Artonne

Artonne

Algemene informatie:

Artonne – dat ook wel het “Belvédère de la Limagne” wordt genoemd – mag prat gaan op een rijk verleden, dat zou teruggaan tot het Neolithicum.
Oorspronkelijk was het een zeer belangrijke Gallo-romeinse stad, gelegen op het knooppunt van een aantal belangrijke wegen uit de Oudheid, waaronder de verbindingsweg tussen Gergovie, de hoofdstad van de Arvernen en Avaricum (het latere Bourges), de hoofdstad der Biturigen. 

In de Vroege Middeleeuwen was het een versterkte stad, zoals blijkt uit wat nu nog overblijft van de stadswallen. De stad werd ooit bezocht door Saint-Martin. Aan hem werd dan ook de beroemde Romaanse kerk uit de XIe eeuw gewijd. 

Artonne is één van die typische wijndorpjes: alle omliggende heuvels werden ingenomen door wijngaarden, terwijl de lager gelegen gronden werden gebruikt voor de groententeelt. Vandaag is Artonne vooral gekend voor zijn look en meloenen.




Geschiedenis

Van boven op een heuvel in het westelijke deel van de “Grande Limagne” kijkt Artonne uit over de vlakte van Riom.

De departementsweg die Aigueperse met Saint-Myon verbindt, loopt langs de voet van het dorp. Langs deze weg kan je Artonne bereiken en er de talrijke feodale overblijfselen gaan bewonderen.

Waar de gemeente ten tijde van de Franse Revolutie zo een 2000 inwoners telde , zijn dat er aan het begin van de XXIe eeuw nog slechts 800.

In de Oudheid en de Middeleeuwen kende Artonne als halte langs de Romeinse heirbaan die Clermont met Néris verbond, een grote bloei. Men heeft hier dan ook in de XVIIIe eeuw heel wat vondsten gedaan. Zo heeft men hier in de bodem uit de Romeinse tijd zowel graven uitgehouwen in de rotsen blootgelegd, als skeletten, medailles, vazen en urnen opgegraven. De “vicus” Artonne had in die tijd een eigen tribunaal, markt en zelfs muntslagerij.

Al in de Ve eeuw kwam Grégoire de Tours hier het graf van Sainte Vitaline bezoeken. Ze is vandaag nog steeds de patroonheilige van het dorp. 27 mei is haar feestdag en men viert haar hier op de zondag die daarop volgt. Grégoire de Tours maakte toen dezelfde tocht als Saint-Martin de Tours, een eeuw voor hem. In zijn reisverhaal vertelt hij over de plaatselijke legenden. Doordat Sainte Vitaline op Goede Vrijdag haar haren had gewassen - wat in die tijd als een zonde van "ontucht" werd beschouwd had ze aan de later heilig verklaarde Saint-Martin - toen die op haar graf was komen bidden - toevertrouwd dat ze daardoor nog niet het Paradijs had kunnen betreden. Het wonder dat Sainte Vitaline had verricht, bestond erin dat ze tijdens een maaltijd aan alle armen genoeg eten had kunnen geven. 

Artonne was een zeer belangrijk leen in de Auvergne. Tot in de XIVe eeuw was het in handen van de burggraven van Thiers. Daarna ging het over op Bouteiller de Senlis, op Du Peschin en op De La Tour d’Auvergne. Via deze laatste alliantie erfde Catherine de Médicis de heerlijkheid Artonne. Door haar huwelijk met de toekomstige koning Henri II, kwam het leen in koninklijke handen. Vervolgens erfden De Rochechouart een deel van het leen, dat ze doorverkochten aan De Broglie. Het andere deel van het leen werd gevoegd bij de ruiloperatie die men deed met Sedan en waarbij het leen werd overgedragen aan de hertogen van Bouillon. 

Ook in het landschap vind je de sporen terug van het roemrijke verleden van Artonne. Tot in de XVIIIe eeuw was het een versterkte stad, die in 1588 gerekend werd onder de dertien “Bonnes Villes” in Basse-Auvergne. De verschillende fasen waarin men de walgrachten heeft aangelegd, kan je nog heel goed aflezen uit het tracé van de de straten in Artonne. In het centrum – waar zich de collegiale Saint-Martin en het baptisterium Saint Jean-Baptiste bevindt, dat tijdens de Franse Revolutie werd gesloopt – zijn de allereerste walmuren nog te zien. De “Antique Tour” is nog een overblijfsel van dit bouwwerk.

Zeker de Saint-Martin-kerk is al de moeite waard. Zowel langs de binnen- als langs de buitenkant blijkt ze door de architecturale evolutie die je erin kunt waarnemen, een belangrijke getuige te zijn van ons verleden.


Kaart:













Bezienswaardigheden:

1. Eglise Saint-Martin

Geschiedenis

Dit is het belangrijkste monument van dit dorp. Sinds 12 juli 1886 is ze dan ook beschermd als monument. Het is een vroegere collegiale kerk in Romaanse stijl uit de XIe en XIIe eeuw.

De kerk die aan dit gebouw voorafging, was de zetel van het aartspriesterschap, dat bestond uit de parochies van Artonne, Aubiat, Davayat, Jozerand, Saint-Agoulin en Saint-Myon.

In 1048 stelden Guillaume de Burggraaf van Thiers en Audin van Thuret hier een kapittel in en werd de bestaande kerk daar voor ingericht.

In 1771 had dit kapittel geen enkele betekenis meer. De koning was dan ook van plan het te laten ontbinden en de bezittingen ervan over te dragen aan het kapittel van de “Notre-Dame du Mathuret” in Riom, maar dat is nooit gebeurd. Het kapittel zou pas bij de Franse Revolutie definitief worden ontbonden. De Eglise Saint-Martin werd dan een Tempel van de Rede. Later brak men de vloer uit en gebruikte men deze bij de productie van salpeter. Op bevel van Georges Couthon werd de centraal geplaatste klokkentoren neergehaald. Al het zilverwerk en de kostbare religieuze voorwerpen werden in Parijs gesmolten voor het slaan van munten.


Architectuur

Deze kerk is 47,80 meter lang en is daarmee een stuk groter dan heel wat belangrijke bedevaartkerken, zoals de “Notre-Dame du port” in Clermont-Ferrand of deze van Orcival. Qua grondplan lijkt ze op andere kerken uit die tijd. Zo heeft ze ook drie beuken, een chevet met kooromgang en drie straalkapellen. Toch is ze niet zo perfect afgewerkt als die andere belangrijke kerken. Door de eeuwen heen is er heel wat aan verbouwd en de XIX-eeuwse restauraties zijn iets te radicaal gebeurd.

De XIX-eeuwse klokkentoren werd gebouwd op fundamenten uit de romaanse periode. Tijdens de dagen van de Franse Revolutie werd hij als zovele andere neergehaald. Men heeft hem later vervangen door een torenspits, met een kruis en een haan, werk van Claudius Allias. In de jaren 1960 werd deze torenspits terug afgebroken en vervangen door de huidige toren, opgetrokken in romaanse stijl. De trap waarlangs men deze toren beklimt, begint in het huis dat aan de kerk is aangebouwd. Dat was het huis waarin de koster woonde. Nu vind je er een streekmuseum.


Artonne - Eglise Saint-Martin


In de westelijke gevel heb je het kerkportaal geflankeerd door kleine kolommen en bekroond met een zadelvormige latei die gedragen wordt door een ontlastingsboog opgetrokken in gehouwen hardsteen. Het geheel wordt omgeven door een tweede boog. Het linkse kapiteel is authentiek romaans. Het stelt een hoofd van een personage voor tussen bladmotieven. Het rechtse is ook romaans qua stijl maar is niet authentiek. Het werd een aantal jaren geleden gemaakt. Langs weerszijden van dit portaal zie je twee eenvoudig uitgewerkte ramen van verschillende grootte, die zorgen voor de lichtinval in de zijbeuken. Op de eerste verdieping zie je nog twee naast elkaar liggende doorkijken, bekroond met een arcade, waaronder zich nog een oculus bevindt.

Onder de liggers van de kroonlijst aan de zijde van het chevet zie je hol uitgewerkte roosmotieven, zoals je die zo vaak tegenkomt in Auvergne, denken we maar aan de “Notre-Dame du Port” in Clermont-Ferrand. Aan de bovenkant zijn de ramen in het chevet versierd met archivolten en de daken hebben kroonlijsten die rusten op kraagstenen met een cilindervormige decoratie. Toch zie je ook enkele kraagstenen met een zigzagpatroon. De apsis heeft twee kraagstenen in de vorm van een mensenhoofd, aan de zuidzijde eentje in de vorm van een paardenkop en aan de noordzijde in de vorm van de kop van een huisdier.

De hoge ramen bestaan uit een boog gedragen door kleine kolommen met Korinthische kapitelen. Het raam in het midden vervangt sinds het begin van de XXe eeuw een flamboyant raam dat hier in de XVe eeuw in de halfkoepelvormige apsis werd aangebracht. Het dak van het chevet is bedekt met lauzestenen uit de streek. Op het dak van elke straalkapel staat telkens een klein stenen kruisje als antefix. Met dergelijke ornamentale rechtopgezette blokjes, worden de uiteinden van de halfronde verbindings-dakpannen gemaskeerd.

Saint-Martin zou toen hij hier in Artonne op doorreis was, hier even tijd genomen hebben voor een kort gebedsmoment. Twee eeuwen later werd Saint-Martin hier nog steeds aanbeden en wel in die mate dat Gregoire de Tours dit fait-divers belangrijk genoeg vond om het in zijn boek te citeren.

Blijkbaar heeft men bij de bouw van het zuidelijke deel van de kerk in de XIe eeuw bewust dit bouwelement willen bewaren, als aandenken aan de passage van Saint-Martin . Men heeft dan wel nieuwe kolommen aangebracht en de booggang werd vervangen door een nieuwe met andere afmetingen, of gewoonweg omdat de oude in slechte staat verkeerde. Je vindt deze boog in de buitengevel van de zuidelijke zijbeuk, ter hoogte van de derde travee. Hij is opgebouwd met preromaanse elementen; twee Gallo-romeinse kolommen met cannelures, ingewerkt in pilasters met twee archaïsche, uit de Merovingische tijd stammende kapitelen. Onder deze boog bevond zich een romaanse deuropening, die achteraf werd dichtgemaakt en waarin dan een raam werd aangebracht.

De middenbeuk van vier traveeën is het oudste deel van deze kerk. Hij gaat terug tot de Xie eeuw. De overwelving met rondbogen werd pas veel later aangebracht en steunt op gotische en niet op romaanse moerbogen. De moerboog die de derde van de vierde travee scheidt, loopt door tot in het gewelf. De zeer archaïsch uitziende pijlers zijn rechthoekig uitgevoerd, zonder ingewerkte kolommen en zonder kapitelen. De zijbeuken hebben een overwelving met kwartcirkelbogen, op de noordelijke derde travee na, die een ribgewelf heeft. Oorspronkelijk zouden er tribunes komen, die over de volle lengte van de zijbeuken zouden doorlopen, zoals dat het geval is bij de “Notre-Dame du port” in Clermont-Ferrand. Doch zover is men nooit geraakt. Het tongewelf van de vierde travee van de noordelijke zijbeuk loopt door de doorgang van de tribune, die uitgeeft op de zijbeuk. Sommige vloertegels in de middenbeuk en de dwarsbeuk zijn niets anders dan grafstenen. Op één van de vensters in de zuidelijke zijbeuk zie je nog de restanten van een beschilderde pleisterlaag uit de Middeleeuwen.

Op het kerkplein zie je een kruisbeeld uit drie verschillende elementen, opgetrokken in de typische pierre de Volvic. De basis van het kruis dateert uit 1847. De opbouw daarboven gaat terug tot 1665. Elke zijde ervan bestaat uit een dieper gelegen gedeelte met daarin de afbeelding van een personage waarvan het hoofd verdwenen is. Het zijn de beelden van Saint-Patherne aan de zuidzijde, van Saint-Martin aan de westkant, van Saint-Joseph in het oosten en van Sainte Vitaline aan de noordkant. Boven dit alles staat dan een kruis, dat heel wat kleiner oogt dan de rest.



2. Eglise Saint-Jean

Geschiedenis

De église Saint-Jean was tot voor de Franse revolutie de parochiekerk (dit in tegenstelling tot de église Saint-Martin die fungeerde als kapittelkerk). Ze werd in de nasleep van de Franse revolutie als nationaal goed in beslag genomen.In 1791 verkeerde ze echter in zeer slechte staat en was ze daarenboven veel te klein. Dat verklaart natuurlijk waarom de gemeenteraad op haar zitting van 3 augustus 1791, besloot voortaan de collegiale Saint-Martin als parochiekerk te gebruiken.

In 1793 gelastte de gemeenteraad twee van haar burgers – de heren Rouher en Maignol – de Saint-Jean-kerk bij de Natie aan te kopen voor rekening van de gemeente en het geld voor te schieten. De raad was van plan daar het gemeentehuis in onder te brengen. Maar de toestand van de Saint-Jean-kerk was in die twee jaar erg verslechterd. Zo was zelfs een deel van het gewelf ingestort. En zo had de gemeenteraad tijdens haar zitting van 14 april 1793 besloten de kerk terug te kopen, zonder dat ze beschikte over de benodigde fondsen voor de uiterst dringende herstellingswerken.

De kerk werd als één groot lot verkocht op een veiling “à la bougie”. Zolang de kaars brandde kon men een bod blijven doen. Hij die het laatste bod had gedaan, voordat de kaars volledig was opgebrand, kreeg het lot toegewezen. Op 21 april 1793 vond de eerste zitdag van de openbare veiling plaats. Maignol haalde het daarop met een bod van 600 ponden, voordat de kaars doofde. De tweede zitdag haalde een Jean Dubrouillet het met zijn bod van 2050 ponden. Op de zitting van 2 mei 1793 kwam men te weten dat deze Dubrouillet de kerk had gekocht voor een zekere Michaud.



Restanten

Artonne - Eglise Saint-Jean

Een groot deel van de her en der in Artonne aangetroffen materialen is afkomstig van de afbraak van de Saint-Jean-kerk, hoewel we dit niet altijd kunnen bewijzen. Het zijn allemaal zaken in kalksteen uit de streek. Wat de twee fonteinen – de “fontaine Montjoly” en de “fontaine Grande Rue” – betreft, staat het vast dat ze zijn opgetrokken in recuperatiemateriaal, afkomstig van een religieus gebouw. De aanwezigheid van bouwstenen met een met zorg gekapt visgraatpatroon, van kraagstenen met een schaafkrulversiering (“à copeaux”), van ingewerkte kolommen, is daar het bewijs van. Tussen de afbraak van de Saint-Jean-kerk (1793) en de aanleg van het fonteinenstelsel (1801), zitten er maar acht jaar. Het is dan ook logisch te veronderstellen dat de daar gebruikte materialen afkomstig zijn van de kerk in Artonne.

Op de “place Saint-Jean” zie je een kleine schuur, waarvan één van de hoeken opgebouwd is met de elementen van een kalkstenen ingewerkte kolom.

Een hoek op de “place de la fontaine” wordt beschermd met de basis van een zeer oude kalkstenen kolom. Deze heeft een diameter van 70 cm en steekt zo een 60 cm boven de grond uit.

Op het kruispunt van de “rue Saint-Roch” met de “boulevard des Ussels” zie je een ander voetstuk van een kalkstenen kolom, waarmee men de hoek van een huis beschermt. Deze heeft een diameter vav 60 cm en is 65 cm hoog.

De twee laatste kolombasissen zijn qua afmetingen en materiaal waaruit ze zijn gemaakt, identiek. Ze zijn dus afkomstig van eenzelfde gebouw. Hun onderste rand is onregelmatig gekapt. In het gebouw waarvan ze afkomstig zijn, zaten ze dus voor driekwart van hun hoogte in de grond ingewerkt. Ze vormden de verbinding tussen de fundering en de kolom. Het zouden dus wel eens de basissen kunnen zijn van de twee kolommen die de koepel van de Saint-Jean-kerk ondersteunden.



Artonne - Fontaine Montjoly

3. Fontaine Montjoly


De “fontaine Montjoly” vind je op de “place Montjoly”, langs de “boulevard des Ussels”, op het kruispunt met de “rue Montjoly” en de “rue de Chambriat”. Sinds 21 januari 1926 is ze beschermd als monument.

Deze fontein bestaat uit een rechthoekig gebouwtje, opgetrokken in regelmatig gehouwen steenblokken en met een dak bedekt met lauzestenen, en de fontein zelf.

In het gebouwtje bevindt zich een ondergronds waterreservoir van zo een 10.000 liter, bestemd voor het bestrijden van branden.De latei boven de deur is een gerecupereerde kraagsteen met een schaafkrullenversiering, waarop nog duidelijk de sporen te zien zijn van een beschildering met rode verf uit de Middeleeuwen. De waterbak zelf is uit andesietsteen gemaakt, het water stroomt de bak in langs een kalkstenen masker dat het gelaat van een mens uit de Romeinse tijd voorstelt. Men vermoedt dat al deze stenen afkomstig zijn van de afbraak van de Saint-Jean-kerk.





Artonne - Grande Fontaine

4. Grande Fontaine

De “Grande Fontaine” is de grootste fontein van Artonne. Je vindt hem op de “place de la fontaine” in de dorpskom. Hij is rond van vorm en gemaakt in andesietsteen.

Bij de bouw ervan was er blijkbaar een metser die niet goed kon lezen want de inscriptie “ELEVEE LE 20 9BRE AN 10” had hij omgekeerd ingemetseld. Om die fout te herstellen heeft de steenhouwer heel snel dan andere tekst gemaakt: “L’AN 1801 ET 10” op de zijkant, een beknopte versie van de eerste. Deze fontein werd in 1991 volledig gerestaureerd door Macheboeuf, een bedrijf gespecialiseerd in het bewerken van marmer. Het water wordt aangevoerd langs een vierkante kolom waarop een beker staat, alles in andesietsteen. Het water spuit eruit langs de in steen uitgehouwen kop van een zeemonster. De fontein kan 12.200 liter water bevatten.

Het water wordt aangevoerd vanaf de "fontaine Montjoly" langs een verdeelpunt, gelegen tegen de noordelijke gevel van het postgebouw.




5. Fontaine Grande Rue

De “fontaine Grande Rue” vind je op het plein, beneden aan de grote trap. Sinds 21 januari 1926 is ze beschermd als historisch waardevol monument. Ze bestaat uit een andesieten waterbak, gevat in ijzer. Dit is eigenlijk een oude sarcofaag.

De fontein is opgebouwd uit regelmatig gehouwen kalkstenen blokken en wordt bekroond met een arcade van in de steen uitgebeitelde kolommetjes. Het water spuit uit de muil van een monster in Romaanse stijl. Dit alles is zeker afkomstig van de gesloopte Saint-Jean-kerk. De bak kan zo een 630 liter bevatten. Het water is afkomstig van de overloop van de “fontaine de la place”.





6. Fontaine du foirail

De “fontaine du foirail” vind je aan de achterkant van de église Saint-Martin, op de “place Saint-Jean”. Ze heeft de vorm van een ingedeukte ellips en is gemaakt uit andesietsteen. Het water spuit stroomt eruit langs de muil van een gietijzeren leeuwenkop. De bak kan zo een 1600 liter bevatten en is 2,2m² groot. Het water komt uit verdeler aan de “rue Montjoly”. Deze fontein werd in 1882 gemaakt door François Joie.



7. Fontaine du marché

De fontein in de “rue de l’Antique Tour” ziet er uit als een overdekte waterput. Hij wordt nu niet meer gebruikt. Hij werd volledig gerestaureerd en opgekalfaterd. Op de latei staat “1801 AN 9” gegraveerd. Het water ervan wordt nu direct naar de verdeler geleid in de “rue du Cours”, in de buurt van het postgebouw. Deze fontein was oorspronkelijk bedoeld voor privégebruik. Onder de voorwaarde dat iedereen hem mocht gebruiken, werd hij in 1801 op het waternet aangesloten. Vroeger lag deze fontein dus op privégrond.






8. Lavoir du faubourg Saint-Martin

Deze fontein en de vroegere “lavoir” liggen in het hartje van de wijk Saint-Jean en dus niet aan een kruispunt of aan de hoek van een straat, wat niet zo vaak gebeurt. De waterbak van deze fontein heeft de vorm van een ellipsvormig parallellepipedum en is gemaakt uit andesietsteen. Hij heeft een inhoud van 440 liter. Rondom deze bak heeft men een wasplaats ingericht. Het water stroomt in de waterbak via een eenvoudige loden buis. Het wordt over privé-eigendommen aangevoerd vanaf de “Puy Saint-Jean”. Deze lavoir en fontein bestonden al tijdens het Ancien Régime. Het hele complex werd in 1856 gerestaureerd.






9. Lavoir du Tu

Deze lavoir ligt langs de “chemin du Tu”. Hij bestaat uit twee waterbassins. De grootste heeft de vorm van een onregelmatige zeshoek met twee grote en vier kleinere zijden. Hij is gemaakt uit kalksteen en is 16 m² groot.

Het andere bassin is een stuk kleiner. Het is gemaakt uit andesiet en heeft de vorm van een trapezium. Het water wordt aangevoerd van een aftappunt op de “Tu de Ronzière”. Het stroomt over een soort rotsblok, dat ontstaan is door kalkafzetting. Deze lavoir was het hoofdverdeelpunt van het water voor het fonteinenstelsel uit het jaar 1900.





10. Lavoir de Bicon

Dit is een groot rechthoekig lavoir van 17 m² in andesiet. Het wordt gevoed door twee aftappunten op de Bicon, het ene in het park van het kasteel, het andere onder de baan.









11. Lavoir de Glénat

De lavoir en de collector van Glénat liggen op de hoogte van Glénat. De collector is een overwelfde ruimte van 1,5 meter hoog, 1,1 meter breed en 2,7 meter lang, opgetrokken in lokale steen. Het water komt via een kanaaltje van op de heuvel. Je vindt er ook nog drie kleinere, lichtjes druipende aftappunten. Men betreedt de ruimte door over de verdeler te stappen, die het water verdeelt over de lavoir en de fonteinen. Het water verlaat via een buis de verdeler, dan loopt het onder de grond verder naar de lager gelegen lavoir. Het bassin van de lavoir is 5 m² groot en werd voor drie vierden ingekort.






12. Les Remparts

Tot aan de Franse Revolutie was Artonne ingesloten door stadsmuren. Vandaag blijven daar nog slechts enkele stukken muur en enkele torens van over. In totaal kan je zo nog een vijftal fortificaties terugvinden.

  • La porte est

De oostelijke stadspoort ligt in de buitenwijk Saint-Jean. Dit poortgebouw was uitgerust met een valhekken en een poort die kon afgesloten worden. Het lag voor de eigenlijke stadsmuur aan de stadsgracht. Het was dus eigenlijk een soort van “barbacane” – een vooruitgeschoven defensieve stelling. Vandaag zie nog alleen de geleiding van het valhekken, het loket van het tolhuisje en een van de stijlen van de poort. Alles werd voor de doorgang van het verkeer iets naar achteren verplaatst.


  • La porte occidentale

De westelijke stadspoort bevindt zich in de “grande rue”. Van deze poort rest nog een grote ronde toren. Aan de toren zie je nog de geleiding van het valhekken. Oorspronkelijk was deze stadspoort ingesloten tussen twee grote defensieve torens. Inderdaad – in tegenstelling tot de andere stadspoort – is de omgeving buiten de poort een stuk hoger gelegen dan de straat, wat een voordeel betekende voor mogelijke aanvallers. Van daar dus de noodzaak om het verdedigingsstelsel hier te versterken met twee grote torens.

Artonne - Les Remparts



  • Tour, rue Saint-Esprit

Deze toren ligt in het verlengde van de oostelijke stadspoort. Hij verkeert in zeer slechte staat. Het is best mogelijk dat het een van de hoektorens is geweest van het “château d’Artonne”.


  • La tour boulevard des Ussels

Deze toren ligt aan de noordelijke kant van Artonne. Op een plek waar de stadsmuur een bocht maakt.


  • Tour, rue de l'Antique Tour

Deze toren maakte deel uit van de allereerste ommuring van Artonne. Die omsloot de wijk rond de Eglise Saint-Martin. Vervolgens was hij wellicht een onderdeel van het gebouw waarin het kapittel van Artonne verbleef, totdat dit werd ontbonden ten tijde van de Franse Revolutie.



13. Le Parc du Puy Saint-Jean

Als je het “Parc du Puy Saint-Jean” bezoekt, kan je langs een wandelpad kennismaken met de typische flora, die je aantreft op een heuvel in de Limagne. Men heeft hier een signalisatiesysteem aangebracht, waardoor je al snel een vijftigtal soorten bomen, struiken en planten kunt leren herkennen. Het pad voert je ook naar een oriëntatietafel, van waar je een prachtig uitzicht hebt over het dorp en de “chaîne des puys”. 

Je kunt dit natuurpark langs verschillende ingangen betreden. Ofwel doe je dat langs het “sentier du puy Saint-Jean”, dat start aan de “boulevard de Versailles” – ofwel doe je dat van op de top van de “puy Saint-Jean”, ofwel als laatste optie – langs de “chemin des Côtes”. 

De oriëntatietafel laat je de “chaîne des puys” ontdekken, alsook een aantal bijzondere gebouwen in Artonne. 

De plantensoorten die je in dit natuurpark aantreft zijn alle planten die je hier op het platteland aantreft en typisch zijn voor dit milieu. Men heeft hier een bron die al heel lang werd afgetapt en een klein poeltje van water voorziet, terug in ere hersteld.

De bron ligt in het oostelijke deel van het natuurpark, niet ver van de laagst gelegen toegang tot dit gebied. Zij levert het water voor het poeltje.

Op deze kalkstenen heuvels tref je vooral wijngaarden aan. In de buurt ervan zie je dan ook vaak boomgaarden en als de helling te steil wordt, mag het gras hierop volop groeien, tot grote vreugde van de schapen.