Time-In

Bestel hier het boek!


Vanuit onze ervaringen met scholen wordt het thema zorgbeleid bij leerkrachten nog vaak geassocieerd met schoolse en academische aspecten (cf. vakdidactiek). Academische aspecten worden conceptueel echter beter gekaderd binnen het luik leerbeleidWanneer we over zorgbeleid spreken bedoelen we de implementatie van systemen die erop gericht zijn om de sociaal-emotionele ontwikkeling (zowel sociaal-emotioneel leren als welzijn) van (kwetsbare) kinderen en jongeren te stimuleren. Deze systemen dragen uiteindelijk ook bij tot de academische prestaties en de inclusie van deze kinderen en jongeren in de klas.

Onderzoek toont aan dat de leerprestaties van kinderen en jongeren sterk samenhangen met hun sociaal-emotioneel welzijn. Toch wordt de klemtoon nog vaak gelegd op het academische aspect. Als gevolg hiervan beschikken leerkrachten en scholen vaak niet of te beperkt over de noodzakelijke sociaal-emotionele competenties (i.e. kennis, vaardigheden en attitudes), die cruciaal zijn om adequaat om te gaan met uitdagende klassituaties en het optreden van probleemgedrag. Men holt al gauw achter de feiten aan, wat leidt tot emotionele stress, het eindeloos blussen van brandjes, verminderde motivatie, een laag gevoel van competentie en in sommige gevallen zelfs tot burn-out. Niet verrassend zijn leerkrachten een belangrijke risicogroep voor het ontwikkelen van burn-out

Er worden in de literatuur twee soorten probleemgedrag onderscheiden: 'externaliserend' verwijst naar probleemgedrag dat naar buiten gericht wordt, zoals agressie, opstandig en antisociaal gedrag. 'Internaliserend' verwijst naar probleemgedrag dat zich vanbinnen afspeelt, zoals het voorkomen van een laag zelfbeeld, angst, depressieve gevoelens en zelfs suïcide.

Wanneer zich externaliserend probleemgedrag voordoet wordt er vaak gegrepen naar disciplinerende maatregelen zoals straffen of verwijdering uit de klas, om zo de controle te herwinnen. De oorzaak voor de problemen wordt hier bij de leerling gelegd, wat kadert binnen het stoornis – en/of zondebokdenken. Deze strategieën blijken echter vaak weinig effectief te zijn en leiden doorheen een negatieve vicieuze spiraal net tot meer probleemgedrag, verminderde kwaliteit van leerkracht-leerling relaties, verminderd academisch presteren en uiteindelijk zelfs tot schooluitval. Het aantal kinderen en jongeren dat uitvalt in Vlaanderen is zorgwekkend, zo blijkt ook uit het rapport 'samen tegen schooluitval' van de Vlaamse overheid. Daarnaast gebruiken leerkrachten soms ook andere, eerder curatieve strategieën, zoals time-out en herstelgericht werken. Deze strategieën werden effectief bevonden als manier om probleemgedrag te voorkomen. Echter, wanneer deze strategieën overmatig gebruikt worden, kunnen ze juist leiden tot meer probleemgedrag omdat ze de leerling een handige mogelijkheid bieden om de les te ontvluchten. Dit kan uiteraard niet de bedoeling zijn. 

Wanneer er zich internaliserend probleemgedrag voordoet lijkt dit vooral een negatief effect te hebben op de academische productiviteit van leerlingen omwille van motivationele (vermijden of geen plezier beleven aan taken), cognitieve (moeilijk kunnen verwerken van informatie) en biologische (slaapproblemen, lichamelijke spanning, concentratieproblemen, ...) factoren. Met andere woorden, het is moeilijk om leerlingen met emotionele problemen aan de praat te krijgen in de klas. Wanneer hier negatieve reacties op volgen worden de emotionele problemen bovendien versterkt.

In de zoektocht naar alternatieven pleiten onderzoekers al jaren voor een positieve en proactieve aanpak in plaats van een louter disciplinerende en curatieve aanpak. Dit heeft geleid tot het de ontwikkeling van 'School-Wide Positive Behavior Support' (SWPBS). SWPBS bevat systematische en schoolbrede maatregelen (zowel screeningsinstrumenten als interventies), die erop gericht zijn om positief gedrag aan te moedigen en probleemgedrag te voorkomen of aan te pakken wanneer het zich voordoet. Positief gedrag aanmoedigen is bovendien een verantwoordelijkheid van iedereen die betrokken is bij het leer - en ontwikkelingsproces van de leerlingen: 'Wij Zijn Gedrag'

SWPBS bevat voornamelijk 'gedragsgerichte' strategieën en is effectief bevonden voor de preventie van externaliserende problemen. Er werd binnen SWPBS echter minder aandacht gegeven aan interventies voor de preventie van internaliserende problemen. Daarom werd Time-In ontwikkeld, dat SWPBS uitbreidt met screeningsinstrumenten en interventies die ook aandacht hebben voor onderliggende emotionele problemen. De doelstelling is om zo positief gedrag en psycho-sociaal welzijn aan te moedigen op school en in de klas, waarvan verondersteld wordt dat dit uiteindelijk ook een positief effect heeft op de academische prestaties. We kiezen voor de benaming Time-In omdat de klemtoon ligt op inclusie. We werken daarbij niet enkel disciplinerend en curatief, maar in de eerste plaats vooral proactief en preventief!

Time-In bestaat als schoolbreed zorgbeleid uit twee sporen. Spoor A betreft alle interventies, die cruciaal zijn om positief gedrag aan te moedigen in de school. Op schoolniveau betekent dit het aanmoedigen een veilige en voorspelbare schoolomgeving door het ontwikkelen van een gedragen zorgvisie op een handelingsgerichte manier (van schoolfoto naar actie), wat bij voorkeur samen met de leerlingen en de ouders gebeurt. Op klasniveau betreft dit het gedragsmatig klasmanagement, met bijvoorbeeld het opstellen van proactieve basisafspraken, het geven van klassikale instructies, het uitvoeren van gedragsobservaties, het trainen van zelfcontrole en probleemoplossende vaardigheden, etc. Indien nodig worden deze vaardigheden verder gedifferentieerd voor kwetsbare leerlingen met gedragsproblemen. Dit kan zowel binnen als buiten de klas. Spoor B betreft alle interventies, die cruciaal zijn om het emotioneel welzijn van de leerlingen aan te moedigen. Op schoolniveau betekent dit het opnemen van emotionele ondersteuningssystemen in de zorgvisie en het schoolbrede actieplan. Ook hier worden leerlingen en ouders actief betrokken. Op klasniveau betreft dit bijvoorbeeld het verbeteren van relaties tussen leerkrachten en leerlingen, maar ook tussen leerkrachten onderling binnen het team. Verder wordt ingezet op het emotioneel klasmanagement, met bijvoorbeeld het introduceren van een klasthermometer, het voorzien van emotieregulatietraining, het werken met Life Space Crisis Intervention (LSCI) en herstelgerichte praktijken.


Tegelijk met de implementatie van Time-In in het buitengewoon en gewoon basis - en secundair onderwijs loopt er momenteel een doctoraatsproject (ism de Universiteit Gent) om Time-In te evalueren op effectiviteit, efficiëntie en implementatie. We vragen ons niet enkel af of Time-In een positieve impact heeft op het sociaal-emotioneel welzijn en de academische uitkomsten van de leerlingen, maar ook 'hoe' dat precies gebeurt. Daarom worden naast effectiviteit ook belangrijke veranderingsmechanismen onderzocht die de sociaal-emotionele ontwikkeling in verband brengen met academische aspecten, alsook aspecten die te maken hebben met het optimaliseren van het implementatieproces. 


Laten we samen werken aan meer positief gedrag en welzijn en zo kansen creëren voor alle kinderen en jongeren in het Vlaamse onderwijs !


Zie de pagina’s aanbod en contact indien u interesse heeft in een concrete samenwerking met Time-In.










® © 2017