therapeut worden stapje voor stapje

PESSO-THERAPEUT WORDEN: STAPJE VOOR STAPJE.
Een didactische bijdrage.

.

Wie in opleiding is voor Pesso-therapeut, twijfelt er wel eens aan of hij ooit het meesterschap bereiken zal van de vrouw of man waarvan deze therapie-vorm de naam draagt. Kan het vak echt geleerd worden of is het een natuurlijke gave en kun je van een dubbeltje nooit een kwartje maken?
Alle goede dingen gebeuren in drieën. Het gaat om technische vaardigheden, om het aanleren van een niet-symbiotische relatie tot de cliënt, en om het bewustzijn. Wat het eerste betreft, de techniek, daarvan heb ik tijdens mijn opleiding wel eens de verschillende stapjes beschreven, die ik onder de knie wenste te krijgen. Ik vat ze samen in het eerste gedeelte van dit artikel. Met betrekking tot het tweede punt, het niet-symbiotisch vervloeien met de cliënt, wordt een therapeutische grondhouding vereist, die soms alleen in een eigen individuele therapie aan te leren is. Om een echte Pesso-therapeut te worden, is het ten derde nodig, zich een bewustzijn eigen te maken, waarbij we vanuit ons centrum leren zien en zo de cliënt uitnodigen om zijn eigen waarheid aan het licht te laten komen.
Nadat we de techniek stapje voor stapje in onze vingers hebben gekregen, en nadat we een therapeutische grondhouding verworven hebben, kunnen we losgelaten worden en kunnen we van de Grote Meester te horen krijgen: 'Now, you can use your own wildness'. Dan komt het moment waarop we een karakteristieke eigen kleur aan onszelf als Pesso-therapeut kunnen gaan geven, zonder slaafse epigonen te worden; dan wordt het ook 'therapie van eigen bodem'.
Techniek.
- Het eerste en belangrijkste leerpunt voor mij is altijd geweest, dat ik nooit aan mijzelf voorbij moest gaan. Ik bedoel daarmee: dat als ik iets niet goed hoorde of niet goed begreep, ik me eraan probeerde te houden om even te stoppen en om opheldering te vragen. Ook al was ik dan een beginnende therapeut: ik mocht op mijn intuïtie vertrouwen en op het recht om te volgen wat er gebeurde. Het kan zijn dat ik niet goed oplette of traag van begrip was; het kan ook zijn dat de cliënt opzettelijk 'mist' verspreidde. Maar in alle gevallen heb ik het recht - om niet te spreken van de plicht - om te weten wat er gaande is.

- Ik probeerde te leren om niet te hard van stapel te lopen en om niet direct een zware therapie op te zetten. Ik probeerde te leren om de druk te weerstaan dat ik nu van alles moet gaan doen. Eerst moet ik zelf een beetje op mijn gemak komen (als ik ergens last van heb, dan mag ik dat mezelf eerst even bewust worden, of er iets van zeggen, zodat het niet zonder controle door woekert).
Ook de cliënt moet niet aan de 'true scene' voorbij gaan en iets dieps opzetten dat 'fake' is. "Zit je goed", is een meer dan aardige vraag, waarbij de cliënt zich bewust kan worden van de omgeving, de groep, zijn ambivalentie vandaag en wat dan ook.
Ik probeerde kontakt te houden met alles wat speelde, en welkom te heten en langzaam in te tunen. Mijzelf de plaats te geven waar ik recht op had, maar ook bij de cliënt te beginnen waar deze was; dat hoort bij de complete acceptatie dat er niets overgeslagen behoeft te worden.

- In vervolg hierop trainde ik mijzelf er op om niet direct te interveniëren en om niet alle inputstromen van details in mij op te nemen, maar mij vooral toe te leggen op een langzaam groeiend 'overall' beeld. Registreren, maar niet direct in briljante interpretaties van detail-gebaartjes vervallen. Anders zien we door de bomen het bos niet meer. Langzamerhand wordt wel een totaal-beeld duidelijk, een hoofdstroom, een uitgesproken gevoel, dat ik ook in mijn eigen lichaam kan waarnemen.

- Vooral wanneer een cliënt mij ontroerde of onbewust uitdaagde om iets te gaan doen, probeerde ik om aan die druk te weerstaan. De bewegingen van mijn lichaam naar voren, werden steeds meer een signaal dat ik teveel wilde gaan doen en me in een symbiose liet zuigen. Ik leerde van mijn supervisoren om dan een beweging naar achteren te maken en tegelijkertijd 'van binnen uit' naar voren te wijzen en tegen mijzelf te zeggen: 'de oplossing zit dáár, in de cliënt zelf ligt de oplossing'.

- Het werd voor velen van ons in de opleiding een sport om op de eerste paar zinnen van de cliënt te letten en daar het hele verhaal in te ontdekken. We draaiden banden terug, en luisterden dan naar de eerste zinnen of naar hooguit de eerste tien minuten. Ook leerden we goed te luisteren naar wat de client in het voorrondje zei, daarin ligt meestal een grondstemming verborgen of een aanwijzing voor de kern van de komende structure.

- Bij het neerzetten van rolfiguren waren het de volgende punten waar ik aan leerde schaven:
Pas wanneer er energie is, moet iets worden neergezet; waarbij er woordkontekst bij lichamelijke verschijnselen moet zijn en lichaamskontektst bij woorden; is hier discongruentie dan is het punt van starten van rollen nog niet bereikt en is de motivatie er nog niet.
Rolfiguren moeten opgebouwd worden vanuit de cliënt zelf: niet 'zullen we iemand erbij halen', maar 'kunnen we de situatie zo maken dat....'. Ook bij negatieve stemmen is de vraag 'wie zegt dat?' niet goed; beter is: 'probeer eens na te gaan; waar komt dat oordeel vandaan?'.
Niet alleen moet iedere client geholpen worden zelf te ontdekken waar in zijn leven de negatieve en ideale figuren opduiken, maar ook moeten mengingen van figuren uiteen gehaald worden. Bij gemengde rollen, kunnen we naast het vragen naar onderscheid, vragen naar de behoefte.
Aanvankelijk vergat ik om direct te vragen wat de cliënt bij de neergezette rolfiguur ervoer, ook in het lichaam: 'wat doet dit je?'. De ene rolfiguur moet eerst goed worden afgewerkt en neergezet voor de volgende op het toneel mag verschijnen.
Ik probeerde te leren om de eerste formuleringen van de cliënt in de roldefinitie op te nemen.
Beginnende cliënten moeten niet met negatieve figuren
beginnen volgens mij. Ze zijn al zo negatief over zichzelf, dat hier het gevaar bestaat van herschrijven van oude geschiedenis. Eerst een meer accepterende rolfiguur. Verder moet er zorg voor gedragen worden dat tegenover een negatieve figuur op den duur een ideale figuur van hetzelfde niveau komt te staan; een tegen-gif.
Ik merkte hoe belangrijk het was om mijn eigen plaats en die van de cliënt te respecteren; niet wij gaan van onze
plaats, maar de rolfiguren zijn verschuifbaar.
- In plaats van de gebruikelijke hypothesen, kunnen er ook energie-hypothesen gemaakt worden. Wat doet de energie, of wat wordt er vanuit de levensgeschiedenis verlangd aan basis-behoeften; welke energie-formatie kunnen we verwachten in verband met omnipotentie of agressie, enzovoorts.

- Hoewel in onze opleiding nog niet expliciet sprake was van getuigen, werd ons al wel geleerd hoe belangrijk het is, om te zeggen wat je ziet: iemand die gezegd wordt wat er gezien wordt, voelt zich gezien.

- Pas nadat ik zekerder geworden was, durfde ik chaos een
tijdje chaos te laten en niet alles direkt toe te dekken. Ik merkte dat een hopeloos of moedeloos gevoel van de cliënt door zijn omgeving en vroegere therapeuten vaak nauwelijks of niet verdragen werd.

- Tenslotte blijkt steeds weer hoe belangrijk het is dat
behoeften onder de mensen gebracht, gevalideerd en door
een ander mens aangevoeld worden. Dit laatste is letterlijk te nemen: op het einde van een structure moet tijd genomen worden voor interiorisatie, waar mogelijk voor inneming van het op dat gevoelde lichaamskontakt met een andere mens.
Therapeutische houding en het bewustzijn vanuit eigen centrum.

De Pessotherapie moet niet zozeer als een nieuwe richting
in therapie-land gezien worden. Het is niet zozeer een methode als wel een verdieping van de therapeutische houding. Het is een scholing van het therapeutisch oog. Toen ik als beginnend Pessotherapeut iets zekerder geworden was, begon ik te ontdekken waar het 'geheim' van Pesso nu werkelijk in school wanneer hij goed op dreef was. Toen ik de rust vond, om niet overal direct iets mee te moeten of iets van te moeten vinden, kon ik in mijn 'centrum' komen, en voelen wanneer ik rustig in mijn eigen lichaam was. Dit sluit geen actie uit, maar het is bewustzijn dat niet aan de oppervlakte blijft, en alles vanuit nut bekijkt of als object, maar vanuit een dieper weten en vooral voelen.
Zeker wanneer we nog niet ervaren zijn, en ook in crisis-situaties, lijkt ons bewustzijn op dat van een bergbeklimmer die een zeer moeilijke berghelling tracht te beklimmen. (Corlis and Rabe, Therapy from the Center; door mij beschreven in Pesso-bulletin,1989,nr.2)
- "Zullen mijn spieren het houden". "Kan ik het gesprek
gaande houden"). In een bergspleet groeit een zeldzaam
zoetgeurende bergbloem waar we ons niet bewust van zijn. - "Zal die steen mijn gewicht wel houden". "Wat betekent dat toch wat deze cliënt nu zegt". Schuimend als zilver is er nu uitzicht op een donderende waterval, maar we zien het niet. - "Zal ik vallen en mijn nek breken". "Wat doe ik verkeerd en moet ik doen aan die duistere wanhoop van deze cliënt". Er opent zich een weids vergezicht.

De bergbeklimmer opereert met zijn bewustzijn aan de periferie zolang het om lijfsbehoud gaat; het bewustzijn verdeelt zich in kleine stukjes, alle objecten worden op hun nuttigheid geobserveerd om iets te bereiken, er wordt naar houvast gezocht. Er is sprake van gestandaardiseerd gedrag. Het is als de therapeut die de cliënt als middel gebruikt om zichzelf het gevoel te kunnen geven het goed te doen. In crisissituaties wordt er meer gecategoriseerd en gaat het meer om het beeld van de cliënt dan om de cliënt als beeld. Maar wanneer de berg-beklimmer boven aangekomen is, ademt hij diep, kijkt en roept bewonderend : 'ah'. Het bewustzijn is nu vrij en naast de kunst van het empathisch luisteren kan nu de kunst van het zien beginnen. Er is een verhoogd bewustzijn.

Wij zien een ander pas als subject - en niet als object en middel- wanneer wij onszelf als subject beleven. Dan komt ons bewustzijn vrij. Wanneer we geen eigen centrum van kijken hebben, dan komt dat omdat we 'houvast' in onszelf missen we, niet over een fundament van zitten beschikken en letterlijk geen lijfelijke basis voelen. Angstige vaak onervaren therapeuten proberen de inputstromen van hun cliënten te objectiveren en in rationele concepten er houvast op te houden, steunend en terug vallend op de theorieën van externe autoriteiten.
Het opheffen van eigen lichaamsvervreemding, het gaan uit het hoofd en afdalen in het lichaam, brengt mensen tot zichzelf als lijfelijk subject. Aan ons eigen lijf, aan onze bewegingen, aan onze ademhaling merken of wij onszelf zijn. Zijn wij in ons 'centrum' dan is ons bewustzijn hoog; wij reageren adekwater en zien en ervaren dan méér. Therapeuten zijn dan als het ware "vrij" voor de cliënt en alles kan gezien worden omdat het er zijn mag. Het lichamelijk ervaren gevoel van bij onszelf zijn, levert ons ook een huidafgegrensd identiteitsgevoel op, zodat wij niet symbiotisch vervloeien en zodat er van een werkelijke ontmoeting sprake kan zijn van waaruit een cliënt autonomie kan gaan ervaren.
Precies deze lijfelijke ervaring van onszelf als subject behoedt ons ervoor de ander louter als object te observeren en nodigt deze uit zichzelf als subject te gaan beleven, als gesepareerd individu. Wanneer mensen in hun centrum zijn, weten ze dat ze onder de huid allemaal broeders zijn, maar ook dat ze in hun eigen huid zitten en niet in die van een ander.
Pesso vergelijkt het bewustzijn van de therapeut met dat van God die op het toneel der schepping te voorschijn roept wat achter de coulissen verborgen zit, en het namen geeft zodat het kan gaan functioneren. 'Onder de huid' zijn wij met elkaar verbonden en nemen wij deel aan dat goddelijk bewustzijn; wij kennen en herkennen. Wanneer ons therapeutisch oog in vorm komt, zijn wij allen bij tijd en wijle gefascineerd door wat we te zien krijgen. Wanneer het lichaam van de cliënt bezield raakt, alle standaardisatie en cliché verdwijnt en de gratie van het individuele oplicht, verschijnt tegelijkertijd juist daarin het universeel Waarachtige. Om oog te houden voor het verschijnen van dat onzichtbare, die oplichtende ziele-diamant, moeten we, denk ik, als Pesso-therapeut voortdurend aan ons bewustzijn blijven werken. Het is nooit àf en onze neurosen en de cartesiaanse cultuur waarin wij leven, pogen ook ons therapeuten, steeds weer van onszelf te vervreemden. Hoe zouden we de cliënt kunnen helpen zijn waarheid zichtbaar te maken, wanneer wij als therapeut in onszelf geen kontakt zouden hebben met die 'glimpses of Truth'?
Zelf in therapie.

We kunnen een ander niet geven wat we zelf niet bezitten.
In de vorige paragraaf werd de neiging tot vervloeing met een client besproken en onze moeite met het blijven stil staan bij machteloosheid. Vaak zal supervisie niet genoeg blijken en zullen we pas in eigen therapie leren om a-part te blijven en uit de symbiose. Pesso-therapeuten die deze moeilijke methode leren willen, hebben nogal eens last van een grootheidsfantasie. Het leggen daarvan is een pijnlijk rouwproces, waarbij we de illusie dat we de wereld redden kunnen en een anders pijn kunnen overnemen, slechts met moeite loslaten. Maar het resultaat is een houding waarin we de ander kunnen uitnodigen standaardiseringen los te laten en zelf een uniek subject te worden.

Wellicht levert dit artikel een bijdrage tot een beter begrip van een leerproces en tot een didactiek. Pesso-therapeut kunnen we wel worden, stap voor stap. Van een dubbeltje is wel een kwartje te maken, omdat het dubbeltje in potentie al een kwartje bleek te zijn en de geldsoort geen nikkel of zilver maar diamant.
 terug naar bronsite www.sommeling.net/psychotherapie

Comments