China, Tibet, Nepal

deel 4                                                                                                                                          sept/okt 2007


Gyantse, Shigatse, Sakya en Mount Everest;  dag 20 t/m 25                                      Terug naar de hoofdpagina

Terug naar deel 3: Huangzhong (Ta'er Si) en Lhasa

Verder naar deel 5: Zhangmu, grens en Kathmandu

Dag 20

Vrijdag zijn we 's ochtends na het ontbijt vertrokken uit Lhasa. We reden nog een keer langs Potala, zodat we er nog een laatste blik op konden werpen. Dit gebouw heeft net zo iets als de Registan in Samarkand, of het plein in Cuzco, je gaat er gewoon elke dag even kijken als je er bent.

 

We zijn nu met 5 landcruisers onderweg en hebben vanaf nu een Tibetaanse gids bij ons. Dit reist wel comfortabel.

We rijden langs een rivier en blijven dus ongeveer op dezelfde hoogte van 3600 meter. Rondom ons zien we natuurlijk wel de hogere bergtoppen.  Het is weer een mooie tocht, en onderweg stoppen we nog een keer om een in reliëf in een bergwand gemaakte boeddha te bekijken.

Tegen het middaguur komen we bij de veerpont aan. Hier blijven de landcruisers en onze bagage achter. Alleen het nodige voor 1 overnachting kunnen we meenemen.De eenvoudige boot heeft een houten bankjes en er kunnen denk ik zo'n dertig mensen in. (waarschijnlijk veel meer dicht opelkaar).

Het is een open boot met een grote luidruchtige moto op de achterkant.

Het is nog steeds geweldig mooi weer, blauwe lucht en zon. Het is lekker warm en ik heb gemerkt dat je op deze hoogte ontzettend snel verbrand, goed insmeren dus.

Op het water is het echt lekker, een verkoelend windje bij dit warme weer.

De rivier staat laag en we varen met een grote omweg om de zandbanken heen. We varen grotendeels tegen de stroom in en de tocht duurt ca 90 minuten. Aan de overkant springen we van boord, een loopplank is er niet. En er staat een vrachtwagen met eenvoudige bankjes in de bak klaar om ons verder te vervoeren.

We rijden over zandwegen, en het hobbelt nogal dus we worden flink door elkaar geschud. We komen door een klein dorpje en zien mensen op het land aan het werk. We zien een aar stupa's op de bergen die stammen uit het begin van het boeddhisme in Tibet. Het boeddhisme is namelijk hier begonnen in Tibet. 

Het Samye klooster is het eerste en oudste boeddhistische klooster in Tibet. En volgens de overlevering in 1 dag gebouwd, het was echter in de nacht daaropvolgend weer verwoest. Na het verdrijven van de duivels is het opnieuw in 1 dag gebouwd en het staat er nu nog.

Het klooster complex heeft veel te lijden gehad tijdens oorlogen en van de culturele revolutie. Maar het is gedeeltelijk gerestaureerd. Het hele complex is ommuurd ener staat een grote hoofdtempel, 4 grote stupa's in groen, wit, rood en zwart. We logeren binnen de muren, in een gebouw vlak bij de hoofdtempel. We hebben 5 persoonskamers, maar ik zit met 2 anderen op 1 kamer. Er is een kraantje op de binnen plaats, en dat is de enige badkamer hier. Er is wel een toilet, een hokje met 3 gaten in de betonvloer. Je kunt dus gezellig naast elkaar hurken. Het stinkt er wel wat. Maar er is een moderne lichtschakelaar die reageert op geluid, en steeds 1 minuut blijft branden. Als het licht uitgaat moet je even een geluidje maken.

 

Na aankomst gaan we eerst de hoofdtempel bekijken. Een erg mooie en oude tempel waar een dienst bezig is en monniken muziek maken en teksten opzeggen. We kunnen drie verdiepingen omhoog. Op de begane grond is de tempel in Chinese stijl, op de eerste in Tibetaanse stijl en op de derde in Indische stijl.

Weer vel beelden, en sfeervol verlicht (bijna donker dus) met yakboterbranders.

We kunnen vanaf de bovenste verdieping naar buiten kijken voor een beetje overzicht. De tempel is natuurlijk gewijd aan de heilige die het boeddhisme hier bracht, en de koning die hem heeft ontvangen.

 

Ik ga daarna het bergje aan de rand van het complex, buiten de muur, beklimmen. Het is 125 meter hoog en op deze hoogte is dat weer een zware klimpartij. De eerste top is al na 5 minuten bereikt maar is nog lang niet de echte top. Hier staat een stupa. Ik loop verder met drie monniken die ook naar de top gaan. Over zand/grind paadje en soms wat klauteren over de rotsen, kom ik na een half uur bij de top. Hier staat een heel klein tempeltje, en van de monnik die hier eenzaam woont mag ik wel even binnen kijken en ook mag ik foto's maken. Als ik hem de foto's laat zien op het schermpje kijkt hij verbaasd en voelt er even aan.

Buiten maak ik nog een paar foto's met een van de monniken die ook een eigen toestel heeft. Ik met hem op de foto en hij met mij. Van hieruit heb je een prachtig uitzicht op het klooster beneden.

Ik neem hetzelfde pad naar beneden en kom nog wat reisgenoten tegen.

Dan loop ik nog de Kora binnen de muren van het klooster waar weer veel gebedsmolens zijn en ook wat kleine tempeltjes waar ik binnen loop. De ontvangst is wisselend. Een monnik kijkt nogal gestoord als ik binnen loop en een andere ontvangt me vriendelijk en verteld wie de beelden voorstellen. Een monnik zegt dat hij een slecht oog heeft en vraagt oogdruppels, maar die heb ik niet.

Toch weer interessante mensen tegengekomen.

Om half zeven ben ik weer terug bij ons "hotel" om meteen maar het ontbijt voor de volgende ochtend te bestellen. We eten met de hele groep chinees/tibetaans bij ene restaurant buiten het klooster. Er wordt hier flink gebouwd buiten het klooster er is al een weg met restaurantjes en hotels en veel souvenir winkels, En ook China mobil heeft natuurlijk al en kantoortje. Ook dit wordt weer een Chinese straat .

 

Dan naar bed, nadat we eerst nog van de sterren hemel hebben genoten. Hier zijn geen steden in de buurt en het is erg donker 's avonds. Dus de sterren zijn hier goed te zien.

 

Dag 21

De volgende dag is het zaterdag, 6 oktober.

Ontbijt om 6.15 uur, dus vroeg opstaan. We hebben Tibetaans brood met jam en honing, omelet en thee. Een reisgenoot vraagt om tsampa en krijgt daarvoor de ingrediënten om zelf te mengen.

 

Dan blijkt dat we toch een half uur moeten wachten op de (nu 2) kleinere vrachtwagentjes om ons naar de veerpont te brengen. Het is nu erg koud, vooral op de open auto's en naast mijn fleece trek ik ook nog mijn regenjas aan.

Weer een rit van ca 40 minuten, en als we bij de boot aankomen is er nog geen stuurman. Dus weer wachten maar al snel komt hij er aan rennen. Als we op de boot zitten komt de zon op, waardoor de omringende bergen er mooi uitzien.

Aan de overkant staan de landcruisers met chauffeur al te wachten.

 

 

 

 

 

 

 

 

We rijden eerst weer een stukje dezelfde weg als gisteren en dan verder via de rivier. De zuidelijke route naar gyantse, die eigenlijk het mooist is kunnen we niet rijden vanwege wegwerkzaamheden. Die route gaat over 2 bergpassen van 4800 meter en 5000 meter. Als compensatie rijden we nog wel naar de eerste bergpas van 4800 meter. Via vele haardspeld bochten bereiken we de pas waar we een tijdje rondkijken. Aan de andere kant van de pas is een heel groot meer dat ongeveer rond loopt het is een heilig meer voor de Tibetanen, en er is een kora omheen die je in 7 dagen kunt lopen. De chinezen hebben een pijpleiding gemaakt om water uit het meer af te tappen voor irrigatie. Verwacht wordt dat het meer binnen 20 jaar leeg is.

In de verte is nog de besneeuwde top van een heilige berg te zien (7200 meter)

We rijden door, nog een lange tijd langs de rivier tussen hoge bergen door. We lunchen in een klein dorpje bij een restaurantje even. Het is dan al 14.30 uur in de middag.

En weer verder met de mooie tocht. We rijden op de friendships weg die van Sjanghai naar Kathmandu gaat. Maar we moeten er tijdig af omdat we anders in Shigatse uitkomen.

We rijden nu door een omgeving met veel zand en wat zandduinen. De weg is nu een zandpad, en soms zoekt de chauffeur z'n eigen weg. Bij het inhalen van vrachtwagens is het echt stofhappen.

Maar om een uur of zeven in de avond komen we in Gyantse aan. Na even douchen loop ik het stadje in om wat te eten. Ik kom bij een islamitisch restaurant waar ik twee gerechte bestel, vlees en groeten. Het wordt schapenvlees (zoetzuur) en bloemkool er is vanavond geen rijst!?. De porties zijn hier enorm groot, dat krijg ik dus niet op.

Ik word bediend door een jongen van een jaar of twaalf. Het is zo te zien een familie bedrijf en hij kent als enige wat engels.

Ik had mijn eten-vertaal lijsten meegenomen maar die waren hier niet nodig want ze hadden een Engelstalig menu. Nou ja, er zaten zoveel fouten in het engels dat ik toch wat moeite had om het te lezen. De jongen ziet mijn vertaallijst en vraagt of hij even mag kijken. Hij vindt het erg interessant en laat het ook de anderen zien. Dan komt hij mij vragen of hij de lijst mag hebben, maar die wil ik nog niet kwijt. Ik heb nog wel een andere, gekopieerd uit de rough-guide die is veel uitgebreider, (3 A4tjes) en die geef ik. Hij is er blij mee, en de lijsten worden meteen door de oudere broers? afgenomen die ze uitgebreid gaan staan lezen. Misschien willen ze hun engelse menukaart uitbreiden?

De jongen komt bij mij aan tafel zijn noodle soep opeten.

Even later komt een man binnen die er nogal armoedig uitziet. Hij kijkt naar wat ik eet en vraagt of hij mag mee-eten, maar dat doe ik maar niet.

Ik laat wel bijna de helft staan, en als ik ga staan om af te rekenen grist de man meteen de schaal met schapenvlees van de tafel en begint te eten. Een ander pakt de groente.

 

Dag 22 

De volgende dag, zondag, gaan we om negen uur op pad om het klooster hier te bekijken.

Weer een mooi klooster, maar ik krijg het gevoel genoeg kloosters en tempels te hebben gezien dus ik blijf niet lang. Ik beklim nog wel even de stoepa die enorm groot is en 70 kamertjes met beelden heeft, ik zie er een paar, en klim dan maar door naar de bovenste verdieping waar je een mooi uitzicht hebt.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik loop via het oude deel van de stad terug. Hier staan nog de oude Tibetaanse huisjes, en zijn de straten smal. Er lopen koeien en shapen op straat. In de woningen is geen stromend water, maar langs de weg staan pompen waar de vrouwen de was doen of water halen.

 

In de stad eet ik een kleine lunch, bij een meer toeristisch restaurant. De porties zijn 2 maal zo klein en 2 maal zo duur als bij het moslim restaurantje.

Dan ga ik naar het oude fort, gebouwd in 970 op een heuvel midden in de stad.

De top is ca 200 meter hoger dan de stad. Dat is een flinke klimpartij. Heet fort is niet meer zo interessant, alleen de muren staan er nog. In 1904 hebben de Engelsen hier kort gevochten met de Tibetanen. Dat wordt nu flink opgeblazen door de chinesen. Er is monument voor de moedige Tibetaanse strijders, en er is zelfs een anti-Brits museum! Daar wordt ook nog even genoemd dat de Britten ook het klooster hebben verwoest, terwijl dat tijdens de culturele revolutie van Mao is gebeurd. Vanaf de top van het fort heb je een mooi uitzicht over de stad en de omgeving. Ook het klooster is mooi te zien met de muur eromheen.

 

Om 15.30 uur stappen we weer in de landrovers voor de tocht naar Shigatse (of Xigatse). Over een goede weg met in de verte de bergen rijden we snel door. Onderweg zijn veel boeren met de graanoogst bezig. Er wordt gedorst, het kaf van het koren gescheiden, stro in balen gebonden en vervoert mat kleine tractortjes. Veel handwerk en er zijn veel mensen aan het werk.

 

We bezoeken onderweg nog even een kloostertje dat ca 4 km van de weg afligt. Een klooster van een voor de Tibetaanse gids en onze reisleider onbekende orde. Het is oud en de muurschilderingen zijn vrijwel niet meer zichtbaar.

 

En om ca 19.00 vanavond zijn we Shigatse binnengereden. Weer in een luxe hotel.

De reisleider vertelde dat het ca een half uur lopen is naar het centrum, en dat daar niet echt gezellige restaurantjes zijn. Dus de hele groep, behalve ik, eet in het restaurant van het hotel. Ik loop in een kwartiertje naar het centrum en eet wat noodles en ei-tomaat bij een klein restaurantje. Daarna ga ik op zoek naar een internet cafe. Er staan een paar genoemd in de reisgids, maar die zijn of onvindbaar, of gesloten. Ik vind er nog wel een in een andere straat, via een donkere trap op een bovenverdieping. en daar ben ik nu nog.

 

We blijven morgen nog in Shigatse en dinsdag vertrekken we weer met de landcruisers.

We zijn dus gisteren in Shigatse gearriveerd na een mooie tocht met de landcruisers. We zijn onderweg nog even bij een Tibetaans huis binnengeweest. Gewoon langs de weg gestopt en gevraagd of we naar binnen mochten.

Het huis had twee verdiepingen, onder de koeien en boven de mensen. Van het oude vrouwtje dat daar met 2 kinderen en kleinkinderen woonde (totaal 9 mensen) kregen we gekookte aardappelen in de schil aangeboden. We namen er ieder een, al zag het er erg armoedig uit. Maar van een weigering wilde ze niet weten.

De slaap/zit/eetkamer had banken rondom, een lemen vloer, een mooi bewerkte kast en een radio. Alles was erg vies en de banken waar ook op werd geslapen hadden vroeger waarschijnlijk vrolijke kleuren. Nu was alles zwart.

De keuken was nog erger. Door de kachel die daar staat was alles zwart van het roet.

Op het binnenplaatsje scharrelde een eenpotige kip. We mochten alles zien, en viel ons erg tegen, zoveel armoede en zo vies alles was.

De vrouw had 10 kinderen waarvan er al 2 waren gestorven. 2 woonden bij haar, en de anderen daar hoorde ze nooit meer iets van.

Onze reisleider liet wat geld achter, en de vrouw was erg gelukkig, ze huilde ervan.

 

Dag 23 

Shigatse, maandag 8 oktober.

Ik sta vroeg op en ontbijt in de stad. Daarna terug naar het hotel want we gaan met de groep een klooster bezoeken. We hebben hier in Tibet een Tibetaanse gids bij ons, en die leidt ons steeds rond in kloosters of andere bezienswaardigheden, vandaar dat we met de groep gaan. We rijden er met de landcruisers naartoe want die hebben we toch tot onze beschikking.

Binnen de groep beseffen we ons dat we over een week weer thuis zijn. Het gaat zo snel voorbij. En tegelijkertijd lijkt het ook heel lang geleden dat we in Beijing waren, en dat is nog maar 3 weken geleden.

En dan nu weer een klooster. We hebben er al veel gezien, maar toch zijn ze steeds weer anders. Het klooster hier is geheel ommuurd, en heel groot. Het is bijna een klein dorp.

Dit klooster is bijzonder omdat het de zetel is van de Panchen Lama. De Panchen Lama's 4 t/m 10 hebben hier ook hun graftombe (ze zijn gecremeerd en de as ligt in een stupa).

Tijdens de culturele revolutie is ook hier veel vernield.

De 10e Panchen lama die ca 18 jaar geleden is gestorven door een hartaanval (of door vergiftiging volgens veel Tibetanen) heeft hier ook zijn graf-stupa.

Zijn reïncarnatie, de 11e dus, is inmiddels gevonden, maar afgekeurd door de Chinese regering, zij hebben zelf een opvolger gevonden, toevallig het zoontje van een hoge partijbons.

Beide jongetjes die nu ca 17 jaar zijn, zijn al lang niet meer gezien in Tibet. De ene is gevlucht naar India, en de "Chinese" zit ergens vast in Beijing voor z'n opleiding. Flinke spanningen dus tussen de chinezen en de Tibetanen. Daarom zijn er in dit klooster ook veel soldaten en er zijn pro-chinese monniken in het klooster geplaatst, die de boel in de gaten houden. We merken ook dat er vaak een monnik meeluistert als onze gids iets verteld. Onze gids vermijdt nu het verhaal over de 11e Panchen Lama natuurlijk. Maar gisteren heeft hij er wel iets over verteld.

In het klooster hangen veel foto's van de verschillende lama's ook van de 'Chinese' 11e, als klein jongentje.

 

We bekijken 5 gebouwen die de stupa's van de lama's bevatten, een boeddha beeld van 27 meter hoog, en een college. Ion de muur is een grote Tanka muur gebouwd. Een Tanka is een doek met heilige afbeeldingen die veel in de tempels hangen. Ze zijn meestal ongeveer 60 cm - 1 meter. Voor speciale gelegenheden hebben ze er 1 van 15 bij 30 meter, die buiten, op de speciale tankamuur wordt uitgerold.

Voor de rest zo'n beetje hetzelfde als we al hebben gezien.

 

Het is dan al weer 12.30 uur en ik ga even wat eten in een Nepalees restaurant. Daar komen twee reisgenoten bij me zitten..

 

Daarna loop ik de Kora rond de kloostermuur. Weer is bijna het hele pad voorzien van gebedsmolens, die door de pelgrims worden rondgedraaid. De meeste pelgrims groeten vrolijk, een vrouw gaat even voor mij aan de kant als ik voorbij wil en ik zeg ' Thank you' Ze zegt thank you, goodmorning. Waarschijnlijk de enige woordjes die ze nog kent van de engelse les.

Als ik haar later weer tegenkom zeg ik Goodmorning, ze groet lachend terug.

Het pad gaat aan de achterkant van het klooster flink omhoog, en we zitten hier op een hoogte van 4000 meter dus dat is weer hijgen en puffen.

Ik loop niet helemaal rond, maar ga na 3/4 de andere kant op richting het fort. Het fort is ook hier gebouwd op een rots die boven de stad uitsteekt. Volgens de reisgidsen zijn er alleen nog maar ruines van de gebouwen maar is het uitzicht over de stad wel mooi. Maar nu staat er een heel nieuw gebouw, beetje in de stijl van de Potala, met een rood en wit gedeelte. Als ik de trappen omhoog loop kom ik eerst op een platform waarvandaan ik al veel van de stad kan zien.

Verder kom ik in het gebouw en het is nog niet af. De buitenkant is weliswaar geschilderd maar binnen is het 1 grote ruimte van ruw beton. Via een betonnen trap, zonder leuningen of zo kom ik in een grote hal met verschillende ruimtes. Er is hier niemand en ook hier allen ruw beton. Hier kan ik weer naar buiten voor het uitzicht. En de stad is goed te overzien.

ik verlaat het spook gebouw en kom in de oude Tibetaanse wijk uit. Ik loop tussen de huisjes door en zie hoe de mensen hier leven, hobbelige straatjes, en vee op straat. Water halen bij de kraan die aan de straat kant staat.

Ik koop wat te drinken bij een klein winkeltje en wat Tibetaanse chips van een jonge vrouw die op het trottoir aan het bakken is. Ze schilt aardappels, snijdt ze in plakjes en frituurt ze in een grote wok. Ik krijg een klein plastik zakje war ze wat schijfjes in doet. Een beetje zout erover en nog wat rood poeder, dat behoorlijk heet smaakt.

Een stukje verder op een trapje eet ik het op. Voorbijgangers lachten allemaal als ze mij daar zo zien zitten, maar groeten wel vriendelijk. Verderop koop ik een banaan bij een klein fruit kraampje. De man vraagt er 5 yuan voor! in Beijing was het 1 yuan voor een banaan. Maar hier is de aanvoer van deze exotische vrucht natuurlijk veel moeilijker. Ik vind het wel teveel en biedt 2. We komen op 4 Yuan uit, wat ik nog steeds veel vind. Dus ik pak de banaan heel voorzichtig met 2 handen aan alsof het een dure schat is, de man en vrouw van het kraampje schateren van het lachten.

 

Dan is alweer 16.30 uur en ik ga het internet café binnen. Dit is misschien voorlopig het laatste verslag. Morgen vertrekken we naar Sakya en volgens mijn reisgids is daar geen internet (maar inmiddels misschien wel?) daarna naar het Mount Everest base camp  waar we in tenten kamperen en er verder niets is. Dan naar een grensplaatsje waar het allemaal ook heel primitief is, en vrijdag komen we dan in Kathmandu, Nepal aan.

 

Dag 24

En ik heb, met de hulp van De reisbegeleider, toch nog een plaatsje om te internetten gevonden in Sakya.

Vanmorgen zijn we om 8.30 uur vertrokken uit Shigatse, met de landcruisers.

We rijden eerst weer over de friendships weg, en het is een goede weg!

Onderweg maken we een paar fotostops, om Yaks te fotograferen, want die hebben we nog niet veel gezien. We passeren al snel een bergpas op een hoogte van 4050 meter, maar dat is maar 100 meter hoger dan Shigatse.

Een tijdje later komen we langs het punt waar de afstand op deze weg tot Shanghai 5000 km is, er staat en grote gegraveerde steen om dat te melden. We komen hier ook een groep Duitsers tegen die per mountainbike naar Kathmandu onderweg zijn. Even later komen we over een pas op een hoogte van ca 4527 meter. Hier lopen we nog een stukje hoger zodat we een goed uitzicht hebben, en en paar besneeuwde bergtoppen in de verte kunnen zien.

We rijden vaak over een vlakte met bergen in de verte, en soms tussen de bergen door. Ik had me het wel anders voorgesteld hier in Tibet. Veel ruwer berglandschap en moeilijker wegen.

We gaan na een tijdje van de goede weg af en gaan over een iets mindere betonweg richting Sakya. De chauffeur heeft yakkaas gekocht. Dit zijn kleine bokje harde kaas. Door het lange drogen is de kaas echt zo hard als steen. De blokjes kaas zijn aan en touwtje geregen en op die manier worden strengen kaas verkocht.

De smaak is zoals die van yakboter, niet echt lekker maar ook niet echt vies. Ik knabbel er en paar stukjes af. Maar de chauffeur, en ook een paar reisgenoten lopen veel later nog op het stuk kaas te sabbelen.

Tegen 12 uur komen we dan aan in Sakya, en klein dorpje bij het grote Sakya klooster. Hier is in ca het jaar 1000 en nieuwe kloosterorde opgericht die met hulp van de mongolen veel macht kreeg.

We gaan het klooster bekijken. De monniken zijn net met een dienst bezig.

De hoofdtempel kunnen we niet in want die wordt net verbouwd. In een ander gebouw is en zand mandala. De geometrische figuren worden vaak op plafonds geschilderd, of ook wel in andere materialen uitgevoerd. Zand mandala's worden vaak gemaakt voor speciale feestelijkheden. er worden verschillende kleuren zand gebruikt om de fijne figuren mee te tekenen. Echt monnikenwerk dus. Meestal worden de zandmandalas weer uitgewist na de feestelijkheden, maar deze is bewaard.

We lopen nog wat door het complex, en over de muur van het klooster.

(dit is echt een rot toetsenbord, sommige letters doen het bijna niet meer, dus er kunnen wel wat fouten in de tekst zitten)

Daarna loop ik richting de bergen naar de ruïnes van een ander oud klooster. Het is een lastig smal paadje over rotsachtige bodem, langs een aantal witte stoepa's. Het valt niet mee maar ik kom bij het oude klooster. Het is en groot gebouw geweest en de buitenmuur staat er nog, de verf en versieringen zijn allang geleden verdwenen. De muur is gemaakt van klei/grind versterkt met houten stokken. Het gebouw ziet er nu wel een beetje uit als de leem bouwwerken in Mali.

 

Via een smal paadje langs de bergwand loop is naar een nonnenkloostertje. Dit pad is smal maar wel goed stevig. En ik blijf ongeveer op dezelfde hoogte.

bij het klooster zie ik niemand, dus ik loop maar naar binnen. Uit de tempel komt wat geluid dus ik gluur naar binnen. Daar is en non de vloer aan het vegen en ze gebaard dat ik binnen mag komen. er ijn drie nonnen teksten aan het opzeggen, het is bijna zingen. Ik mag foto's maken en de non die aan het vegen was komt even kijken naar het resultaat. De eerste twee foto's met mijn kleine camera zijn niet goed, dus ik pak mijn grote camera erbij. Dat gaat veel beter en de non steekt haar duim omhoog. Ik blijf nog even en maak nog wat foto's van de beelden en de tanka's.

 

Dan loop ik maar weer terug naar het dorpje. Onderweg kom ik nog verschillende reisgenoten tegen die dezelfde route lopen of willen gaan lopen. Dus ik geef nog wat tips door.

Dan het stadje in waar ik De reisbegeleider tegenkom en samen zoeken we het internet cafe. En dat hebben we dus gevonden.

Morgen vertrekken we vroeg naar de Mount Everest. Waar we in het basis kamp op een hoogte van 5200 meter overnachten. Dit is de plek waar de klimmers beginnen. Tot daar kunnen nog auto's of paarden komen. Maar sinds vorig jaar is het toeristische basiskamp 4 km verplaatst. Dus we zitten nu niet meer in het echte basiskamp.

Maar dat is 4 km verderop dus daar kunnen we waarschijnlijk wel even naar toe lopen als het weer goed is. We hebben de afgelopen dagen echt hel goed weer gehad, vrijwel de hele dag zon. Hier is het wel wat kouder, maar we zitten nu ook op een hoogte van 4300 meter. Als de zon onder is koelt het echt snel af.

 

Dag 25 

We zijn vroeg vertrokken uit het hotel, om half acht, zonder ontbijt, dat komt onderweg wel.

We rijden eerst over een zandpad / spoor waar we de landcruisers echt nodig hebben. We rijden over een vlakte en bereiken dan weer de friendships highway.


We rijden hier een stuk over en passeren een paar hoge passen. Als we bij het natuurpark Mount Everest aankomen, moeten we eerst een ticket kopen. We rijden nog een stukje dor en gaan dan wat eten bij een restaurantje, een soort brunch want we eten om een uur of elf.

Bij de echte ingang van het park is er een paspoort controle en dat duurt even. Een voor een moeten we naar voren komen en ons paspoort laten zien.

Dan is het nog 102 km rijden naar het basis kamp. Het is een zand/grind weg met veel hobbels en we worden dan ook flink door elkaar geschud. Bij een stop op de top van een bergpas kunnen we de top van de Mount Everest al bijna zien, maar er zit een wolkje voor. Sommige mensen wachten op de pas tot de wolken verdwijnen, de rest rijdt door. We bezoeken een klein dorpje waar eigenlijk niet zoveel is te zien, wat huisjes, kleine winkeltjes en veel geiten en schapen. De hele reis zien we trouwens al veel dieren die vaak los rondlopen. Op de weg moeten we vaak even stoppen voor overstekende koeien, ezels of schapen.

 

Er is 1 landcruiser die al een tijdje rare geluiden produceert en de chauffeurs hebben al eens eerder gekeken wat het probleem kan zijn. Het blijkt nu het voorwiellager te zijn. De chauffeurs varvangen het, ze hebben gelukkig een reserve lager bij zich. En een half uur later kunnen we weer verder.  We komen steeds hoger en het wordt buiten steeds frisser.

Om een uur of vier zijn we bij het toeristen basis kamp. er staan nog tenten waar we in kunnen overnachten, maar het seizoen is hier bijna voorbij.

In de verte zien we al de hoogste berg ter wereld met de besneeuwde top.

 

Maar we gaan meteen een stukje lopen, naar het echte basiskamp. Het is ongeveer 4 km lopen maar het lijkt veel verder. We lopen via een pad met haarspeld bochten waar we veel van kunnen afsnijden. Het waait hier echt heel hard en de wind is snijden koud. Tegelijkertijd schijnt de zon vel en in de zon is het wel warm. Ik heb over mijn fleece nog mijn regenjas gedaan. Het lopen valt wel mee, maar tijdens klimmetjes merk je dat je op een hoogte van meer dan 5000 meter bent.

Het is ruim een uur lopen, en dan kom ik als eerste aan bij het basis kamp. Er staan hier nog een paar tentjes, ar er zijn zo laat in het seizoen geen klimmers meer. Er is nog een klein heuveltje dat ik beklim en dan zie ik de berg liggen , de top is nog wel een tiental km hier vandaan maar het uitzicht is schitterend. Ik blijf daar een tijdje, maar het waait hier echt heel koud.

Na veel foto's ga ik weer naar beneden. Bij de politie post waar ik me eigenlijk eerst had moeten melden moet ik mijn paspoort laten zien en wordt mijn naam in het gastenboek genoteerd.

Ik wandel terug naar ons eigen kamp. Daar zoek ik een tent ( er staan er nog een stuk of 10) waar reisgenoten in zitten.Want ik weet niet welke tenten voor ons zijn. Bij de tweede tent zie ik wat bekenden. Het blijkt een tent te zijn voor 5 gasten en ze zijn met z'n vieren. Daar kan ik nog mooi bij dus.

Af en toe even naar buiten want de berg ziet er steeds weer anders uit met de ondergaande zon.

De tent heeft rondom banken waar we op kunnen slapen. In de hoeken liggen grote stapels dekens, dus koud zullen we het niet krijgen.

Verder staat er een kachel in het midden die wordt gestookt op sprokkel hout en gedroogde koeien/geiten/yakmest.

Daar staat altijd een grote ketel water op voor thee en afwas etc. Als het water warm is wordt een thermos fles gevuld en wordt de volgende ketel verwarmd.

Het gezin dat het "hotel" runt is continu bezig in de tent, of in de kleine ruimte erachter waar ook de keuken is. Ons eten wordt deels bereidt op de kachel en deels in de keuken. De dochter, van een jaar of 10 helpt volop mee. Ze schenkt ons steeds thee in halt water, stokt de kachel op etc. We eten wat rijst met groente of aardappelen en schapenvlees.

Het smaakt best goed.

Om een uur of negen maken we de bedden op, en gaan onder de wol. er is geen badkamer, geen toilet ofzo. Als je iets moet doen zoek je gewoon buiten, achter de parkeerplaats een plekje.

Met een dekbed en twee dekens blijf ik lekker warm! De kachel gaat uit en vroeg in de morgen is de temperatuur in de tent gedaald tot 2,3 graden.