Mali                                     maart 2006

Deel 1                                                                                                                       Ga verder naar deel 2

                                                                                          Klik hier om terug te gaan naar mijn Homepage

Het is alweer een half jaar geleden, en het weer is slecht in Nederland, dus ik dacht dat het wel weer tijd werd om op reis te gaan.

 

De bestemming is deze keer Mali.

Na het lezen van de boeken van Ton van der Lee, en enthousiaste verhalen van andere reizigers is deze bestemming snel bovenaan mijn lijst komen te staan.

Ik reis met Koning Aap, een groepsreis waar inmiddels al 18 mensen voor hebben ingeschreven, een grote groep dus.

De route van de reis is:

 

Ik vertrek op 3 maart 2006 van schiphol naar Bamako met een tussenstop van ca 8 uur in Casablanca.

 

Volgens de boeken zijn er in Mali, in de grotere steden, voldoende internet cafe's dus het mailen zal wel lukken, afgezien van de wandeltocht door de Dogon vallei en de boottocht over de Niger.

  

Zo, hier dan de eerste mail uit Mali. Het typen is ontzettend lastig, want de letters zitten op andere plekken op het toetsenbord, dan ik gewend ben.

 

We zijn ondertussen in Sikasso aangekomen.

Maar eerst even terug naar vrijdag, 3 maart half acht ‘s ochtends.

 

De bestelde taxi naar het station komt 10 minuten te laat, dus ik had al even gebeld of ze me niet waren vergeten. Maar de chauffeur bleek nog ijs te moeten krabben. Maar ik ben toch nog ruim op tijd op het station om de trein van acht uur te kunnen halen.

De treinen reden allemaal netjes op tijd, dus ik was om kwart over tien bij de incheckbalie op schiphol. Daar kreeg ik te horen dat er al anderhalf uur vertraging was. Bij het inchecken heb ik al wat andere groepsleden ontmoet.

Daarna dus een tijd rondslenteren op schiphol, wat gelezen, noodle soepje gegeten en gewacht.

Daarna werd er nog 2 maal een vertraging van een kwartier gemeld, en uiteindelijk vertrokken we met een vertraging van 2 en een half uur.

Naar Casablanca in Marokko, waar een tussenstop van 8 uur stond gepland. Dit werd nu dus al aanzienlijk korter.

 

De vlucht verliep goed. Er was ook nog een grote groep Nederlanders aan boord die met Isropa een reis door Marokko gingen maken.

Ik had een plekje bij de nooduitgang, dus met wat extra beenruimte.

 

In Casablanca zouden we een tour door de stad gaan maken.

Dit was door koning aap geregeld in verband met de lange wachttijd.

Daarvoor moesten we eerst door de paspoortcontrole. De douanier wilde mijn paspoort niet stempelen omdat hij vond dat ik niet genoeg tijd had om naar de stad te gaan, en op tijd terug te zijn voor de vervolgvlucht.

Maar na wat praten in het Engels en Frans lukte het toch. Ik kreeg een stempel en mocht door.

Een paar meter verderop werd dat stempel weer gecontroleerd door een soldaat die mij met een vrolijk salut begroette.

Daarna langs de douane voor de bagage controle.

Er stond een lange rij mensen, en vrijwel alle bagage werd gecontroleerd. Er stond een douanier die degene die aan de beurt was, naar een van de andere douaniers doorstuurde die dan weer alles onderzochten. Ik had alleen maar de handbagage bij me, en ik zag dat er voor mij mensen met weinig bagage gewoon door mochten lopen. Dus ik vroeg of ik ook door mocht? en dat was goed, ik mocht de rij voorbij lopen en naar de uitgang. Dat ging lekker snel.

 

Daar stond iemand te wachten met een koning aap bordje. Ik was de eerste en inmiddels was het al zes uur geworden. De gids vond het jammer dat we zoveel vertraging hadden opgelopen, maar we gingen toch nog de stad in. Het duurde erg lang tot iedereen alle formaliteiten had geregeld, en tegen zevenen gingen we eindelijk op weg, Casablanca in. Buiten het vliegveld was het nog wel lekker weer, vergeleken met Nederland dan. Maar een Fleece was toch wel nodig.

We gingen met een grote bus, dus voldoende plek voor iedereen.

 

Casablanca is een grote stad, de vijfde grootste van Afrika, maar er is eigenlijk niet veel te zien. Het is vooral een handels- en industrie-stad.

Maar de op één na grootste moskee ter wereld met de allerhoogste minaret zijn er wel te vinden. Dat was dan ook de eerste bestemming.De gids had ondertussen veel verteld over Marokko en Casablanca, en mede door het drukke verkeer was het toen al bijna acht uur.

Bij de moskee kregen we tien minuutjes om snel wat foto's te maken en toen snel verder, langs nog wat belangrijke gebouwen, naar het restaurant. We hadden hier precies 45 minuten om te eten, want om tien uur moesten we terug zijn op het vliegveld.

Het eten werd snel opgediend, en meteen na de vissoep volgde de kotelet met groente en frites. Toen de laatste z'n vork neerlegde werden meteen de borden weggegrist, en volgde nog snel wat fruit. We bleken in een record tijd te hebben gegeten, en toen we weer buiten stonden was de bus er nog niet eens.

Maar even wachten en daarna terug crossen naar het vliegveld, een afstand van 20 km.

 

Daar eerst de handbagage door de scanner, en wij door een poortje. Toen op zoek naar de juiste vertrekhal, die bleek niet zo eenvoudig te vinden. We kwamen eerst bij de VIP ingang, maar daar mochten we niet door. Een kwartier later kwamen na een lange omweg weer vlak bij de VIP ingang naar binnen.

 

En na weer de nodigde scans en formaliteiten konden we verder.

De scanner waar we door moesten lopen piepte bij vrijwel iedereen, maar ook als er niemand door liep. Dus sommige mensen werden gefouilleerd, anderen niet.

Toen weer wachten in de een kleine wachtruimte. En weer kregen we een aantal malen een vertraging te horen. Maar om 12 uur, middernacht, mochten we dan toch aan boord voor de laatste fase van de heenreis

Het was dit keer niet druk in het vliegtuig, en ik had drie stoelen tot mijn beschikking. Dus ik heb wel wat geslapen . Ik werd nog wel een keer wakker gemaakt door een stewardess, die me een maaltijd aanbood, maar daar had ik geen zin in.

 

Verrassend snel waren we daarna in Bamako. Weer een formuliertje invullen, dat trouwens ongelezen werd gestempeld en op een grote stapel werd gelegd. Een stempeltje in het paspoort en ik mocht het land in. De beambten waren hier overigens uitzonderlijk vriendelijk en behulpzaam.

Tas van de band gehaald, die was gelukkig aangekomen.

Het is een heel klein vliegveld, met 1 bagage band, en direct daarnaast de deur naar buiten. Maar eerst moest de bagage nog keer door een scanner.

Buiten stond onze reisbegeleidster voor de komende drie weken. Het was toe ongeveer vier uur in de morgen.

 

Bij bijna iedereen drongen zich zogenaamde bagagedragers op, jongens die wel wilden meehelpen met het dragen van de bagage. Daarna bleven ze wel een hele tijd zeuren om geld, maar niemand had geld gewisseld, dus ze werden afgekocht met euro muntjes.

Er bleek een rugzak niet te zijn aangekomen, dat is, zo weet ik uit eigen ervaring, erg vervelend.

Daarvoor moesten nog wat formulieren worden ingevuld, en toen konden we naar het hotel waar we om kwart over vijf aankwamen.

Het hotel lag in een buitenwijk van Bamako, tussen de kleine betonnen huisjes, aan ongeplaveide straten.

Ik kreeg een kamer alleen, van de vijf alleenreizende heren krijgt bij tourbeurt iemand een kamer alleen.

Dus tegen zes uur gaan slapen en om half tien weer opgestaan voor ontbijt en de gebruikelijke introductie ronde en briefing op het dak van het Hotel, lekker in de buitenlucht.

 

Kennismaking met de groep:

 

Het is een grote groep, van 18 personen. Het zijn allemaal mensen met veel reiservaring, wat ik ook wel had verwacht. De meesten willen in Mali de Lemen gebouwen of de verschillende bevolkingsgroepen zien.

De reisleidster, woont al een tijd in West Afrika en kent het land dus goed.

 

Na het ontbijt gaan we met zes mensen, de alleen-reizenden, op stap. We lopen een stukje door de buurt naar de grote weg. Het is hier erg stoffig, en er zijn overal mensen bezig met de dagelijkse bezigheden. Op een stoffig stukje grond voetballen een paar jongens.

 

Bij de hoofdweg is een taxi snel gevonden, en de chauffeur haalt nog een collega want we passen niet in 1 taxi.

We worden ergens in het centrum afgezet na 10 minuten rijden en lopen verder het centrum in, richting de moskee. Dat is wel even zoeken want we blijken niet te zijn afgezet bij het onafhankelijkheids plein zoals we hadden gevraagd.

 

Mali is een overwegend Islamitisch land, maar er zijn ook christenen en animisten. Er zijn dus in elke stad en elk dorpje moskeen. We horen dan ook regelmatig, vooral ’s morgens, de oproep voor het gebed. 

Onderweg proberen een aantal mensen met Nederland te bellen bij een telefoon winkeltje en dat gaat goed.

 

Bamako is de hoofdstad van Mali, maar het is niet echt een grote stad. Er zijn wel veel kleine winkeltjes, en de binnenstad is bijna continu een grote markt. Er is niet veel verkeer, maar wat er rijdt zorgt wel voor veel luchtverontreiniging.

De Malinesen zijn over het algemeen erg vriendelijk en we worden op straat vaak begroet. Kinderen kijken ons nog wel eens een beetje raar aan.

 

We lopen eigenlijk de hele dag op de markt rond, waar vooral het mensen kijken erg leuk is. Veel mensen willen echter niet op de foto genomen worden, wat de meesten van ons natuurlijk respecteren.

Het is zo rond het middaguur ongeveer 38 graden. Een groot verschil met Nederland dus!

We lopen dan ook behoorlijk te zweten en gaan regelmatig een bar of restaurantje in om wat te drinken. Meestal zijn dit stoffige vuile gebouwtjes met wat oude stoelen en tafels. Een ober komt dan wel even met een vuile natte doek de tafel schoonmaken, maar of dat nou help, ik weet het niet.

 

Al snel lopen er wat jongens met ons mee om ons de weg te wijzen, en waarschijnlijk om ons iets te verkopen, of te wijzen naar de kraampjes van familie.

 

Er is midden in de markt een groot gebouw ook vol met kraampjes. Het lijkt een moskee te zijn geweest. We vragen of we op de bovenste etage mogen om vanaf het balkon om foto’s te maken. Onze "gids" regelt het en via een aantal trapjes komen we boven. We maken wat foto's en dan komt er een politie agent die zegt dat we daar niet mogen zijn en dat we moeten betalen. De gids en andere verkopers die nog steeds meelopen, praten even met de agent en die loopt dan snel weer weg.

 

Aan de andere kant van de markt vragen we bij een winkel ook nog een keer of we naar de eerste etage mogen. Dat kan en via trapjes achterom door kamers vol met oude naaimachines waar kleding worde gemaakt, vooral door mannen die ons vriendelijk groeten, komen we op het balkon. Weer een paar mooie foto's

Ook hier in Mali kennen veel mannen de Nederlandse voetballers en zijn ze bij de wereld kampioenschappen allemaal oranje supporter. Er zijn veel jongens die voetbal shirtjes dragen. Daarbij is naast een aantal Nederlandse spelers vooral Beckham favoriet.

 

Ondertussen is het bij de verkopers doorgedrongen dat sommigen van ons ook wel interesse hebben in boeken over Mali en CD's. We blijven dus achtervolgd worden.

Uiteindelijk huren we maar 1 van de jongens als gids en bekijken we de moskee, en daarna de fetish markt waar de “tovenaars” hun kruiden en gemalen slangen en dat soort spul verkopen. Het is niet zo leuk, of bizar, als in China, maar er heerst wel een aparte sfeer.

 

Dan, aan het eind van de middag willen we nog een biertje gaan drinken, en onze gids weet wel een plekje.

Het is een soort binnen plaats waar snel een tafel en wat stoelen worden neergezet en de grote flessen bier verschijnen. De binnenplaats is omringd door kleine kamertjes waar een aantal schaars geklede dames in de deuropeningen zitten. We beseffen dus al snel dat we in een bordeel terecht zijn gekomen.

Aanleiding voor veel grappen en sterke verhalen natuurlijk en we hebben veel lol.

 

Dan maken we het laatste stukje van de markt nog af, en kopen wat stokjes die men als een soort tandenborstel gebruikt, een zelf gemaakte fruitsapje, bisap die men zelf maakt van de bloemen van de hibiscus, en dat volgens de boekjes veilig is voor toeristen omdat het wordt gekookt. Dat sapje wordt verkocht in plastik zakjes, en om eruit te drinken bijt je gewoon een gaatje in het zakje.

 

Tegen de avond zoeken we weer twee taxi's om naar een restaurant te gaan waar we met de hele groep hebben afgesproken, restaurant San Toro. Bij de grote weg aangekomen, komen er opeens veel mensen schreeuwend hardlopend onze richting uit.

Ik zie een militair met een groot geweer die iemand achtervolgt, en iedereen in de buurt rent weg. Als ze voorbij zijn keert de rust snel weer.

Zo maak je nog eens wat mee.

 

De taxi chauffeurs kunnen het restaurant niet zo goed vinden en na veel vragen en keren komen we er toch.

Het is een erg mooi, in afrikaanse stijl aangekleed restaurant. Het is van een stichting die is opgericht door de voormalige minister van cultuur. De stichting doet aan wijkverbeterings projecten en helpt vrouwen in die wijken. De opbrengst van het restaurant komt ten goede aan die doelen.

 

We drinken eerst een fuitsapje, een combonatie van gember, ananas, sinaasappelsap en bisap. Het is wel lekker, zoet en pittig.

Het eten is zeer goed, ik eet vis, die hier in de rivier de Niger, die door de stad loopt, wordt gevangen, Het is een soort nijlbaars, en wordt hier capitaine genoemd. Tijdens het eten is er live muziek, er wordt gespeeld op een traditioneel Malinees instrument, gemaakt van een kallebas, die is bespannen met een dierenhuid en met heel veel snaren.

 

Dan weer met een taxi terug naar ons hotel. Onze chauffeur blijkt de weg naar het hotel toch niet te kennen en moet een aantal maal de richting vragen. Hij vraagt mij steeds hoe het hotel heet. Het heet Behan, en op een gegeven moment laat ik hem een papiertje zien waar de naam opstaat. Oh, zegt hij dan Behan! Wij hadden de hele tijd Behan gezegd. Nu hoorden wij het verschil niet tussen zijn uitspraak en onze uitspraak maar voor hem was het blijkbaar een wereld van verschil. Maar ook hierna wist hij het hotel toch niet te vinden.

Na nog wat rondvragen lukte het toch en we werden netjes voor de deur afgezet.

Toen was het alweer bijna half elf en ben ik snel gaan slapen.

 

Ga verder naar deel 2

Klik hier om terug te gaan naar mijn Homepage