Kano-vraagbaak

mogelijke antwoorden op allerlei vragen over kanovaren

  1. Waar kan ik het beste proberen of kanovaren wat voor mij is?
  2. Hoe lang moet mijn peddel zijn?
  3. Wat voor kano is het meest geschikt voor het maken van tochten?
  4. Hoe lang moet mijn toerkano zijn?
  5. Is een langere kano koersvaster?
  6. Hoe stabiel moet mijn kano zijn?
  7. Hoe belangrijk is het gewicht van een kano?
  8. Is een spatzeil noodzakelijk bij een open kano?
  9. Moet je bagage vastbinden in een kano?
  10. Moet je voor en achter een lijn aan je kano bevestigen?
  11. Zijn er nog speciale suggesties voor uitrusting bij kanotochten?
  12. Is geknield varen beter dan zittend varen?
  13. Wat is sneller, een kano of een kajak?
  14. Is kanovaren gemakkelijker dan kajakvaren?
  15. Welke voordelen heeft de toerkano ten opzichte van de toerkajak?
  16. Waarom heeft een kano geen roer of scheg?
  17. Moet je bij grote achteropkomende golven vaart houden?
  18. Wat is de beste stuurslag om rechtuit te varen?
  19. Hoe kun je het wisselen van peddelzijde gebruiken?
  20. Wat is beter, een lange of een korte voorwaartse slag?
  21. Is een knikpeddel beter dan een rechte peddel?
  22. Wat is het probleem met de Duffek bij kanovaren?
  23. Wat is het verschil tussen 'hellen' en 'opkanten'?
  24. Wie stuurt er in een tandemkano, de boeg- of de hekvaarder?
  25. Is een houten peddel beter dan een kunststof peddel?
  26. Is een kano met een asymmetrische rompvorm beter?
  27. Is een moderne kano beter?
  28. Is een kano gemaakt van Kevlar beter?
  29. Wat is Royalex?
  30. Wat is het beste materiaal voor kano's?
  31. Presteren vouwkano's net zo goed als 'vaste' boten?
  32. Is een houten rand het beste voor een kano?
  33. Is een V-bodem beter?
  34. Wat is het nadeel van een teruggebogen steven?
  35. Kun je een tandemkano ook in je eentje varen?
  36. Hoe groot is de afstand die je per dag met een kano kan afleggen?
  37. Hoe kom je weer bij je auto terug na een kanotrektocht?
  38. Hoe kan ik gelcoat-beschadigingen repareren?
  39. Waar kan ik informatie vinden over het zelf bouwen van houten kano's?
  40. Wat is het verschil tussen een kano en een kajak?

1. Waar kan ik het beste proberen of kanovaren wat voor mij is?

Een natuurgebied zoals de Weerribben in Overijssel is ideaal om het toerkanovaren eens rustig uit te proberen. Je kunt daar veel beschutting tegen de wind vinden en de afstanden kunnen naar vermogen worden gepland.
Elk jaar wordt daar ook het Open Kano Treffen gehouden, wat een bijzonder goede gelegenheid is om je in het kanovaren te verdiepen.

Hou er wel rekening mee dat goed kanovaren niet vanzelfsprekend is en met goede instructie veel gemakkelijker te leren is -- zie ook het antwoord op vraag 18. De juiste peddellengte scheelt natuurlijk ook: zie het antwoord op de volgende vraag.


2. Hoe lang moet mijn peddel zijn?

Uitgangspunt is dat wanneer je in je eigen kano zit met het peddelblad onder water en de peddelsteel verticaal, de peddelgreep ter hoogte van de schouder van je duwarm uitkomt (figuur 1a), dus net onder je kin.

Peddelgreep op schouderhoogte van je duwarm, dus in de praktijk net onder je kin.

figuur 1a. Peddelgreep op schouderhoogte

Van daaruit kun je het beste zelf uitvinden welke lengte bij jouw manier van peddelen het beste compromis vormt tussen voldoende effectiviteit en efficientie -- langer wordt minder efficient, korter is minder effectief.

Maar hoe kun je dan op het droge de juiste peddellengte bepalen?

Dat kan dus eigenlijk niet. Er zijn wel vuistregels waarmee je een voorselectie kunt maken van geschikte peddels om zelf te proberen. Sommige van die vuistregels zijn echter bedoeld voor langbladige steekpeddels. Als je zo'n vuistregel gebruikt bij kortbladige peddels, krijg je langere steellengtes en dus veel te lange peddels. Het is de steellengte van een peddel die bepaalt hoe hoog je duwarm uitkomt tijdens de voorwaartse slag, niet de totale peddellengte, zoals figuur 1b laat zien.

Peddelknop op schouderhoogte met kort- en langbladig peddel

figuur 1b. Peddelgreep op schouderhoogte met kort- en langbladig peddel

Als je dus een vuistregel op het droge gebruikt om de peddellengte te bepalen, hanteer dan in ieder geval een vuistregel waar de lengte van het peddelblad niet bij betrokken is!

'Basis-steellengte' bepalen zittend op een stoel

figuur 1c. 'Basis-steellengte' bepalen zittend op een stoel


3. Wat voor kano is het meest geschikt voor het maken van tochten?

Een toerkano...

Wat voor toerkano het meest geschikt is, hangt af van de tochten die je maakt, zoals bijvoorbeeld:

  • ga je alleen maar dagtochten maken met weinig bagage aan boord
    of (ook) trektochten met volledige kampeeruitrusting en proviand?
  • Ga je solo of tandem varen, of allebei?
  • Ga je passagiers meenemen?
  • Ga je alleen op vlakwater varen of ook in golven en stroomversnellingen?
  • Ga je overdragingen doen met de kano op je nek
    of kun je altijd een kanokarretje gebruiken om je kano te verplaatsen?

Bedenk wel dat je bij uiteenlopende gebruiksdoelen aanzienlijke compromissen moet sluiten, aangezien je met één kano niet alles goed kunt doen! De beste keuze is uiteindelijk het compromis dat jou het meest bevalt.

Als eerste is daarbij van belang te bepalen met hoeveel gewicht je in totaal (bagage plus bemanning) gaat varen, zodat je weet hoe groot je kano moet zijn. Een kano moet natuurlijk niet te klein zijn, maar ook niet veel te groot aangezien dat minder gemakkelijk peddelt -- vooral met wind! Hou er daarbij rekening mee dat de volume-capaciteit die veel kanobouwers bij hun kano's opgeven, wel twee keer zo veel kan zijn als het gewicht waarmee een kano optimaal vaart.

Vervolgens moet je de materiaal- en vaareigenschappen bepalen die voor jou van belang zijn. Zo moet bijvoorbeeld de 'ideale' all-round toerkano:

  • zo licht mogelijk varen op kruissnelheid;
  • zo min mogelijk snelheid verliezen door tegenwind en golven;
  • voldoende stabiliteit hebben waardoor je je in alle voorkomende omstandigheden zeker genoeg kunt voelen;
  • voldoende droog varen zonder te groot te zijn;
  • voldoende capaciteit hebben voor trektochten, maar ook licht beladen nog redelijk varen;
  • makkelijk op koers te houden zijn bij alle wind- en golfrichtingen en
  • voldoende manoeuvreerbaar in golven en lichte stroomversnellingen;
  • een dusdanig peddelcomfort hebben dat langdurig peddelen zo aangenaam mogelijk is, onder andere doordat de kano niet te breed is op de plek waar je peddelt;
  • zo licht en sterk zijn als mogelijk en nodig.

Kun je met een toerkano ook wildwatervaren?

Als die toerkano daar wendbaar, droog en stabiel genoeg voor is en je zelf voldoende 'vaarkwaliteiten' bezit, is dat tot op zekere hoogte mogelijk. Toerkano's die daar nadrukkelijk voor bedoeld zijn, worden wel rivier- of wildwater-toerkano's genoemd.

Kun je met een toerkano ook op groot water varen zoals de zee?

Vlak langs de kust van groot water varen is met een daarvoor geschikte open toerkano en bemanning nog wel te doen -- onder de juiste omstandigheden!

Maar als je vooral lange tochten over groot water wilt maken zonder te veel beperkingen, dan is een zeewaardige toerkajak of eventueel een gesloten toerkano zoals de Clipper Sea-1, of een uitlegger-kano een betere keuze dan een open toerkano.

Wat voor soorten toerkano's zijn er dan wel niet allemaal?

Zo veel als je maar kunt bedenken ;-) bijvoorbeeld:

Recreatie toerkano's:
voor gemakkelijke tochtjes op vlakwater voor bijvoorbeeld vissen, jagen, fotograferen, vogels kijken of zomaar op het water te zijn. In de regel hebben deze kano's een grote aanvangsstabiliteit en wendbaarheid, waardoor dit type (ook) goed te gebruiken is op klein en bochtig stromend water. Voor het afleggen van lange afstanden en het varen met harde wind en (hoge) golven zijn ze minder geschikt.
Capaciteit: ± 190 kg tandem / 100 kg solo.
Lichte-toerkano's:
voor tochten met lichte belading over allerlei soorten water in gematigde omstandigheden. De tandem versies zijn vaak goed bruikbaar voor solovaren -- zie ook het antwoord op vraag 35.
Capaciteit: ± 190 kg tandem / 110 kg solo.
Snelle-toerkano's:
voor tochten met hoge snelheden op vlakwater. Stabiliteit, capaciteit, comfort en handelbaarheid van dit soort toerkano's zijn ondergeschikt aan snelheid. Wendbaarheid en droog varen zijn in principe voldoende om deze als lichte-toerkano op vlakwater te gebruiken door vaarders die met de beperkingen van dit soort boten om kunnen (en willen ;-) gaan.
Capaciteit: ± 180 kg tandem / 100 kg solo.
All-round toerkano's:
voor trektochten over allerlei soorten water mits niet extreem. Ruim, droogvarend en wendbaar genoeg om met zware belading in veel omstandigheden goed bruikbaar te zijn, maar ook met lichte belading nog redelijk varen. De grootste toerkano's in deze categorie kunnen naast hun geschiktheid voor expeditie-achtige tochten, uitstekende gezinskano's zijn.
Capaciteit: ± 200–300 kg tandem / 120–140 kg solo.
Rivier- of Wildwater-toerkano's:
voor tochten op stromend water met stroomversnellingen. Droog en wendbaar genoeg om zonder bagage aan boord in beperkte mate als wildwaterkano gebruikt te worden. Daardoor zijn ze echter minder gemakkelijk om lange afstanden mee af te leggen, zeker met harde wind en golven.
Capaciteit: ± 200 kg tandem / 120 kg solo.
Grootwater-toerkano's of zeekano's:
voor tochten over groot water. Wat betekent dat je goed vooruit moet kunnen komen bij harde wind en golven zonder te veel buiswater aan boord te krijgen, en geen onoverkomelijke problemen met de stabiliteit moet ondervinden.

Is een Prospector de ideale all-round toerkano?

Prospector is de benaming voor een populair type toerkano waarvan er nogal wat verschillende maten en versies zijn, zoals die van Swift en We-no-nah. Onderling kunnen de vaareigenschappen van de diverse 'Prospectors' nogal verschillen. Of een Prospector ideaal is, hangt er dus vanaf of de vaareigenschappen van het betreffende model voor jouw gebruik inderdaad de beste zijn.


All-round toerkano's Swift Kipawa en Prospector 16


4. Hoe lang moet mijn toerkano zijn?

Toerkano's komen voor in lengtes van zo'n 3.5 tot ruim 6 meter. Welke lengte het beste is, hangt af van de hoeveelheid gewicht aan boord en hoe hard je peddelt. Met zwaardere belading en hogere snelheden gaat een langere boot beter vooruit dan een kortere boot. Maar ook in een lange boot kost het veel inspanning om met hoge snelheden te varen -- zeker wanneer je niet over de peddeltechniek beschikt om daarbij zo min mogelijk energie te verspillen! Wil je met normale krachtsinspanningen efficient vooruitkomen, dan is het zaak een lichtlopend en gemakkelijk op koers te houden model te nemen. Dat heeft veel meer met een goede stroomlijn te maken dan met lengte, aangezien langere boten alleen maar sneller gaan als je hard genoeg peddelt -- anders kun je zelfs langzamer gaan in een langere boot!

Te simpel* gezegd, komt het er voor tandem toerkanovaarders op neer dat wanneer je steevast hard en met een hoog slagtempo peddelt of meestal meer dan zo'n 230 kg belading aan boord hebt, je een kano met een lengte vanaf 5.2 meter kunt gebruiken. Peddel je echter wat rustiger aan dan wel met een belading varierend van 180 tot 250 kg, dan zal respectievelijk een lengte van 4.8 tot 5.2 meter het beste zijn -- en zo verder naar beneden gerekend.
Als tandem toerkanovaarder met in totaal zo'n 200 kg gewicht aan boord ben je dus in het algemeen goed af met een toerkano van circa 4.9 meter lang. Als solo toerkanovaarder met in totaal zo'n 100 kg aan boord zul je in het algemeen goed af zijn met een toerkano van circa 4.4 meter lang.

Geldt dit ook voor toerkajaks?

Toerkajaks kunnen relatief iets langer zijn dan toerkano's, omdat het rendement van het peddelen bij kajaks wat groter is, onder andere door het relatief wat hogere slagtempo van de dubbelbladige peddel -- zie ook het antwoord op vraag 13.

Let wel dat bij kajaks met veel 'overhang' de totale lengte heel wat meer is dan de waterlijnlengte, zoals in figuur 2 te zien is. Het is de effectieve lengte van de boot in het water waar het hier om gaat!

figuur 2. Dezelfde waterlijnlengte bij verschillende bootslengtes

________________________________________
* Voor een uitgebreide uitleg over bovenstaande, kun je terecht bij de artikelen van John Winters:
Choosing your Canoe [PDF]
The Shape of the Canoe

5. Is een langere kano koersvaster?

De koersvastheid van een kano wordt voor een groot deel bepaald door de vorm en dus niet alleen door de lengte. De juiste hoeveelheid gewicht aan boord maakt daarbij ook veel uit -- met te weinig belading is een kano minder koersvast. Ook daarom is het van belang een kano niet groter dan nodig te kiezen!

Langere boten hebben wel meer ruimte nodig bij het manoeuvreren en sommige boten zijn moeilijk wendbaar maar ook niet gemakkelijk op koers te houden: hoe langer een kano is, hoe meer last je daar van kunt hebben, met name bij harde wind. Ook daarom is het van belang een kano niet langer dan nodig te kiezen!


6. Hoe stabiel moet mijn kano zijn?

Niet meer dan nodig, aangezien (te) veel stabiliteit in principe ten koste gaat van een goede stroomlijn van de romp en juist stabiliteitsproblemen in steile golven kan veroorzaken! Tenzij je een beginner bent, zal te weinig stabiliteit echter niet vaak voorkomen bij toerkano's, aangezien die meestal stabieler zijn dan strikt genomen nodig voor het varen op zich. Maar aangezien je op een tocht nog wel eens wat anders doet dan peddelen -- zoals kaartlezen, fotograferen, eten, drinken, (regen)kleding aan- en uittrekken, (moeilijk) in- en uitstappen, et cetera -- kan die stabiliteit wel van pas komen. Wanneer overeind blijven van (levens)belang is, is het zeker een voordeel om in een kano te zitten met een stabiliteit die je helpt in moeilijke omstandigheden overeind te blijven. Dat is een kwestie van niet teveel maar zeker ook niet te weinig stabiliteit, en een gelijkmatig en voorspelbaar bewegen van de kano in golven! Het gaat dus meer om kwaliteit dan kwantiteit.

Hoe weet ik of een kano stabiel genoeg is?

Dat kun je uiteindelijk alleen maar zelf bepalen door met de desbetreffende kano te varen. In de regel kun je als echte beginner wel iets kiezen waarvan je denkt het gaat, er vanuitgaande dat naarmate je bedrevener wordt in het peddelen, je minder stabiliteit nodig zult hebben? Ben je een ervaren peddelaar, dan moet je juist voorzichtig zijn met kano's waarvan je denkt het gaat -- want gaat het dan ook nog als het er op aankomt?

Zijn kano's stabieler dan kajaks?

Nee, de stabiliteit van een vaartuig wordt bepaald door de rompvorm en belading.


7. Hoe belangrijk is het gewicht van een kano?

Vervoerbaarheid over land is een essentiele eigenschap van de kano als buitensportvaartuig. Dus hoe lichter hoe beter, wat dat betreft.
Minder gewicht komt ook de snelheid en wendbaarheid ten goede, hoewel een paar kilo lichtere kano natuurlijk marginaal is als je kano heel erg zwaar beladen is.

Licht of zwaar is natuurlijk relatief en ook subjectief: als je een kano niet kunt tillen, is die voor jou te zwaar, wat het gewicht van de kano ook is. Als uitgangspunt kun je echter stellen dat bijvoorbeeld een kano met een volumecapaciteit van circa 400 kg zwaar te noemen is als die meer weegt dan zo'n 30 kg.

Is een lichte(re) kano minder stabiel en windgevoeliger?

Stabiliteit en windgevoeligheid zijn zaken die vooral worden bepaald door de vorm van de kano en de hoeveelheid gewicht aan boord -- als je minder gewicht aan boord hebt dan waar een kano voor ontworpen is, is een kano windgevoeliger en minder stabiel. Ook daarom is het dus van belang een kano niet groter (en langer) dan nodig te kiezen.

Is een lichte(re) kano minder sterk?

Dat hangt af van de bouwwijze -- zie het antwoord op vraag 30.


8. Is een spatzeil noodzakelijk bij een open kano?

Nee, want dan zou er meteen wel een vast dek op gebouwd worden, zoals dat bij gesloten toerkano's als de Northstar Rob Roy, de Clipper Sea-1 en de We-no-nah Canak het geval is. Zelfs echte zeekano's doen het zonder spatzeil.
Het is natuurlijk wel zaak dat je kano niet te zwaar beladen is en droog genoeg vaart in de omstandigheden waar jij gaat varen -- het ene kano-ontwerp vaart droger dan het andere! (Zie ook het antwoord op vraag 34.) Een gelijklastige trim is daarbij van belang, waarbij het gewicht van zowel belading als bemanning zich zo veel mogelijk in het midden van de kano moet concentreren. Verder moet je vaartechnieken zoals 'kruisen' in golven en achteruitvaren op stromend water gebruiken, indien nodig. Is je kano dan toch niet droog genoeg te houden om het met een simpel hoosvaatje af te kunnen, dan kan een spatzeil van pas komen. Maar een spatzeil kan het laten afweten bij zwaar overkomende golven en het afvaren van steile stuwen en dergelijke. Dus ook al gebruik je een spatzeil, in zware omstandigheden is het beter luchtzakken in je kano te hebben. Dan blijft je kano ook als je volgeslagen bent goed drijven. Zelfs in gesloten wildwaterkano's worden daarom luchtzakken gebruikt!

Maar scheelt een spatzeil niet bij regen?

Zolang je in je kano blijft, alles goed afgesloten houdt en je spatzeil echt waterdicht is, blijft je kano inderdaad droog van binnen en heb je niet eens een regenbroek nodig. Zodra je er echter uit moet, bijvoorbeeld bij overdragingen of zo, hou je zelfs met het beste werkende spatzeil je kano niet droog als het regent en moet je toch een regenbroek aantrekken. Zaken die niet nat mogen worden, moet je dus evengoed waterdicht verpakken. Ook ontkom je er niet aan toch een hoosvaatje, dweil/spons en een regenbroek mee te nemen!

Maar scheelt een spatzeil niet bij (zij)wind?

Zeker, net zoals:

  1. een kano die niet te groot is;
  2. een kano die niet te lang is;
  3. zitjes zo laag mogelijk als nog praktisch en comfortabel is;
  4. een kano die goed op koers te houden is;
  5. de juiste trim;
  6. aan die kant van de kano peddelen waar je vanwege het oploeven of afvallen amper of geen stuurslagen nodig hebt om rechtuit te gaan;
  7. zijwind-traverseren bij zijwind;
  8. peddel niet te lang en peddelblad niet te groot om met een vlot slagtempo te (kunnen) peddelen;
  9. goede zeeglijn van je kano, dat wil zeggen geen onnodig hoge stevenvormen;
  10. strakke kleding aan;
  11. geen grote hoed op ;-)

Of een spatzeil handig is, zijn de meningen over verdeeld omdat het heel persoonlijk is te bepalen of de voordelen wel opwegen tegen alle nadelen ervan:

  • Voor de meeste open kano's is standaard geen spatzeil te koop.
  • Een goed werkend spatzeil kan je veel geld kosten; zeker als je bedenkt dat je op de levensduur van een kano meerdere spatzeilen kunt verslijten...
  • Aan de bevestingsrand van bepaalde spatzeilsystemen kun je je handen lelijk bezeren of je peddelblad ernstig beschadigen tijdens het peddelen!
  • Een spatzeil maakt het in- en uitladen van bagage, in en uit het water halen en overdragen van je kano lastiger.
  • Alles bij elkaar genomen, voegt een spatzeil behoorlijk wat gewicht aan je kano toe, soms wel meer dan 3 kilo...
  • Op- en afmonteren van een spatzeil kan veel tijd en moeite kosten.
  • Kampeerbagage past vaak niet goed onder een spatzeil.
  • Bagage is lastiger bereikbaar met een spatzeil.
  • Met sommige spatzeilen kun je amper of niet zittend varen.
  • Je kunt je vaarpositie ten behoeve van de trim niet meer veranderen door het spatzeil/schort, wat het varen in golven en met name het manoeuvreren op stromend water met toerkano's bijzonder moeilijk kan maken.
  • Met een spatzeil kun je overmoedig worden: als het water van golven je kano binnenkomt, is dat juist een goede waarschuwing dat de omstandigheden niet zo gunstig (meer) voor je zijn om verantwoord door te varen?
  • Als je omslaat met een spatzeil kan je kano evengoed vollopen met water. Bij wildwatervaren en dergelijke zul je dus evengoed grote luchtzakken in je kano moeten gebruiken.
  • Ben je omgeslagen, dan kan een spatzeil problemen opleveren, bijvoorbeeld bij het uitvoeren van een boot-over-boot berging, maar ook als het spatzeil loskomt terwijl jij er nog in (vast)zit...

9. Moet je bagage vastbinden in een kano?

Wanneer er beduidend risico van en bij omslaan is, kan het verstandig zijn alle bagage aan elkaar te verbinden door middel van een lijn van drijvend materiaal die wat langer is dan de lengte van de kano en minimaal 6 mm dik (dat hanteert gemakkelijker). Laat die lijn geheel en al over de dwarsstangen lopen, en maak hem vast aan een dwarsstang van de kano met een slipsteek (geen carabiner of musketon, want dan kun je problemen krijgen met losmaken als er veel spanning op je lijn staat). Op die manier blijft de bagage in ieder geval bij elkaar en in de buurt van de kano, mocht je onverhoopt omslaan.
Belangrijk hierbij is wel dat al je bagage drijft. Dingen die zinken, moet je bij bagage stoppen die wel drijft. Of, zoals bijvoorbeeld in het geval van een kanokar, moet je deze zelf drijvend maken door er bijvoorbeeld een schuimblok in te bevestigen!
Ook vanwege dat vastbinden, is het handig bagage in de kano zo compact mogelijk opgeborgen mee te nemen, bijvoorbeeld in grote waterdichte tonnen of in zgn. overdraag-rugzakken. Hoe minder losse spullen in de kano, hoe beter.

Op stromend water kan bovenstaande methode echter problemen veroorzaken wanneer je bent omgeslagen. Ook daarom wordt wel aangeraden je bagage dan volledig in en aan de kano vast te binden. Het voordeel daarvan is dat die bagage dan als extra drijfvermogen kan functioneren -- tenzij je zoiets als bakstenen meeneemt natuurlijk... Daardoor blijft je kano nog enigszins bevaarbaar wanneer er water in komt. Punt is alleen dat deze methode nogal wat haken en ogen (nodig) heeft:

  • Volledig vastbinden van bagage vraagt de nodige technische aanpassingen en voorzieningen aan je kano, met een dusdanige flexibiliteit zodat het ook bij verschillende soorten en hoeveelheden belading (veel/weinig proviand mee, et cetera) echt goed werkt.
  • Je bagage moet van een behoorlijk compacte omvang zijn in de vorm van overdraag-rugzakken of tonnen bijvoorbeeld, wil een dergelijk bevestigingsysteem goed werken en redelijk vlot te doen zijn:
    • Volledig vastbinden van bagage in je kano is tijdrovend. In de praktijk van alledag kan dat er toe leiden dat je het daarom af en toe achterwege laat of halfslachtig toepast: je zult altijd zien dat er dan net iets gebeurt!
  • Wanneer je bent omgeslagen, kan volledig vastgebonden bagage belemmerend werken bij een 'boot over boot' berging.
  • Wanneer je in een stroomversnelling of wals omslaat en je helemaal niet meer bij je kano kunt komen, ben je ook alle vastgebonden bagage kwijt -- iets wat soms kan gebeuren.
  • Wanneer bagage volledig is vastgebonden, kun je de trim van je kano tijdens het varen amper of niet veranderen door het verplaatsen van de bagage. Dit kan als consequentie hebben dat je moeilijke vaarsituaties juist minder goed aan kunt door die vastgebonden bagage.
  • Volledig vastgebonden of niet, bagage wordt er in ieder geval niet lichter door. Vaak is een stroomversnelling nog net, of veel beter bevaarbaar met een geheel lege, dus lichte en daardoor beter bestuurbare boot, waarbij je bagage geen gevaar loopt wanneer je die overdraagt.
  • Elk systeem dat bijdraagt aan de veiligheid -- denk bv. aan autogordel, ABS, airbag, radar, et cetera -- kan leiden tot gevaarlijk gedrag als de risico's op basis van die voorziening te laag of verkeerd worden ingeschat. Zo kan het gebeuren dat omdat alles 'toch' helemaal vastzit, je ertoe besluit ergens te varen waar je anders zonder mankeren was gaan overdragen of aan/bij de kant was gebleven?

Het komt er dus op neer dat je bij elke situatie opnieuw moet afwegen wat de risico's zijn in het geval dat je omslaat -- en op basis daarvan besluiten wat het beste is:

  • bagage aan elkaar en aan de kano verbinden;
  • bagage volledig vastbinden in de kano;
  • bagage overdragen bij een stroomversnelling.

Voorkomen is beter dan genezen!

Bij al deze afwegingen kun je je afvragen wanneer volledig vastbinden van bagage handig is bij wildwatervaren. 'Echt' wildwatervaren doe ik zelf in ieder geval zonder kampeerbagage aan boord. Ik moet er niet (meer...) aan denken met al mijn kampeerbagage aan boord zwaardere wildwaterpassages te varen. Tijdens een trektocht draag ik alles wel over, als ik het even niet vertrouw, ook omdat het serieus verkennen van een stroomversnelling vaak veel meer tijd kost dan simpelweg overdragen! Mijn streven bij trektochten -- zeker in verlaten gebieden -- is de kans op omslaan en dergelijke tot een absoluut minimum te verkleinen. Ik voorkom liever problemen dan dat ik ze moet oplossen, als dat nog mogelijk is tenminste: vaak betekent omslaan in dat soort omstandigheden niet anders dan redden wat er nog te redden valt. Niet mijn idee van een geslaagde trektocht -- tenzij survival je hobby is natuurlijk?!

N.B. Op het moment dat je met touwen in of aan je kano werkt, is het verstandig voor de veiligheid een mes bij de hand te hebben! Een zwemvest heb je natuurlijk altijd aan wanneer je de risico's zo groot acht dat je bagage moet vastbinden.

10. Moet je voor en achter permanent een lijn aan je kano bevestigen?

Beter van niet, aangezien het nut ervan -- zeker bij toervaren -- zo beperkt is. Een toerkano is nu eenmaal geen roei- of zeilboot die je aan de kant moet vastleggen. Maar ook bij wildwatervaren is het gebruik van vaste lijnen aan de kano omstreden. Probleem is dat het goed en consequent opbergen ervan lastig is, en in de praktijk los rondslingerend touwwerk kan opleveren dat gewoon vraagt om ongelukken!

Het bij de hand hebben van een lange lijn (drijvend, felgekleurd, minimaal 6 mm dik, goed opgeborgen in bijvoorbeeld een werpzak) is dan ook veel handiger. Die kun je dan gebruiken wanneer en waar het nodig is.

N.B. Op het moment dat je met touwen in of aan je kano werkt, is het verstandig voor de veiligheid een mes bij de hand te hebben!

11. Zijn er nog speciale suggesties voor uitrusting bij kanotochten en kanokamperen?

Zeker, een geheel aparte (web)pagina vol zelfs!


12. Is geknield varen beter dan zittend varen?

Zittend kun je harder vooruit varen dan geknield, vooropgesteld dat je je benen daarbij goed schrap zet -- ideaal daarvoor is een echte voetensteun. Maar vooral wanneer je vrij laag zit, vraagt zittend peddelen meer aandacht voor een juiste peddelhouding dan geknield peddelen, waar een goede peddelhouding vanzelfsprekender is. Bij zittend varen moet je er terdege op letten dat je goed rechtop zit, je voet(en) goed schrap zet en de conditie van je buikspieren goed is. Geknield varen geeft ook meer controle over de kano bij het manoeuvreren, stabiliseren en hellen in golven en stroomversnellingen.


13. Wat is sneller, een kano of een kajak?

Scheepstechnisch gezien, is een kajak eigenlijk een soort kano. Een verschil in snelheid zit dus niet zozeer in het vaartuig, maar in de manier van voortbewegen. In heel smalle kano's waarin je laag zit, heeft de voortbeweging met een dubbelbladige peddel een beter rendement dan een enkelbladige peddel. Daarom kun je bijvoorbeeld met een Vlakwater Sprint wedstrijdkajak zo'n 10 procent sneller varen dan met een Vlakwater Sprint wedstrijdkano. Naarmate een kano breder is en je hoger zit, waardoor je dubbelbladige peddel ook (veel) langer moet zijn, wordt een dubbelbladige peddel steeds minder handzaam zodat het hogere rendement ervan uiteindelijk teniet wordt gedaan.


14. Is kanovaren gemakkelijker dan kajakvaren?

Nee, zeker niet. Vooral solovaren met een enkelbladige peddel is een kunst apart, hoewel de bij tandemvaren benodigde samenwerking ook het nodige vraagt. Alles bij elkaar genomen, vraagt kanovaren meer van de vaarder dan kajakvaren:

    Het vaartuig

  • Een open kano heeft relatief meer vrijboord nodig dan een kajak om droog genoeg te varen, waardoor de inzittende(n) meestal ook hoger komen te zitten. Daardoor heb je meer windvang dan een kajak. Gecombineerd met het gegeven dat een kano meestal geen regelbare scheg of roer heeft, vraagt kanovaren daarom ook meer kennis en kunde van zaken als trim en zijwind-traverseren, om goed te kunnen omgaan met verschijnselen als drift, oploeven en afvallen.
  • Om te voorkomen dat er te veel water door golfslag in een open kano komt, zijn vaartechnieken als 'kruisen' in golven en achteruitvaren op stromend water van groot belang, evenals de juiste belading, dwz. niet te zwaar, een goede trim en alle bagage zo veel en zo laag mogelijk in het midden van je kano gestouwd. Een hoosvaatje aan boord is ook een vereiste...
  • De peddel

  • Een open of gesloten kano wordt in principe met een enkelbladige peddel gevaren en een kajak met een dubbelbladige peddel.
    • De uitvoering van de voorwaartse slag met een enkelbladige peddel is op een aantal cruciale punten wezenlijk anders dan de voorwaartse slag met een dubbelbladige peddel.
    • Om goed recht vooruit te varen met een enkelbladige peddel, moet een solo- of hekvaarder bepaalde stuurslagen (kunnen) maken bij de voorwaartse slag.
    • Peddeltechnieken zoals duwslagen, wisselen, oversteken en kruisslagen zijn bij het varen met een enkelbladige peddel van belang om goede vaarresultaten te krijgen.
    • Omslaan naar je afzijde (kant waaraan je niet peddelt) kun je niet tegengaan met een lage steun en maar in beperkte mate met een zgn. druksteun.
    • Omslaan naar je aanzijde (kant waaraan je peddelt) is amper of niet tegen gaan met een hoge steun.
  • De bemanning

  • Bij kanovaren zijn er belangrijke verschillen tussen solo- en tandemvaren.
    • De zgn. J-slag moet door solovaarders in bepaalde situaties als een zgn. C-slag uitgevoerd worden.
    • Het effect van trek- en duwslagen is bij tandemvaarders heel anders dan bij solovaarders.
    • De uitvoering van boogslagen is bij tandemvaarders beduidend anders dan bij solovaarders.
    • Bij tandemvaren hebben boeg- en hekvaarder ieder een eigen op elkaar afgestemde taak:
      samenwerking is daarom cruciaal wil je goede vaarresultaten krijgen.
  • In een kano kan het nodig zijn geknield te varen. Adequate instructie en training om zowel goed zittend als geknield te leren varen, is daarom van belang.
  • Tweezijdigheid, dwz. het zowel links als rechts kunnen peddelen, kan zowel om fysieke als vaartechnische redenen van belang zijn, en moet vroegtijdig ontwikkeld worden om te voorkomen dat je uiteindelijk alleen nog maar aan een kant (goed) kunt peddelen.

15. Welke voordelen heeft een toerkano ten opzichte van een toerkajak?

  • In- en uitstappen gaat gemakkelijker met een open kano (gesloten toerkano's komen amper voor). Zeker in gebieden waar in- en uitstappen lastig kan zijn, is dat een belangrijk voordeel -- met name wanneer je vaak moet overdragen, lopend stukken rivier moet 'verkennen' of regelmatig moet waden: bijvoorbeeld omdat het water te ondiep is en/of omdat je nog tegen de stroming in moet zien te komen...
  • Bagage kan in omvangrijkere vorm worden meegenomen en is gemakkelijker in en uit te laden.
  • Spullen in de kano zijn tijdens het varen beter bereikbaar.
  • Lichter in gewicht bij vergelijkbare bouwwijze en capaciteit, en ook daardoor gemakkelijker over te dragen.
  • Door bovenstaande voordelen geschikter voor trektochten met (veel) overdragingen -- zeker op plekken waar een kanokar niet werkt, en je dus het beste de kano op je nek kunt nemen en de bagage in overdraag-rugzakken/tonnen verplaatsen.
  • Comfort is groter door de relatief hogere zitpositie en beenruimte. Soms kun je zelfs eventjes gaan staan om je benen te strekken. Vooral bij lange tochten is comfort een niet te onderschatten voordeel!
    Ook het zelf minder nat worden door druipwater van peddel en spatwater van golven maakt kanovaren aangenamer.
  • Door de hogere vaarpositie heb je beter zicht over en in het water, wat vooral handig is bij het zoeken naar een goede vaarroute op ondiep water. Met name als je (even) kunt gaan staan is het overzicht groot.
  • Betere mogelijkheid om passagiers mee te nemen.
  • Minder risico om in je boot vast komen te zitten bij omslaan.
  • Je hoeft niet te kunnen eskimoteren ;-)

16. Waarom heeft een kano geen roer of variabele scheg?

Behalve bij het zeilen, komt een roer of variabele scheg inderdaad zelden voor bij een kano. kajaks daarentegen hebben vaak wel een roer of variabele scheg, met name om het oploeven van hun boot tegen te gaan, anders zouden kajakvaarders gedwongen worden voortdurend aan een kant van hun boot te peddelen. Voor een kanovaarder is het echter niet ongewoon om langdurig aan een kant te peddelen. Bovendien kan de functie van een regelbare scheg goed ondervangen worden door de kano op een bepaalde manier te trimmen door de (ver)plaatsing van het gewicht van de bagage en de bemanning. Voor dat laatste is een verschuifbaar zitje bijzonder handig.


17. Moet je bij grote achteropkomende golven vaart houden om bestuurbaar te blijven?

Voor een roer moet je inderdaad snelheid hebben om ermee te kunnen sturen. Maar in een kano, waar je met actieve peddelslagen kunt sturen, heb je geen vaart nodig om bestuurbaar te blijven. Soms kan het zelfs verstandig zijn om de vaart uit je kano te houden in dat soort omstandigheden.


18. Wat is de beste stuurslag om rechtuit te varen?

Met een goede voorwaartse slag, peddellengte en trim zou een draaislag met af en toe een J-slag in de regel voldoende moeten zijn om rechtuit te varen.

Stuurslagen van de hek- en solovaarder om rechtuit te gaan

figuur 3. Stuurslagen van de hek- en solovaarder om rechtuit te gaan

Geven die slagen onvoldoende correctie omdat je kano oploeft (of afvalt) door zijwind, dan is het handiger aan de andere kant van je kano te gaan peddelen, waar je dan amper of geen koerscorrectie nodig hebt. Anders blijft alleen de roerslag over, de eenvoudigste stuurslag die snel voldoende koerscorrectie geeft. Voor het afleggen van lange afstanden is de roerslag echter niet efficient, met name doordat het slagtempo daarmee overmatig vertraagd wordt, wat zeker bij tegenwind een groot nadeel is.

Het verloop van koerscorrecties bij de voorwaartse slag kan er dus als volgt uitzien:

  1. de draaislag
    als die onvoldoende correctie geeft:
  2. de J-slag
    als die onvoldoende correctie geeft:
  3. de snijdende J-slag
    als die onvoldoende correctie geeft:
    1. de roerslag of wisselen van peddelzijde

Wat is dan de C-slag?

De C-slag is in principe alleen voor solovaarders in vrij wendbare kano's van toepassing, en bestaat uit een draai- en J-slag voorafgegaan door een soort diagonaal trekslagje, zie figuur 3. Zodra je voldoende vaart hebt, is dat trekslagje niet (meer) nodig om rechtuit te gaan. Een 'diepe' C-slag kun je wel gebruiken om een bocht naar je aanzijde (kant waaraan je peddelt) te maken.

En de jachtslag, hoe past die dan in dit rijtje?

Van een jachtslag spreek je wanneer je na de voorwaartse slag, inclusief eventueel benodigde stuurslagen, je peddelblad onder water door terughaalt, dan met een 'palmrol' je peddel in je hand omdraait, om vervolgens zonder je peddelblad uit het water te halen weer de volgende voorwaartse slag te (kunnen) maken. Op zichzelf is de jachtslag dus geen stuurslag, maar een peddeltechniek die bijvoorbeeld gebruikt kan worden om de peddelaar minder hoor- en zichtbaar te maken -- handig bij het jagen maar ook bij het observeren en/of fotograferen van dieren.

En hoe zit het dan met het sturen door de boegvaarder?

De boegvaarder is niet in de goede positie om werkelijk iets te kunnen doen tegen de koersafwijking veroorzaakt door de hekvaarder -- zie ook het antwoord op vraag 24. Het is dan ook aan de hekvaarder om:

  • de voorwaartse slag zo goed te maken dat er zo min mogelijk koersafwijking ontstaat en er dus zo min mogelijk koerscorrectie nodig is;
  • de koerscorrectieslagen zo te maken dat het slagtempo zo min mogelijk vertraagd wordt. Een roer moet dus vermeden worden, maar ook de J-slag moet zo min mogelijk stationair uitgevoerd worden.

19. Hoe kun je het wisselen van peddelzijde gebruiken?

  • Wisselen van peddelzijde kun je gebruiken bij het manoeuvreren. Met name in een solo kano kan dat handig zijn: bijvoorbeeld voor een bocht naar links maak je dan boogslagen aan de rechterkant en vice versa.
  • Om rechtuit te varen kun je snel van peddelzijde wisselen zodra je (teveel) de verkeerde kant op gaat. Deze techniek, in Noord-Amerika ook wel hit and switch genoemd, wordt met name bij marathon-kanovaren gebruikt om koerscorrectieslagen te vermijden, anders wordt het slagtempo te laag om efficient lange afstanden met hoge snelheden af te leggen. Hoewel schijnbaar eenvoudig, werkt dit echter pas goed wanneer:
    • je voorwaartse slag goed is;
    • je wisseltechniek goed is;
    • je aan beide kanten goed kunt peddelen;
    • je in een smalle en behoorlijk koersvaste kano vaart;
    • je met een kort en licht peddelblad peddelt;
    • je hard peddelt met een hoog slagtempo (> 45 s.p.m.);
    • de sterkste vaarder bij het tandemvaren voorin zit.
  • Regelmatig van peddelzijde wisselen geeft een evenwichtigere belasting van je lichaam en voorkomt dat je alleen maar aan een kant (goed) kunt peddelen.
  • Aan beide kanten kunnen varen levert belangrijke vaartechnische voordelen op, bijvoorbeeld wanneer een J-slag niet effectief genoeg meer is bij een kano die sterk oploeft of bij het traverseren op stromend water. Als je dan niet aan de andere kant kunt peddelen waar je amper of geen correctieslag meer nodig hebt, kun je gedwongen worden de zeer afremmende roerslag als koerscorrectie te gebruiken.

20. Wat is beter, een lange of een korte voorwaartse slag?

Maak je slag zo lang mogelijk als zinvol, met een zo hoog mogelijk slagtempo als nodig om goed vooruit te komen. De juiste peddellengte en bladgrootte spelen daar een belangrijke rol bij. En maak een voorwaartse slag waar zo min mogelijk koerscorrectie bij nodig is, met daarna een snelle terughaal, want daar is de meeste (tijd)winst mee te behalen. Een knikpeddel helpt ook, omdat die de effectiviteit van de voorwaartse slag vergroot zonder het slagtempo te verlagen.


21. Is een knikpeddel beter dan een rechte peddel?

Is een klapschaats beter dan een vaste schaats? Met een knikpeddel ga je beter vooruit omdat je daarmee jezelf -- en dus je kano -- tijdens de voorwaartse slag minder naar beneden trekt dan met een rechte peddel, zie figuur 4.

figuur 4. Voorwaartse slag met rechte peddel (A) en knikpeddel (B)

Zeker voor mensen die langere afstanden afleggen, is een knikpeddel dus een voordeel omdat het de effectiviteit van de voorwaartse slag vergroot zonder het slagtempo te verlagen.

Moet je van slagkant wisselen om rechtuit te gaan als je een knikpeddel gebruikt?

Nee, ook met een knikpeddel kun je correctieslagen gebruiken om rechtuit te gaan. Alleen een stationair uitgevoerde J-slag (dus a.h.w. als een roer) is dan niet handig, maar dat is toch al geen efficiente manier om langere afstanden mee te varen.

Moet je zittend peddelen als je een knikpeddel gebruikt?

Nee, ook met een knikpeddel kun je knielend peddelen, hoewel het voordeel van een knikpeddel dan wel navenant minder is -- zie het antwoord op vraag 12.


22. Wat is het probleem met de 'Duffek' bij kanovaren?

Het was Miroslav Duffek die begin jaren 1950 bekend werd door de techniek van een boegroer van het kanovaren naar het kajakvaren over te brengen. Maar doordat deze bij kajakvaarders als 'Duffek' bekend geworden techniek doorgaans op de 'solo-manier' wordt uitgelegd, wordt deze techniek door tandem-kanovaarders vaak verkeerd uitgevoerd. Bij het tandemvaren moet de zgn. Duffek namelijk iets anders uitgevoerd worden dan bij het solovaren. En omdat een kanovaarder een enkelbladige peddel gebruikt, moeten manoeuvres aan de 'afzijde' met behulp van zgn. kruisslagen gedaan worden -- slagen die voor kajakvaarders in principe helemaal niet aan de orde zijn omdat zij een dubbelbladige peddel gebruiken. Ook de zgn. voorslagen bij de diverse uitvoeringen van 'de Duffek' zijn daardoor bij het kanovaren anders dan bij kajakvaren. Bij kano-instructie kun je de term 'Duffek' daarom maar beter niet gebruiken. In plaats daarvan kun je beter gewoon zeggen welke peddelslag(en) je precies bedoelt.

Wat is dan het verschil tussen een 'staak' en een 'Duffek'?

Staak is de (korte) benaming voor een stationaire trekslag. Een staak kan onderdeel zijn van de techniek die kajakvaarders 'Duffek' hebben genoemd.


23. Wat is het verschil tussen 'hellen' en 'opkanten'?

In Nederland wordt veelal gesproken van 'opkanten' bij het hellen van een kajak. Daarbij ligt de nadruk op de beweging omhoog van de knie wanneer je laag zittend peddelt (wat in een kajak gebruikelijk is) in plaats van de beweging naar beneden van de knie wanneer je knielend peddelt (wat in een kano gebruikelijk is). Rechts opkanten is echter links hellen en vice versa, stroomOPwaarts opkanten is stroomAFwaarts hellen en windAFwaarts opkanten is windOPwaarts hellen, wat erg verwarrend werkt als je die termen door elkaar heen gebruikt. Voor de veiligheid kun je de term 'opkanten' dus maar beter helemaal niet gebruiken bij kanovaren, aangezien daar in de regel wordt gesproken van 'leunen' bij het hellen, waarbij rechts leunen simpelweg rechts hellen is en vice versa.


24. Wie stuurt er in een tandemkano, de boegvaarder of de hekvaarder?

De boegvaarder manoeuvreert het voorgedeelte, de hekvaarder het achtergedeelte van de kano. De meeste manoeuvres kunnen dan ook het beste door de boeg- en hekvaarder samen uitgevoerd worden: de boegvaarder bepaalt daarbij het slagtempo en zet in principe de beweging van manoeuvres in, wat de hekvaarder volgt en ondersteunt. Bij manoeuvres waar je achteruit vaart, worden de rollen zoveel mogelijk omgedraaid.

Voor recht vooruitvaren en het maken van flauwe bochten volstaat in de regel het stuurwerk van de hekvaarder, voornamelijk door het al dan niet uitvoeren van koerscorrecties bij de voorwaartse slag. Vergelijk het maar met een schip dat weliswaar de koers bepaalt door middel van het roer (achter), maar een boegschroef (nodig) heeft voor nauwkeurige manoeuvres in situaties waar je weinig ruimte hebt, zoals in onderstaande voorbeelden.

Bocht naar links op stilstaand water

manoeuvre tandemkano op stilstaand water

In kano A stuurt alleen de hekvaarder waardoor de bocht naar links niet scherp genoeg gemaakt kan worden en kano A tegen het obstakel botst...
In kano B sturen zowel hek- als boegvaarder met als resultaat dat kano B zonder aanvaring de bocht om gaat.

Obstakels omzeilen op stromend water

manoeuvre tandemkano op stromend water

In kano A stuurt alleen de hekvaarder waardoor is de kans groot dat kano A dwars op het eerste obstakel eindigt, met alle gevolgen vandien...
In kano B sturen zowel hek- als boegvaarder met als resultaat dat kano B vlak langs het eerste obstakel gaat, waarna de kano vervolgens netjes naar rechts gemaneuvreerd kan worden om het volgende obstakel te ontwijken.

Hoewel het mogelijk is dat de hekvaarder in kano A het eerste obstakel nog net weet te omzeilen, zeker als kano A een heel wendbare kano is waarbij de vaarders ook dicht bij elkaar zitten, dan is een aanvaring met het volgende obstakel toch onvermijdelijk.

N.B. Ook op stilstaand water kan een dergelijk probleem zich voordoen als alleen de hekvaarder stuurt. Maar de gevolgen als het daar misgaat zullen niet zo'n ramp zijn als op stromend water -- althans voor de kano, voor de ego's en ega's mogelijk wel ;-)

Maar hoe zit het dan met bijvoorbeeld een drie- of vierpersoonskano?

Hoeveel personen er in totaal in een kano kunnen, hangt af van het gewicht van die personen en hoe je dat vindt varen... Soms zitten er meer dan twee zitjes in een tandemkano, zodat er ook personen in het midden op een zitje kunnen zitten. Vooral de kanoverhuur heeft dan de gewoonte zo'n tandemkano een drie- of vierpersoonskano te noemen -- afhankelijk van het aantal zitjes dat er in zit -- terwijl het dan nog steeds om een tandemkano gaat, dat wil zeggen een kano die bedoeld is om door twee personen te worden gevaren zoals hierboven is aangegeven.
Bij de Vlakwaterwedstrijdsport heb je wel een echte vierpersoonskano, namelijk de zgn. C4. Met deze kano kun je geen wedstrijden winnen als je er met minder dan 4 personen in vaart, reden waarom de benaming vierpersoonskano dan wel terecht is. Verder heeft We-no-nah nog een speciale toerkano bedoeld voor drie peddelaars, namelijk de Minnesota 3, maar dat is vooral bedoeld om tegemoet te komen aan de toegangsregels die in het Boundary Waters natuurpark gelden.


25. Is een houten peddel beter dan een kunststof peddel?

Een kunststof peddel kan net zo goed, zo niet beter zijn dan een houten peddel, die ook meer zorgvuldigheid en onderhoud nodig heeft dan een kunststof peddel. Echter, het aanbod van goede lichtgewicht kunststof steekpeddels voor toervaren is -- zeker in Europa -- in vergelijking gering en behoorlijk prijzig.


26. Is een kano met een asymmetrische rompvorm beter?

In principe wel. Het is alleen moeilijker een goede asymmetrische kano te ontwerpen. Dan moet je als kano-ontwerper echt goed weten waar je mee bezig bent.


27. Is een moderne kano beter?

Moderne kano's zijn vaak beter afgestemd op zowel gebruiker als gebruiksdoel. Succesvolle modellen van kano-ontwerpers uit Noord-Amerika zoals Gene Jensen, Steve Scarborough, David Yost en John Winters hebben zich wat dat betreft bewezen, ook doordat de concurrentie in Noord-Amerika serieus is.


28. Is een kano gemaakt van Kevlar beter?

Kevlar is een merknaam voor aramidevezels die gebruikt kunnen worden bij de bouw van vezelversterkte kunststof (VVK) kano's. Mits goed verwerkt, levert het bouwen met aramidevezels een lichtere en sterkere boot op dan wanneer diezelfde kano op een vergelijkbare wijze gebouwd wordt met alleen glasvezels. Om daarbij voldoende vormvastheid te krijgen, moet er vaak een kernlaag van lichtgewicht kunststof-schuim of balsahout in het Kevlar-laminaat verwerkt worden, al dan niet in combinatie met een laag koolstofvezels. Dat maakt een boot echter relatief wat kwetsbaarder.

Hoe zit het dan met Dioleen?

Diolen is een merknaam voor (thermoplastische) polyestervezels. Net als aramidevezels maken polyestervezels een laminaat slagvaster maar in tegenstelling tot Kevlar niet lichter. Diolen is wel veel goedkoper dan Kevlar.

Is Kevlar moeilijker te repareren dan glasvezel?

Eigenlijk niet -- zie ook mijn aanwijzingen voor reparaties van gelcoat-beschadigingen met epoxy.


29. Wat is Royalex?

Royalex is een composiet materiaal bestaande uit een buitenlaag van Vinyl en Acrylonitril Butadieen Styreen (ABS) met een kernlaag van ABS-schuim. Dit laminaat is in sterkte vergelijkbaar met Polyethyleen (PE) maar beduidend lichter en wat vormvaster. Het is wel duurder dan Polyethyleen en wat minder slijtvast, met name wanneer het nog nieuw is.

Royalex wordt echter niet meer als dusdanig gemaakt, maar een vergelijkbaar laminaat wordt momenteel door Esquif geproduceerd onder de naam T-Formex.


30. Wat is het beste materiaal voor kano's?

Dat hangt van je gebruik en mogelijkheden af, aangezien elk materiaal zijn eigen voor- en nadelen heeft:

  • Polyethyleen (PE)
    is een sterk en goedkoop materiaal, maar ook relatief zwaar om voldoende vormvastheid te realiseren.
  • T-Formex (voorheen Royalex)
    is in sterkte vergelijkbaar met Polyethyleen (PE) maar beduidend lichter en wat vormvaster. Het is wel duurder en wat minder slijtvast dan Polyethyleen.
  • Glasvezelversterkt Polypropyleen
    een thermoplastisch materiaal bekend onder merknamen als 'Twin-Tex' en 'Armerlite' is een sterk, slijtvast, redelijk vormvast en middelzwaar materiaal vergelijkbaar met Royalex. De repareerbaarheid ervan is echter problematisch, waardoor het geen succesvolle vervanger van Royalex geworden is.
  • Vezelversterkte kunststof (VVK)
    bijvoorbeeld glasvezel/polyester of Kevlar/vinylester, is een redelijk sterk materiaal (afhankelijk van de bouwwijze!) dat goed repareerbaar is en goed vormvast met een redelijk tot heel licht gewicht gemaakt kan worden -- zie het antwoord op vraag 28. Een optimale verhouding tussen gewicht, sterkte en vormvastheid vraagt echter veel deskundigheid en de vervaardiging is arbeidsintensief. Daardoor is de prijs van goede VVK-boten hoog.
  • Hout
    is een materiaal waarmee vormvaste en redelijk lichtgewicht kano's gebouwd kunnen worden. Belangrijkste nadeel van hout is dat het onderhoudsgevoelig is. Wie echter zelf een houten kano kan maken, zal met onderhoud waarschijnlijk niet zo'n moeite hebben.
  • Aluminium
    is vrij sterk, duurzaam en redelijk tot zwaar in gewicht, afhankelijk van de bouwwijze. Modellenkeuze is echter beperkt en het materiaal is lawaaiig, erg koud bij het varen op koud water, geeft af en glijdt niet gemakkelijk over stenen heen wat in stroomversnellingen problemen kan opleveren.

31. Presteren vouwkano's net zo goed als 'vaste' boten?

Vaareigenschappen als snelheid en wendbaarheid van vouwkano's zoals die van Ally en Pakboats zijn wat minder ten opzichte van 'vaste' boten. Stabiliteit en droog varen zijn door de flexibiliteit daarentegen relatief groter. In verhouding tot het gewicht is het materiaal daarvan behoorlijk sterk, maar niet zo robuust als bijvoorbeeld Royalex of Polyethyleen.

En hoe zit het dan met opblaaskano's?

De prestaties van opblaaskano's zijn ook minder dan die van 'vaste' boten, vooral wanneer het gaat om het afleggen van lange afstanden op open water met veel wind. Sterkte, stabiliteit en droog varen zijn door de flexibiliteit daarentegen relatief groter. Het eigen grote drijfvermogen van opblaaskano's is een groot voordeel bij het varen op wildwater, zeker als ze zelflozend zijn. Het gewicht, mindere peddelcomfort en de beperktere bagageruimte zijn de noemenswaardige nadelen van opblaasboten voor het maken van trektochten.


32. Is een houten rand het beste voor een kano?

Voor een sterke kano gemaakt van Royalex of vezelversterkte kunststof kan een houten rand flexibel genoeg zijn om vrij forse klappen te verwerken. Maar uiteindelijk breekt hout waar aluminium, weliswaar sterk vervormd, nog 'functioneert'. Aluminium randen zijn ook lichter, goedkoper en onderhoudsvrij. Goede houten randen zijn duur en hebben vrij veel onderhoud nodig.
Plastic randen zonder aluminium versterking erin zijn relatief zwaar, niet echt duurzaam en eigenlijk alleen maar gerechtvaardigd op Polyethyleenkano's en goedkope vezelversterkte-kunststofkano's?
Een nieuw alternatief zijn randen van vezelversterkte kunststof -- bijzonder licht, sterk en onderhoudsvrij.


33. Is een V-bodem het beste?

Een V-vorm geeft een kano bepaalde vaareigenschappen. Wat voor vaareigenschappen dat zijn, hangt vooral af van waar en de mate waarin die romp V-vormig is. Een lichte V-bodem is bijvoorbeeld een ontwerpmethode die gebruikt wordt om een relatief wat brede romp meer weerstand tegen drift te geven zonder dat de 'loop', stabiliteit en de wendbaarheid daardoor veel minder worden.


34. Wat is het nadeel van een teruggebogen steven?

Een teruggebogen steven (groene steven fig. 6) vaart minder droog -- hoe meer teruggebogen (rode steven fig. 6) hoe natter. Een teruggebogen steven is lastiger te maken bij kunststof kano's en dus relatief duurder. Naarmate een steven hoger is (gele steven fig. 6) krijg je meer windvang.

figuur 6. Stevenvormen


35. Kun je een tandemkano ook in je eentje varen?

Dat kan, vooral als je goed 'geheld' kunt varen, maar het vaart minder gemakkelijk dan met een echte solokano. Dit komt doordat de breedte, de stroomlijn en de relatief grotere windvang van een tandemkano nadelig zijn voor solovaren. In principe kun je er vanuit gaan dat hoe groter de tandem kano, hoe lastiger het is daarmee solo te varen.


36. Hoe groot is de afstand die je per dag met een kano kan afleggen?

Dat is afhankelijk van omstandigheden zoals wind, golven, stroming, stroomversnellingen en overdragingen. Het is verstandig bij een trektocht uit te gaan van een (gemiddelde) snelheid van zo'n 5 kilometer per uur en zo'n 5 uur peddelen per dag. Dat houdt het leuk.


37. Hoe kom je weer terug bij je auto na een kanotrektocht?

In een merengebied kun je vaak een dusdanige route kiezen waarbij je peddelend weer bij je auto terug komt. Op een rivier moet je een eindpunt hebben waar je je kano met spullen (veilig) kunt achterlaten, zoals bijvoorbeeld een camping of kanovereniging. Vandaaruit kun je dan met trein, bus, taxi of mogelijk een lift, je auto weer ophalen van het beginpunt. Ben je met meerdere auto's, dan kun je desgewenst alvast een auto naar het eindpunt brengen zodat je eenmaal aldaar aangekomen, daarmee de andere auto('s) weer van het beginpunt kunt ophalen. Trek hier gewoon een dag voor uit, en doe van te voren wat onderzoek naar de mogelijkheden! Dan kan het een hele leuke dagtocht zijn door de omgeving die je daarvoor per kano hebt leren kennen.

Kano op auto


38. Hoe kan ik gelcoat-beschadigingen repareren?

Zie daarvoor mijn aanwijzingen voor het repareren van gelcoat-beschadigingen met epoxy.

Waarom repareren met epoxy en niet met polyester?

Epoxy hecht vele malen beter dan polyester, krimpt amper en is veel langer houdbaar in de verpakking, waardoor repareren met epoxy op den duur zelfs goedkoper kan zijn.

Voor uitbesteding van reparaties kun je hier diverse adressen vinden.


39. Waar kan ik informatie vinden over zelfbouw van houten kano's?

Green Valley Boat Works
The Bear Mountain Boat Shop
NorthWest Canoe
MacBoat
De Bootbouwer
Freeranger Canoe
Hout Bouwers Gilde