Mali deel 2

Sikasso                                                                                                                                                                  Ga verder met deel 3

                                                                                                                                     Klik hier om terug te gaan naar mijn Homepage

Op zondag 5 maart is het weer vroeg dag. Ontbijt om half zeven, weer op het dak van het hotel waar we uitzicht hebben op de ontwakende stad en de zon zien opkomen.

 

Het ontbijt is weer eenvoudig, stokbrood, boter en jam, met koffie of thee, en een banaantje.

Inmiddels zijn de belevenissen van gisteren al uitgebreid besproken, en er is al iets meer een groepsgevoel.

Na het ontbijt staat de bus al klaar, met de bagage, en we gaan op pad. We rijden nog even langs het vliegveld om de bagage die er bij aankomst nog niet was op te pikken.

 

De tocht naar Sikasso, onze tweede bestemming ging over redelijk goede asfaltwegen. De afstand is ongeveer 350 km.

Onderweg wordt natuurlijk regelmatig gestopt, om te tanken, broodjes en beleg in te slaan voor de lunch, en natuurlijk om de vele politie controle posten. Bij de controle posten werden allerlei papieren gecontroleerd, maar dat regelde de chauffeur allemaal. Hij moest regelmatig extra geld betalen omdat er zogenaamd iets niet klopt, maar zo werkt dat hier in Afrika.

Onderweg bezoeken we een klein dorpje met lemen hutjes en rieten daken. We worden rondgeleid door de schoolmeester en voorgesteld aan de chief, de dorpsoudste. Het is hier gebruikelijk dat bezoekers eerst de chief begroeten voor het dorp wordt bekeken. Begroetingen inclusief informeren naar de gezondheid van gezin, familie, en dieren enzo is hier erg gebruikelijk en uitgebreid. Een belangrijk deel van de sociale omgang, heel anders dan bij ons, maar om niet erg onbeleefd te zijn doen we er zo goed mogelijk aan mee.

Zo worden we een beetje opgevoed door de afrikanen.

Als we door het dorpje lopen worden we gevolgd door groepen kinderen en al gauw heeft iedereen een paar kinderen aan de hand. Meisjes van een jaar of tien, of nog jonger lopen al vaak met een klein broetje of zusje op de rug gebonden.

 

We zien de Karite bomen, waar noten aan groeien waar men de karite boter uit maakt. Dit wordt gebruikt in zalven, cosmetica en bij voedsel bereiding. Een beetje vergelijkbaar met cacao boter.

Er is in het dorpje een school, en de kinderen moeten verplicht de lessen volgen.

Verder is er naast een moskee een protestantse en katholieke kerk.

 

Bij ieder huis staat een mooie grote Mango boom. De vruchten zijn nu nog niet helemaal rijp.

Er staan ook "losse" mango bomen, dit zijn plekken waar vroeger ook huizen bij hebben gestaan, maar waarvan de bewoners naar grotere steden zijn verhuisd.

 

We lopen hier wel een uurtje rond.

 

Na nog een stukje rijden gaan we naar een wegrestaurantje waar we alle drankjes uit de koelkast kopen, en zelf broodjes maken en opeten. Dat is hier geen bezwaar.

 

Het is trouwens zeer een erg warme dag en zeker in de oude bus is het erg warm. Het is nodig veel water te drinken.

Ik schat wel zeker 5 liter per dag.

We rijden door een licht glooiend landschap, begroeid met struiken en lage bomen. Af en toe zien we een Baobab. We passeren veel kleine dorpjes, waar we door middel van verkeersdrempels gedwongen worden zeer langzaam doorheen te rijden.

Het is al een uur of vier als we in Sikasso binnenkomen. Sikasso is een behoorlijk grote stad. Ons hotel is midden in het centrum, omringd door markt.

Na de briefing (nou ja briefing, zo noemt de reisleidster het gekscherend) hebben we nog even wat gedronken op het grote terras bij het hotel in de schaduw, want het is nog steeds erg warm.

Daarna hebben we een internetcafé opgezocht. Ik mocht de gids zijn, want ik had als enige een plattegrond van de stad (in mijn reisgids).

Ik heb maar even een berichtje gestuurd naar de familie dat alles nog OK was.

Die avond gegeten bij het hotel, het eten was hier eenvoudig maar goed.

Daarna op tijd naar bed, want de laatste tijd had ik toch niet zoveel geslapen. 

 

En dan is het alweer maandag, 6 maart.

Op internet zie ik nu dat winterweer in Nederland lange files veroorzaakt. Hier schijnt de zon al volop en is het nog aangenaam koel als we om zeven uur aan het ontbijt zitten.

Na het ontbijt nog snel even de water voorraad aanvullen bij het shell tankstaztion op de hoek en we vertrekken met de bus naar een heilige grot hier in de buurt. Het is een uurtje rijden.

De grot is in een rots die uit de grond lijkt te zijn opgerezen, en ongeveer 80 meter hoog is.

Aan een kant wordt de grot als moskee gebruikt, aan de andere kant als animistische tempel (de oude religie hier, waar tovenaars en medicijnmannen een rol in spelen, waar veel kippen worden geslacht en vreemde poeders en kruiden worden gebruikt om mensen te genezen, en hulp van voorouders wordt ingeroepen.

 

We bekijken eerst een soort voorportaal, een grote ruimte waar enkele bedevaartgangers tijdelijk wonen. Volgens de gids woonden de koning en zijn vrouw hier vroeger. Omdat dit zo'n heilige plaats was, en eigenlijk nog steeds is. Er zitten op verschillende plaatsen mannen in een eentonig ritme gebeden te prevelen. Er staan wat pannetjes en resten van vuurtjes waar ze hun potje koken.

 

We mogen het moskee gedeelte in (schoenen uit), Het blijkt een heel kleine grot te zijn waar slechts enkele mensen in passen. Het is erg donker maar ik heb gelukkig een zaklampje bij me. De gids en beheerder die ook in de kleine ruimte aanwezig zijn willen het led lampje graag even zien en vasthouden. Beide vragen later stiekem of ze het niet cadeau kunnen krijgen.....

 

Dan kunnen we de rots gaan beklimmen, langs steile rotswanden, waar op sommige plaatsen ladders zijn geplaatst en kettingen hangen waar je je aan kunt optrekken klauteren we naar boven. Hier natuurlijk geen hekjes bij steile rotswanden of diepe gaten.

Maar iedereen die het aandurft komt goed boven en op de top genieten we van het uitzicht over het verder vlakke land.

 

Sommige mensen gaan net iets verder dan de gids aangeeft om toch de hoogste top te bereiken. Zou ik zoiets doen?

 

Dan klauteren we weer naar benden waar we worden opgewacht door de rest. Na een korte rust en een paar slokken water bekijken we nog de andere grot, maar daar is afgezien van schedeles van geslachte dieren en kippenveren niet zoveel te zien. Wel een aantal vleermuizen.

 

We besluiten naar het dorpje 2 km verderop te lopen. Een goede oefening voor de wandeltocht die we over een dagen door Dogon gebied gaan maken.

 

Onderweg zien de Karite bomen, en nog meer planten en bomen.

In het dorp begroeten we de dorpsoudste en kijken wat rond, De mensen hebben in het dorp een eigen stuk grond met een aantal gebouwtjes: een om in te slapen, een om in te wonen, een opslag voor gereedschappen en de ronde lemen graanopslag plaatsen.

Koken gebeurt buiten op een hout vuurtje. Er liggen overal stapels brandhout. Er zijn een aantal putten en een afwasplaats in het dorp aangelegd door organisaties die aan ontwikkelingssamenwerking doen. In het dorp hier zag ik net een mooie grote witte landrover van Unicef rondrijden. Ook Oikocredit en Artsen zonder grenzen zijn hier actief.

 

We eten een soort kleine pannenkoekjes die wat zurig smaken en met karite boter zijn bereid, ze smaken wel goed, maar er zit wel wat zand in. Maar hoe kan het ook anders, het is hier ontzettend droog en warm en het waait een beetje. Alles zit onder het stof en zand.

 

Onderweg kopen we nog wat cashew vruchten. Dit zijn gele vruchten ongeveer de vorm van een kleine paprika, die erg zoet smaken en een beetje taai zijn. Er zit wel veel sap in.

We worden wel gewaarschuwd: het sap geeft vlekken in kleding die er niet meer uit gaan.

De schil moet je niet eten, en je mag de vrucht niet eten in combinatie met melk. Het steeltje kan, als je het open peutert brandwonden op vingers doen ontstaan, en is giftig. Het is trouwens dat steeltje dat, na een aantal bewerkingen bij ons bekend is als cashew noot.

 

Onderweg terug met de bus stoppen we nog even bij een laatste restje verdedingswal in Sikasso. In vroegere tijden heeft deze aarden wal geholpen bij de verdediging van de stad tegen vijanden. De fransen maakten er echter korte metten mee toen ze de stad veroverden einde 19e eeuw.

 

Dan met de bus terug naar het hotel waar de laatsten van de groep die nog wat energie hebben de heuvel in midden in de stad, beklimmen.

Deze kunstmatige heuvel is 30 meter hoog en was een heilige plek in het dorp. Na een overwinning op een grote vijand heeft, zo gaat het verhaal, de koningin een van haar borsten afgesneden, en daarop is deze heuvel gemaakt.

Momenteel is er in de door de fransen gebouwde toeren op de heuvel een waarzegger actief. Verder wordt deze heuvel ook gebruikt als openbaar toilet, en dat is bij de beklimming goed te ruiken.

 

Dan ga ik maar eens mijn eerste e-mail verslag maken en versturen.

 

Na een dik uur typen (erg vervelend zo'n toetsenbord met franse indeling; dus excuses voor alle schrijffouten)

Daarna nog even de stad doorgelopen, maar het is dan erg warm.

Dus even teruggetrokken bij het hotel met een grote fles koud water en een boek. Ik ben nu net aan het nieuwste boek van Ton van der Lee begonnen.

 

Sikasso ligt dicht bij de grens met Burkina Faso en Ivoorkust, en is een transport- en handelsstad. Er is vrijwel geen toerisme, maar het is wel leuk hier rond te lopen in een echt afrikaanse chaos. En je wordt hier niet lastig gevallen door souvenir verkopers enzo.

 

Morgen vertrekken we weer uit Sikasso.

 

Ondertussen wordt mijn beperkte frans iedere dag iets beter.

Om gesprekken te kunnen voeren is het niet goed genoeg. Maar ik kan in winkels en restaurants ed. wel duidelijk maken wat ik wil.

Op de markt heb ik met een jongen  de plaatselijke taal, het bamara zitten oefenen. Achter in mijn reisgids stonden een paar woordjes in deze taal.

 

De grote biljetten van 10000 frank die we kregen bij het wisselen zijn erg lastig. Men heeft vaak geen wisselgeld.

Maar ik heb inmiddels al wat muntgeld bijelkaar voor de verzamelaars in Nederland.

 

 

Hier dan eindelijk weer een berichtje uit Mali.
We zijn net weer terug van de trekking in het Dogon gebied.
 
Maar eerst even terug naar dinsdag.
Dinsdag 7 maart.
 
Na het internetten ga ik terug naar het hotel, en die avond ga ik Met twee anderen uit de groep uit eten. 
We gaan naar het restaurant La Vielle Marmite of zoiets, een restaurant dat volgens de reisgidsen wel goed
is. Daar aangekomen is het een klein betonnen gebouwtje, met wat plastic tuinstoelen en tafels.
Op het terras zitten nog een stel uit de groep, en we mogen bij hun gaan zitten.
De eigenaar van het restaurant, een oude statige man, met grijs haar en een mooi kleurig gewaad aan komt 
ons hartelijk begroeten. Na de veelvuldige ça va's vragen we om de menukaart, maar die is er niet. We 
kunnen kiezen uit kip, vis en rund, met erwtjes of aardappelen.
Het eten is goed, maar we kunnen er geen biertje bij drinken, dat hebben ze niet in huis, want men is moslim.
Ze willen wel bier voor ons gaan halen, maar dat vinden we niet nodig.
Later drinken we bij hotel wel een.
 
Dan is het alweer woensdag, we gaan naar Sevaré.
We vertrekken na het ontbijt, nog voor 7 uur.
De weg is best goed, een asfaltweg, en we hebben ca 400 km voor de boeg.
Maar we schieten goed op en stoppen na een paar uur even voor koffie, of iets fris, want het is alweer ver
boven de dertig graden.
Voor de lunch stoppen we bij een soort truckers restaurant: een oude betonnen schuur, met wat gammele 
tafels en stoelen. Achter een soort balie staan een aantal dames die grote potten met voedsel hebben 
meegenomen. De een heeft een grote pan rijst, een ander pindasaus en kip weer een ander rundvlees en 
een aardappelschotel. We halen bij een aantal dames iets te eten en bij een ander weer iets te drinken. 
Een paar jongentjes die achterin een aantal grote kruiken water hebben staan, komen water brengen om te 
drinken, en om de handen in te wassen. Dit water kunnen wij natuurlijk niet drinken.
Na het eten weer verder, de bus in, waar het erg rustig wordt, door de warmte en het eten vallen veel 
mensen in slaap. Het landschap verandert langzaam van struikgewas naar zand met uitgedroogd gras, met 
wat bomen en palmbomen.
 
Om ca drie uur in de middag komen we aan in Sevaré in hotel Flandre. Na een koud biertje gaan we de 
stad in op zoek naar een internetcafé, maar één blijkt gesloten en de andere heeft geen verbinding.
Helaas, geen bericht dus.
 
Die avond eten we in het hotel waarvan de eigenaar een aantal jaren in Belgie blijkt te hebben gewoond.
 
Dan de bagage herverdelen, want een groot gedeelte blijft hier achter in het hotel, morgen gaan we de 
wandeling in het Dogon gebied doen. Dus vroeg naar bed.
 
 
Ga verder met deel 3

Klik hier om terug te gaan naar mijn Homepage