Belgische Christadelphians

Christus Jezus: de zoon van God

 

Belgische Christadelphians 

 

 

 

 

Rond Jezus 

 

 

 

 

De Gezondene 

Eigenheden aan Jezus toegeschreven 

Hij die zit aan de rechterhand van Zijn Vader 

Is God Drie-eenheid? 

Jezus Christus is in het vlees gekomen 

Priesterschap van Christus 

Zoon van God




***



Blog & Forum

Christadlephian News

Prayers

Prayers for the day


Thought for the day

Reflection

Being and feeling

Lifestyle

Religious affairs

Spiritual affairs



Dagtekst en Bedenking

Dagelijkse Bezinning

Reflectie voor de dag

Gebed van de dag

Gebeden

Gebedsverzoek

Christadelphian Nieuws






 

Please do find further articles and links at:

 

Articles in English

Artikels in het Nederlands

Articles en Français

Lectuur

Vlaams/Belgisch Studiemateriaal

Adressen

+



Wij zijn een trots lid van de wereldwijde genootschap van Broeders in Christus 

We are a proud member of the worldwide community of Brothers and Sisters in Christ

Christadelphia



 

Christus Jezus: de zoon van God

Martin Rozenstraten

Teksten uit het Johannesevangelie

Wat is de betekenis van ‘logos’ (woord) in Johannes 1:1?

            In het begin was het woord

            en het woord was bij God

            en het woord was God

De joodse filosoof Philo leende bij Plato het woord ‘logos’ (het ordenende beginsel, de rede)  en gaf het een nieuwe betekenis: een creatief beginsel of intermediair tussen schepper en schepping. Philo verhief de Griekse platonische geschriften bijna op het niveau van de bijbelse Heilige Geschriften. Hij geloofde dat God zich ook enigermate had bekend gemaakt in sommige van die geschriften. Dat is merkwaardig want de Griekse filosofie kenmerkt zich door het dualisme. Het niet-materiële, het geestelijke, is volgens dat denken superieur ten opzichte van de (vuile) materiële wereld. Dit proeven we hier nog steeds, omdat een soort afgeleide ‘god’ (‘intermediair’, later door anderen ook wel ‘tweede god’ genoemd) de schepping schept, waaraan de God-in-zichzelf zich niet wil verontreinigen. Dit denken staat ver verwijderd van het bijbelse geloof.

Volgens de apologeten, die door Philo waren beïnvloed, en verreweg het merendeel van de christenheid (van welke signatuur ook) bedoelde de apostel Johannes met ‘logos’ de voormenselijke Christus. Weer een nieuwe betekenis, een laatste stap die leidde tot de logoschristologie.

De speculatie aangaande ‘logos’verliep dus in drie stappen:

1. het ordenende beginsel of de rede;

2. een intermediair;

3. de preëxistente Christus.

Mooi, dat weten we dan. We dienen ook nog iets anders te weten: Johannes was geen filosoof  maar een kenner van de Hebreeuwse geschriften. Die geschriften zeggen dat zij in de grond van de zaak niet zijn ontstaan door menselijk navorsen der dingen, maar door het initiatief van het ultieme Gezag dat buiten de menselijke waarneming bestaat: Jahweh, de God van Israël. Nou, dat kun je betwisten of niet, maar feit blijft dat dit Boek, de Bijbel,  precies zegt wat het zegt. De volstrekte integriteit die dit Boek uitademt wanneer het onpartijdig over mensen spreekt, de uiteenzetting van het Evangelie dat in geen mensenhart is opgekomen, en de door hetzelfde Boek gegeven mogelijkheid voorzeggingen te controleren, geeft ons een reële reden om in zijn Waarheid te geloven. En voor het antwoord op onze vraag wat de ‘logos’ is, zullen we ons tot deze Waarheid moeten wenden.

Het woord ‘logos’ dat Johannes gebruikt moet bijgevolg worden geduid in het licht van het oudtestamentische gedachtenkader en uitsluitend  daarin. De dwaling ontstaat op het moment dat wij dat kader verlaten! Zoals we eerder aan de hand van de Bijbel hebben uitgelegd, ligt aan ‘logos’ het oudtestamentische begrip ‘davar’ ten grondslag. Het Hebreeuwse ‘davar’ heeft betrekking op Gods gedachte, Gods intentie, Gods uitdrukking van die intentie, dus: Gods plan en openbaring.

Het feit dat Johannes in het Grieks schrijft houdt in dat hij niet ‘davar’ gebruikt maar het

Griekse equivalent ‘logos’, zonder daarbij verstrikt te raken in hellenistische filosofische ideeën van Plato, de Stoïcijnen, Philo, apologeten en anderen. Johannes borduurt voort op de Tenach (OT). Het ‘woord’ was dus Gods woord. God en zijn woord zijn één. Vandaar dat Johannes schrijft: het woord was God.

Gods gedachte en de uitdrukking daarvan is het uitgangspunt van de proloog. Waarom? Omdat Johannes getuigt van Gods evangelie dat al vóór de grondlegging der wereld in Gods voornemen verborgen was. Deze intentie van God die zich op allerlei manieren heeft uitgedrukt door middel van de profeten, heeft in de volheid des tijds een bijzondere uitdrukking gekregen in een Mens: het woord is vleesgeworden (vers 14).

Wat is de betekenis van ‘de wereld is door hem geworden’? (Johannes 1:10)

Een goede uitleg vind ik de volgende:

In vers 3 lezen we dat alle dingen door het woord zijn geworden (geschapen, ontstaan). In Gods voortgaande openbaring werkt God zijn heilsplan uit. In een aantal tussenzinnen, die beginnen bij vers 6, schrijft hij over het vleesgeworden woord (Jezus) door wie de wereld is geworden (vers 10). ‘Wereld’ is bij Johannes altijd de mensenwereld. In dit vers gaat het over de fase van Gods plan die betrekking heeft op Gods nieuwe schepping. De ‘wereld’ (kosmos) is de wereld voor zover deze is herschapen door Gods herscheppende werk in Christus. De hemel en de aarde zijn door Gods kracht ontstaan. De vernieuwde wereld ontstaat door Gods kracht, kracht die zich manifesteert in de op bovennatuurlijke wijze verwekte mens Jezus, de zoon van God, het vlees geworden woord (vers 14).

Wat is de betekenis van ‘de eniggeboren zoon’ in Johannes 1:18?

Trinitariërs spreken over ‘God de Zoon’. Deze uitdrukking komt in de Bijbel niet voor, evenmin de term ‘Godmens’. Dat is het probleem bij mensen, of zij nu geleerd zijn of niet, die  zich in hoge mate laten leiden door speculatieve gedachten en minder door Gods gedachten.

De uitdrukking ‘eniggeboren zoon’ staat wél in de Bijbel. ‘Eniggeboren zoon’ betekent dat Jezus de enige mens is die God op een bijzondere manier deed ontstaan.

De uitdrukking ‘eniggeboren’ komt van het Grieks monogenes: ‘monos’ is enige en ‘genes’ komt van het werkwoord ginomai dat geschapen worden, ontstaan, geboren worden en geproduceerd worden betekent. Deze zoon heeft dus een begin gehad.

Dat begin ligt niet in voormenselijke tijden, want:

  1. Gods woord is 2000 jaar geleden vlees geworden (Johannes 1:14).
  2. De kracht van Gods geest heeft hem 2000 jaar geleden verwekt in Maria (Lukas 1:35;

Matteüs 1:20).

  1. Conform de beloften in het OT: Genesis 3:15; Jesaja 7:14; 9:5.

     

Dezelfde betekenis heeft “eniggeboren zoon” in Johannes 3:16. De conclusie van Johannes is niet dat Jezus Jahweh is, maar dat Jezus de Christus is, de zoon van God (Johannes 20:31).

Het woord egeneto in Johannes 1:3 komt eveneens van het werkwoord ginomai. Ook daar is

het evident dat al het geschapene een begin moet hebben gehad. In vers 10, vers 14 en vers 18 en in de rest van het evangelie gaat het wezenlijk om de uitvoering van Gods gedachte, de uitvoering van Gods woord, de uitvoering van Gods plan: de realisatie van Gods nieuwe begin, Gods nieuwe schepping in Christus. Kortom: Johannes verkondigt het evangelie van Gods koninkrijk. Wie in het vlees geworden woord gelooft, ontvangt macht om een kind van God te worden. De ware gelovigen zijn kinderen van de opstanding!

Goede handschriften lezen ‘de eniggeboren god’. Oppervlakkig gelezen lijkt dit te pleiten voor de logoschristologie. Toch zijn trinitariërs niet blij met deze lezing. Waarom niet?

Omdat de betekenis is: eniggeschapen, geproduceerde of geboren god. Dan zou de

voormenselijke Christus een begin moeten hebben gehad!

Als wij uitgaan van de authenticiteit van deze handschriften, dus van de lezing ‘eniggeboren god’, dan moeten wij denken aan Psalm 86:8 e.a. waar ‘god’ in representatieve zin wordt bedoeld. In die zin wordt ‘theos’ ook gebruikt in Hebreeën 1:8 en 9.

Jezus maakt op niet mis te verstane wijze duidelijk dat hij niet de absoluut enige waarachtige God is (Johannes 20:17; 17:3). Daarom kan het antwoord van Thomas onmogelijk inhouden dat hij Jezus als Jahweh zelf zag (vers 28 en 29). Mijns inziens moet Thomas’ reactie een representatieve betekenis hebben, als in Hebreeën 1.

Wat is de betekenis van “eer Abraham was, ben ik” in Johannes 8:58?

We hebben al eerder veel tijd besteed aan dit vers en dit vers in de context bestudeerd. Jezus bedoelt niets anders dan dat hij het vlees geworden woord des levens is. Door zijn scheppend spreken (zijn woord) heeft God alles geschapen. Door het mens geworden woord vindt er een herschepping plaats, een radicale vernieuwing. In het woord was leven en het leven was het licht der mensen. Gods scheppende spreken is na de schepping doorgegaan via de rol die de profeten in de geschiedenis hebben gespeeld. Gods spreken bereikte het hoogtepunt toen Hij die bijzondere zoon op wonderbaarlijke wijze deed ontstaan in Maria, en toen Hij door die zoon tot mensen sprak. Daarvan getuigt het Johannesevangelie.

Jezus sprak niet zijn eigen woorden. Hij werd door zijn Vader gezonden om diens woorden te spreken (Johannes 5:24; 7:28). God is de allerbelangrijkste. In Gods plan vervult Christus de hoofdrol. Ook Abraham vervulde een belangrijke rol; hij was een sleutelfiguur in een reeks van goddelijke interventies. Hij geloofde God en dat werd hem tot gerechtigheid gerekend. Hij geloofde dat de verlosser uit zijn nageslacht zou voortkomen. In deze zin zag hij vooruit: Abraham heeft zich er op verheugd mijn dag te zien (Johannes 8:56). Abraham zag uit naar de dag waarop de Messias, dat is de Christus, geboren zou worden.

De raadselachtige woorden van de Heer Jezus “Eer Abraham was, ben Ik” (Johannes 8:58) betekenen eenvoudig dat Jézus het beloofde vlees geworden woord van God is, het woord des levens.

Jezus is de Christus en ieder die in hem gelooft ontvangt eeuwig leven. Als Jezus zegt “ben ik” bedoelt hij uiteraard niet dat hij Jahweh is (de naam van Jahweh betekent: ik ben die ik zal zijn); hij bedoelt dat hij de gezonden zoon van Jahweh is. De zending van Jahweh’s zoon is nu juist de uitdrukking van Gods naam, de uitdrukking van Gods diepste intentie. Er is dus wel een relatie tussen Gods naam en Jezus Christus.

Van Abraham wordt gezegd dat hij geboren werd; van de zoon van God wordt gezegd dat hij is (ego eimi=ik, ik ben) wat zoveel betekent als: ik ben degene die God voor ogen had, over wie God gesproken heeft door de eeuwen heen, en die nu eindelijk is gekomen!

Kolossenzen 1:15 ev

Ook in Kolossenzen 1:15 ev  gaat het over de nieuwe schepping.. Het zou uitermate vreemd zijn als wij dat anders zouden lezen, want al Paulus’ brieven gaan hierover.  Evenals de eerste Adam is Christus als de tweede Adam het beeld van de onzichtbare God, de belangrijkst geborene van Gods schepping, want, schrijft Paulus,  met het oog op Christus heeft God de schepping geschapen, en met de tweede Adam verbonden (“in hem”)  is alles (nieuw) geschapen. De heerschappijen, overheden en machten zijn niet de regeringen volgens het oude schema van deze wereld, maar overeenkomstig het nieuwe dat voortspruit uit Gods zegenrijke intentie. Het gaat om nieuwe heerschappijen die een essentiële rol zullen spelen in Gods toekomstige Vrederijk op aarde. Onder de leiding van de Vredevorst Jezus. Daar gaat Gods Plan over!

Christus  is de enige echte nieuwe mens; de gelovigen zijn geadopteerde nieuwe mensen  (door wedergeboorte, Johannes 3:5,6; Efeziërs 2:10; 4:24). Alles of alle dingen zijn aan

Christus onderworpen. De zichtbare realisatie in zijn alomvattende volledigheid zullen we

zien bij Christus’ Wederkomst op aarde!

Hebreeën 1:3

Lezen Hebreeën 1:1-3

Gods zoon is de afstraling van Gods heerlijkheid en de afdruk van Gods wezen:

Apaugasma  tes  dokses  kai  charakter  tes  hupostaseoos

Jezus is de terugkaatsing van Gods heerlijkheid en de afdruk van Gods hupostasis. Het woord ‘hupostasis’ is Gods wezen. Heerlijkheid en wezen zijn parallellen. Christus is niet de hupostasis, hij is de apaugasma. God is het Origineel, Jezus is de kopie, de afdruk van Hem.

Vroegchristelijke theologen gebruikten het woord ‘hupostasis’ en zeiden op hun kenmerkende speculatieve wijze dat er drie hupostasen zijn: de Vader, de Zoon en de Geest. Zij zeiden dat deze ‘hypostaseis’ dezelfde essentie hadden en gebruikten hiervoor het woord ‘ousia’.

Maar de Bijbel zegt dat er één hupostasis is: Jahweh. Jezus wordt in de Schrift “mens” genoemd, en hoewel je hem wel als ‘goddelijk’ mag zien vanwege het feit dat hij een goddelijke afkomst heeft, is dat niet hetzelfde als te zeggen dat hij dezelfde eeuwige goddelijke essentie of natuur van de enige ware God deelde. De kwaliteit van Jezus’bestaan is een gevolg van zijn dubbele erfenis: God was zijn Vader en Maria was zijn moeder. Het is een wonder waar wij niet bij kunnen, maar dat wonder maakt niet dat wij Jezus als de enige ware God moeten zien. Hij was een mens van vlees en bloed; toen hij op aarde geboren was, was hij sterfelijk net als wij, en had hij niet het leven in zichzelf. Dat werd hem later door de Vader geschonken (Johannes 5:26). Daardoor kan de verhoogde en verheerlijkte Jezus al Gods aangenomen kinderen straks eeuwig leven schenken.

Trinitariërs zeggen dat wij Christus onvoldoende eren door hem de status van ‘God de Zoon’ te onthouden. Het tegendeel is echter waar. Vooral het Johannesevangelie laat zo duidelijk zien dat Jezus in alles afhankelijk was van zijn Vader. Het is juist dit punt dat de Heer Jezus zelf erkende en zijn luisteraars wilde laten erkennen. Het ging hem om de eer van zijn God en

Vader! Zonder het te beseffen eren Trinitariërs de enige ware God niet door Jezus op hetzelfde niveau te plaatsen als de Vader! Het hele leerstuk van drie ‘hypostasen’ druist in tegen de teneur van het Johannesevangelie en is een onderuit halen van Jezus’ eigen woorden. Het is verbazend dat deze boodschap in het christendom niet of nauwelijks wordt begrepen.

God heeft in het laatst der dagen een zoon doen ontstaan, die Hij gesteld heeft tot erfgenaam van alle dingen, door wie Hij ook de wereld (aeonen=het bestel, het bestuur van de wereld in een bepaalde tijd) geschapen heeft. Deze Gods karakterdragende zoon wordt erfgenaam van de toekomstige wereld, die op haar beurt eveneens het karakter mag weerspiegelen van de hemelse Vader (zie ook Hebreeën 2:5).

Gods oogmerk ligt reeds uitgedrukt in de Thora:

Evenwel, zo waar Ik leef en de heerlijkheid van Jahweh de hele aarde vervullen zal

 (Numeri 14:21).









Aanverwante artikelen op andere websites:

De rol van de Vader en zijn Zoon

Zoon van

Voorspellingen van de Eniggeboren zoon

Jezus zoon van God

Jezus van Nazareth #3 De Zoon van God

Hij is de Zoon van God

95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #12 Om te herinneren #1 God de Vader

95 stellingen Wittenberg Maarten Luther #12 Om te herinneren #3 Betreft Jezus C

Bedenkingen Beeld van God



Johannes evangelie en het Woord Logos

In den beginne was het Woord