de ziel van de psychotherapie

De ziel van de psychotherapie.

door Louis Sommeling (copyright)

In dit artikel pleit ik er voor om in onze opleidingen, publicaties en brochures aandacht te blijven besteden aan 'soul'. Ik zal beschrijven [4] welke wereld we verliezen wanneer we het woord 'soul' laten vallen. Wat in het begrip 'ziel' geschouwd wordt, mag niet verloren gaan in onze cultuur. Freud verweet Jung een religieuze glijvlucht uit deze aardse werkelijkheid die de wetenschap der psychotherapie 'in de moddervloed van het occultisme ' zou doen belanden. Jung verweet Freud daarentegen een reductionistisch mensbeeld met nare gevolgen ook voor de hulpverlening. Deze tegenstelling wordt in de positie van Pesso overstegen : hij verzoent hemel en aarde door er niet iets verticaals godsdienstigs bovennatuurlijks bij te halen, maar door het werkelijke van de werkelijkheid te laten zien. Beschreven wordt in dit artikel hoe Pesso de begrippen 'ik'(*ego), 'zelf' en 'ware zelf (*true self) of soul' anders afgrenst dan Freud en Jung. In een latere paragraaf weerleg ik het vaak gehoorde bezwaar dat het het Amerikaanse woord 'soul' een geheel andere gevoelskleur zou hebben dan in alle talen. Ik hoop dat wij in onze externe publicaties en folders naam blijven geven aan het begrip 'soul' en besluit dit artikel daarom met een voorstel tot omschrijving van dat begrip in onze moers taal. duif

1. Pesso's begrip 'soul' en het verlies van een wereld.
De centrale begrippen als het 'zelf' en het 'ego'(*ego) zijn gangbaar en wij vinden er aansluiting bij de gevestigde psychotherapiewereld. Toch mogen we nooit - uit behoefte om erbij te horen - het meest centrale begrip van de Pesso psychotherapie verdoezelen. We mogen best iets formuleren wat niet direct voor ieder te begrijpen valt maar waarin men ingewijd moet raken om het geheim ervan te ervaren. 'Wie het vatten kan, hij vatte het'. Laten we de betekenis van het begrip 'soul' met name blijven omschrijven, gedachtig Pesso's devies dat 'naming, starts functioning'. Pesso zelf begint bij het definiëren van centrale begrippen altijd met de omschrijving van 'soul'; 'het zelf' is voor Pesso namelijk iets anders dan 'soul' [5] . Het 'zelf' wordt door hem gedefinieerd als dàt deel van onszelf waar we ons bewust van zijn en als onze identiteit accepteren; het is de gevormde combinatie tussen 'ik' en 'soul' (*outcome of the integration and combination of energies and information coming from the soul and ego) en daarom een min of meer beperkte identiteit. Het is datgene wat we tot dan toe gevat hebben, begrepen en verwerkelijkt. Maar er schijnt meer te zijn in deze werkelijkheid. De therapeut die vanuit 'soul' werkt, 'ziet' dat en lokt en roept tevoorschijn en geeft het naam, zodat 'het zichtbare verdwijnt en het tot dan toe onzichtbare verschijnt'. Het 'zelf' is dus onvollediger dan 'soul', want het hele dynamische aspect van 'becoming' is er niet in gerepresenteerd; die mystieke gloed die achter schijn-gestalten, hoe onooglijk of hopeloos ook, nooit vermoedde mogelijkheden oproept en samenhangen (*connectedness) ziet. De therapeut die vanuit 'soul' visie werkt, bindt de strijd aan met vervreemdende onechtheid, lokt om het onderste uit de kan te halen, gestolde symptoomformatie probeert zij of hij weer in proces te brengen en noodzakelijke beperking wil zij of hij met de cliënt leren accepteren. Want de volledige uitdrukking (*full expression) van onze 'ziel' of wel ons 'ware zelf' wordt weliswaar veilig gesteld en mogelijk gemaakt door de vormgeving die het 'ik' toelaat. Maar het 'ik' is ook vaak onnodig beperkt door censurerende maatschappelijke denkbeelden en opvoeding, ingegeven door angst en opportuniteit. Wanneer we de 'pilot' activeren en van (nog niet bewuste ) informatie voorzien, dan kan meer van 'het ware zelf' en van het ideale vermoeden in het persoonlijke 'zelf' geïntegreerd worden. De 'ziel' is 'het ware zelf , 'all that I am'. Want met de benaming 'ziel' verwijzen en roepen we op tot eenheid, simpelheid en volledigheid, tot potentiële mogelijkheden, en verwijzen we naar de stof waaruit het gemaakt is, naar samenhang en verbinding met alles. Het ik-niveau van instrumenteel, nuttig en effectief handelen wordt in het soul-niveau overstegen. Dit laatste is van een andere orde.
In het aanhangsel bij dit artikel wordt een uitgebreide definitie gegeven van de bovenstaande begrippen. (Eigenlijk is het bij definiëren misleidend om van dè ziel en hèt ik te spreken als ware dit objecten. We komen daar later op terug). De hier besproken definities zijn de eindprodukten van een vlammende visie.
Wat jammer om om 'soul' weg te laten bij de beschrijving van een therapie, waarover de grondlegger zelf zoveel fundamenteels heeft gezegd als in 'On Becoming'. In dit volgens mij magistrale artikel, waarmee het Pessobulletin van de First International Meeting opent (Pesso,1992), schrijft hij niet alleen òver maar ook vanuit 'soul' over het verschil tussen een schijnwereld van vervreemding en de mogelijke nieuwe gedaanten van de werkelijkheid, die op ons wachten en onder onze therapeutische handen geboren kunnen worden. Hij spreekt er ook over de overgang van micro naar macro (*transition from the micro world of possibility to the macro world of actuality), en bedoelt daarmee ook dat het niet alleen om een individueel afgegrensde ontwikkeling gaat, maar om een grotere samenhang en noodzakelijk verband met anderen en de hele kosmos, 'de stof waaruit wij zijn gemaakt'. Ik vat aan de hand van dat artikel nu meer in detail samen wat we verliezen in onze cultuur en wat we dreigen te verliezen in onze wijze van therapie geven wanneer we de Pesso psychotherapie niet meer karakteriseren vanuit 'soul'.

Wat we verliezen is allereerst het expliciet benoemen van een diep vertrouwen in eenheid en samenhang. De hele kosmos en wij allen zijn doortrokken van de 'En-erg-ie' die 'uerk't [6] , drijft, doet groeien en leven [7] . Het bubbelt en bruist aan de oppervlakte. We worden uit het dualisme van lichaam en geest getrokken; ons oog wordt gescherpt voor de betekenis van zogenaamd oppervlakkige details. Er volgt ook een therapeutische grondhouding of zelfs levenshouding uit: 'het' hangt niet allemaal van ons af, 'het' werkt; we zijn eerder een kraamvrouw dan een nieuwe schepper. Ons bewustzijn is als zacht omhullend geboortewater. We kunnen niet alleen vertrouwen op de helende kracht in de cliënt zelf, maar ook behoeven we niet door weerstanden heen te jagen en te pushen naar wat in de 'true scene' op dat moment nog ontbreekt: alles mag er zijn, alles heeft zijn plaats en zijn tijd. De term 'becoming' kan hier misleidend zijn: alles ìs er namelijk al wanneer we het maar willen zien.
Wat we vervolgens ook zouden kunnen verliezen wanneer we de benaming 'soul' schrappen als centraal begrip, is diepgang. Ik bedoel daarmee het voorbijlopen aan wat een onooglijke cliënt lijkt te zijn. In het hele universum is er van deze maar één, schrijft Pesso: 'that what has never been before!'. Deze unieke individualiteit (*uniqueness) licht op vanuit de achtergrond, als iemand haar of zijn geplastificeerde standaardisaties durft te verlaten en de ware gedaante verschijnt. Als de glinstering in een kostbare (*preciousness) diamant van grote waarde (*value) zien we dan de 'Glimpses of Truth'. Hier ligt het verschil in definitie tussen 'het zelf' en 'het ware zelf, ofwel de ziel'. Want ligt daar niet de verklaring voor onze getroffenheid wanneer we iemand echt persoonlijk zien worden en zeggen of voelen dat iemand 'het' heeft ('got soul') en van binnen uit praat of straalt. Naarmate iemand individueler wordt (ongedeelder), worden we op datzelfde moment geraakt doordat daar iets universeels in verschijnt (de ongedeelde eenheid en samenhang met Alles, ook met ons). (Sommeling, 1994). Worden we èchter, dan verschijnt er kleur in dit bestaan en levenslust als de frisheid van een eerste lentemorgen en de pracht van een tijger; ook een oud gelaat kan dan oplichten.
Wat we ook zouden kunnen verliezen wanneer we 'ziel' niet als centraal begrip blijven definiëren, is onze oriëntering op waar het in dit leven écht om gaat *ultimate meaning of life). De betekenis van het leven ervaren we allereerst in het niet-vervreemdende (*alienated) levende contact (*connectedness) met onszelf. Daarin voelen we ons dan vervolgens als vanzelf verbonden met andere mensen en verweven met het universum. We moeten naam blijven geven aan deze verbindende samenhang, die betrekking, die vervlochtenheid ('connectedness'. Dit houdt ons doel zuiver en behoedt ons therapeuten er voor om om te willen 'scoren' of eigen diepzinnigheid na te jagen. Het was voor mij een grote les, toen ik een cliënte bij haar vertrek na drie jaar Pessogroep vroeg, wat nu de meeste betekenis voor haar had gehad. "Die structure waarin mijn hond en twee katten in een rol kwamen". Voor haar was dit totale acceptatie en de eerste erkenning en naamgeving van het contact dat zij met zichzelf en andere schepsels ervoer. Dit was het begin van ware interactie en - om in de termen van Pesso te spreken - van het begin van 'de ultieme dans waarin kosmos en wijzelf ons kunnen verwerkelijken.' Ik zag Pesso heftig knikken toen Cooper(1992) bij de First International Meeting, een ethiek voor de Pesso therapeut ontwikkelde, gelijk aan Kant's geloof dat mensen van nature einddoel zijn en nooit gebruikt mogen worden als slechts een middel in het plan van iemand anders [8] . Wanneer we een goed begrip van 'soul' of 'het ware zelf' zouden gaan verwaarlozen in het beschrijven van de karakteristiek van de Pesso psychotherapie en dit begrip onvoldoende zouden afgrenzen tegenover het beperkte 'ik' en 'het zelf', dan zouden we tenslotte paradoxaal genoeg ook het gevaar lopen in een te magische werkelijkheidsvisie te belanden zonder gevoel voor het belang van eindigheid en afgrenzing. We zouden andermaal het besef verliezen dat onze positie en onze betekenis slechts de vrucht is van de samenhang met al het andere: we zijn 'slechts' onderdeel van iets groters. Maar voorwaarde om dit grotere en de betekenis van het leven te kunnen ervaren en zien, is juist onze eindigheid. Het vormgevende ik ('I') kan immers juist daarom het oog ('eye' [9] ) van de ziel zijn omdat het 'ik' in feite de plaats en de tijd is van waaruit wij toegang krijgen tot aards ervaren. Beperking (of beter: vormgeving), limitatie is als een omvatting die veiligheid schept en de lust mogelijk maakt om te genieten. Anders zouden we wegschieten in psychose of in religieus fanatisme. Alles heeft kennelijk zijn tijd en zijn plaats en dat is goed: als 'slechts' onderdeel en 'fragment' behoeven we geen angst te hebben het goddelijke te verliezen, neen, juist doordat we een plek hebben kunnen we het ervaren. Juist ìn de acceptatie van de (beperkte) vormgeving ligt de toegang tot de volledige Werkelijkheid. Merk op hoe bescheiden Pesso hier in tegenstelling tot Jung over 'God' spreekt: hij vult geen eigenschappen in (zoals bijvoorbeeld Jung met zijn archetypen als inhouden) maar lijkt meer op het belang van onze open ontvankelijkheid te wijzen van waaruit we oog krijgen voor het komende en potentieel nieuwe en nog ongekende als werkelijke verrassende realisering in deze aardse werkelijkheid [10] . Dus Pesso kent hier een weldadig aandoende bescheidenheid in de formulering, die niet dogmatisch religieus in de zin van verticaal of hoogdravend is, maar sterk van deze wereld en van ons mensen. Pesso wijkt ook af van een meer traditionele visie waarbij de ziel alleen het puurste, met God verbonden heilige gedeelte van iemand is. Voor Pesso is de ziel 'alles wat ik ben', de echtheid van het wezen, inclusief het lichaam! Het lichaam is het kanaal waarlangs de ziel oprijst. (*'When I say all that I am it's some what at variance with the more traditonal look of the soul as being the purest part of the self, the holy part, the part connected to God. The soul is neither pure nor impure, I include the body. I see the body as the channel through which the soul arises'). Wie tot zichzelf komt, aanvaardt zijn kwetsbaarheid, maar heeft tevens de beschikking over zijn energieke kracht, hij is in balans (*power and vulnerability).

Deze tweede paragraaf nu samenvattend: laten we het begrip 'soul' weg wanneer wij de Pesso psychotherapie willen karakteriseren, dan benoemen we te weinig het proceskarakter en de visie van waaruit deze therapie gegeven wordt. We blijven dan steken op het niveau (*level) van diagnosticeren en van loutere objectivatie. We benoemen dan niet expliciet meer het verschil met slechts vakmatig bezig en afstandelijk zonder liefde. We observeren dan slechts en worden niet meer opgeroepen tot het niveau van wat we allemaal werkelijk kunnen zien wanneer we goed kijken. Ons therapeutisch oog wordt immers gevoed door ons bewustzijn. En ons bewustzijn op soul-niveau en vanuit ons centrum is helderder, omvattender en scherper dan het slechts in ik-niveau gewortelde bewustzijn (Sommeling, 1993). Om een vergelijking van Willy van Haver (1992) te gebruiken: Het net van de visser is bepalend voor de soort vissen die hij vangt. De therapeut zal alleen ontmoeten, waar hij naar uitkijkt. 'Benigne blessing and naming starts functioning': om namen te geven aan wat we als nieuw op het toneel van de cliënt zien verschijnen, moeten we wel als therapeut kunnen zien wat zich aandient om te verschijnen. Het onooglijke kan gewekt worden en aanzien verkrijgen wanneer ons oog geschoold raakt. Door ons empathisch zien kan iets te voorschijn geroepen worden, dat eerst onzichtbaar leek, de levende ziel.

2. Discussie tussen Freud en Jung en de positie van Pesso.

In de aanvang van dit artikel vergeleek ik de aarzeling die sommigen wellicht het mystiek aandoende woord 'ziel' doet vermijden, met de bezorgde strijd tussen Freud en diens aanvankelijke kroonprins Jung. Zij kregen een meningsverschil dat hen definitief uiteendreef. Maar werd de psychotherapie daardoor niet te veel gevormd naar de dwingende inzichten van Freud? Wilde hij die zo tekeer ging tegen de dogma's van de kerk, niet hartstochtelijk zijn overtuiging doordrukken? Freud zag geheel te recht hoe religie als opium werkte en hoe mensen hun toevlucht nemen tot vage mystiek wanneer zij de nuchtere en pijnlijke werkelijkheid zoals deze nou eenmaal is, weigeren onder ogen te zien (Vandermeersch, 1992) [11] . Voor Freud was seksualiteit een symbool van het doorprikken van deze mooie en brave illusies over onze werkelijkheid. Daarom wilde hij zo van het primaat van de seksuele libido een dogma maken: "laat het nooit los' bezwoer hij Jung en blijf vechten!". "Waartegen in Godsnaam?", vroeg Jung. "Tegen de moddervloed van het occultisme", antwoordde Freud (Stufkens, 1992). Jung verbreedde het begrip libido tot algemene levens-energie en uitte kritiek op de Westerse reductie van het begrip 'psyche' tot 'het functioneren van het psychisch apparaat' en wijst op de diepere samenhangen waar wij via het Onbewuste meer verbonden zijn en waar onder andere het Oosten en de oude Westerse gnostiek zich bewust van is (Jung, 1954). Zijn persoonlijke en collectief onbewuste bestaat niet alleen uit vroegere verdringing maar wordt bevolkt met onvermoedde mogelijkheden en archetypen (van Haver (1992).
Maar waar Freud zich met zijn eenzijdig sexueel libido-begrip aan de kant van de materie opstelt, verschijnt de domineeszoon Jung met zijn spirituele libido als de 'homo religiosus'. Het aardige van Pesso is nu juist dat hij hemel en aarde verzoent; hij lijkt zich hier tussen Freud en Jung in te positioneren. Enerzijds blijft zijn theorie op deze aarde door te stellen dat 'the signs on the threshold' waargenomen kunnen worden in ons lichaam en dat de potenties van de ziel moeten worden ge- 'ego-wrapped' opdat wij meester worden over onze projecties en niet overgeleverd blijven aan de vloed van psychische processen. Maar van de andere kant ziet hij meer diepte in de werkelijkheid dan Freud: in Pesso's visie verschijnen steeds weer nieuwe 'possibilities', en heeft hij oog voor het dynamische karakter van de werkelijkheid zonder deze tevoren in te vullen; en verschijnen 'ideale ouders' als verwelkomers van het universum en brengen deze symbolen ons in kontakt met ons diepe weten van hoe het hoort te zijn. Het verbonden zijn met de eigen ziel, met de ander, met 'God', komt er tot een synthese, wordt er één. Het is een vlammende visie, die het te platte en het te spirituele overstijgt in een rijk Werkelijkheidsbesef.

Freud en Pesso.
Laten we nu de visie op de werkelijkheid en de daaruit voortvloeiende definities van centrale begrippen bij Freud, Jung en Pesso nog eens naast elkaar stellen, in zoverre ik die begrepen heb.
Vergelijken we Freud en Pesso dan valt mij het volgende op: Ze komen overeen in hun benadrukking van het begrip 'ego' dat ook bij Freud sterk met het lichamelijke verbonden is, een soort interface, die prikkels die van binnen en van buiten komen reguleert [12] . Voor de invloed van maatschappelijke factoren (*sociological variables?) op de psyche hebben zij echter beiden weinig gevoel; ze zijn allebei, vooral de jonge Pesso, redelijk seksistisch (Sommeling, 1992; de Bruine, 1993; Buntinx, 1993) [13] . Wel zien zij beiden duidelijk hoe te magisch (en te religieus) denken een vluchtweg kan zijn; zij waarschuwen daartegen. Ze zijn beiden zeer aards.
Freud en Pesso verschillen ook. Freud is een arts die een uitvinder en geleerde wil zijn, een monteur die aan een systeem sleutelt. Hij kent een gedrevenheid om te 'bewijzen' dat psychologie ook (in vergelijking met de natuur-wetenschappen in zijn tijd) echt wetenschappelijke uitspraken doet, met name over het onbewuste. Jammer voor hem blijkt volgens Panhuysen (1992) juist dit metapsychologisch systeem (driftleer en topologie van de psyche) - dat hij als zijn levenswerk zag - achteraf volgens modernere inzichten verworpen te moeten worden en "als zeepbellen de eeuwigheid in te gaan ". Zijn verdiensten liggen volgens genoemde auteur meer in een reeks praktisch klinische werkhypothesen [14] . In zijn therapeutisch werk lijkt hij de patiënt wel eens over het hoofd te zien, en te gebruiken om zijn uitvindingen te 'bewijzen'. Het lijkt vooral een systeem over een psychisch apparaat; een systeem dat zich dogmatisch sluit vanwege een te hartstochtelijke bewijsdrift, en dat mèt alle religieuze ervaring ook het kind met het badwater weggooit.
Het zou belachelijk zijn om Pesso hoger te stellen dan Freud. We vergelijken hen alleen onder het perspectief van werkelijkheidsvisie. Pesso splitst minder en ziet samenhangen van een andere orde. In tegenstelling tot Freud dient het 'ik' bij Pesso niet zozeer om het Es te beteugelen, maar meer om het onbewuste te verwelkomen en de nog niet geuite energie vorm te geven en onder ons mensen te brengen 'ego wrapping'). Ook leeft Pesso duidelijk in een tijdperk waar het gewoon geworden is 'persoonlijkheid' te begrijpen in termen van een interactioneel paradigma en de patiënt cliëntcentered te benaderen. Pesso heeft ook begrepen (ook door te luisteren naar zijn vrouw Diane Boyden) hoe inzicht niet in de eerste plaats rationeel maar lijfelijk is en pas via focusing (Gendlin) en lichaams-beleving geïnternaliseerd wordt en dat zelfs de 'map' die onze werkelijkheidsvisie bepaalt door opvoeding bepaald en beperkt is. Therapie is proces. Tenslotte - en dat is vanuit het focus van dit artikel het belangrijkste - leeft Pesso in een andere tijd dan Freud, die gedwongen werd te kiezen in de traditionele strijd tussen (dogmatische) godsdienst en (neopositivistische) wetenschap. Pesso lijkt minder een splitser en heeft meer zicht op samenhang en meerdere dimensies in deze werkelijkheid behouden te hebben dan Freud.

Jung en Pesso.
Vergelijken we nu de werkelijkheidsvsie van Jung en Pesso [15] . Om met Harry Mulisch te spreken: zit bij Freud achter de Sfinx steeds de moeder, bij Jung zit achter iedere moeder altijd weer de Sfinx. Bij Pesso 's ideale moeder liggen beide mogelijkheden meer open voor de cliënt. Jung is niet geïnteresseerd in lichamelijke verschijnselen in de cliënt en blijft ook meer op rationaliserend niveau. Jung is gegrepen door wat hij het numineuze [16] noemt. Het numineuze is 'een dynamische existentie of werking die niet door een willekeurige daad veroorzaakt wordt, maar integendeel het menselijke subject aangrijpt en beheerst...een mysterium tremendum et fascinans'. Erkenning van het 'numineuze' betekent de erkenning van een mysterie dat oneindig veel groter is dan de mens, en waar deze op een of andere manier mee moet leren omgaan. Hierin ligt een overeenkomst tussen Jung en Pesso. Beiden geloven in realisatie van het ware Zelf, in 'kosmische stuwing', in het feit dat het onbewuste meer potentieel positieve krachten herbergt dan alleen verdringing van het verleden. Voor mij laat Jung(1954) op fascinerende wijze de essentie van Mind en psyche zien (zie noot 17).
Maar er is voor mij ook een groot verschil tussen Jung en Pesso. Het is alsof Jung, evenals Freud kind van zijn tijd, zich ook niet heeft kunnen verheffen boven de schijntegensteling religie - wetenschap. Zijn visie lijkt - paradoxaal genoeg -toch ook weer op een systeem met wetmatigheden en archetypen. Het werkelijk nieuwe en dynamische van de werkelijkheid wordt volgepropt met archetypen en symbolen, waar de moderne mens - die in het verleden omringd werd met zwaar beladen en verstikkende religieuze symbolen - beroerd van kan worden. Veel volgelingen van Jung slaan religieuze wartaal uit [17] en zijn soms een leven lang gepraeoccupeerd met de 'herkenning' van traditionele religieuze symbolen in hun Zelf. Het is niet verwonderlijk dat Jung veel minder aandacht besteedde aan het belang en het plezier van de 'aardse' ik-functie dan Freud en Pesso. Bij Jung is het 'ego' niet de verbinding of de sturing tussen het onbewuste en de werkelijkheid, maar een lagere individualiteit, een lager bewustzijn [18] ; de sturing moet komen uit het Zelf en onze bewustwording van de daarin verborgen archetypische gidsen. Hoewel de domineeszoon zich verzette tegen dogma's (van Freud of van de kerk) en hij te zoeken zekerheid uit de beleefde ervaring wil laten groeien, ontkomt hij voor mij ook niet aan gedrevenheid om een systeem te bewijzen en daarin zekerheid te funderen. Het lijkt of niet alleen Freud, maar ook Jung, geobsedeerd is door zijn ontdekkingen rond het (al of niet collectief) onbewuste. Freud is daarin vér-rijkender dan Jung. In mensbeeldvisie en verhouding tot het religieuze kent Jung te weinig nuchterheid, en lijkt hij er soms nèt naast te zitten; zijn goddelijke sferen komen niet uit de werkelijkheid zelf voort. Pesso daarentegen verbindt meer de verschillende niveau's, in de 'cycling of becoming' is er meer samenhang.

Pesso.

Pesso staat eigenlijk niet tussen Jung en Freud in, maar is van een andere orde. De laatsten zijn meer modellenbouwers. Om houvast te krijgen willen zij de werkelijkheid te veel in begrippen vastleggen. Hun theorie moet kloppen, maar hierdoor raakt hun zien soms verblind. Pesso lijkt meer een dansende ziener dan een (neopositivistische) wetenschapper. Hij heeft oog voor het dynamisch en steeds nieuwe karakter van de werkelijkheid, zonder tevoren te veel in te vullen. Er is eerst de ervaring en pas daarnà het inzicht. Er hoeft niets 'bewezen' te worden; de werking ligt in de demonstratie die het bewijs is. Daarom was er aanvankelijk ook minder interesse om theorie-vorming op papier te krijgen. Pesso is meer te plaatsen in de existentiële therapie stroming, die op Jung en Freud voortbouwend al tijdens hun leven ontstond [19] . In de gelijktijdig opkomende existentialistische filosofie en de daarmee verbonden psychotherapie-stroming komen we het zelfde geloof tegen in de mogelijkheid van een eigen levensontwerp vanuit een verleden dat ons nooit volledig determineert. We herkennen daar woorden die Pesso later ook zal gebruiken: 'becoming', 'potentie', 'true self', ontmoeting.
Binnen de experiëntiële psychotherapie legt de Pesso psychotherapie haar eigen accenten. Ook hier kan het bij Pesso zo centrale begrip 'soul' ons helpen om de Pesso psychotherapie te karakteriseren en ten opzichte van anderen af te grenzen. Ook voor Gendlin is het lichaam het onbewuste en brengt pas de focusing daarop tot de gevoelde betekenis. Het onbewuste ligt niet topologisch in de diepte verborgen, niet als verdrongen psychische inhoud, maar als afwezige lijfelijke proceswijze, als een onvolledig, vernauwd of gestold ('frozen wholes") ervaringsproces en het lichaam 'weet' dat. 'Wir leben, indem wir leiben' (Heidegger, 1961). Maar terwijl bij Gendlin de verstilling tussen de bewegingen van de danseres, de pauzes [20] , van belang zijn om te ervaren, legt de danser Pesso juist het accent op de beweging zelf en de richting daarvan. In zijn 'Moving Psychotherapy' ligt de 'experience in de action'. Het lichaam dringt ook intentioneel, 'weet' de richting, zoekt een tegenvorm (*countershape). Het lichaam dringt en stuwt niet alleen van binnen uit, maar is ook zijn interacties, het gebruikt en verbruikt zijn omgeving, het klimt [21] en eet en is verweven (*connected?) met dit universum. Haar stuwende energie is van een evolutionaire kwaliteit ('cosmic pressure' from the beginning of time).(*'Becoming isn't a decision, it isn't an idea, but it's a spiritual, psychological and physiological organismic necessity'). Het bubbelt(*bubbles) en bruist aan de oppervlakte van de huid, het trilt, kleurt, vibreert, wil bezielen en vraagt om geboorte en om onder de mensen te komen. Het zijn de potenties van de ongeboren ziel (*coming into reality). Deze worden gezien door de getuige, ze worden verwelkomt en naam gegeven. De Rogeriaanse empathie wordt hier tot visuele empathie.
De visie van Pesso is langzamerhand beschreven en in haar systematische aanpak geoperationaliseerd [22] . Maar deze visie kan niet begrepen worden vanuit een (achterhaalde) neopositivistische wetenschapsopvatting waarin feiten tot waarheid en losstaande 'objecten' worden verabsoluteerd. Spreken van dé ziel is misleidend, wanneer men 'ziel' als een object opvat; het bestaat evenzeer als 'cultuur' bestaat of 'de Russische ziel' en overstijgt zo de werkelijkheid van feiten zonder samenhang. 'Ziel' is geen object; zij huist in het samenhangende domein onder de 'dingen'. De ziel kan niet gedefinieerd worden zoals andere objecten of 'feitelijkheden'. (Voor de Waarheid is het kleed van feiten te strak, zegt Tagore. Het valt buiten het perspectief van dit artikel hier een wetenschaps-filosofische verhandeling te houden; men leze Pirsig (1991) of/en de belangrijke voetnoot [23] ). In een langzamerhand op gang gekomen theoretische neerslag, wordt wetenschappelijk inzichtelijk gemaakt hoe de Pesso psychotherapie werkt. Kennen wordt na Descartes weer proevend smaken en 'psyche' wordt weer 'ziel'. Op het eerste gezicht verborgen samenhangen (*connections?) in deze werkelijkheid drukt Pesso met het woord 'soul' uit. De samenhang tussen ervaring en inzicht. De door Gendlin geformuleerde samenhang tussen gevoeld inzicht en lijfelijkheid krijgt haar eigen accent. Het geloof van Rogers in een cliëntcenterde werkwijze, wordt uitgebreid: de cliënt heeft in zijn energieke stuwing de oplossing in zich en het 'ideale' vermoeden. De therapeut is geen schepper, maar de vroedvrouw (*'the healing force is in the client and the energy in the client is profound; our task in this theapeutic process is rather as a midwife than as the creator') die vewelkomt wat er in potentie altijd al was. In het woord 'soul' wordt ook de innige samenhang aangegeven tussen materie en geest, de tweede 'rijst op' uit de eerste. Zoals ook het universele op rijst uit het individuele; het individuele hangt kennelijk samen in een groter verband: we kennen allen de zo mysterieuze paradox: hoe echter en persoonlijker iemand wordt, hoe meer in en achter die gratie van het eerst onooglijke individuele tegelijkertijd de trekken van het Universele verschijnen.
Met het woord 'soul' wordt ook de werkwijze van de Pesso psychotherapeut gekarakteriseerd die 'het' heeft: deze verschuilt zich minder angstig achter theoretiserend gepraat; een show van technieken heeft de echte Pesso therapeut niet zo nodig [24] . Techniek is (noodzakelijke) voorwaarde, geen garantie. Dan begint de kunst pas, zoals de muziekcompositie slechts voorwaarde is en 'het' niet garandeert. Hetzelfde geldt voor de psychiatrische diagnose of de directieve opdracht: voorwaarde, maar niet altijd garantie. Ook een certificatie is geen garantie; ook is de Pesso psychotherapie in zich niet beter dan een andere vorm van psychotherapie. Ze formuleert slechts voorwaarden [25] . De ware Pessopsycho-therapeut is geen magisch genie of virtueus kunstenaar; maar haar of zijn geheim ligt in het therapeutisch bewustzijn op soul-niveau. Het is het verschil tussen slechts observeren en echt zien; tussen object of subject zijn. Het beeld ontsluiert haar geheimenis pas onder strenge voorwaarden. Slechts wie vanuit eigen 'centrum' en bewustzijn werkt [26] , subject is, 'ziet' en heeft mysterieus genoeg voeling met wat zich in de cliënt versluierd aandient als het meest eigene en subjectieve, maar wat nog geen naam heeft en tevoorschijn geroepen wordt: 'Benigne blessing and naming, starts functioning'.
In het woord 'soul' tenslotte wordt ook de samenhang duidelijk tussen ons gewone leven en ons werk. We zijn niet te splitsen. Het is een aanklacht tegen onze drukte en nooit tijd hebben, een kritiek op schijn en vervreemding. Het is een gevoel voor het nu, voor het verschil tussen 'wasting time' en 'experiencing time'. Dit laatste werd voor mij duidelijk in de wijze waarop Han Sarolea, een van de grondleggers van de Pesso psychotherapie in Nederland, afscheid nam. De tijd nemend, aandachtig kijkend, zorgvuldig mensen noemend en naam gevend wat zij in hen gezien had, een levende structure. 'Soul' heeft het; het is echt, het redt het betekenisloze, het meest vanzelfsprekende dat vlak voor de hand ligt en toch niet vanzelf spreekt.

3. Het woord 'ziel'in andere talen.
Tenslotte nog een uitstapje naar andere talen. Kunnen we het Engelse woord 'soul' wel straffeloos en vertalen in andere talen? Betekenen bijvoorbeeld 'soul' en het Nederlandse woord 'ziel' wel hetzelfde?
De Oxford dictionary defineert 'soul' zo: "The spiritual or immaterial part of a human being, often regarded as immortal"; net zoals in het Nederlands (en in veel andere talen dus). Ook de bijbetekenissen, bijvoorbeeld 'no living soul', zijn identiek. De enige verwarring die kan ontstaan is dat het woord 'soul' gangbaar is geworden voor een stijl in de muziek, waardoor de oorspronkelijke betekenis daar verwaterd is. Je kunt echter nog steeds zeggen van muziek: 'It's got soul'. Dat is niet iets wat je precies aan kunt wijzen, maar wel onmiddellijk hoort: het is écht, komt van binnen uit, het is geen maniërisme. Vergelijkbaar met in andere talen: con duende, μe πσychè; met hart en ziel, het komt 'niet uit het hoofd'.
Het begrip 'soul' in de muziek is iets wat je alleen kunt omcirkelen, niet precies benoemen, daardoor zou je het uithollen. Eigenlijk is dit hetzelfde als het 'echte zelf', dat we als Pesso therapeut niet precies kunnen benoemen, maar wel zintuigelijk kunnen waarnemen wanneer de uitingen van de cliënt echt zijn en vanuit haar of zijn ziel komen. (Voorwaarde is natuurlijk wel dat we daar voeling mee hebben).

In vele talen -zoals ook in het Nederlands - wordt het woord 'ziel' ook gebruikt zonder de ouderwets godsdienstige betekenis van iets louter spiritueels dat slechts van buiten af (meestal van boven) ingestort wordt, maar wel degelijk ook als iets dat oprijst uit het lichaam (Pesso: 'rises out of the body'). In taal van eigen bodem kennen we bijvoorbeeld de volgende zegswijzen : 'haar ziel werd door de schilder treffend geraakt', 'zielsgeheimen', 'de bezielde natuur',(in Dutch 'souling'! nature'=animated,inspired nature) , ' zielsgelukkig', 'de ziel van de Pesso-beweging'. Of poëtischer: 'De morgenbries woei aan de ziel der Syrische en Perzische rozen' [27] en het bekende: 'Als de ziele luistert, spreekt (het) [28] Al een taal....'. Wat bedoelt de Volkskrant nu eigenlijk met haar kop: 'Arafat verkoopt zijn ziel om het vege lijf te redden? Er wordt mee gezegd dat Arafat iets oppervlakkigs over houdt, iets louter materieels, hij verliest 'bestemming', zin', dàt waarvoor het de moeite waard is om te leven, het meest karakteristieke waarvan mensen eerder konden zeggen :'dàt is nou Arafat'.
Kortom: het betekent iets dieps, het raakt de kern, het levend karakteristieke van iets, geen geplastificeerd massaproduct. Het kan overigens wel collectieve samenhang aangeven: 'de Russische ziel'. Het verwijst naar diepe communicatie: 'zielsbegrip', 'zieleroerselen'. Het is het meest kwetsbare aan iets of iemand: 'het sneed hem door zijn ziel'. Dat waar je helemaal in zit, het allereigenlijkste dat je helemaal bent. We moeten er goed voor kijken om het te zien, zodat wat eerst onzichtbaar leek, ook verschijnt. En door het namen te geven, kunnen we het behoeden en kan het gaan functioneren. Daarom is het van ook van belang dat we het leren benoemen met woorden uit onze eigen moedertaal. 'Soul' en het woord dat vele talen daarvoor gebruiken, blijken dezelfde ervaring te dekken.
We moeten niet bang zijn om dit woord in onze taal (weer) te gebruiken. Een onsamenhangende cultuur die beweert het einde der ideologieën te beleven en 'de opmars der dingen' kan enige diepgang en samenhang langzamerhand wel weer gebruiken. We moeten langzamerhand maar eens bevrijd zijn van een calvinistisch dogmatische vroeger tijdperk; nu de ballast overboord is, kan ons oog vrij komen voor de kwaliteit van de werkelijkheid. We moeten weer namen geven aan wat werkelijke diepgang heeft, aan wat samenhang schept, aan wat kwaliteit aanduidt en wat echt is.

4. Omschrijving van 'soul' en 'ziel'.

Wanneer de Pesso psychotherapie zich naar buiten toe presenteert, dan hoop ik dat er ook aandacht gegeven wordt aan de definitie van een centraal begrip als 'ziel'. We onderscheiden ons er karakteristiek mee. Het heeft voldoende werkelijkheidsgehalte (*quality of reality?); en daarom zal ieder die de moeite neemt het te begrijpen, ons niet voor religieuze fanaten kunnen uitmaken of stiekeme prekers. We hebben iets te bieden en moeten daarvoor uitkomen; er wordt op ons gewacht!
Een beschrijving van 'soul' zou als volgt kunnen luiden (maar ik geef mijn omschrijving graag voor een betere en ik zou het toejuichen wanneer ook anderen zich hierover zouden buigen):
Met 'Soul' wordt de ziel van de Pesso psychotherapie gekarakteriseerd. Het is het kern-begrip. Het is meer dan het 'ik' dat de vorm en de plek is van de ziel in deze wereld . 'Soul' is ook meer dan het 'zelf', dat slechts onze gerealiseerde identiteit is op functioneel handelingsniveau( *operational functional level). 'Soul'is het 'wàre zelf', want de waarheid is dat de werkelijkheid hoopvol (*full of hope) is en dat zij in potentie ook aanbiedt wat nog niet gerealiseerd is en niet direct zichtbaar. De ziel is 'al wat ik ben'; de samenhang (*connectedness?)met medemens en evolutionaire stuwing (*pressure) van de kosmos wordt er in beleefd ; tot die samenhang wordt ook opgeroepen en daaraan wordt bestemming en betekenis ontleend. Het is de beleving van een kleurrijk en oorspronkelijk zijn dat de schijn der losse ding-matigheden overstijgt. De therapeut die vanuit 'soul'-bewustzijn werkt, maakt de cliënt niet tot object; de therapeut is geen schepper, maar een wel een ziener, en een vroedvrouw (*midwife?)bij wat nog stuwend maar onzichtbaar in de cliënt opgeslagen ligt en door deze laatste in rolfiguren idealiter vermoed kan worden. Wordt het gezien en naam gegeven, dan kan het gaan functioneren (*starts functioning)en verschijnt wat eerst onzichtbaar was en wordt bekend wat altijd al bestond. Het gaat om de kostbaarheid van die schijnbaar onooglijke, maar unieke ene. 'Soul' herbergt in zich een bezielende visie op samenhang en voert naar het echtheids-aspect van de dynamische werkelijkheid; het is de maatstaf voor kwaliteit.

Of korter: Met haar visie op 'soul' nodigt (*invites?) de Pesso psychotherapie ons uit tot een bezielde (*inspired?) wereld van echtheid (*trueness? en samenhang (*connection of connectedness?).

Wij spreken niet alleen om te overleven, maar ook om werkelijk te leven. Het is een kwestie van leven of dood, van saaie herhaling (*mechanical repetition?) tegenover vitaal proces, van vastgelegd zijn tegenover bestemming en betekenis, van conventie tegenover frisheid. Schijngestalten, angsten en oppervlakkige belangen oefenen voortdurende een kracht op ons uit die ons vervreemdt en splijt. Maar er is een echte werkelijkheid die ons voordurend wil uitnodigen en samenhang en kwaliteit heeft. Opdat wij de voeling ermee niet verliezen hebben wij aan die ons soms ontglippende wereld (*goes underground?) de namen 'soul' en 'ziel' gegeven. Laten wij deze namen in ere houden (*honour?).

Literatuur.
Bakker, M. (1987). Het lichaam in de psychotherapie. In:
Dutch Pessobulletin, 2:13-29.

Bruin de, G. (1993). Kracht en openheid. In: Dutch Pessobulletin, november 1993.

Buntinx, J. (1993). De baarmoeder en de plaats van de moeder in de Pesso psychotherapie. In: Dutch Pessobulletin, november 1993.

Cooper, D. (1992). Profesional ethics and Pesso system/psychomotor therapy. In: Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,II:35-60.

Corlis, R. and P. Rabe (1968). Psychotherapy from the Center. A Humanistic Vieuw of Change and of Growth.International Textbook Company. Scranton, Pennsylvania.

Freud, S. (1945). Abriss der Psychoanalyse. London: Imago.
(Dutch translation by T. Graftdijk (1983): Hoofdlijnen van de Psychoanalyse. Meppel: Boom.

Gendlin, E.(1981). A process model. Unpublished manuscript.

Heidegger, (1961). Nietzsche. Erster Band.Pfullingen, Neske.

Jongsma, Nel (1993).Pessotherapie, een sprookje? In: Dutch Pessobulletin,november 1993.
J
Jung, C, (1954). Psychological Commentary. In : Evans-Wenz, W., The Tibetan Book of the Great Liberation. London, N.Y.:Oxford University Press.

Kant, E. Critique of Pure Reason. English translation by Norman Kemp Smith (1938). London:MacMillan.

Laan, M. van der (1993). De therapeutische relatie: een 'dialoog'?. In: Dutch Journal of Psychotherapy, september: 206-214.

Mooser, T.(1989). Körpertherapeutische Phantasien. Psychoanalytische Fallgeschichte neu betrachtet. Verlag, Suhrkampf.

Nelson, J. (1988). The intimate connection: male sexuality, masculine spirituality. The Westminster Press, Phiadelphia.

Nelson, J. (1992). Male sexuality, masculine spritituality. In :Proceedings subcongress Sex and Religion,Amsterdam. Ridopi: Atlanta-Amsterdan.

Panhuysen G. en S.Terwee (1992). Psychoanalyse en Wetenschap. Bohm, Staffleu, van Loghum. Holland.

Pesso (1990). Center of Truth, True Scene, and Pilot in PS/P.
In: Pessobulletin,2:13-21.

Pesso (1992). On becoming, In Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,I:2-13. Amsterdam.

Pirsig, R.(1991).Lila. An inquiry into morals. (The famous author of 'Zen and the art of motor...)

Sommeling, L. (1992). Rethinking PS/P Theory and Metaphors on sexuality. In Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,I:42-49. Amsterdam.

Sommeling,L. (1993). Pessotherapeut worden: stapje voor stapje. In: Dutch Pessobulletin,1: 24-29.

Sommeling, L. (1994). The use of the body in verbal psychotherapy: Intervention following the Pesso system.
In :Dutch Journal of Psychotherapy

Stufkens, H. (1993). Gesprekken met Jung. Rotterdam: Leminscaat. Holland.

Vandermeersch, P. (1992). Over psychose, seksualiteit en religie: het debat tussen Freud en Jung. Nijmegen: Sun.
Holland.

Van Haver, W.(1992). Links between Pesso-psychotherapy and the analytical psychotherapy of C.G.Jung. In: Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,I:75-80.Amsterdam.

Nel (1993).Pessotherapie, een sprookje? In: DutchIn: DutchIn:In:tch Pessobulletin,november 1993.

Jung, C, (1954). Psychological Commentary. In : Evans-Wenz, W., The Tibetan Book of the Great Liberation. London, N.Y.:Oxford University Press.

Kant, E. Critique of Pure Reason. English translation by Norman Kemp Smith (1938). London:MacMillan.

L1993). De therapeutische relatie: een 'dialoog'?. In: Dutch Journal of Psychotherapy, september: 206-214.

Mooser, T.(1989). Körpertherapeutische Phantasien. Psychoanalytische Fallgeschichte neu betrachtet. Verlag, Suhrkampf.

Nelson, J. (1988). The intimate connection: male sexuality, masculine spirituality. The Westminster Press, Phiadelphia.

Nelson, J. (1992). Male sexuality, masculine spritituality. In :Proceedings subcongress Sex and Religion,Amsterdam. Ridopi: Atlanta-Amsterdan.

Panhuysen G. en S.Terwee (1992). Psychoanalyse en Wetenschap. Bohm, Staffleu, van Loghum. Holland.

Pesso (1990). Center of Truth, True Scene, and Pilot in PS/P.
In: Pessobulletin,2:13-21.

Pesso (1992). On becoming, In Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,I:2-13. Amsterdam.

Pirsig, R.(1991).Lila. An inquiry into morals. (The famous author of 'Zen and the art of motor...)

Sommeling, L. (1992). Rethinking PS/P Theory and Metaphors on sexuality. In Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,I:42-49. Amsterdam.

Sommeling,L. (1993). Pessotherapeut worden: stapje voor stapje. In: Dutch Pessobulletin,1: 24-29.

Sommeling, L. (1994). The use of the body in verbal psychotherapy: Intervention following the Pesso system.
In :Dutch Journal of Psychotherapy

Stufkens, H. (1993). Gesprekken met Jung. Rotterdam: Leminscaat. Holland.

Vandermeersch, P. (1992). Over psychose, seksualiteit en religie: het debat tussen Freud en Jung. Nijmegen: Sun.
Holland.

Van Haver, W.(1992). Links between Pesso-psychotherapy and the analytical psychotherapy of C.G.Jung. In: Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,I:75-80.Amsterdam.

Jung, C, (1954). Psychological Commentary. In : Evans-Wenz, W., The Tibetan Book of the Great Liberation. London, N.Y.:Oxford University Press.

Kant, E. Critique of Pure Reason. English translation by Norman Kemp Smith (1938). London:MacMillan.

Laan, M. van der (1993). De therapeutische relatie: een 'dialoog'?. In: Dutch Journal of Psychotherapy, september: 206-214.

Mooser, T.(1989). Körpertherapeutische Phantasien. Psychoanalytische Fallgeschichte neu betrachtet. Verlag, Suhrkampf.

Nelson, J. (1988). The intimate connection: male sexuality, masculine spirituality. The Westminster Press, Phiadelphia.

Nelson, J. (1992). Male sexuality, masculine spritituality. In :Proceedings subcongress Sex and Religion,Amsterdam. Ridopi: Atlanta-Amsterdan.

Panhuysen G. en S.Terwee (1992). Psychoanalyse en Wetenschap. Bohm, Staffleu, van Loghum. Holland.

Pesso (1990). Center of Truth, True Scene, and Pilot in PS/P.
In: Pessobulletin,2:13-21.

Pesso (1992). On becoming, In Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,I:2-13. Amsterdam.

Pirsig, R.(1991).Lila. An inquiry into morals. (The famous author of 'Zen and the art of motor...)

Sommeling, L. (1992). Rethinking PS/P Theory and Metaphors on sexuality. In Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,I:42-49. Amsterdam.

Sommeling,L. (1993). Pessotherapeut worden: stapje voor stapje. In: Dutch Pessobulletin,1: 24-29.

Sommeling, L. (1994). The use of the body in verbal psychotherapy: Intervention following the Pesso system.
In :Dutch Journal of Psychotherapy

Stufkens, H. (1993). Gesprekken met Jung. Rotterdam: Leminscaat. Holland.

Vandermeersch, P. (1992). Over psychose, seksualiteit en religie: het debat tussen Freud en Jung. Nijmegen: Sun.
Holland.

Van Haver, W.(1992). Links between Pesso-psychotherapy and the analytical psychotherapy of C.G.Jung. In: Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,I:75-80.Amsterdam.

Pessobulletin,november 1993.

Jung, C, (1954). Psychological Commentary. In : Evans-Wenz, W., The Tibetan Book of the Great Liberation. London, N.Y.:Oxford University Press.

Kant, E. Critique of Pure Reason. English translation by Norman Kemp Smith (1938). London:MacMillan.

Laan, M. van der (1993). De therapeutische relatie: een 'dialoog'?. In: Dutch Journal of Psychotherapy, september: 206-214.

Mooser, T.(1989). Körpertherapeutische Phantasien. Psychoanalytische Fallgeschichte neu betrachtet. Verlag, Suhrkampf.

Nelson, J. (1988). The intimate connection: male sexuality, masculine spirituality. The Westminster Press, Phiadelphia.

Nelson, J. (1992). Male sexuality, masculine spritituality. In :Proceedings subcongress Sex and Religion,Amsterdam. Ridopi: Atlanta-Amsterdan.

Panhuysen G. en S.Terwee (1992). Psychoanalyse en Wetenschap. Bohm, Staffleu, van Loghum. Holland.

Pesso (1990). Center of Truth, True Scene, and Pilot in PS/P.
In: Pessobulletin,2:13-21.

Pesso (1992). On becoming, In Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,I:2-13. Amsterdam.

Pirsig, R.(1991).Lila. An inquiry into morals. (The famous author of 'Zen and the art of motor...)

Sommeling, L. (1992). Rethinking PS/P Theory and Metaphors on sexuality. In Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,I:42-49. Amsterdam.

Sommeling,L. (1993). Pessotherapeut worden: stapje voor stapje. In: Dutch Pessobulletin,1: 24-29.

Sommeling, L. (1994). The use of the body in verbal psychotherapy: Intervention following the Pesso system.
In :Dutch Journal of Psychotherapy

Stufkens, H. (1993). Gesprekken met Jung. Rotterdam: Leminscaat. Holland.

Vandermeersch, P. (1992). Over psychose, seksualiteit en religie: het debat tussen Freud en Jung. Nijmegen: Sun.
Holland.

Van Haver, W.(1992). Links between Pesso-psychotherapy and the analytical psychotherapy of C.G.Jung. In: Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,I:75-80.Amsterdam.

Pessobulletin,november 1993.

Jung, C, (1954). Psychological Commentary. In : Evans-Wenz, W., The Tibetan Book of the Great Liberation. London, N.Y.:Oxford University Press.

Kant, E. Critique of Pure Reason. English translation by Norman Kemp Smith (1938). London:MacMillan.

Laan, M. van der (1993). De therapeutische relatie: een 'dialoog'?. In: Dutch Journal of Psychotherapy, september: 206-214.

Mooser, T.(1989). Körpertherapeutische Phantasien. Psychoanalytische Fallgeschichte neu betrachtet. Verlag, Suhrkampf.

Nelson, J. (1988). The intimate connection: male sexuality, masculine spirituality. The Westminster Press, Phiadelphia.

Nelson, J. (1992). Male sexuality, masculine spritituality. In :Proceedings subcongress Sex and Religion,Amsterdam. Ridopi: Atlanta-Amsterdan.

Panhuysen G. en S.Terwee (1992). Psychoanalyse en Wetenschap. Bohm, Staffleu, van Loghum. Holland.

Pesso (1990). Center of Truth, True Scene, and Pilot in PS/P.
In: Pessobulletin,2:13-21.

Pesso (1992). On becoming, In Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,I:2-13. Amsterdam.

Pirsig, R.(1991).Lila. An inquiry into morals. (The famous author of 'Zen and the art of motor...)

Sommeling, L. (1992). Rethinking PS/P Theory and Metaphors on sexuality. In Pessobulletin, Proceedings first International Meeting,I:42-49. Amsterdam.

Sommeling,L. (1993). Pessotherapeut worden: stapje voor stapje. In: Dutch Pessobulletin,1: 24-29.

Sommeling, L. (1994). The use of the body in verbal psychotherapy: Intervention following the Pesso system.

 

Comments