de helende kracht van ons bewustzijn

De therapeutische kracht van bewustzijn 

Waarom therapeuten stil worden


In een put die niet gegraven is, kabbelt water uit een bron die niet vloeit; daar is iemand zonder schaduw of vorm, bezig water te putten (Samy, 2006, p.94).




Louis Sommeling





Inleiding


Ons bewustzijn stelt ons in staat om te helen. Wanneer een psychotherapeut zich dit helend vermogen eigen maakt, gaat hij anders therapie geven. Hij werkt vanuit zijn innerlijk, merkt beter op wat aanwezig is, waaronder ook de gewaarwordingen in zijn eigen lichaam en de non-verbale signalen van zijn cliënt. Methoden en technieken van zijn therapeutische school komen pas naar voren als de tijd rijp is; wat hij waarneemt is zijn uitgangspunt. Deze wijze van werken is  van een natuurlijke eenvoud en maakt het geven van therapie spontaner en lichtvoetiger.  


In dit artikel beschrijf ik eerst deze helende kracht van bewustzijn en laat met voorbeelden zien hoe ikzelf en mijn cliënten deze kracht gebruiken (par.1). Vertrouwde bakens die vroeger de richting bepaalden, maken plaats voor nieuwe oriëntatiepunten. Deze wijze van werken biedt veel voordelen (par.2). Zij sluit allereerst aan bij de beleving van de hedendaagse mens die geen expert wil die de waarheid in pacht meent te hebben of zichzelf achter die positie verschuilt en contact van mens tot mens vermijdt. De therapeut opent zich voor het verlangen naar natuurlijkheid in zijn client. Hun gelijkwaardigheid maakt hun contact levendig en onverwacht. Bovendien houdt deze wijze van werken de therapeut scherp en geeft  hem  zijn eigen creativiteit en intuïtie terug (par.3). 

 

In de discussie laat ik zien waarom dit gebruik van de helende kracht van ons bewustzijn werkelijk nieuw is en therapie lichter en effectief maakt. 

Veel therapeuten kloppen momenteel op Boeddha' s deur (Epstein, 1995) of zoeken een eigen vorm van bezinning of stilte. Het wu wei, het  'handelen zonder te handelen', onderzoek ik met hen in dit artikel.






1. De therapeutische kracht van ons bewustzijn


1.1 Tegenwoordigheid van geest


Jaren geleden ontdekte ik iets dat zo voor de hand lag ligt, dat ik mij er achteraf over verbaas dat ik deze ontdekking niet eerder deed. Ik ontdekte wat het betekent om aanwezig te zijn in het moment. Ik voelde mij als een vis die zich ineens realiseert dat hij in water zwemt en deel uitmaakt van een groter verband. 

Cliënten begon ik nu soms te vragen om aan het einde van de straat waar zij straks doorheen zouden lopen zich te her-inneren, wat ze zagen. Het viel hen op hoe andere mensen met gefronst voorhoofd liepen soms, in gedachten er niet bij. Ik vroeg dan: Waar waren ze dan?’ en met een mogelijk antwoord op deze ”koan” oefenden cliënten met in het nu aanwezig zijn. 


Streven naar deze tegenwoordigheid van geest is van alle eeuwen. Gurdjieff (1866 – 1949) wees er al op dat mensen doorgaans mechanisch leven, eendimensionaal. ‘Platlanders’ noemt hij ze, werktuigelijk levend op de automatische piloot. Ze her-inneren zich de werkelijkheid niet omdat ze in een toestand van slapen verkeren en de vermogens van hun bewustzijn verwaarlozen. 


De eerste Westerse psycholoog William James (1842 – 1910) merkt op dat wij de verborgen kracht van onze psyche niet kennen, omdat ‘onze vuren zijn getemperd en de trekgaten verstopt. Volgens Freud (1856-1939) is het helemaal niet zo eenvoudig om die verborgen krachten in onszelf te leren kennen, omdat onbewuste krachten waar wij geen meester over zijn, ons tegen werken. De dokter moet een diagnose stellen en dan kan een lange analyse de patiënt genezen. 

Rogers, Perls en zo vele anderen geven het meesterschap over ons bewustzijn weer aan onszelf terug. Rogers vond de in die tijd zo lange analyses niet alleen tijdverspilling, maar zelfs gevaarlijk omdat ze de cliënt diens eigen vermogen tot heling dreigen te ontnemen (Rogers,1951, p.198 vv). De therapeut is geen arts die een diagnose stelt, maar eerder een vroedvrouw die bij een geboorteproces in de cliënt zelf assisteert. ‘Met verbazing zie ik de potentie en ordening van krachten in mijzelf en in de cliënt zo evident in dit hele proces, krachten die diep geworteld zijn in het universum als een geheel’ (Rogers, 1951, p. xi). Het is daarom niet een methode, maar bijna te gewoon om in te kunnen geloven. Het gewone is genoeg, ja, meer dan genoeg.


In onze tijd komt Boeddha naar het Westen omdat onze maatschappij in een geestelijke crisis is geraakt. Veel therapeuten kloppen daarom nu op Boeddha’s deur (Epstein, 1995). De ontmoeting met het Boeddhisme kan het beste in onszelf naar boven halen, zonder dat wij Boeddhist zouden moeten worden. 

Direct valt in dat contact op hoe wij onze eigen psyche reduceren. Ons ‘ik’ is een centraal begrip geworden in de Westerse psychologie, maar het is een rationeel concept dat misleidt, omdat het alleen op onze ikfuncties doelt. Dat zijn de functies waarmee wij ons in de wereld handhaven; we ervaren dan de afgrenzing van anderen en niet onze samenhang in een groter geheel. Onze ervaring van alles dat groter is dan ik verdwijnt dan en daarmee gevoel voor onze diepere verbindingen. Rest slechts ons ik als houvast en mechanische middelen buiten ons, ook therapeutische technieken, om elkaar te bereiken en te helen. 

Wanneer we alleen onze ratio gebruiken (de linkerhersenhelft), dan kunnen we alleen maar dingen ordenend op een rijtje zetten als “platlanders”. Een diepere en intelligentere staat dan onze ratio (linkerhersenhelft) is ons vollere bewustzijn (rechter hersenhelft) dat verbanden ziet, diepte aanvoelt en intuïtief en affectief waarneemt


Voor die laatste ervaringen moeten we ons meer tijd gunnen en ook de uitknop vinden voor onze gedachtestromen, want die gedachten en kritische stemmen in ons hoofd zijn wij niet, aldus Eckhart Tolle (2005). 

Geïnspireerd door Zenboeddhisme vraagt hij om onze aandacht van ons hoofd meer naar de ervaringen in ons lichaam te verleggen om zo de levendigheid van de werkelijkheid meer te ervaren in onszelf. 

Dezelfde weg, wijst Kabat -Zinn (2006). De titel van zijn boek luidt:Toekomend aan onze zintuigen: onszelf en de wereld helen door Mindfulness ‘. 

Iemand verwoordde deze terugkeer naar onze lijfelijkheid eens als volgt: ‘Door loslaten van de dagelijkse gedachtestromen viel ik als het ware terug in mijn lichaam. Het contact met mijn fysieke zelf herstelde zich en ik zag de wereld zoals zij is.’ 

Niet dat het lichaam zelf bewustzijn is, maar lichaamsbesef roept wel terug naar bewust tegenwoordig zijn. Zonder bewustzijn ziet het fysieke oog niet, hoort het oor niet, kan het brein niet denken. Zen formuleert vrolijk: ‘Er is horen, er is zien’. Wij zijn bewustzijn. 




1.2 Stadia van therapeutisch bewustzijn


Wat betekenen bovengenoemde uiteenzettingen nu voor psychotherapie? 

Corlis en Rabe (1969) onderscheiden twee mogelijke bewustzijnstoestanden van een therapeut. Allereerst is er wat zij ''oppervlaktebewustzijn'' noemen. Dat soort bewustzijn stelt in staat om in de materiële wereld te functioneren. Een bergbeklimmer plant zijn route en denkt aan duizend andere dingen, zoals: 'welke stap zal ik nu zetten?',  'zal deze steen mij wel houden?' In een bergspleet groeit een bloem, maar er is nauwelijks rust om daar bij stil te blijven staan. De bergbeklimmer lijkt op de therapeut die zich afvraagt: 'welke interventie is nu gepast? Welke techniek zal ik nu inzetten?'


Op de top aangekomen kan dit oppervlaktebewustzijn veranderen in bewustzijn 'from the center'. De bergbeklimmer wordt stil, kijkt rond, neemt het panorama in zich op. Hij voelt de wind en is er zich zelfs van bewust dat hij de wind voelt. Het korte zicht op de vierkante millimeter verruimt zich. Bovendien ziet, voelt, ervaart de bergbeklimmer nu intenser en directer. Hij registreert de wereld met detail, omdat hij dit van binnenuit doet. Hij is ten volle tegenwoordig.

Maar er doet zich nog iets anders voor. Hij ziet niet alleen het panorama voor zich, maar ervaart ook dat het centrum van waaruit hij kijkt, naar de achtergrond verdwenen is, omdat dit centrum deel geworden is van een onverdeelde ervaring. Zijn ervaring is niet langer dualistisch, niet meer gesplitst in twee, niet langer 'ik tegenover een panorama.' Dit dualisme lost zich op in dieper bewustzijn. 


Zij is een eenheidservaring en feitelijk onze diepste zelfervaring. Ook Freud vatte deze eenheidservaring tegen het einde van zijn leven niet meer op als zwevende mystiek uit het Oosten. Niet meer als verlangen naar een oceanisch gevoel of een regressief heimwee naar de moederschoot maar als helderheid van geest voorbij de beperking van het ik. Een overstijging van de ik-ervaring naar de ervaring van samenhang met alles. 

Van eni naar ein.‘Puur goud’ riep Freud uit toen hij deze formulering als doel van ieders innerlijke reis las bij de zestiende-eeuwse Joodse mysticus Luria (Daalderop, 2006).


In deze eenheidservaring is alles in en om ons stil. Niet afgeleid door gedachtestromen of storende emoties, komt de werkelijkheid tegenwoordig, leeft en ademt zij. De therapeut belandt in een vertraging omdat hij nu hevig geïnteresseerd is in wat er zich voor zijn ogen afspeelt. Zijn activiteit bestaat niet direct in actie naar buiten, maar meer in concentratie naar binnen. 

Hij weet dat zijn ego te snel houvast zoekt, bescherming wil van een expertpositie of de veiligheid zoekt van een gestandaardiseerde methode. Hij is zich zijn angst bewust niet aan de druk van verwachtingen te kunnen voldoen en beheerst deze angst min of meer. Zijn houding is open en vervalt daarom niet in subjectieve willekeur. In deze harmonie volgt vanzelf trefzeker handelen in harmonie met de situatie. Precies in deze volle staat van bewustzijn huist de therapeutische kracht van heling.




1.3 Therapeutisch bewustzijn in de praktijk


Wat de therapeut nu kan doen, ligt in de woorden van Pesso vervat: ‘Naamgeving en zegening brengt tot leven’. In bewust zijn roept een therapeut op het toneel, wat nog achter de coulissen verborgen is voor de cliënt. Hij brengt dit tegenwoordig door het haar eigen naam te geven en met aandacht te omgeven. Een proces van opluchting en bloei begint. 

Om op deze manier te kunnen helen heb je geen bijzondere vaardigheden nodig of veel ervaring. Het vermogen om te helen ligt in ieders bereik, omdat zij onze natuurlijke aanleg is. Dit vermogen is dus niet alleen bereikbaar voor de therapeut, maar ook voor de cliënt.

 

Therapeutisch bewustzijn is meer dan een prettig gevoel in de therapeut maar bewijst zich pas als openheid voor wat zich aandient in de cliënt. Deze op zijn beurt reageert op de therapeut en stemt daar weer op af. Albert Pesso noemt dit spel tussen therapeut en cliënt een dans. Een dans tussen gelijken, want wanneer de therapeut bewust tegenwoordig is, verliest ego vanzelf de behoefte zich op vermeend expertzijn te laten voorstaan. De therapeut danst nu relaxed, spontaan reagerend op de ander.

 

De dans kent ook passie omdat de therapeut zich laat leiden door het in zichzelf en in zijn cliënt herkende brandend verlangen naar heelheid. 'Vanaf het begin van alle tijd is dit verlangen in ons aan het werk, en daarom is het zo diep en krachtig en een plechtig momentum ' (Pesso, 1992, p.1). Hij vertrouwt op wat vanzelf zal komen, danst lichtvoetig. 


Met een loodgieter die een lek komt opsporen of met de dokter die een infarct in ons brein lokaliseert, kun je natuurlijk ook dansen van geluk als deze een open houding heeft en met een individueel afgestemde oplossing komt, maar het gaat in dat contact toch vooral om hun techniek, niet om de ontmoeting zelf. Matterhealing wordt van arts en loodgieter gevraagd, Mindhealing van de therapeut. 

Ook al 'heeft' een mens een probleem, toch ‘is’ hij meestal zelf het probleem en ligt in hemzelf de oplossing en die ontstaat in de ontmoeting van mens tot mens (al of niet met ondersteuning van medicijnen).


Een therapeut verstoort die ontmoeting wanneer hij te vroeg een methode inzet. Dan versterkt techniek het geloof in de cliënt dat een oplossing van buiten moet komen en niet vanuit zichzelf (Sarolea, 1986). Dat bevestigt zijn illusie dat hij niet deugt en versterkt zijn overtuiging dat hij gered moeten worden. De gewillige therapeut die hem dolgraag wil helpen met prachtige methodiek voert hem dan rechtstreeks terug in zijn neurotisch spiegelparadijs. 


In Zenwoorden: 'Wil je bloesems zien, kloof dan niet een boom doormidden, maar wacht op de lente ‘. De therapeut die opmerkt wat in de cliënt speelt en dit tegenwoordig wil brengen, weet dat de tijd daarvoor zich vanzelf zal aandienen. Niet de real time, maar de kairostime. Die laatste term gebruikt Pesso omdat in dat tijdstip de genade zichtbaar wordt die er in verborgen ligt. In de kairostime ziet de therapeut dat de cliënt aarzelend zelf besluit zich te willen openen. Wat de therapeut vanuit zijn eigen bewustzijn tevoorschijn roept op het toneel, is er wanneer de tijd zich aandient. 


Dan zegt Pesso met een simpel gebaar in de lucht naast zich: ‘een getuige zou zeggen: als ik er toen geweest was, zou ik gezien hebben hoe verdrietig (bijvoorbeeld) je daarbij was’. Aanvankelijk vond ik deze nieuwe “uitvinding” onnodig omslachtig, tot Pesso mij de ervaring van de getuige liet voelen. 

Het merkwaardig was allereerst dat ik mij de benoemde emotie pas bewust werd, toen de getuige deze daadwerkelijk benoemde en niet daarvoor. Bovendien ervoer ik dat Pesso door dit gebaar in de lucht de getuigenis van zichzelf af haalde, bijna alsof de hemel in die tijd als derde toekeek en bij aanwezig was, of ik bij die gebeurtenis uit mijn jeugd niet alleen was, ja zelfs of alles er mag zijn in mij, of het goed is zoals ik ben, ook met mijn toen niet vervulde basisbehoeften. 


Kan een methode hier nog iets toevoegen of is een dergelijke deze diepte-ervaring voldoende? Een methode kan geen ervaring opwekken, wel verstevigen wanneer deze er is. Die versteviging kan in ons lichaam gebeuren, want onze lijfelijke ervaringen blijven ons vooral bij. De hand van onze vader op ons hoofd begrensde onze grootheidswensen. Op de schoot van onze moeder leerden we voorgoed dat ons verdriet niet grondeloos is. Zelfs de mooiste techniek zoals het neerzetten van rolfiguren als ideale ouders, is geen automatisme. De therapeut bepaalt vanuit zijn intuïtieve bewustzijn, wat nu past, zoals ik in de twee volgende voorbeelden zal laten zien.




1.4  Twee voorbeelden en een oefening


Pesso-psychotherapeuten die hun opleiding hadden afgerond, kwamen voor een week bijscholing. Omdat ik gepensioneerd ben, geen Pesso-psychotherapie praktijk meer heb en nu veel tijd in Zenboeddhisme steek, was ik benieuwd of mijn manier van werken nog steeds dezelfde zou zijn. Dat bleek zo te zijn, uitgezonderd de twee volgende voorbeelden.


De eerste therapeute stelde toen zij aan de beurt was, voor om een ideale moeder als steunende rolfiguur neer te zetten ‘omdat ik mij zo onzeker blijf voelen’. Ze had al veel vaker met rolfiguren gewerkt. Waarom bleef ze dan toch om deze techniek vragen? Ik zag haar onzekerheid. Bleef zij niet gevangen in de vicieuze cirkels van haar eigen innerlijke negatieve dialogen, vroeg ik mijzelf af. Bovendien was mij in een supervisie opgevallen hoe zij haar empathie en warmte kwijt was geraakt bij het zelf geven van therapie omdat ze zich helemaal richtte op het toepassen van een methode. Waar was eigen intuïtie en creativiteit?


Daarom legde ik haar een truc uit die onze psyche vaak met ons uithaalt. Ik doelde op de constructie die Eckhart Tolle (2005) benoemt als: het pijnlichaam. We richten dit schijnlichaam op omdat we bang zijn ons houvast te verliezen en scheppen dan een illusoir houvast. Want de openheid van een vol bewustzijn maakt ons duizelig en roept angst op, aldus het Boeddhisme. Ook na duizend jaar therapie blijft die behoefte bestaan om in een oppervlaktebewustzijn te blijven hangen voor ons houvast. Deze constructie die ons ego daarbij opzet, verduidelijkt Tolle door het beeld te gebruiken van een hongerige wolf die in ons huist en eist dat we ons geklaag als voedsel naar hem blijven gooien en hem zo in leven houden.

Cliënte wilde in de therapiesessie de gebruikelijke technieken met rolfiguren wel los laten om zich zelfstandig met haar negatieve stem bezig houden. Ze begon de klaagstem als een automatische gedachte te herkennen, die zich alleen maar herhaalde zonder effectief een doel te dienen, tenzij om een voller bewustzijn onmogelijk te maken. 

In de feedback een jaar later zegt ze contact met haar bewustzijn nu zelf te kunnen verzorgen: ' net zoals mijn nagels af en toe verzorging nodig hebben.' Ze voegt eraan toe dat ze in haar therapeutische praktijk op haar intuïtieve kracht durft te vertrouwen, die in een onverwachte situatie vaak van een hogere intelligentie getuigt dan een gestandaardiseerde methode.


De tweede therapeut ervoer een diepe angst voor eigen emoties. Waarom bleef deze in andere opzichten krachtige man zo angstig na vele eerdere sessies? Ik zei hem dat Boeddhisme de moed om eigen emoties in de ogen te kijken “leeuwengebrul” noemt. Ik vroeg hem of hij dat zonder rolfiguren of hulp van anderen zelf eens wilde proberen. Dat wilde hij. 

Hij begon beetje bij beetje te ervaren dat geen aandacht besteden aan oude gedachtestromen ruimte schiep om zijn emoties beter te proeven en te onderzoeken. Hij liet de emoties eenvoudigweg toe. Hij liep er niet meer angstig voor weg, ageerde ze niet uit, maar proefde ze. Hij had zichzelf rustig gemaakt en geheeld.

In zijn feedback een jaar later vertelde hij de angst voor emoties nu te zien als louter gedachten die probeerde af te leiden van dieper zelfbewustzijn. Zo nodig liet hij van binnen uit de leeuw brullen. 'De Grote Moed en het Grote Vertrouwen zijn hier in de plaats gekomen van angst en wantrouwen.' (Samy, 2006, p.54).

 

Als beginnend therapeut voegde hij nog toe, oefende hij ermee om minder snel rolfiguren voor te stellen aan een cliënt en durfde hij langer te wachten, totdat het juiste moment zich natuurlijkerwijze aandiende. Alsof hij doorzag hoe ego zich graag voedt door te voldoen aan verwachtingen van anderen of door de Grote Meester te imiteren.

Dit werken vanuit de helende kracht van ons bewustzijn, is dus niet voorbehouden aan ervaren therapeuten, maar is een vaardigheid die iedereen kan leren. 

Parafraserend in de sfeer van het duistere zencitaat waar dit artikel mee begint: De twee therapeuten in bovengenoemde voorbeelden traden uit hun schaduwen en lieten de vormen los waar hun ego zich mee had geïdentificeerd. Hierdoor ontdekten zij een bron in hen en was het niet nodig om een put te graven, het water vloeide niet naar hen toe want het kabbelde al in hen.


Met collegae bedacht ik een oefening om vanuit voller bewustzijn therapie te leren geven. De therapeut mag ''op vakantie” door op een iets ruimere afstand van zijn cliënt te gaan zitten. Zo vermindert de druk van in contact aangeleerde conventies. In deze opstelling wordt de therapeut, “ als ware hij op vakantie “, uitgenodigd pas iets te zeggen als hij van binnenuit zich daartoe aangezet voelt. De cliënt praat niet tegen hem maar richt zich tot een lege stoel die schuin iets opzij van hen staat. (De lege stoel is hierbij als de steen die iedere mens – in een oud Perzische gewoonte – als een levenslange metgezel meekreeg om tegen te kunnen praten).



2. Oriëntatiepunten bij werken vanuit ons bewustzijn


Wanneer we de helende kracht van ons bewustzijn gaan gebruiken, zijn we misschien bang zonder bekende bakens op een oneindige zee van mogelijkheden te varen. Waar is onze leidende methodiek, waar onze vertrouwde structuur? De zee is niet leeg want we zullen voldoende tekenen opmerken om ons op te richten.



2.1 Een beginritueel


Een therapeut kan zich als voorbereiding op een sessie een gewoonte eigen maken. Hij schakelt een paar minuten over van de drukte van alledag naar bewust aanwezig zijn. Gedachtestromen laat hij tot rust komen. Emoties van verveling, gejaagdheid, zwaarte, of welke andere emoties dan ook, laat hij er even zijn zodat ze vanzelf verdwijnen.

Dat bereikt hij door ontspannen te gaan zitten en de stevige grond te voelen. Zo zitten is als een “Sitz im Leben”, een grondhouding met de rotsvastheid van een tijdloze berg. Bewust ademen en dat ritme op natuurlijke wijze haar gang laten gaan, is het fundament voor innerlijke kracht, meer dan een mentaal wilsbesluit dat ooit zou kunnen. Wanneer het lichaam zich herstelt in echtheid, zichzelf weer fatsoeneert, is de tijd gekomen om aan het werk te gaan.


De therapeut voelt zich nu in zijn eigen huid en niet in die van een ander. Dit voorkomt symbiotisch vervloeien met een cliënt en helpt om intieme grenzen niet te gaan overschrijden. Tijdens mijn eigen voorbereidingsritueel merk ik soms op dat ik anders ga zitten als ik aan mijn komende cliënt denk. Ik leun dan bijvoorbeeld naar voren. Deze houding vertelt mij dat ik me te verantwoordelijk voel en dat ik vergeet dat mijn cliënt alleen zichzelf kan genezen. Ik ben immers niet meer dan een “vroedvrouw”, die wacht tot de ontsluiting op gang komt en de geboorte vanzelf begint (Sommeling, 2004). 

Ons niet voldoende doorgewerkt verleden kan ons er toe verleiden een trauma of de emotionele gaten in het bestaan van een ander te willen opvullen. Dit drama van het begaafde kind (Miller, 1979) kan de onbewuste reden zijn waarom alleen therapeut zijn ons leven zin zou kunnen geven. Ikzelf werd voorgoed genezen van misplaatste zorg toen een deskundige mij bij een traumatraining toeschreeuwde:' Blijf met je poten van het verdriet van een ander af!’ Niemand mag iemand de verwerking van eigen verdriet afnemen, leerde ik.


Hick en Bien (2008) onderzochten hoe training in Mindfulness de therapeut helpt om aandachtig tegenwoordig te zijn en vonden een weldadig effect op de cliënt. Dit soort meditatie en training in een ritueel heeft kennelijk rechtstreeks effect op therapie. 

Gewaar zijn is de bereidheid stil te staan bij wat we opmerken en dat er laten zijn. De bloem die we opmerken, plukken we niet maar laten we staan omdat zij daar zo natuurlijk staat. Gaan we door weerstanden heen beuken, dan versterken die weerstanden zichzelf alleen maar. Maar mogen ze er gewoon zijn van ons, dan verdwijnen ze van zelf. En dat geldt ook voor de therapeut zelf.


De volgende email van een cliënt illustreert wat de gevolgen zijn als een therapeut niet in zijn centrum blijft en zijn vatbaarheid voor pijn en verdriet afschermt: 

' Ik loop bij mijn psychotherapeut aan tegen zijn werkwijze. Deze is theorie en methodiek uit de “gereedschapskist” en helaas ken ik daar heel goed de weg. Maar waar ik naar op zoek ben is echtheid en aanwezigheid met liefde. Zolang de therapeut verstopt blijft achter zijn muur van methodiek, lukt het mij niet om bij mijn gevoel te komen. Vanuit mijn omgeving hoor ik dat ik te veel verwacht en dat een therapeut alleen zijn werk kan volhouden als hij zich afschermt. Voor mij voelt dit juist tegenstrijdig, omdat pas echte uitwisseling, contact en aanwezigheid werken op zielniveau mogelijk maakt. De bescherming tegen symbiose is juist te vinden als de therapeut zichzelf is.' 


In het in deze paragraaf beschreven ritueel is een therapeut verenigd met al die “collega’s” die zich door de eeuwen heen bezig hielden met de vertroosting en heling van de menselijke psyche. In deze gemoedstoestand begint hij nu de therapie.





2.2 Richtpunten tijdens de therapie


In vol bewustzijn, zonder houvast van een methode oriënteren we ons vanzelf. Bijvoorbeeld op de eerste woorden van een cliënt ligt. Daar ligt wonderlijk genoeg vaak zijn hele probleem verborgen. Wanneer we deze woorden oppikken en bewust in onze herinnering opslaan, dan krijgen die eerste woorden een straling die – tussen alle zijwegen die worden ingeslagen – vaak feilloos de verdere richting voor de sessie wijzen. 

Wanneer we goed opletten, horen we bovendien niet alleen woorden maar zien ook van alles. 'Wat gebeurt er nu in je lichaam terwijl je dit vertelt?' is een eenvoudige niet vaak genoeg te stellen vraag. We zeilen zo om vele rationalisaties heen en koersen af op wat werkelijk speelt.


Een voorbeeld:

Bij aanvang van zijn eerste sessie begon een cliënt heen en weer te bewegen met zijn bovenlichaam, terwijl hij vertelde. Mij viel de incongruentie op tussen deze gebaren en de inhoud van zijn woorden, alsof hij een gevoel aan de rand van zijn bewustzijn buiten het voetlicht hield. Maar ik wist natuurlijk nog niet of dit iets betekende en zo ja, wat?

Th.: 'Wat val je op in je lichaam terwijl je dit vertelt?'

Cl.: 'Weet ik niet.'

Th.: 'Mag ik zeggen wat mij opvalt?'

Cl.: 'Ja'

Th.: 'Ik zie je heen en weer bewegen met je hoofd en je lichaam '(doet de beweging na)

Cl.: 'Ja, ik zit zo te denken, ik verkoop psychologie van de kouwe grond tussen zoveel experts.'


Deze laatste emotie – en niet de woorden die hij eerder sprak - is nu ten volle aanwezig. Dit levert een veilig gevoel op aan de cliënt, want als deze eerst verborgen beleving er mag zijn, dan in principe ook alle volgenden.

Maar er is nu ook een gewaar zijn bij de cliënt van wat hij in zijn lichaam waarneemt. En hiermee open zich een veel intiemere dimensie. Want woorden weerspiegelen vaak vroeger opgedane gedachten over ge- en verboden, maar ons lichaam brengt ons paradoxaal genoeg in contact met diepere verlangens en streeft uit zichzelf naar compleetheid en heelheid en weet wat het nodig heeft. Dit lichaamsbewustzijn krijgt hiermee een richtinggevende betekenis (Dit fragment is ook op YouTube te zien (Sommeling, 2012)).




3. Verdere voordelen van tegenwoordigheid van geest


Het gebruik van de helende kracht van ons bewustzijn is niet gebonden aan een specifieke therapeutische school en biedt veel voordelen.



3.1 Aansluiting op hedendaags levensgevoel


De op versteviging van ik-functies gerichte vertrouwde vorm van psychotherapie is voor veel cliënten nuttig, omdat zij leren assertiever te worden, communicatievaardigheden kunnen verwerven en specifieke klachten leren aanpakken. Mijn cliënten, veelal universitaire studenten, namen echter geen genoegen met deze vorm van therapie. Assertiviteit is geen eindstation. Ook het veel voorkomende probleem ”concentratiestoornis” vraagt meestal niet om een studievaardigheidscursus, maar leerde ik zien als de wijsheid van onze geest, die nu vraagt om aandacht voor wat we in ons bewustzijn naar de achtergrond duwen. Zij waren op zoek naar wie zij zijn. 

 

Rationeel analyseren van het verleden en aanleren van vaardigheden brengen cliënten niet zonder meer dichter bij zichzelf. Veel studenten voelen zich in hun studententijd nog innerlijk verdeeld door de vele rollen die voorhanden zijn en die ze anderen om zich heen zien spelen. Ze hebben vaak een fragiele identiteit, die als een jasje om hen heen hangt, maar nog een innerlijke kern mist. Die fragiliteit voelen ze als een leegte in hun buik of borst en ervaren die leegte als een wond omdat ze er nog niet op durven vertrouwen gewoon te zijn (Epstein, 1995). 

Wanneer iemand zich het gemis van een innerlijke kern bewust durft te worden in een wereld die daar niet om lijkt te talen, is het een verrassing om dan iemand te ontmoeten die de innerlijke drang naar heelheid zich zelf bewust is, iemand waarvan zijn zelfgevoel van binnenuit komt.


Ook in de coaching wereld beginnen topmanagers om iets anders dan cursorische vaardigheden te vragen. Ook al zijn dit soort managers nog op de vingers van een hand te tellen. Zij zijn op zoek naar innerlijk bewustzijn als bron van creativiteit en menselijk leiderschap. Het is ook niet altijd meer de machoman, maar de mens uit een stuk, die werknemers tegenwoordig als leider kiezen.



3.2 Spontaniteit in therapie


Werken vanuit therapeutisch bewustzijn maakt een therapeut spontaner, omdat hij gangbare concepten iets meer loslaat. Het gaf mijzelf een ongekende vreugde toen ik het alles overheersende concept van overdracht iets meer relativeerde en niet alleen als functionaris maar als Louis spontane reacties van mijzelf aan mijn cliënten gaf en iets eigens van henzelf terug kreeg, zonder dat ik de angst had dat de relatie hierdoor ontherapeutisch zou worden. De cliënt moet in wisselwerking met zijn therapeut komen en testen of deze hem echt begrijpt in wat hij beleeft. Zo leert de cliënt om allerlei storende gedachten en projecties los te laten en krijgt de communicatie over en weer levendigheid en onverwachtheid, leerde ik van een analyticus Roth, 1995).

Spontaniteit is een feilloos teken van vrijheid en psychische gezond en voor therapeuten als Winnicot en Guntrip daarom doel van therapie. De betekenis die het woordenboek geeft aan ‘spontaan’  is:‘uit eigen beweging’, ‘uit zichzelf ontstaan’, ‘zelfwerkzaamheid der ziel’.

Bij een reactie vanuit een methodiek kan de fijnafstemming tussen therapeut en cliënt verloren gaan. Juist vanuit bewust aanwezig zijn, kan perfect afgestemde finetuning plaats vinden. Niet alleen met woorden, maar ook met spontane lichamelijke reacties van de therapeut (vanzelfsprekend binnen professionele grenzen). Daardoor ontstaat er ook belichaamde kennis in de cliënt en niet alleen cognitief inzicht.



3.3  Het einde van een therapie


Naarmate het therapeutische proces vordert voelt de cliënt bewuster zijn levende tegenwoordigheid en wie hij in werkelijkheid is. Niet dat hij nu altijd ‘gelukkig’ is; dit vaak misplaatst gebruikte woord kunnen we beter vervangen door een meer natuurlijke uitdrukking. Hij heeft zijn levensvervulling gevonden, hij staat ‘in bloei’. Deze diepste zelfervaring is vol schoonheid en vreugde. 

Ook voor de therapeut is er geen grotere beloning dan wanneer hij die flits van waarheid over het gezicht van zijn cliënt heen ziet trekken: ‘dit ben ik precies’. Zen noemt deze uniekheid het oorspronkelijk gelaat en de transcendente schoonheid ervan ontlokte een monnik eens de volgende haiku: 'Hij was zo mooi alsof hij geboren was zonder zijn ouders.'


Bij deze toenemende oorspronkelijkheid is de therapeutische ontmoeting er nu een tussen twee gelijkwaardige unieke personen, ontdaan van moeten, vrij. De therapie heeft haar doel bereikt. De rolbegrippen therapeut en cliënt verliezen hun betekenis. Er is nu contact vanuit twee kanten. Want wat is eigenlijk contact? Het is een boog tussen twee zelfstandige pijlers die stevig op hun eigen grond staan. De Westerse psychologie heeft voor deze nu ontstane toestand van gezamenlijk-zijn geen woorden. De Avaita Vedanta‘ noemt haar satsang, dat samen-aanwezig of samen-zijn in waarheid betekent. 




Discussie



Wil iemand inzien, laat staan toepassen, dat niet actief handelen tot heling leidt, maar dat niet-handelen met concentratie op bewustzijn dat wel doet, dan is daar een geestelijke omwenteling voor nodig. De gedachte dat je door ''niets'' te doen, iets bereiken kunt is in feite niet minder dan een Copernicaanse wending! Dat is bijna ondenkbaar in onze Westerse onrust.

Zonder zelf Mindfull te zijn perverteert een therapeut daarom bijna zeker het gebruik van Mindfulness voor zijn cliënten. Dan ziet hij Mindfulnes alleen maar als een ''relaxation response ‘‘, als een nieuwe methode uit Amerika die bijna al onze kwalen belooft op te lossen en die je op iedereen kan toepassen. 


Hoe komt het dat uitgerekend de cognitieve gedragstherapie de houding van Mindfulness zo onstuimig omhelst, vraag Safran zich af. Volgens hem spreekt haar techniek, de overzichtelijke cursusopzet en makkelijke meetbaarheid van de resultaten daarvan, de gedragstherapie aan. Maar meer nog omdat Mindfulness de paradox lijkt te transcenderen dat je in de gedragstherapie moet controleren en actief oefenen en tegelijkertijd moet loslaten (Safran in een voorwoord op Jennings, 2010).


In dit artikel heb ik in grote lijnen geschetst dat dit loslaten mogelijk is door te vertrouwen op de helende kracht van ons bewustzijn. Dan ontstaat ruimte om de impuls om direct naar een methode te grijpen te laten, omdat vanzelf oriëntatiepunten verschijnen. 

Volgens sommigen is dat niets nieuws en wezen mensen als Perls en Rogers daar altijd al op. 


Ik zie toch een drietal vernieuwingen. Allereerst begint er een paradigmaverschuiving te ontstaan omdat wij de rijke vermogens van ons bewustzijn zelf herontdekken in een dialoog met het Zenboeddhisme (Safran, 1995). Die dialoog was er nog nauwelijks in de tijd waarin Rogers actief was en daarom kon hij wat hij intuïtief aanvoelde, onvoldoende uitwerken. Therapeutisch bewustzijn is een fundamentelere gemeenschappelijke factor die effect verklaart in alle therapiescholen dan de therapeutische relatie die daar tot nu toe voor werd aangezien (uitgezonderd gestalttherapie). 


Er is nog een tweede vernieuwing gaande. Ons lichaam is de toegang tot onze psyche. Dat is zo voor het Boeddhisme en dat was het ook al voor Aristoteles. Dit inzicht sluit aan op onze eigen groeiende interesse voor het lichaam in psychotherapie. 'Toekomend aan onze zintuigen helen wij onszelf en de wereld door een Mindfulle houding’, geeft Kabat -Zinn (2006) als titel mee aan zijn standaardwerk.


Als derde vernieuwing zie ik dat naast het contact van ons vakgebied met hersenonderzoekers, we nu ook met andere exacte wetenschappers in verbinding kunnen treden. Topwetenschappers gaan uit van de sturende kracht van ons bewustzijn en de impliciete orde die aan onze werkelijkheid ten grondslag ligt (Böhm, 1980; Engberts, 2014). Zij weten wat je meten kan en wat niet en zijn evidence based onderzoek voorbij.


In dit artikel heb ik laten zien hoe het lichaam van de therapeut hem tot voller bewustzijn brengt. En van dit bewustzijn heb ik haar helende kracht beschreven. Deze kracht is voor iedereen beschikbaar, is van een natuurlijke eenvoud en maakt de uitoefening van psychotherapie lichter, directer, spontaner. 

Een psychotherapeut is geen loodgieter en geen dokter, geen wetenschapper en geen lichaamstherapeut. Hij is een specialist die de rijkdommen van onze psyche weet te gebruiken. Cliënten die schreeuwend van dorst bij hem komen, wijst hij op het kabbelend water dat uit hun eigen bronnen wil stromen.



Literatuur 


Böhm, David (1980).  Heelheid en de impliciete orde. Rotterdam, Lemniscaat.

Corlis and Rabe (1969). Psychotherapy from the Center. Scranton Pennsylvania: International textbook Company.

Daalderop, Karin (2006). In Trouw, p.11, zaterdag 6 mei.

Engberts, J., Dick Meijer en Abram Olivier (2014). The Synchronity of life: the I Ching and Modern Physics . Nog niet uitgegeven.

Epstein, M. (1995). Gedachten zonder denker. Nieuwerkijk  a.d. IJssel: Asoka.

Jennings, Pilar  (2010). Psychoanalysis and Buddhism: an Unfolding Dialogue. Barnesand Noble.

Hick, Steven en  Bien,Thomas (2008). Mindfulness and the therapeutic relationship. NY: Guilford Press

Kabat -Zinn, Jon (2006). Coming to Our Senses: Healing Ourselves and the World Through Mindfulness. Deckle Edge. Paperback 2006.

Miller, Alice (1999). Het drama van het begaafde kind. Holkema en Warendorf.

Pesso, Albert (1992). On becoming. Tijdschrift voor Pesso-psychotherapie, congresbundel, 2-9.

Rogers, Carl (1951). Client-Centered Therapy. Boston: Houghton Mifflin Company.

Roth, Nico (1995). Uebertragung. Tijdschrift voor Pesso-psychotherapie, 12,1.  

Samy, A. (2006). Zen-Hart, Zen-Geest. Nieuwerkerk aan de IJssel: Asoka.

Safran, Jeremy  (1995). Psychoanalysis and Buddhism. An exploring dialogue. Wisdom Publications.

Sarorela, Han (1986). The True Self in het contact  therapeut -cliënt. Pessobulletin, 2, 7-34.

Sommeling, L. (2004). Het lichaamsbesef van de therapeut. Tijdschrift voor Cliëntgerichte Psychotherapie, 42, 184-194.

Sommeling, L. (2012). De man, zijn lichaam, zijn ziel. Www. Freemusketeers.nl.

Tolle, Eckhart (2005). Een nieuwe aarde. De uitdaging van deze tijd. Ankh-Hermes.




Samenvatting

De helende kracht van bewustzijn. Waarom therapeuten stil worden.

Ons bewustzijn bezit een helende kracht. Iedere therapeut kan deze kracht leren gebruiken. Hij merkt beter op wat al aanwezig is waaronder reacties van zijn eigen lichaam en van zijn cliënt. De werkwijze is spontaan en van een natuurlijke eenvoud. Zij is ook nieuw, want zij stelt dat vooral bewustzijn het effect bepaalt in alle vormen van psychotherapie.

 TERUG: www.sommeling.net/psychotherapie



Summary

The healing power of being conscious. Why psychotherapists become still.

Our consciousness  has the power to heal. Every psychotherapist is  able to use these 

possibilities.  He is aware of what is already present inclusive his own and clients bodily sensations. When based on conscious his therapeutic attitude is spontaneous and natural. This  Mindfulness attitude renews psychotherapy by claiming consciousness as effecttive factor in all therapeutic schools.