica van de taal slechts een van de vele mogelijkheden is. Men doet alsof woorden en begrippen rechtstreekse expressies van de werkelijkheid zijn. (het 'ding an sich' dat net als ieder ander absolutum slechts in het denken kan bestaan)


De Chinese logica is niet aan woorden maar aan voorstellingen gebonden of symbolen. De Japanse logica is sterk verbonden met de natuur en haar analogieën. De Indiase logica stoelt op een vierledige these: Het is; het is niet; het is niet maar toch is het; het is en toch is het niet. De wereld is hier een spanningsveld tussen polariteiten. Op het eerste gezicht lijkt het te gaan om tegenstellingen- zoals licht donker, dichtbij veraf, goed slecht die zich niet laten 'wegredeneren'. Laten we niet het ene laten verdringen door het andere, of pogingen doen de wereld te bekeren tot het ene of het andere uiterste. Het gaat om het creatieve midden in dit spanningsveld te bezetten om vandaar uit de samenwerking van de tegenstelling - die voortvloeit uit een op voorhand bestaande, wederkerig bepalende relatie en afhankelijkheid - tot stand te brengen. (...voorbeeld van te strakke snaar).


De dynamiek van het universum berust grotendeels op de wisselwerking tussen de krachten van binding en vrijmaking. Binding manifesteert zich in de vorm van weerstand tegen verandering...Vrijmaking manifesteert zich als de tendens tot voortbeweging, positieverandering of verandering van omstandigheden...De resultante van binding en vrijmaking in het universum is een beweging die het vermogen tot verandering verbindt met bestendigheid: een kringloop of spiraalvormige beweging die tot haar uitgangspunt terugkeert, voorspelbaar is en onderhevig aan willekeur (transformatie, geen vernietiging).


De (westerse) rechtlijnige verplaatsingen zijn niet meer dan veronderstellingen van een abstracte manier van denken. Slechts zo kan een begrip als 'onveranderlijk'of 'eeuwig' verzonnen worden en tot ideaal verheven.


Niettemin hebben bijna alle religies hun oorsprong in dit abstracte denken: ze berusten op wensvoorstellingen en misleiden de mens met valse voorspiegelingen die vierkant in strijd zijn met de natuur en de waarneembare feiten. Het ergste van alles is echter dat ze de mens laten geloven dat alleen hij een uitzondering zou vormen op de natuurwetten en als enige onder alle levende wezens is toegerust met een 'eeuwige' ziel die dwars door alle veranderingen en transformaties heen blijft bestaan.


Het Indiase denken beschouwt daarentegen elk levend wezen en ieder ding als een unieke uitingsvorm van het grote geheel waarvan het deel uitmaakt omdat het er door talloze relaties mee verbonden is. Dit is de 'betrekkelijkheid' of 'relativiteit' waarover de Boeddha het had. Alles wat buiten deze relatie wordt gepostuleerd alsof het buiten het grote geheel zou bestaan, existeert slechts als een bedenksel en staat in geen verhouding tot de werkelijkheid. Daarom is het strijdig met het verstand om te spreken van een 'Absolute' dat een zuiver abstracte speculatie is. Het wordt slechts gehanteerd door degenen die er de voorkeur aan geven iedere definitie te vermijden, omdat ze niet in staat zijn er iets concreets over te zeggen. (uit: Lam A. Govinda (1998). Westers Boeddhisme. Asoka). Zie daarom ook hieronder bij 'ziel'.


Wetenschap vertelt wat we zien, niet wie we zijn.


Vergelijking tussen westers-humanistisch-'socratisch'denken en Boeddhistisch en verschil in het concept 'waarheid', elders op mijn web .


Een gedicht van Gerrit Achterberg:


Reagens:


Samengesteld met dood, kan ik u enkel nog ontleden voor wat scheikundigen reeds weten: zand, zink, lood.


Het andere reageert alleen op vreemde indicatoren, die tot geen wetenschap behoren: schijn, waan, droom







Voor kern boodschap boeddhisme, zie bodhisattva-ideaal.



Identiteit, vorming ervan.


De gangbare westerse psychologie en het Boeddhisme denken hier heel verschillend, althans in woorden. Wat men in Oosten onder 'ik' verstaat is het 'alsof imago' van iemand. Daarmee wordt namaakgedrag bedoeld, dat niet van binnenuit komt, niet gebaseerd is op spontaan jezelf zijn. Het is ook een helemaal opgaan, een identificatie met wat je op dat moment doet, je handeling, automatisch zonder je bewustzijn. Wat men in het Westen onder 'ik' verstaat (Freud) is een interface tussen binnen en buitenwereld, de schors. Deze huid is doorlaatbaar, je laat informatie binnen en je sluit je af; het is de manier om met de werkelijkheid om te gaan. Hiermee reduceert het Westen de psyche tot een soort mechanisme en verliest het de meer universele betekenis van Mind en ziel (die het bij de Grieken nog wel bezat).


De werken van Almaas (info) maken een verbinding tussen Oost en West en laten zien hoe identiteitsformatie van een kind meestal zo gaat dat hij zich gaat identificeren (nabootsen) met iets (objectformatie) en daardoor het gevoel van 'zijn' en 'zelf' kwijt raakt. De constructie van een 'persoonlijkheid' kan dan gezien worden als een scherm, een afweer uit angst, je vastgrijpen aan een soort houvast dat je niet zelf bent.


In 'The pearl beyond price' bekritiseert Almaas (1993) begrippen die we dagelijks gebruiken in de therapeutische praktijk. Voor hem is het ego een spiegeling van wat werkelijk is; ego verwijst naar de werkelijkheid van de Persoonlijke Essentie, zoals de glans van vals goud verwijst naar het bestaan van echt goud. .. Hij reflecteert op het persoonlijk bewustzijn en bekritiseert de amerikaanse richting van de objectrelatie theorie, die de vorming der identiteit teveel als een uiterlijk identificatie-proces ziet en waarbij 'persoonlijkheid' slechts buitenkant is. 'Personal Essence' is onafhankelijk van verleden (herinneringen of beelden), het is een direct perceptuele herkenning van een staat van zijn, een experientiële ervaring in het hier en nu. Identificatie wordt door hem als weerstand opgevat tegen de angst om te zijn. De individualiteit van de egostaat is slechts huiddiep, een netwerk van meningen in de psyche, van beelden en van spanningspatronen in het lichaam. Het is een fragiele identiteit en mist een innerlijke kern en volgroeiing, het is een emotionele isolatie die zich slechts door applaus van buiten kan laten raken. ...........De non-realisatie is een leegte die in borst of buik gevoeld kan worden, het is een wond omdat men afgesneden is van zijn. Pas door zijn eigen waarheid weer te ontdekken doordat men geholpen wordt zichzelf weer als persoon te zien, kan men zichzelf weer beleven als van unieke waarde. Overigens is het pas als persoon mogelijk iemand persoonlijk te ontmoeten; maar deze ontmoeting overstijgt het persoonlijke begrensde, men beleeft de ervaring alsof men een nieuwe ongekende ruimte betreedt.


Westerse ego-ontwikkeling en spirituele verlichting zijn niet twee totaal verschillende processen, maar delen van hetzelfde proces. De Personal Essence van Almaas kan gezien worden als de integratie en absorptie van de persoonlijkheid in het Zijn, als de synthese tussen de man van de wereld en de spirituele mens. Moderne psychologie en traditionele spirituele scholen worden hier tesamen gebracht: ze behoren beiden te gaan over de menselijke natuur en haar ontwikkeling. (meer hierover in mijn aritkel:spirituele dimensies van psychotherapie : info).


Zie vooral ook opbouw en vorming van ego (volgens de 5 skandha's onder leegte.


Westerse psychologie houdt sterk vast aan een 'ik', maar maakt slecht onderscheid tussen 'ego' (handelend interface in de wereld), 'zelf' (wat tot nu toe gerealiseerd is) en 'ware zelf' ofwel 'ziel' (niet iets wat van boven is ingestort, maar wat oprijst uit de stof, de potentie van wie je in wezen bent, en wat je nog kan realiseren dus). (meer zie mijn artikelen: Het lichaam, ook in individuele gesprekstherapie. en De Ziel van de Pesso-psychotherapie.


Allport laat mooi zien hoeveel niveaus van identiteit wij feitelijk bezitten:


Six planes of identiy.


(bandje Allport).


1. Physical body. "Hier ben ik, blond, 55 j.,dun" Als je ouder wordt kun je in paniek raken omdat deze zekerheden je ontvallen


.2. Psychological domain. domein van de therapie, gelukkig, verdrietig zijn. Domein van de sociale regels. Mensen op straat laten je zien, wie zij denken dat zij zijn (I am cool, man; ik ben moeder; ik ben hulpeloos


3. Place of formation (destiny, mijzelf.) . De levels 4 en 5 en 6 worden niet duidelijk. Het zijn sluiers die van de identiteit afkunnen tot je bij het ware zelf komt


Je kunt dissocieren van al je identiteiten (vader, psycholoog, lichaam, blond, leeftijd enz.). "Ik was altijd getraind een body, een personality te zijn". Mensen leren vaak niet met hun non-existence om te gaan. Als je dat wel leert, gaan de sluiers een voor een weg, alsof je thuis komt( as if I came home, the Essence to my being, totally joyfull. Now I became free from all those definitions of identity/.


Als je wilt ontsnappen uit de gevangenis, is het eerste wat je moet doen, je realiseren dat je in de gevangenis bent en terughalen wat je vergeten was: je de essentie her - i n n e r e n .


Als ze jouw identiteit waar je je aan vast houdt, aanvallen, wordt je onzeker. Maar als je niet ergens staat met vaste grond, hoe kan je dan weten wie je bent. .Het is gewoon just the way things are.Er is een plaats waar alle incarnaties zijn.Je bent in de illusie van de verschillende lagen van je identiteit. En je gaat dood totdat je contact maakt met dat deel van jezelf wat niet "in t ime" is.Als je die plaats vindt in jezelf waar geen space en time meer is,dan sterf je niet langer.Dat is waar Christus en anderen van spraken.


Je bent in time,(maar niet exclusief geïdentificeerd daarmee) en not in time.That is the secret of the game.Er is een deel van je dat is not in time, that was not born en dat sterft niet. en nooit.


The Purpose of life is exploration, adventure, a step to home.Your physical bodies can be seen as symbols of restriction, pain, surprising and alarming needs.Or as chosen vehicles (spaceshuttles) that souls are inhabiting. Ze zijn noodzakelijk voor wie je bent, om de moeilijke weg naar je ziel door te werken. "God" speelt een creative game.Hij creates darkness (the face of the depth).Playing with darkness in a creative form.We áre the creation.En op weg naar licht, beaty, wisdom.God returns to God.The One returning to itself.En het gaat door het vehicle van onze incarnatie en darkness heen. De aarde is ons klaslokaal. (Aldus Allport op zijn bandje. Er zijn echter ook Boeddhistische stromingen die helemaal niets moeten hebben van iets 'eeuwigs' en transcendents)


De leegte heeft geen houvast nodig. Je wezen is een niet-wezen. Het is niet iets, het is niet als iets. Het is als niets, een onmetelijke leegte zonder begrenzingen. Het is een anatma, een niet-zelf; er is geen zelf binnen in jou. Meditatie is de dood voor het ego; ego is een vals concept. Zelfs een steen -zeggen moderne fysici-er zit niets in: het is gestolde energie. Geven lijnen die elkaar kruisen alleen maar de illusie van een punt? Binnenin is niemand. Als je de ui schilt, is er niets. Dit niets bestaat op zichzelf. (Daarom zegt Boedha, is er geen God nodig), het heeft geen houvast of steun nodig. Het begrip van het zelf wordt door het denken geschapen- er is geen zelf in jou. Als jij niet bent, wordt je het geheel.Sterf en je wordt een God. ( Ego en ware zelf: meer dan eendimensionaal. Specifiek over ware zelf


In een gedicht van Gerrit Achterberg:


De gouden morgen waast tot werkelijkheid. Hier voor mijn voeten sta ik afgebeeld, zo dun van leven, dat het weinig scheelt of ik kan nog verwisselen en tijd


uitschakelen, voordat ik weer verslijt aan deze schaduw, die mij mededeelt aan heel de wereld, tot ik ben verspeeld naar alle kanten en mijzelve kwijt.


Ogenblik van de dag, waarop het licht nog ingetogen en voorzichtig is, zodat het lot aarzelt om in te gaan bij het bekende beenderengewricht;


om weer vanouds het hart te laten slaan en weer het hoofd doen gissen wat het is.



HET GELUID en aum en Mantra


In den beginne was het woord, zegt de bijbel. Hij sprak: 'er zij licht ́ enzovoort. Het woord is tot ons gekomen, de expressie van de Godheid. Het universum is geluid, trilling.


In de natuurkunde gaat het over de snaartheorie. Negen basale begrippen als zwaartekracht, snelheid van het licht, enz. Zolang deze negen nog niet in één gemeenschappelijke theorie zijn ondergebracht, ontbreekt er nog iets, zegt de natuurkunde, aan ons begrijpen van de werkelijkheid, er moeten ahw meer dimensies zijn.


Mantra's zingen is niet alleen een concentratietechniek, maar ook om in contact te komen met de trilling van het universum. De bekendste is AUM


Uitleg van AUM. (uit een cursus van Paula de Neve ) Een zeer diepzinnige uitleg: De letters hebben hun letterlijke klank maar worden bovendien gekoppeld aan een van de vier bekende bewustzijnstoestanden


(. 1.Waaktoestand A. 2. Droomtoestand U. 3. Diepe slaap M. 4.Vierde toestand AUM, meer)


A is de eerste letter, omdat hij allesdoordringend is, zoals ook Vishva (de kenner in waaktoestand) het hele universum doordringt in het gedachte.Vishva is ook degene is die deze eerste toestand ervaart waardoorheen Atman passeert, juist zoals A als eerste letter van het alfabet, het hele alfabet doordringt


U. Taiyasa (= de Dromer )wordt superieur geacht en boven Vishva, de Waker omdat hij niet geïnvesteerd is in de zintuigen die Vishva overheersen met al de krachtige illusies die zij scheppen. En ook superieur omdat hij als dromer dichter staat bij het vredige Kaivalya dat overheerst in Sushupti (= de diepe slaaptoestand). Degene die deze waarheid kent is spiritueel superieur in betrekking tot degene die totaal onwetend is van dit, want dat bewijst dat hij een zoeker is en zich beweegt in de richting van de realisatie in Turîya(= volledig bewustzijn)..


De gelijkenis van Taiyasa (=dromer) met de letter U bestaat erin dat hij staat tussen Vishva en Prâjna(=waker in de 'wereld'), zwemmend tussen de kusten van Jâgrat en Sushupti (=wereld en diepe slaap), zoals de U tussen A en M staat...


M "Prâjna die diepe slaap heeft als veld, is M, de derde letter van AUM omdat hij de ‘maat’ is in dewelke allen één worden. Het Zelf dat diepe slaap ervaart staat in zichzelf, vrij van projecties (superimposities) die op hem toekomen als hij functioneert als Vishva en Taiyasa (= waker en dromer). Het Zelf is dan het zuivere Zijn, hetzelfde als in alle voelende wezens waar het onderscheid tussen mens en niet-mens niet bestaat. Het verschil dat Vishva en Taiyasa wel waarnemen is geen verschil van natuur maar alleen van uiterlijke manifestatie). Dus dat verschil in waarneming versmelt tot éénheid van Zijn in Prâjna diepe slaap, maar komt terug als Prâjna terug ontwaakt als Vishva en Taiyasa. Daarom is Prâjna de MAAT van alles. Zijn gelijkenis met M bestaat in het absorberen van Visjva en Taiyasa in diepe slaap, zoals de klank M de klank A en U absorbeert wanneer het woord is uitgesproken. Degene die dit weet is de kenner van de ware natuur van de dingen.


AUM


Turîya (= vierde ultieme bewustzijnstoestand) is niet verdeeld in delen zoals de klanken, hij is onbegrijpelijk, hij is het ophouden van alle verschijnselen, het vredige en niet-twee AUM, is waarlijk identiek met Atman. Degene die dit weet gaat op in Atman."


Deze shruti vergelijkt Atman niet met de letters van A-U-M, omdat de drie andere, Vishva, Taiyasa en Prâjna (=waak,slaap, diepe slaap) integreren in Turîya zoals de letters van A-U-M integreren in het woord AUM.


Als Turîya, treedt de mens als ware yogi in de volheid van zijn zelfrealisatie als dat zuivere, niet-twee, onveranderlijke Atman dat nooit iets anders is geweest dan zichzelf, alhoewel het "scheen" dat hij doorheen de drievoudige ervaring van de drie andere toestanden gegaan is. Deze bewijzen dat ze niets anders waren dan droom-achtige bewegingen van binnenin. Bewegingen die nu tot een absoluut einde gekomen zijn. Hij, Turîya realiseert nu pas de volle impact van de Mahâvâkya, "Ik ben Brahman" in complete identiteit ermee. Want Atman kennen is Atman zijn, is Brahman .


Eckankar, vanuit een andere optiek, probeert ons het geluid van het universum te laten horen, met de techniek van het derde oog. Voor ieder werkelijkheidsniveau zou er een ander geluid hoorbaar zijn.Op het psychische niveau van resp. fysiek, astraal, causaal, mentaal en intuitie als top zijn de bijbehorende geluiden respectievelijk: donder, roar of the sea, tinkle of bells, running water, buzzing of bees....op het hoogste niveau: het onuitgesproken woord, waar geen woorden meer zijn, music of God, ocean of love and mercy. Meer



                           

 
 
 
Comments