China, Tibet, Nepal

 deel 3                                                                                                                                         sept/okt 2007


Huangzhong (Ta'er Si) en Lhasa;  dag 13 t/m 19                                                        Terug naar de hoofdpagina

Terug naar deel 2: Pingyao, Xi'an en Xiahe

Verder naar deel 4: Gyantse, Shigatse en Mount Everest

Dag 13

Om kwart voor 6 opstaan, spullen inpakken en even een ontbijtje. Om precies 7 uur vertrekt de bus, precies volgens de planning. De reis gaat vandaag naar Huangzhong, een klein plaatsje vlak bij Xining. Het zou volgens de reisleider een tocht van ca 12 uur worden.

We rijden eerst nog even naar een tankstation want de tank is bijna leeg. Maar het station is nog gesloten. Dan rijden we maar even verder en ca 1 km buiten het dorp is nog een tankstation. Maar dat is ook nog gesloten. De chauffeur rammelt aan het hek en claxonneert luid, en houdt dat wel 10 minuten vol.Maar het hek blijft gesloten. Dan maar terug naar Xiahe. Daar is het tankstation inmiddels open, maar ze hebben geen diesel meer. Ze weten wel een ander adresje. De chauffeur rijdt zoekend het dorp rond maar vindt geen tankstation. We stoppen even bij een klein winkeltje om te vragen . Inmiddels belt de reisbegeleider ook maar even met de plaatselijke reisagent want het duurt wel lang zo.

Maar de man van het winkeltje weet wel een adresje. Hij stapt bij ons in de bus en we rijden een paar straten verder. Daar is een pand met een paar grote gesloten roldeuren. De man van de winkel probeert de eigenaar van deze zaak te bereiken, de chauffeur belt met een andere chauffeur die hier de weg beter kent, en de reisleider belt nog met de agent. De drie mannen staan dus lekker mobiel te bellen en wij kijken eens wat in de buurt rond. Wat later komt dan de eigenaar van deze zaak met een taxi aangereden. Hij opent de roldeur, en het hek daarachter, en de deuren daarachter, en daarachter is een werkplaatsje met wat stapels autobanden en vaten brandstof. Met een handpomp wordt uit een van de vaten diesel in de bus gepompt en 10 minuten later is de tank vol. De winkel eigenaar, en de man van de diesel stappen in de bus en worden terug gebracht en we kunnen verder. Het is 8.15 uur en iets later dan gepland rijden we Xiahe uit.

We rijden eerst een stuk over dezelfde weg dan gisteren de weg is slecht, ooit geasfalteerd maar nu ontbreken er stukken variërend van 1 meter tot enkele honderden meters. We rijden dus veel over zand met veel hobbels.

Het regent eerst wat en het is bewolkt. Maar het landschap is mooi bergachtig. Als we tegen de middag wat meer afdalen tot 2000 meter is er meer begroeiing. De bomen hebben herfstkleuren en de berghellingen zijn afwisselend geel, rood en bruin gekleurd.

Om twaalf uur lunchen we in een dorpje. We zijn nu in een streek waar voornamelijk moslims wonen, te herkennen aan de witte randloze hoedjes van de mannen en de haarnetjes/doekjes van de vrouwen. We eten in een restaurant, in een apart kamertje. Er zijn zo'n tiental van deze eetkamertjes rond een binnenplaatsje. De meeste zijn wel bezet. Om wat tijd te sparen eten we eenvoudig, gebakken rijst met groenten (ongeveer nasi) of noodles met wat groente en vlees. Het eten komt snel en smaakt goed. De toiletten worden ook hier gebruikt en daar zijn de meesten niet over te spreken. Het is een gat in de betonvloer en ca 1,5 meter daaronder komt het dan op de grond terecht, er ligt al een flinke hoop en dat ruikt nogal.

 

We rijden verder door een langzaam veranderend landschap. Meer gekleurde berghellingen en meer bomen.

Bij een klein nomaden kamp stoppen we even. de mensen zijn erg aardig en gastvrij, en we mogen best even rondkijken. Ze wonen in tenten, en trekken hier rond met hun vee (het zijn kruisingen tussen koeien en yaks).

 

We passeren ook nog de gele rivier, een van de langste rivieren van China. De weg is nu veel beter en goed geasfalteerd waardoor we goed opschieten. Later komen we zelfs op een snelweg terecht die er blijkbaar de vorige keer nog niet was. Dit alles heeft tot gevolg dat we om ca 4 uur in Huangzhong arriveren, zeker 3 uur eerder dan de planning.

De belangrijkste reden dat we hier zijn is het Labrang klooster, een van de grootste Tibetaans-boeddhisitsche kloosters buiten Tibet. In deze streek wonen ook veel Tibetanen. Voor het klooster is een mooi groot plein en aan de andere kant van dat plein is ons hotel. Een mooi hotel met meubels in Tibetaanse stijl. De bedden, eigenlijk alleen dikke matrassen , liggen op een verhoging in de kamer met zo'n laag tafeltje ertussen. Als we er net zijn wordt meteen een grote thermoskan heet water op iedere kamer gebracht voor een kopje thee. Dat is meestal zo in de hotels.

Ik ga meteen even op het plein kijken en bij de winkeltjes inde buurt. Het zijn allemaal souvenir winkeltjes en ze hebben voor mijn niets interessants. Aan de andere kan van het plein is de weg naar het centrum, die ik neem.Er zijn hier veel winkeltjes, vooral met souvenirs, religieuze artikelen maar ook wat supermarkten en standjes met fruit.

De internet zaak die ik zoek ligt wat verderop, ca 20 minuten lopen vanaf het plein. Ik check hier even mijn mail en schrijf alvast een stuk van deze mail.

Dan terug naar het hotel, inmiddels regent het een beetje dus ik loop wat harder, op een hoogte van 2600 meter waar we nu zijn valt dat toch nog niet mee. 

Bij het hotel eet ik wat met reisgenoten, en dan is de dag alweer voorbij.

 

Dag 14 

We zijn nog in Huangzhong, bij de Ta'er Si (in het chinees) of Kumbum (in het Tibetaanse) klooster.

Ik doe een beetje rustig aan, ontbijt met ongeveer de halve groep in het hotel. Daarna ga ik het klooster in. Voor het klooster maak ik al een paar foto's van de rij stupa's. Daar maakt bijna iedereen foto's een paar Chinese soldaten ook, en ze vragen of ik met hun op de foto wil. Dat doe ik wel. Dat gebeurt trouwens regelmatig! Chinezen nemen heel veel foto's van zichzelf en met een grote buitenlander erbij is het wel erg leuk vinden ze.

Er zijn hier heel veel Chinese toeristen. Het klooster ligt vlak bij de grote stad Xining en is daardoor goed bereikbaar. Ik ben er toch nog redelijk op tijd in de ochtend en er zijn nog veel Tibetaanse pelgrims. Die zijn er 's middags niet meer.

Dat zorgt wel voor extra drukte maar het is ook mooi te zien hoe die mensen met hun religie bezig zijn. Ze offeren yakboter in de yakboter branders en geld bij de beelden of voorwerpen in de tempels, en draaien aan de vel gebedsmolens natuurlijk.

Het is een groot complex, met als hoogtepunt (letterlijk en figuurlijk ) de verblijfplaats van een vorige panchen lama.

Speciaal voor de Chinese toeristen lopen er gidsen rond in Tibetaanse klederdracht, dit zijn echter chinezen en geen Tibetaanse. Maakt het een beetje een poppenkast. En de chinezen leren van die gidsen hoe er voor de beelden gebeden moet worden wat ze dan ook allemaal even proberen. Dit ziet er toch niet respectvol uit tov de Tibetaanse pelgrims die daar echt staan te bidden. Bovendien wordt er op de heilige plaatsen ook volop gebeld met de mobieltjes. Geeft mij allemaal een beetje kriebels.

 

Het complex bestaat uit vele tempels, studie/debat ruimtes voor de monniken en de woningen van de monniken.

Ik loop er een paar uur rond en kom ook veel anderen van de groep tegen.

Later op de dag zijn er veel minder pelgrims. Dat betekend dat je beter de dingen kunt bekijken zonder te dringen, maar ik mis toch wel iets, de gezellige drukte en het zien hoe mensen hun geloof beleven. De meeste Tibetanen zijn erg vriendelijk en ik krijg regelmatig een glimlach en zelfs af en toe een uitgestoken tong.

 

Dan is het al weer een uur of drie in de middag en ik ga naar het centrum, bij een restaurantje eet ik even iets (lunch en diner tegelijkertijd, dat scheelt weer tijd). De menulijst is alleen in het chinees, maar gelukkig heb ik een lijst met vele soorten gerechten in het chinees en in het engels of Nederlands. Daar laat ik de ober maar op aanwijzen wat er allemaal is. En zo komen we bij gebakken rundvlees met uien en gebakken aubergine. Het smaakt weer heel erg goed.

 

En ik loop verder naar het internet café. In die straat is de stroom uitgevallen dus ik kan niet mailen. Een ander internet café heeft hetzelfde probleem.

Ik ga op een groot plein zitten, en maak wat aantekeningen van de reis van de afgelopen dagen, zodat ik het later dan kan typen.

Op het grote plein lopen vooral wat oude mannen rond (ik denk gepensioneerden) en wat moeders met kleine kindjes. Af en toe komt er even iemand bij mij kijken om te zien wat ik aan het doen ben. Ze bekijken aandachtig mijn gekrabbel maar snappen er natuurlijk niets van. Met behulp van mijn vertaal gidsje maak ik een praatje met een aantal mensen. Maar ver kom je daar natuurlijk niet mee. Een paar oude mannetjes komen ook langs en stellen vele vragen maar ik snap er niets van. Een opa en oma met kleinkind komen even naast me zitten. (het zinnetje: "hebt u kleinkinderen?" staat in mijn boekje. De man wijst ook een paar vragen aan, waar ik vandaan kom etc.

Opvallend is dat er alleen mannen langskomen om even te praten. Wat me al eerder opgevallen is, is dat bij de jongere mensen, tieners, en twintigers het juist andersom is. Daarvan komen de meisjes vaker een praatje maken, de jongens blijven vaak lachend op een afstandje.

Dan komt de school uit, eerst komen de kleintjes met hun moeders over het plein. Sommigen roepen Hello, en sommigen kruipen snel achter hun moeder weg. Dan komen de iets oudere kinderen 10-12 jaar. Een paar jongens komen bij me zitten en stellen een paar vragen in het engels die ze op school hebben geleerd: how are you en where do you come from. Verder komen ze niet. De oude mannetjes komen nog even langs om de jongens te vragen te tolken. Maar daarvoor spreken ze te weinig engels. Ik laat de jongens wel hun naam in het chinees opschrijven, en dol nog een beetje met ze.  Dan komt de oudere jeugd. Een paar meisjes van 17 jaar komen bij me om te vragen of ik engels met ze wil praten om te oefenen. Ze zijn erg zenuwachtig. Maar we maken een praatje, ik vertel wat over Nederland en over de reis, zij over hun school en sport. De oude mannetjes komen nog een keer en vragen ook dat soort dingen en ze willen weten wat mijn beroep is. Engineer zeg ik dan altijd maar, en dan kijken ze altijd erg respect vol.

Ik zit daar meer dan 2 uur op het plein en het is erg leuk zo.

 

Dan terug naar het hotel, de zon begint al onder te gaan boven het klooster.

 

 

Om 20.00 uur vertrekken we naar Xining waar we de trein naar Lhasa gaan nemen.

Rose, een van de meisjes die in het hotel werkt rijdt mee, ze moet ook naar Xining.

We rijden via de snelweg. Op een gegeven moment zijn de rijbanen van de tegenliggers afgesloten wegens werkzaamheden en die worden naar onze kant geleid. We hebben dus nog maar 1 rijbaan de andere is voor de tegenliggers, wel keurig afgescheiden door betonblokken. Een paar kilometer verderop is het weer normaal en hebben we weer 2 rijbanen (niet zo bijzonder zou je denken maar wel handig te weten voor de rest van het verhaal)

 

Dan geeft Rose aan dat we te ver zijn gereden, we hebben een afslag gemist, En de volgende afslag is 25 km verder. Als we zover doorrijden missen we misschien de trein.

De chauffeur bedenkt zich geen seconde en stopt, en keert de bus. We zijn nu spookrijders.Er is niet veel verkeer, en met lichtsignalen worden tegenliggers gewaarschuwd. Dan komen we bij het stuk met 1 rijbaan. De chauffeur stopt bij de betonafscheiding, die wil hij verschuiven zodat we op de goede rijbaan kunnen komen. Met een paar man trekken we aan de betonblokken maar daar zit geen beweging in. Dan besluit de chauffeur maar door te rijden op de ene rijbaan in de verkeerde richting. Er is nog wel een smalle vluchtstrook. Dit gebeurd allemaal erg snel en we hebben eigenlijk nog niet in de gaten wat er allemaal gebeurd. Maar dan worden we toch wel wat zenuwachtig. Dit zou best gevaarlijk kunnen worden. er komen een paar personen auto's ons tegemoet en die kunnen over de vluchtstrook passeren. Dan komt er een vrachtwagen die gelukkig nog op tijd kan stoppen. Met wat gemanoeuvreer kunnen de vrachtwagen en onze bus elkaar net passeren. Verderop komen we nog een vrachtwagen tegen door een bocht in de weg ziet die ons later en we moeten flink in de remmen, maar ook dit gaat goed. Dan zijn we voorbij de omleiding en zijn er weer twee rijstroken, maar we rijden nog steeds spook.

Er is nog nauwelijks verkeer en we zien tot onze verbazing dat er een auto met een paar monniken erin achter ons aan rijdt. Bij de juiste afslag gaan we er met een U-bocht af, waardoor een paar tegemoet komende auto's flink moeten remmen. Dit had in Nederland natuurlijk nooit gekund, maar hier kijkt men er niet zo raar van op. Men is veel toleranter in het verkeer.

We komen dus op tijd bij het station, waar we na een tijdje wachten de trein in mogen. We zitten wat verdeeld, steeds vier van ons in een 6 persoons coupe, de twee andere bedden zijn deze keer ook bezet. Wij zitten met een stel chinezen in de coupe en hun vrienden zitten bij onze reisgenoten. ze vragen of we misschien willen ruilen, en dat doen we. Ze zijn daar erg blij mee, en komen ons later nog bier en koekjes brengen om ons te bedanken.

We instaleren ons in de coupe en om 22.15 uur begint de trein te rijden. We beginnen aan een reis van 25 uur met de hoogste spoorweg ter wereld naar Lhasa in Tibet.

We waren dus zaterdag avond in de trein gestapt, nadat onze reisleider zich nogmaals had verontschuldigt over het spookrijden, en een uitgebreide uitleg over hoogteziekte en de voorzorgsmaatregelen daartegen ( m.n. veel drinken)

 

De trein vertrekt op tijd en na nog wat drinken en praten gaan om kwart over 11 de lichten weer uit. Dus naar bedje. ik slaap weer in het bovenste bed. Dan kan ik mijn voeten in de bagage ruimte steken, en kan ik dus languit liggen.

 

Dag 15

Om half acht de volgende morgen gaan de lichten weer aan. ik lig vlak onder de TL balk en ga er maar uit. Het is nog rustig in de trein.

We rijden door een woestijnachtig landschap, zand en stenen vrijwel zonder begroeiing met wat bergtoppen op de achtergrond, de hoogte is 4200 meter.

Binnen een uurtje wordt iedereen wakker en staat op. Sommigen hebben wat te eten meegenomen. Ik vertrouw op de wagentjes in de trein die er normaal gesproken heel vaak langskomen met voedsel en drank. Maar nu komt er pas na 9 uur een karretje langs met alleen yoghurt en ijs. Ik eet wat yohurt als ontbijt.

Er wordt wat gepraat, gelezen en naar muziek geluisterd. Ik loop ook een paar keer door de trein. Vooral de laagste klasse, met alleen zitplaatsen is leuk. Hier zitten veel Tibetanen, die soms groeten of wat verlegen lachen. Een man wil even mijn arm voelen, ze kennen dat niet behaarde armen. En meteen voelen nog een paar mensen. Er wordt gegroet met Tashi delek, en die groet gebruik ik ook vaak. Het is erg gezellig daar.

Het landschap verandert steeds. We passeren besneeuwde bergtoppen en soms wat riviertjes. Er zijn veel bruggen gebouwd om een beetje vlak traject voor de spoorweg te bouwen (iets van in de 700). Buiten lopen op veel plaatsen Yaks en sporadisch passeren we een dorpje. Verder is het vrijwel uitgestorven. we zien nog wel een paar zeldzame Tibetaanse antilopen.

In de middag passeren we dan het hoogste punt, niet zoals in de reisbeschrijving stond bijna op 6000 meter, maar op 5072 meter. Twee van onze groep hebben een hoogte meter die op druk werkt. Die wijzen beide 4950 meter aan. Iemand anders die een systeem heeft met satelliet ontvangst meet wel de juiste hoogte. Dit wijst erop dat de druk in de trein wordt geregeld en minimaal 550 mbar wordt. Sommige mensen tappen wat zuurstof van de tappunten die in iedere coupe zijn. Van onze groep heeft niemand last van hoogte ziekte.

Die avond eten we in de restauratie wagen. Met z'n vieren aan een tafel en we krijgen 7 schotel, ruim voldoende dus, en het smaakt best goed. volgens Chinese gewoonte komt de soep als laatste, om de gaatjes te vullen.

Buiten wordt het dan langzaam donker en ik zie de maan deze zondag avond en moet even aan mijn oudste zus denken.

We kletsen en lezen nog wat en al snel is het dan 11 uur in de avond en komen we aan in Lhasa, Tibet.

 

We krijgen allemaal een wit sjaaltje van de vertegenwoordiger van de reis agent, sjaaltjes die ook geofferd worden aan de heiligen, maar ook veel als souvenir worden verkocht. Met de bus naar het hotel, even snel douchen en dan slapen.

 

Dag 16 

Maandag ochtend word ik pas na 9 uur wakker. Bij het ontbijt zie ik de meeste mensen van de groep alweer. Ons hotel ligt in de buurt van Jokhang, een van de bekendste grote kloosters in Lhasa, en vlakbij de Tibetaanse wijk. Na het ontbijt loop ik de richting van de Jokhang Tempel. Zo op het eerste gezicht valt het mij allemaal wel tegen. Eigenlijk alleen maar souvenir winkeltjes en restaurantjes en outdoor zaakjes. En veel toeristen natuurlijk, vooral Chinese toeristen. Maar verderop zijn de Tibetaanse pelgrims, ze lopen de pelgrimsroute rond de tempel, de Barkhor. Veel met gebedsmolentjes, kralen ketting in de hand lopen ze te prevelen, gebeden of mantra's. Ik loop ook een rondje mee. Na een tijdje daar loop ik richting de Potala, het paleis van de Dalai Lama's. Dit is een groot, 13 etage hoog, paleis dat in de 17e eeuw is voltooid.  De bouw heeft honderden jaren geduurd, er is steeds een stuk bijgebouwd door de opvolgende lama's.

Het gebouw steekt nog steeds boven de stad uit, maar de Chinese kantoorgebouwen en winkels zijn wel dichtbij. Ik loop er naar toe via Beijing street, een straat die net zo goed in Beijing of Xi'an zou kunnen liggen, gewoon een moderne winkelstraat.

Tegenover Potala is een groot plein dat lijkt op Tiananmen in Beijing, door de chinezen aangelegd. Ik maak al wat foto's van het grote paleis en loop door. Het paleis bezoeken gaat niet zo gemakkelijk. Er mogen maar 2300 bezoekers per dag in en je moet een dag van tevoren al een voucher ophalen waarvoor je in de rij moet staan.

 

Ik loop verder naar het zomerpaleis van de Dalai Lama's. Dat is een uurtje lopen. Van de hoogte hier, 3600 meter, heb ik eigenlijk niet zoveel last. Alleen traplopen moet ik wel rustig aan doen.

het zomerpaleis is een omgeven door een groot park waar veel Tibetanen zijn. Ze zitten te eten en te praten in het gras. Het paleis zelf is maar klein, zeker vergeleken met het Potala paleis. Het is m maar 2 verdiepingen. Binnen kun je de troon, de slaapkamer (met Philips radio uit 1950 van ongeveer 1 meter breed), de badkamer en ontvangstzaal zien. De Tibetanen buigen en bidden voor veel voorwerpen en gooien kleine bankbiljetten op de voorwerpen. Zelfs in het bad ligt geld.

Op de muren staat de hele geschiedenis van Tibet getekend en geschreven. Ik weet daar niet genoeg van om dingen te kunnen herkennen.

Buiten staan veel bloemen in potten, vooral afrikaantjes. 

Een groep monniken staat foto's te nemen van het paleis met steeds een of meerdere monniken ervoor. Dan willen ze met de hele groep op de foto, en aan mij de eer om de foto te nemen. Dat wil ik wel even doen. Tegenover het paleis is een vijver met een eilandje in het midden. Veel ganzen en vissen in het water. Daarnaast is een kleine tempel. Terwijl ik daar rond loop kom ik de monniken nog een paar keer tegen en steeds groeten ze vriendelijk.

Een stuk verder kom ik een Tibetaans gezin tegen. De man wijst naar een poort verderop waar ik naar toe moet gaan, daar gaan ze zelf ook naar toe. Daar is een tempel in het gebouwen van een eerdere dalai lama was.  Ik loop met het gezinnetje mee maar ze spreken geen engels. Wel laten ze zien hoe ze bidden en geld en yakboter offeren. Buiten vraag ik of ik een foto van ze mag maken Ik laat de foto zien en dat vinden ze wel leuk. Met een handdruk nemen we afscheid.

In een uithoek van het park is het verblijf van de 13e dalai lama. een beetje vervallen gebouw met ook weer de nodige boeddhistische beelden en maar weinig Tibetanen. In het gebouw is een tentoonstelling van oude voertuigen van de lama's. Er staan wat draagstoelen en koetsen.

 

Ik kom nog veel mensen tegen en ze zijn steeds erg aardig. Tibetaanse mannen steken soms hun tong uit, dat is een groet. van oorsprong is het laten zien dat je geen groene tong hebt, dan zou je namelijk een duivel zijn.

 

Ik eet weer bij een klein restaurantje. 

Het is alweer avond en terug naar het hotel. Het is een mooie eerste dag in Lhasa geweest, en het weer was utstekend: een blauwe lucht en veel zon, een temperatuur van boven de 20 graden.

 

 

 

 

Dag 17 

Op dinsdag moet ik vroeg opstaan en om 6 uur sta ik klaar in de lobby van het hotel. We gaan in de rij staan voor tickets voor Potala. Het ticket bureau gaat waarschijnlijk om ca 10 uur open, en om kaartjes te bemachtigen moet je vroeg in de rij staan. Er willen morgen veertien mensen van onze groep naar het paleis, en iedereen in de rij mag een voucher voor 4 kaartjes halen. daarvoor moet je dan wel 4 (kopieën van) paspoorten laten zien. We gaan met z'n vieren in de rij staan, om half zeven zijn we daar. Er staan ca 20 mensen voor ons in de rij. Een uurtje later, er staan dan ca 50 mensen achter ons, worden we afgelost door vier anderen van de groep die onze plek in de rij overnemen. Zij worden een uur later weer afgelost door 4 anderen, onze reisleider staat er vrijwel de hele ochtend bij. De laatste groep weet de vouchers te bemachtigen warmee we morgen de kaartjes kunnen kopen.

Na ontbijten ga ik weer naar de Jokhang tempel, om deze van binnen te bekijken. Het is er enorm druk met Chinese toeristen groepen en Tibetaanse pelgrims. Deze week zijn heel veel Chinese vrij vanwege een nationale vakantie. Chinezen hebben meestal in mei en in oktober een week vrij, en soms nog een weekje in de zomer.Er zijn nu dus veel op stap.

De tempel is vrijwel niet te beschrijven. Op de begane grond een heel grote hal met veel kappelletjes met veel beelden, eromheen en op de boven verdiepingen is het een doolhof van gangen, binnenplaatsen, kamers waar de monniken wonen etc. ik dwaal er 2 uur rond.

Van het dak heb je uitzicht over de stad en kun je Potala paleis zien, Er staat alleen een hijskraan in de weg.

 

 

Daarna loop ik nog wat rond in buurt van de tempel. de straatjes eromheen zijn nog typisch Tibetaans, al zijn er wel gebouwen vervangen door Chinese gebouwen. Maar nu zijn de straatjes beschermd door Unesco, en zullen ze blijven bestaan. Het is druk in de straatjes, veel kraampjes die van alles verkopen, fruit, voedsel, huishoudelijk spullen, kleding, schoenen etc.In de smalle straatjes liggen op verborgen plaatsjes nog kleine tempeltjes verscholen, waar ik er wel een paar van vindt. Meestal wordt ik hartelijk uitgenodigd om een kijkje binnen te komen nemen.

 

Die middag ga ik naar het Sera klooster, ca 4 km buiten de stad. ik ga er met de bus naar toe. Het is een groot klooster, in de stijl van Potala gebouwd. In 1996 is hier nog een Tibetaanse opstand onderdrukt door het Chinese leger, maar alle sporen daarvan zijn netjes weggewerkt.

In het klooster weer veel Tibetanen die yakboter en geld offeren. Een gezellige boel. Bij een tempel zie ik een merkwaardig schouwspel, en ik weet nog niet precies wat het betekend. Een man, waarschijnlijk een hooggeplaatste religieuze zit op een verhoging, vlak voor hem brand een groot vuur. Hij is gekleed in het geel, en in een kring eromheen zitten mannen die hetzelfde gekleed zijn, ze prevelen mantra's of maken muziek. De man op[ de verhoging krijgt van monniken van alles aangerereikt dat hij in het vuur gooit, veel papier met teksten erop, graan, yakboter thee, takken, en pauwenveren? Hert vuur laait soms hoog op en soms klinkt er muziek.

Het zal wel een soort offeren zijn. Het gaat zeker een half uur door.

Op een binnenplaats even verderop begint dan het debatteren van de monniken. Een soort oefening in het debat. 1 monnik staat te praten tegen twee zittende monniken en moet hun proberen te overtuigen met argumenten. Die worden kracht bijgezet door een harde klap in de handen. Soms gaat het er heftig aan toe, en even later lachten ze weer met elkaar. Het is wel leuk om naar te kijken.

Ik wandel daarna terug naar het hotel, een wandeling van ca 90 minuten. Langs veel kleine werkplaatsjes en winkeltjes. Hier zijn vrijwel al dat soort zaakjes ongeveer zo groot als een auto box, met een groet roldeur om de zaak af te sluiten. Er zijn fiets reparatie zaakjes, veel loodgieters, lasbedrijfjes en winkeltjes.

Terug in Lhasa eet ik bij een klein chinees restaurantje, en dan naar bed. Het is een lange dag geweest.

 

Dag 18

Donderdag ochtend, dus naar Potala palace.  Om 10 uur mogen we naar binnen. Om 9 uur wandelen we er naar toe, ca 20 minuten lopen vanaf het hotel. Daar krijgen we eerst nog wat uitleg van onze reisbegeleider. Hij weet veel van het boeddhisme en legt regelmatig wat uit. Vaak in de bus geeft hij les, van een half uurtje of zo.

Wel leerzaam, maar het boeddhisme is wel erg ingewikkeld, met de verschillende ordes, verschillende lama's en leiders, levende en dode boeddha's en bijna boeddha's enzovoort.

 

Maar we gingen dus naar Potala, eerst een paspoort controle, kijken of de namen en nummers kloppen met het voucher, dan een scan van de tassen, messen etc mogen niet mee naar binnen. Dan nog eens een voucher controle en dan mogen we beginnen met het beklimmen van de trappen. Eerst flink omhoog en dat is op deze hoogte flink hijgen en puffen. Dan komen we pas bij het ticket office waar we de kaartjes kunnen kopen en naar binnen kunnen gaan. Vanaf dat punt mogen geen foto's meer worden gemaakt.

Eerst binnen nog een paar trappen omhoog en dan krijgen we wat te zien. Er is een route waar je niet van mag afwijken, en niet alle kamers mogen worden bezocht, gelukkig maar want dat zijn er meer dan 1000. We beginnen in het witte paleis waar een beperkt aantal ruimtes zijn te bezichtigen: de ontvangst ruimte voor belangrijke gasten, en studie ruimtes en bijeenkomst hal.

 

Dan het rode paleis ( witten en rode paleis zijn aan elkaar gebouwd)  waar we verschillende ruimtes zien  veel gebeds- en meditatie ruimtes, met natuurlijk veel beelden, yakboter branders en muur schilderingen. Later zien we nog de graftombes van de dalai lama's 6 Dalai lama's de oudste is van dalai lama nr 5. nr 6 heeft hier geen tombe, want die is verdwenen. Hij was al een buitenbeentje die liever het paleis uitsloop en wijn dronk en achter de vrouwen aan ging, en gedichten schreef. Hij had ook kinderen. Op een gegeven moment is hij verdwenen, waarschijnlijk uit de weg geruimd door hoge leiders die vonden dat hij te ver ging.

 

De tombes zijn grote stupa's waarin duizenden kilo's goud en vele edelstenen zijn verwerkt. De hoogste is 9 meter hoog! En er is nog veel meer te zien, maar de beelden lijken toch veel op wat we al hebben gezien, alleen meer en mooier.

 

Het is druk in het paleis, veel toeristen. We worden steeds ingehaald door grote groepen Chinese toeristen die, zo lijkt het, in een record tempo door het paleis willen.

En tussendoor lopen nog Tibetaanse pelgrims met hun gebedsmolentjes en yakboter. De boter nemen ze soms vloeibaar mee, in thermosflessen, of hard, in een zakje of pot.

Overal ruikt het ook naar yakboter. Monniken halen vaak het overschot uit de lampen.

 

En dan opeens sta ik weer buiten, en na 2  uur is de tocht door Potala afgelopen.  Het is een mooi en indrukwekkend gebouw.

 

Het is inmiddels al na 12 uur.

Daarna loop ik nog de Kora, de omloop, om de Potala, een pelgrimstocht die je in ca een kwartiertje kunt lopen. Onderweg weer veel gebedsmolens en nog een klein tempeltjes. Er is achter de Potala een park waar ik ook nog een tijdje blijf hangen. Ik doe er daarom meer dan 2 uur over.

Ik loop wat door de stad, langs de Jokhang tempel, langs de moskee, en wat bij een iets verwesterd restaurantje, ik eet daar momo's, een soort Tibetaanse variant op de wrap. Zo'n dun pannenkoekje die zelf mag besmeren met huisgemaakte kaas en vullen met groeten en kip. Wel lekker. Ik ben, net als zo ongeveer de helft van de groep, verkouden en heb een beetje keelpijn. Daarom bestel ik er ook een lekker soepje bij.

 

Later, bezoek ik nog een klein kloostertje, tegenover de Potala, waar je een paar trappen omhoog kan en zo een m oii uitzicht hebt op het grote paleis. Er is hier een grot-tempel. Het klooster is tegen een bergje gebouwd. Er zitten daar twee monniken de een, een grote forse man, komt naast mij staan om te vergelijken. Ik ben toch nog een stuk groter. Dat vindt hij wel leuk en hij bekijkt me eens goed. Dan vraagt hij waar ik vandaan kom. Hij bekijkt mijn fotocamera en vraagt: Holland? Nee , zeg ik, Japan. Hij lacht ha ha Japan.

Maar als ik dan vraag of ik wat foto's mag maken in de tempel, is dat geen probleem, en meestal mag dat niet.

 

Dan is het alweer avond en ga ik maar eens weer slapen.

 

Dag 19 

De volgende dag (donderdag) weer ontbijt bij restaurant Dunya's, daar zit vrijwel de hele groep. Na het ontbijt gaan we met de bus naar het Ganden klooster, ca 35 km buiten de stad, en toch 1,5 uur rijden. Want we moeten ook flink klimmen. Het klooster ligt op 4200 meter hoogte.

We zijn er dus om een uur of 10 in de ochtend, en er zijn al veel meer toeristen bussen.

Weer een mooi klooster hoor, maar wel veel het zelfde als de anderen die we hebben gezien. In de grote bijeenkomst hal zijn veel monniken bij elkaar en ze zingen/zeggen teksten het ritme en de tonen maken het wel een beetje mystiek.

Ik dwaal een paar uur rond door de gebouwen waarvan sommige heel oud en vervallen zijn. Wat hier vooral mooi is zijn de uitzichten over de vallei.

Ik beklim nog de top van de berg waar het klooster opstaat, dat is niet zo ver meer, een kwartiertje lopen en klimmen ongeveer. Maar toch merk je dan wel weer goed dat je hier ruim op 4 km hoogte zit. Doet me denken aan de incatrail.

 

Om 15.30 uur zijn we dan weer terug in het hotel. Na even een kopje thee, ga ik de stad weer in, een stukje lopen van de Lhasa Kora, een rondje om Lhasa dus. De hele tocht is een paar uur lopen en niet meer erg interessant omdat de meeste straten zijn volgebouwd met Chinese gebouwen. Het stuk dat vanuit het zuiden naar de Potala gaat loop ik. Hier loop je eerst een stukje parallel aan een riviertje . Er staan wat kleine stupa's langs de weg. Maar meteen daarachter zijn nu de Chinese karaoke bars en bordelen. Een eilandje in de rivier dat vroeger door de pelgrims werd gebruikt om in het gras en tussen de bomen te picknicken is nu helemaal volgebouwd met Chinese bars en gokpaleizen.

 

Maar een stukje verder gaat het pad langs een bergwand voorzien van vele boeddhistische tekeningen, waarvan de grootste de blauwe boeddha. En er zijn vele plaatsen waar langs het pad offer plaatsen zijn en yakboter branders branden.

Ik loop een stukje samen met 2 mannen die wel echte pelgrims zijn. Ze vinden het leuk dat ik meeloop, en ik mag ook een foto van ze maken.

We komen langs veel rotsschilderingen vaak versierd met gebedsvlaggen. Er is een soort pyramide met vele afbeeldingen van boeddha's. En dan nog een grote rotstekening, in relief, van een boeddha.

 

Vlak bij de Potala bezoek ik nog een klein tempeltje waar geen andere toeristen zijn. Ook hier zijn de jonge monniken teksten aan het opdreunen in een bijeenkomst hal, zittend op kussens.

En ik mag weer foto's maken. Bij de ingang staat wel een bordje dat je 10 yuan entree moet betalen maar er is geen kassa, of iemand die het geld in ontvangst kan nemen. Ik vraag nog een monnik maar die weet ook van niets. Ik steek dan maar een biljet van 10 yuan onder het bordje, dat vinden ze vast wel.

 

Ik ontmoet onderweg een Amerikaan die met een tibetaanse gids op stap is. Hij denkt dat Nederland snel zal worden overspoeld door de klimaat veranderingen.

Hij komt uit Texas, maar verzekerd mij dat hij nooit op Bush heeft gestemd. Toch nog een klein pluspuntje dus.

  

Vanavond ben ik nog gemasseerd bij de blinde massage kliniek. Een Duitse blinde vrouw heeft dat hier jaren geleden opgericht. Ze heeft veel voor de Tibetaanse blinden gedaan en een aantal opgeleid tot masseur, wat ze erg goed kunnen. Ik ben een uurtje gemasseerd, een Tibetaanse olie massage. Het voelde erg goed, en ik ben weer helemaal soepel.

 

Morgen vertrekken we naar Smaye met landcruisers (4WD) waar we in het klooster zullen overnachten. Daar is het wel wat primitiever dan hier , en er is geen internet. We zullen tot de grens van Nepal (over 8 dagen) blijven reizen met de landcruisers.