mannen en seksualiteit

Mannen en seks. Een nieuwe metafoor: testiculaire  mannenlijkheid

(lezing Nelson vertaald)

Naar een nieuwe metafoor voor mannelijkheid. Mannelijke spiritualiteit



Reeds lang wijzen feministen ons er op dat de westerse cultuur en
religie levensgroot de betekenissen weerspiegelen die mannen aan hun
lichamelijke en seksuele ervaringen toekennen. Mannen bleven maar steeds denken dat deze betekenissen niet specifief mannelijk zijn maar eerder algemeen menselijk. Deze veronderstelling heeft mannen grotendeels onzichtbaar gemaakt voor zichzelf. Het heeft mannen ervan weerhouden om bewust en met zelfkritiek stil te staan bij hun zo engspecifieke wijzen van beleven.
Mannen zijn begonnen om hun mannelijkheidsbeleving te "ontmaskeren"
in de afgelopen jaren, maar het gaat er verwarrend aan toe. De
huidige stromingen in de "mannenbeweging" in de Verenigde Staten
vormen een illustratie van de verwarring over de essentie van het
echte probleem.

De meest konservatieve groep in de Amerikaanse mannenbeweging ziet feministische vrouwen en het verlaten van de traditionele

genderrollen 

als de grote boosdoeners. Groepen voor "Mannen
rechten" illustreren deze ideologie. Vele van hun leden zijn alleen,
na een relatie of huwelijk, en vechten met vrouwen om meer macht bij bezit en kinderen. Door zichzelf als pro man uit te roepen, verraden deze groepen voor "Mannenrechten" op een merkwaardige wijze een anti man ideologie, want zij gaan er van uit dat mannen zich nergens iets van aantrekkende wellustige wezens zijn, die getemd moeten worden door meer spirituele en beschaafde vrouwen.

Een tweede soort ideologie 

wordt zichtbaar in de "Mythisch
politische groep", die ik de "Masculinisten" zal noemen. Hier wordt
als hoofdprobleem beschouwd het verlies van een archetypische
mannelijkheid, die mannen ooit bezaten maar die zich in de moderne cultuur zelden meer voordoet. Dit komt omdat vaders van hun zonen vervreemd zijn,dat er geen mannelijke oudere mentoren meer zijn voor jonge mannen, en dat er geen mannelijke initiatie riten meer bestaan.
Als oplossing moet de archetypische mannelijkheid weer herontdekt worden door mannelijke verbroedering rond beelden uit mythen en sprookjes. De stuwende kracht en inspirator van deze groep is de Amerikaanse dichter Robert Bly,  wiens boek "Iron John" onlangs een bestseller was (Bly,1991). Hoewel zij bezweren dat zij niet antivrouw zijn, vrezen vele Masculinisten dat het radicale feminisme "een nieuw seksueel Manichaeisme aan het bevorderen is, dat leert dat het vrouwelijke archetype gelijk staat met leven en voeding, terwijl het mannelijke archetype neerkomt op gewelddadigheid en overheersing" (Arnold, 1989). Zij geloven dat dit een wijdverbreide vijandigheid jegens mannen tot gevolg heeft en een fletse, wankele, softe mannelijke zelfbeleving. Daarom roepen Bly en anderen op tot "de mannelijke oermens", die weer gaat lijken op de diepe rijke
mannelijkheid van Iron John . Deze groep geeft van weinig benul blijkt voor de mogelijke uitwassen van de patriarchale samenleving en maakt zich niet druk over het feit dat hedendaagse mannelijkheidsbeleving vooral uit anti vrouw en anti homo opvattingen is samengesteld.

Het deel van de Amerikaanse mannenbeweging dat ik het meest
opbouwend vind en dat echt bemoedigend is, zou men de "Liberationisten
van de man" kunnen noemen. Deze groep neemt feministische kritiek
op het patriarchaat serieus. Bovendien berust haar ideologie
uitdrukkelijk op een drievoudige bevestiging: deze is pro vrouw,

pro homo, en pro man. Op deze uitgangspunten zijn ook mijn eigen
overwegingen gebaseerd.IMG_1980
Dit zijn de expliciet geformuleerde overtuigingen van de
Nationale Organisatie van "Mannen Tegen Seksisme", de grote
nationale organisatie van mannen in de V.S.
Hoe ontstaat mannelijkheid?
De wortel van het probleem is, geloof ik, dat we ons nog
onvoldoende hebben bezig gehouden met vraagstukken betreffende het
sociale proces van de vorming van

mannelijkheid. 

De Britse socioloog Victor Seidler concludeert terecht dat "mannelijkheid in wezen een
negatieve identiteit is, die aangeleerd wordt door zichzelf af te
grenzen tegen emotionaliteit en hechtende verbondenheid" (Seidler,1989).

Lichamelijkheid

Ik zou echter verder willen gaan en stellen dat ˆde gangbare
mannelijkheid ook te veel een negatieve identiteit is, omdat deze
gefundeerd is in mannelijke vervreemding van het lichaam , want voor hetero seksuele mannen zijn het vrouwen en homo's die bij uitstek het lichaam symboliseren. € Met andere woorden, ˆjuist € door onszelf te definiëren tegenover vrouwen en homoseksualiteit, hebben wij mannen onszelf afgegrensd tegenover emotionaliteit en
verbondenheid. Dit laatste geldt zowel voor niet homo als homo
mannen. Hoe wij mannen ook geörienteerd zijn, in heteroseksuele
culturen is ons allen bijgebracht dat mannelijkheid anti vrouwelijk
en anti homo betekent. Als dit waar is, dan zal religie wellicht
bij kunnen dragen aan het weer compleet maken en transformeren van mannen, waar deze de complete goedheid van lichamelijk leven en incarnatie (de openbaring van God door het menselijk lichaam) stelt.

Sommigen zullen tegen werpen dat ik de blinde vlek die mannen ten opzichte van hun lichaam hebben, overdrijf. Het is waar dat wij mannen vaak trots zijn op ons lichaam; toch gaan we er instrumenteel mee om
en is het verband zoek tussen ons beleven en onze lichamelijke
gevoelens. Ook al zijn we dan vaak trots op onze seksualiteit en
mannelijke levenskracht, zij is ons tevens vaak een bron van zorgen.
De gedachte aan impotentie kan ons verlammen. En het idee dat een vrouw of een homo eem meer seksueel wezen zou zijn dan wij, veroorzaakt bij de "echte" man zowel angst als woede.
Bovendien verwart intimiteit ons vaak. Intimiteit en seks lijken
een en hetzelfde te zijn. Diep in ons hart vrezen wij intimiteit
met andere mannnen, omdat het zin in genitale seks lijkt in te houden.

En innige emotionele intimiteit

met vrouwen ervaren we als verraad aan onze mannelijkheid , want onze eerste lessen over wat een man
hoort te zijn, leerden we door het verbreken van de erotische
binding met een vrouw onze moeder.
Ons is geleerd dat echte mannen van seks houden, er altijd klaar
voor zijn, en nooit hoofdpijn hebben. Toch hebben wij in onze
jeugd seks niet leren kennen als een middel om ons hele lichaam
te verwennen en ervan te genieten, maar eerder als een manier om
genitale spanningen te ontladen. En we leerden dit laatste in wedijver af te meten aan andere mannen.

Verschillen ten opzichte van vrouwen.
De negatief gedefineerde mannelijke identiteit kunnen we in haar
verschillende dimensies beschrijven. Er zijn tamelijk algemeen
ervaren gender verschillen in vele culturen.
Vrouwen beleven in het algemeen seksuele gevoelens verspreid
over hun hele lichaam, terwijl mannen deze gevoelens vooral in
hun genitaliëen  localiseren.

In seksuele zaken 

zijn vrouwen vooral op relationele
aspecten gericht, terwijl mannen hun aandacht bij voorkeur
richten op bepaalde daden en gebeurtenissen.
Vrouwen neigen ertoe helderder te zijn in hun gender identiteit
maar minder zeker te zijn over hun individuatie, terwijl voor mannen
in het algemeen het omgekeerde geldt grotere onzekerheid over de
betekenis van hun mannelijkheid, maar zekerder over hun
individuatie.
Door menstruatie, en voor sommigen door zwangerschap, zijn
vrouwen veel meer vertrouwd met diepgaande lichamelijke veranderingen
dan mannen.
Consequenties voor de wijze waarop een man zijn wereld vorm en betekenis geeft.

Wat kunnen dit soort verschillen inhouden voor de man en de
wijze waarop hij zijn wereld vorm en betekenis geeft?
Laten we eerst de mannelijke neiging eens bekijken om seksuele
gevoelens te genitaliseren. Wij zijn meer geneigd dan de meeste
vrouwen om seks te isoleren van andere gebieden van het leven.
Om een of andere reden hebben wij geleerd dat seksualiteit gelijk
staat met seks, en dat seks hetzelfde is als genitale
lustbeleving. Met als gevolg dat onze genitaliën een centrale rol
spelen in ons mannelijk zelfbeeld. Maar bovendien geven we een genitaal focus aan onze spirituele wereld aan de wijze waarop wij de
dingen die voor ons het meest werkelijk en waardevol zijn, bekijken en en waarderen.
Voor de vraag, ˆwaarom die genitale gerichtheid zich nu precies
in mannen ontwikkelt, bestaan waarschijnlijk vele verklaringen. De
fallocentrische socialisatie die patriarchale samenlevingen kenmerkt, verklaart natuurlijk veel. Ook fysiologische factoren spelen een rol.

De genitaliën van een man

zijn nu eenmaal meer extern, meer zichtbaar, en meer toegankelijk dan die van vrouwen. Jongens beginnen eerder
te masturberen dan meisjes en doen het vaker, een gegeven dat hun
genitale gerichtheid bij voortduring versterkt. De jongen heeft als
puber te kampen met onwillekeurige erecties, die hem op de meest
ongelegen momenten overvallen, en dit overtuigt hem er steeds meer van
dat zijn penis niet alleen aandacht vraagt, maar ook een beetje anders
is dan de rest van zijn lichaam ( De heilige Augustinus was niet de
enige man die geloofde dat zijn penis "een op zichzelf denkend wezen"
is ).
Wanneer ik feministen verslag hoor doen van hun lichamelijke
ervaringen, dan raak ik onder de indruk van de wijze waarop de
meeste vrouwen hun seksualiteit als binnen zichzelf gelegen,
diepgaand en mysterieus beleven. Als man, ben ik daarentegen veelal geneigd om mijn seksualiteit als meer instrumenteel te ervaren.

De penis 

is voor mij een instrument om een geheim binnen te
dringen en te exploreren dat volledig buiten mijzelf ligt. En de
lineariteit, de hardheid, de overtuigde wijze waarop de onvolprezen
erectie op zijn doel afgaat, zij zijn allen belangrijk voor mijn
begrip van de werkelijkheid.
Dit maakt dat ik spiritueel en in mijn theologisch denken geneigd
ben te geloven dat mysterie "daar buiten" is in plaats van voeling te
hebben met de geheimen die in mijzelf besloten liggen. Mysterie lijkt zich buiten mij te bevinden, het is iets dat moet worden gegrepen en gepenetreerd. En de mannelijke trekken in onze cultureel modelleren dat mysterie tot een rationele orde, tot structuur en tot wetmatigheid. In een dergelijke seksueel spirituele beleving van de werkelijkheid neemt God de geslachtelijke identiteit aan van een transcendente man god, hij wordt verspiritualiseerd (en zo ontlichaamd). Hij is dan gemaakt tot iemand die weinig gevoel kent en zijn macht unilateraal uitoefent; en hoewel nu Zichzelf genoeg en van niemand anders afhankelijk, eist Hij toch dat anderen voor "Hem"op de knieën gaan.

De in het Westen als ideaal beschouwde eigenschappen
van mannelijkheid 

worden aldus naar buiten toe geprojecteerd op de
kosmos.
En zo is het spirituele pad op een ladder gaan lijken we
moeten omhoog klimmen naar daar boven , ¢pgaan tot God. En in dit ondermaanse, in de mannelijke prestatie maatschappij, wordt ons bewustzijn nu gelijkelijk gedomineerd door de fallische waarden van lineariteit, directheid recht op het doel af, hiërarchisch denken en macht. En daarom betekenen in de mannelijke prestatie maatschappij harde feiten meer dan zachte data; de schakelaar staat omhoog wanneer de computer "aan" is, en naar beneden wanneer deze "uit" is; en lineaire verband van oorzaak en gevolg is in geschiedenis van meer belang dan cyclische getijden en kringloop der natuur.

Onze theologische en spirituele zienswijzen 

zijn duidelijk aangetast door de wijze waarop
mannen hun lichaam ervaren, een beleving waarbij de fallus tot centrum verheven is.
Een ander verschil in seksuele lichaamsbeleving is aan het licht
gebracht door recente psychologische theorieën  over genderformatie .
Dergelijke studies herinneren ons eraan dat het in de praktijk altijd
een vrouw is de moeder of haar vervangster die in de eerste
plaats de baby en het jonge kind grootbrengt. Daardoor zullen manlijke en vrouwlijke kinderen de beide opdrachten tot gender identiteit en individuatie verschillend ervaren. Het meisje ervaart zichzelf zoals haar moeder, voortdurend met haar; gender identiteit lijkt vandaaruit op een natuurlijke wijze te ontstaan. Maar
tegelijkertijd is haar individuatie meer problematisch. Voor
de jongen geldt het omgekeerde. Als man kon ik mijn gender
identiteit uitsluitend tot stand brengen door mij van mijn moeder
los te maken. En zo werd ik meer bedreven in individuatie. Maar
mijn gender identiteit, mijn gevoel voor mannelijkheid , bleef
problematischer, vooral omdat de fysieke en emotionele afstand tot
mijn vader weinig duidelijke aanknopingspunten bood aangaande de betekenis van het man zijn. En daarom kregen, net als bij de meeste andere jongetjes, negatieve definities de nadruk bij de vorming van mijn gender identiteit. Ik ontdekte mannelijkheid door wat het ˆniet is.

Ik verwijs vooral naar het werk van psychologen als Nancy
Chorodow, Carol Gilligan en Lillian Rubin.
jongens zijn geen meisjes; grote jongens huilen niet; zij zijn
geen "mietjes" of "fatjes" of "moederskindjes": zij vluchten niet
naar mamma toe.

Mijn wankele mannelijkheid  

is van oorsprong af gegrondvest op negatieve identificaties.
Daarom raken de meeste mannen in mijn cultuur veel meer
bedreven in de kunst van afstand nemen en separatie dan in die
van intimiteitsbeleving. We leren onze grenzen goed te trekken. Wij
leren dat separatie veel reëeler is dan verbonden zijn. Wij
leren dat intimiteit en eros (met andere menselijke wezens of
met God) op de een of andere manier vijanden zijn van ware
mannelijkheid. En intimiteit en eros zijn werkelijkheden met een
sterk lichamelijk karakter. Zij lijken karakteristieker voor
vrouwen en homo's dan voor "echte mannen". De grenzen goed getrokken houden, lijkt een absolute voorwaarde voor het behoud van mannelijkheid, en dat laatste vormt een taak die nooit ophoudt.
Laten we eens een ander algemeen verschil tussen de seksen
in ogenschouw nemen namelijk het ondervinden van diepgaande
lichamelijke veranderingen. Dergelijke ervaringen zijn typisch meer die van vrouwen dan van mannen. De vrouwen onder u, zijn onderworpen aan de maandelijkse menstruele cyclus en dat heeft u niet of nauwelijks in de hand. Sommigen van u hebben ervaren hoe het is om zwanger te zijn, te bevallen en om borstvoeding te geven, allemaal lichaamsveranderende processen. Behoudens ernstige ziekte of een ongeluk, ondervinden de meeste mannen het grootste deel van hun leven geen diep in het lichaam ingrijpende veranderingen.
Het behoeft ons dan ook niet te verbazen dat er in de
wereld van de man een opmerkelijke angst voor de dood heerst.
Kenmerkend zijn de gevoelens die de manlijke dichter Dylan Thomas tot uitdrukking bracht toen hij ons de raad gaf om niet zo maar mee te gaan die goede nacht in , maar om ons liever razend en vechtend te verweren tegen het stervende licht. Lichamelijke
veranderingen beangstigen ons, want we hebben ze nooit ervaren. De meest radicale van alle lichamelijke veranderingen is de dood. Het is de ultieme aanval op onze lichamelijke onkwetsbaarheid, op onze rechtlijnigheid van denken, op het in de hand hebben en meester zijn der dingen, op ons zegevieren. Dood is de uiteindelijke impotentie, slappige nietsheid, de volstrekte nederlaag op stevigheid en daadkracht. Wanneer mannen niet goed kunnen omgaan met dood,
kunnen zij ook de smart niet onder ogen zien bij deze radicale
verandering en kwetsbaarheid. En wanneer verdriet ontlopen
wordt, dan is een man nog verder van huis, vervreemd van de gevoelens in zijn lichaam.

Dit soort lichaams en gender belevingen zullen de meeste mannen
in het algemeen wel herkennen. Ik geloof niet dat anatomie bepalend is.
Er bestaat geen eenduidig en rechtstreeks biologisch determinisme voor onze gender constructies. Wel is er een ingewikkeld samenspel tussen anatomie en psyche. Wanneer dit waar is voor een aantal destructieve elementen in het begrip mannelijkheid, waarom zou dit verband dan ook niet bestaan voor het meer constructieve en beloftevolle potentieel van mannelijkheid? Daarover nu.

Naar een geestrijker soort mannelijkheid en wereld.

Welke aspecten in de manlijke lichaamsbeleving kunnen van
betekenis zijn voor een geestrijker soort mannelijkheid? Als voorbeeld
richt ik mij op de genitaliëen en onderzoek wat zij aan betekenissen
openbaren. Hoewel ik hierboven heb gesteld dat mannen hun seksueel
gevoelen veel te veel genitaliseren, wil ik daar nu de kanttekening
bij plaatsen dat het werkelijke probleem niet zozeer het
genitaliseren op zich is, maar veeleer de ˆeenzijdigheid ervan.
Mannelijke genitalisatie is nadrukkelijk ˆfallisch en daarom
partieel. En wanneer een deel van de werkelijkheid tot geheel wordt
verheven, komt dat altijd neer op misvorming en afgoderij.
In de Romeinse mythologie was Priapus, zoon van Dionysius en
Aphrodite, de God van de vruchtbaarheid. De afbeeldingen van
Priapus tonen een lelijke kleine man met een enorme erectie. Bij de
indeling van seksuele dysfuncties betekent priapisme de pijnlijke
klinische conditie van een erectie die niet wil verdwijnen. Priapus
en priapisme symboliseren de afgoderij van de halve waarheid. De
fallus in erectie vormt inderdaad een vitaal bestanddeel van de
lichamelijke en seksuele beleving van de man , en zo dus ook een
belangrijk onderdeel van zijn ervaringswereld. Maar het is slechts
een onderdeel. Wanneer het hierbij zou blijven, dan zou onze
seksualiteit en onze wereld pijnlijk en bizar zijn, zowel voor ons
zelf als voor anderen. Maar dat is in feite wel zoals het vaak gaat.
De fallocentrische mannelijkheid en de wereld zoals de man die zich
geschapen heeft, zijn inderdaad pijnlijk en bizar geworden.
Aan de zachtheid van onze penis gaat onze aandacht voorbij. Toch
is het maar goed dat de meeste mannen het merendeel van de tijd een slappe hebben. Wij onderwaarderen onze genitale zachtheid niet alleen omdat ons in het patriarchaat zo veel fallische waarden zijn aangeleerd, maar ook omdat wij allen mannelijke energie en echte mannelijkheid vereenzelvigen met de vitaliteit van jeugdige
mannelijke uitstraling. Wanneer we ouder worden, neemt de
hardheidsgraad van onze penis af. Bang als we zijn voor onze eigen
sterfelijkheid, willen we dan onze eigen genitale zachtheid niet zien
en projecteren we deze eigenschap op vrouwen die we dan zwak vinden, en zacht en kwetsbaar allemaal tekenen van sterfelijkheid,
allemaal eigenschappen om op neer te kijken en te ontkennen.
De manier waarop een man zijn

testikels 

ervaart, kan ook nog worden vergeleken met de beleving van fallische mannelijkheid. De testikels zijn een plaats van incubatie, een kwetsbare kiemplaats.
De testikels zijn tevens symbool van geduldig wachten
zij "hangen" daar zo maar wat. Net zoals de slappe penis tot
onze echte mannelijkheid kan behoren , zo toont ons ook

"testiculaire mannelijkheid". Naar een nieuwe metafoor

nog duidelijk hele andere ontplooiingskansen dan fallische mannelijkheid kan bieden.
De onderwaardering van genitale zachtheid en overwaardering
van de fallus hebben de wereld tot een gevaarlijke plaats gemaakt
voor mannen. De prijs voor die onderwaardering, is het verlies van een wezenlijke spirituele energie en kracht. Het is de energie en
kracht die met de Via Negativa geassocieerd wordt.
Van oudsher openbaart de Westerse spiritualiteit ons
twee wegen naar de aanwezigheid van God: de Via Positiva en de Via
Negativa, de positieve weg en de negatieve weg. De eerste is de
weg van bevestiging, van dankzegging, van extase. Het is een weg van licht, een weg van vervuld worden door de heilige volheid en van opgaan tot de goddelijke hoogte. De Via Negativa is de weg van leeg maken en ontledigd worden. Het is een weg van duisternis. Het is verzinken in nietigheid en in geheiligde diepten. Voor het evenwicht en de vervulling heeft het ene pad het andere nodig.De overontwikkeling van de een ten nadele van de ander, misvormt.

In de mannelijke beleving lijkt de Via Positiva sterke associ
ties op te roepen met de fallus, terwijl de Via Negativa
nauw is verbonden met genitale zachtheid. En bij de meeste
mannen blijft deze laatste weg onontdekt, een niet opgemerkt en
verwaarloosd spoor. De ervaring van neergaan, los laten en zichzelf
leeg maken is een geestelijke weg. Het is ook een genitale ervaring.
"Testiculaire mannelijkheid" is op inspiratieve wijze uitgewerkt
door Prof. Arthur Flannigan Saint Aubin (ongepubliceerd artikel,
gepresenteerd op de 3e jaarlijkse Mannen Studies conferentie,
Tucson, AZ, 6 juni 1991).
Waar het bruisend bloed harde opwinding brengt , is het nu leeg rond de slappe penis. Slapte is het loslaten van alle urgentie.
De innerlijke ervaring van neergaan, los laten en leeg worden, is
het ervaren van goddelijke genade, zoals dat in de Christelijke
traditie wordt gezien. Het betekent God zo vertrouwen dat het niet
nodig is dat wij iets doen , dat ons zijn  genoeg is. Het betekent
ruimte geven aan onze tranen, die eenmaal begonnen, blijven komen.
Het betekent onszelf toevertrouwen aan de duisternis van de slaap,
zo gelijkend op die van de dood. Het betekent afstand nemen van onze eigen creaties en rusten in de diepte van de overtuiging dat
wijzelf niet degenen zijn die scheppen.
Of beschouw duisternis, een ander thema van de Via Negativa.
Duisternis lijkt verbonden te zijn met de kosmische moederschoot
waar wij uit voortkomen; het heeft zijn eigen energie en kracht. Maar de meeste mannen voelen zich minder thuis bij het duister dan bij het licht.

Wij zijn erfgenamen van de Verlichting. 

Onze psyche koppelt duisternis aan dood, en verbindt het met woede, verdriet en
met het onbekende allemaal typisch angsten van mannen. Maar de
slappe penis, in tegenstelling tot de fallus, is een creatuur van het
duister. Hij is in ruste en slaapt. Wij zijn ons niet bewust van zijn
aanwezigheid. Wanneer we er aan denken, hechten we aan hem minder waarde dan aan de fallus, want in ruste symboliseert hij onze angsten en zijn hangende buigzaamheid suggereert impotentie. En de angst voor dood en impotentie is de oorzaak van veel mannelijke vernietingsdrang. Maar zonder het duister is er geen groei, geen geheimnis, geen ontvankelijkheid, geen echte creativiteit. Zonder het vriendelijk duister, wordt het licht zo schel.

Alternatieve vormen van macht en invloed.

Wat de zachtheid van de manlijke genitaliën ons tenslotte nog
openbaart, is een andere opvatting van macht. In culturen waar het
mannelijke overheerst, wordt macht vooral ‚‚nzijdig opgevat, op de
dimensie overheersing overheersd worden. Het is de mogelijkheid anderen  naar zijn hand te zetten en daarbij zelf zo veel mogelijk buiten schot te blijven. Macht wordt kwantitatief opgevat, en is des
te sterker wanneer het dwingend wordt opgelegd en in zijn
uitoefening niemand anders nodig heeft. Men gelooft dat macht
kwantitatief beperkt is en daarom vergroot kan worden door met
anderen in strijd te gaan. Een machtig man is iemand die alle
touwtjes in handen heeft. Hij beheerst zijn lichaam, zijn gevoelens,
zijn relaties, zijn werk, zijn vrouw, zijn kinderen en zijn
leven. Laten we dit soort macht

"fallische macht "

noemen. Hoewel er omstandigheden kunnen zijn waarin iemand soms terecht en adekwaat op deze wijze macht uitoeft, is dit toch slechts een gedeeltelijke waarheid. En wanneer een deel waarheid voor volledige waarheid wordt aangezien, dan wordt deze demonisch en van een vernietigende kracht. Wanneer ik steeds maar mijn lichamelijke uitingen probeer te beheersen, dan ontwikkel ik weinig begrip voor mijn

emotioneel leven, 

en wanneer ik er in slaag om
mijn emoties werkelijk te beheersen, dan zal ik bijna zeker door hen
overmand worden. Wanneer ik vind dat ik anderen moet manipuleren,
dan zal ik waarschijnlijk geen toegang vinden tot hun subjectiviteit;
wie de ander in zijn macht heeft, weet weinig van de gevoelens van
degene die onder ligt en hoe deze de wereld beleeft; de onderdrukte
daarentegen heeft zijn ogen wijd open.
Er is nog een ander soort macht. Haar geheim ontsluit zich in
de zachtheid van onze genitaliën en de verborgenheid van onze testikels.
Deze macht is relatie scheppend en vruchtdragend. Zij is er niet op
gericht om een ander te beheersen of diens macht onderuit te halen.
Haar doel is elkaar over en weer te versterken. Zij is bereid zowel
invloed uit te oefenen als ook zich te laten be‹nvloeden. Een man met dit soort macht is grootmoedig van geest, maar zijn grootheid is
kwalitatief van karakter, niet kwantitatief. Hij kan incasseren en
staat open voor het leven in al zijn verschijningsvormen zonder zijn
integriteit en individualiteit te verliezen. Hij legt een
levendige en veelzijdige belangstelling aan de dag voor alles om
hem heen zonder zich defensief of onzeker op te stellen.
Hij is in staat anderen te stimuleren zich in hun eigen richting te
ontwikkelen, ook als dat de zijne niet is (Loomer, 1974).

Homofobie

Nelson wijdt nu uit over homofobie waarin dezelfde patronen
duidelijk worden. Samengevat komt het op het volgende neer:
Aan homofobie ligt de angst ten grondslag om voor verwijfd te worden aangezien, en voor iemand die naar lichamelijke intimiteit verlangt.
Door onze vervreemding van ons lichaam verlangen we daar echter sterk naar, en zijn jaloers op homo's.„Maar we zijn er ook bang voor: onze angst voor onze sterfelijkheid wordt in homoseksueel verkeer niet in voortplanting gecamoufleerd, maar krijgt door Aids eerder meer nadruk.

Nelson 

eindigt nu als volgt:
„Menselijke mannelijkheid dichtbij.
Voor mannen is het ervaren van meer positieve dan negatieve manieren om hun man zijn vorm te geven een dringende en ingrijpende spirituele en seksuele opgave. Het circulaire verband tussen religie en seksualiteit is heel duidelijk. Mijn spiritualiteit heeft een christelijke achter grond. De belijdenis van de incarnatie staat daar zeer centraal de
vaste overtuiging dat God op beslissende wijze te ervaren is in
ons stoffelijk lichaam. De goddelijke incarnatie vond niet eenmalig
plaats (in Jesus Christus), maar gebeurt steeds weer in en door ons.
Het Woord (logos) ˆwerd niet alleen vlees, maar het ˆwordt vlees.

Met Nikos Kazantzakis (1965) wil ik verzekeren, dat "in mij zelfs het
meest metafysische vraagstuk de gedaante aanneemt van een warm fysiek lijf dat ruikt naar zee, aarde en menselijk zweet. Om mij te raken, moet het Woord warm vleselijk worden. Alleen dan kan ik werkelijk begrijpen wanneer ik kan ruiken, zien en aanraken". Dit te
erkennen is van levensbelang voor de seksuele en spirituele
belevingswereld van de man.

Literatuur
Arnold S.J., Patrick M.(1989). In search of the Hero: Masculine
Spirituality and Liberal Christianity. „America, vol.161,no.9.
Bly, Robert (1991). „Iron John: A Book about Men. € Addison Wesley
Publishing Co.
Kazantakis, Nikos (1965). „Report to Greco. € Bruno Cassier,Oxford.
Loomer, Bernard (1974). Size. „Criterion, vol.13,no.3. €
Nelson, J.B. (1978). „Embodiment. €Augsburg Publishing House,
Minneapolis, Minnesota.
Nelson, J.B.(1988). „The intimate connection: Male sexuality,
masculine spirituality. €The Westminster Press,, Philadelphia.
Seidler, Victor J.(1989). „Rediscovering Masculinity: Reason,
Language and Sexuality. € Routledge, London.
Summary
The circulair process of religion and sexuality is strikingly
relevant to issues of male sexuality and masculine spirituality.
Current masculinity is too largely a negative identity because
it is grounded in male body alienation, for to heterosexual men
it is women and gay men who most clearly symbolize the body.
The male penis is an instrument for penetrating and exploring a
mystery which is essentially external to men. Linearity, hardness
and unilateral power are became important to understanding of reality.
These qualities of Western masculinity are projected onto the cosmos
and God. Instead of phallic genetalization, the experience of the
genital softness and testiculair masculinity reveals another
more gracious, relational and lifegiving incarnated reality.

Comments