Relativerend vermogen

Belangrijk voor het onderwijs, lijkt me, is de kunst om te relativeren, zeg maar: “het relativerend vermogen”. De ouderen onder ons herinneren zich nog goed hoe de 'moderne wiskunde' * werd gepromoot en verdedigd als gold het de belangrijkste vernieuwing van de twintigste eeuw. Miljoenen heeft het gekost en de voorstanders gingen tekeer met de ijver van profeten. Bedenkingen van praktijkmensen werden weggewuifd, het geheel was immers wetenschappelijk onderbouwd. We weten intussen hoe het is afgelopen.

Hebben we daar iets uit geleerd? Was het maar waar! Met evenveel fanatisme als toen hollen overheid, inspectie, begeleiders, specialisten, directies en (een aantal) leerkrachten achter vernieuwingen aan zonder enige kritische reflectie. Onder het motto: “Als het nieuw is, is het goed”, wordt "het nieuwe leren" heilig verklaard en wordt een basisschool tegenwoordig geleid als een groot bedrijf. Management, risicobeleid, kwaliteitszorg, proces, competentie-management, coaching … maar weinig beleidvoerders die zich afvragen of we niet aan het overdrijven zijn. In de klaspraktijk loopt het gelukkig zo'n vaart niet. Veel leerkrachten zien het vernieuwingsgeweld aan en wachten af, tot grote wanhoop van de radicale vernieuwers. Ze gaan pas over tot implementatie als ze ervan overtuigd zijn dat de vernieuwing echt een verbetering is en gelijk hebben ze. Dit vermogen tot relativeren heeft ons Vlaamse onderwijs al voor veel onheil behoed!

Terwijl landen die qua vernieuwing al wat verder staan dan wij, stilaan een bocht nemen, drammen onze beleidsmakers lustig door. Ze zijn verblind door het bedrijfsleven. Het algemeen vormend onderwijs wordt in vraag gesteld, want dat is niet direct nuttig voor de industrie. Eruditie is folklore geworden.

Nochtans heeft onderwijs een doel op zich, los van het economisch belang. Cultuuroverdracht heeft ervoor gezorgd dat onze beschaving is wat ze is en dat ze nog bestaat. Kennis mag niet alleen afgewogen worden op zijn praktisch nut, het is een deel van onze cultuur. Respect hebben voor de verworvenheden uit het verleden is even belangrijk als vernieuwing. Het ene kan niet zonder het ander. Traditie en vooruitgang hebben elkaar nodig. Gelukkig maar dat ons Vlaamse onderwijs niet meteen alles overboord gooit en nog kan relativeren als het over vernieuwing gaat.

* moderne wiskunde (1973-1998) 25 jaar heeft het geduurd voor de "moderne" wiskunde met stille trom werd afgevoerd !!!

J.V.