Chouvigny

Chouvigny

Algemene informatie:

Het "château de Chouvigny" is een van de zeldzame middeleeuwse militaire bouwwerken die je vandaag nog kan bewonderen. De burcht kijkt van op haar hoge rots (87 m) uit over de vallei van de Sioule.

Kaart


Te bezoeken plaatsen weergeven op een grotere kaart





Bezienswaardigheden:

1. Château de Chouvigny 

Chouvigny is een van de oudste versterkte plaatsen in Frankrijk. De Romeinen hadden hier destijds al permanent een garnizoen gestationeerd, dat moest waken over de vrede tussen de Avernes en de Bituriges. Twee volksstammen die respectievelijk ten zuiden en ten noorden van de Sioule leefden.

Die vrede was echter niet de enige reden waarom de Romeinen deze locatie hadden uitgekozen. Van op deze hoogte konden ze ook de oversteekplaats op de Sioule in de gaten houden. Een strategische belangrijke plek gelegen op de heirbaan die de Lyonnais (provincie rond Montluçon) met de Combraille (de streek rond Bourges) verbond. Die weg bestaat trouwens nog altijd en loopt langs de heuvelflank waarop het kasteel staat.

De kampoverste was een zekere Calvinius, een Gallo-Romeins officier, naar wie deze locatie uiteindelijk ook werd genoemd. De benamingen “Calviniacum” en “Fondis Calvini” evolueerden via tussenstations als Calviniaco, Chouvignet, Chauvigny tot uiteindelijk Chouvigny.

Precies deze Calvinius zou de stamvader worden van alle heren, die tussen 900 en 1460 over het domein van Chouvigny zouden heersen. En hoewel dat er vele zijn geweest, hebben ze uiteindelijk niet veel sporen achtergelaten. Wel bestaat er een document waaruit blijkt dat één van hen in de VIe eeuw het initiatief heeft genomen tot de “abbaye de Menat”, één van de oudste religieuze centra in de Auvergne.

Pas zes eeuwen later – in 1070 om precies te zijn - duikt een lid uit dit geslacht weer op in een document. Blain de Chouvigny - Heer van Nades, La Lysolle, Saint Gal en Salpeyleine – neemt in dat jaar met zijn twee zonen deel aan de eerste kruistocht en beantwoordt zo de oproep van de Hertog van Aquitaine en de Graaf van Poitiers.

Het zijn diezelfde zonen die in 1080 ridder Arnauld de Veauce begeleiden op zijn bedevaart naar Santiago de Compostella. Zij zijn dan ook beide aanwezig als deze – voor hij uiteindelijk sterft - nog een aantal schenkingen doet aan de abdij van Ébreuil.

Rond 1250 – ten tijde van Louis IX (Saint-Louis) - laat Guillaume I de Chouvigny dit castrum verbouwen tot de burcht die we vandaag kennen.

Als in 1281 Guillemin, de zoon van Bertrand de Chouvigny met Catherine, de enige dochter van de Baron du Blot trouwt, ontstaat zo - onder Philippe III - de familietak Chouvigny de Blot.

In 1320 zweerde Guillaume II de Chouvigny trouw aan Philippe V, Sire van Bourbon. Tijdens de regeerperiode van Philippe VI de Valois werd Philippe de Chouvigny - Heer van Saint Gérand, Vaud en Valençon - tijdens de Slag bij Crécy in 1346 gevangen genomen. In 1359 werd hij kamerheer van hertog Louis II de Bourbon.

Hoewel er nog steeds een garnizoen gestationeerd was, verloor deze burcht toch geleidelijk aan haar defensieve functie. Het was nu veel meer een residentie geworden, waar de Heren van Chouvigny met hun gezin nog af en toe verbleven. Ze hadden immers ondertussen in de provincie Bourbonnais andere belangrijkere locaties weten te verwerven en bovendien liet het comfort in dit gebouw veel te wensen over.

Hierdoor kon het kasteel in 1370 - tijdens de Honderdjarige Oorlog – heel gemakkelijk door plunderaars worden ingenomen. Een echte blamage voor de heer, die daardoor alle titels verloor die hem ooit door de koning waren toegekend.

Chouvigny - Château de Chouvigny


Vanaf deze periode is de familielijn van de Heren van Chouvigny ook meer gedocumenteerd. Bertrand, Guillaume, Hugues, André en Jean volgden elkaar op. Jean was getrouwd met Catherine de Bressole en samen hadden ze een dochter Isabeau de Chouvigny, Dame van Nades. Jean de Chouvigny stierf bij de belegering van Carthage. Zijn dochter trouwde op 3 november 1409 met Pierre de Montmorin, kamerheer van de koning en baljuw van Saint-Pierre-le-Moutier. Ze kregen twee kinderen: Jean, die in 1455 huwde met Arthuse de Lavieu en Françoise, die trouwde met Jean Motier de La Fayette, waarbij het kasteel als bruidsschat werd geschonken.

Met het huwelijk van Françoise de Montmorin in 1460 kwam er ook een einde aan de rechtstreekse lijn die afstamde van Calvinius. Met dit huwelijk deed het eerste lid van de familie de La Fayette, een grote adellijke familie met roots in de Auvergne, zijn intrede in de geschiedenis van het “château de Chouvigny”. Het was het begin van een moeilijke en bewogen overgang tussen de twee families die het langst eigenaar waren van het kasteel.

Intussen was het kasteel in 1493 in handen gekomen van Jean de Vienne en in 1500 van Aycelin de Montaigut-Listenois. Vervolgens werd het de eigendom van Louis de La Fayette. Die kreeg het als schenking van Anne, dochter van de voornoemde Aycelin de Montaigut Listenois. Cathérine , de dochter van Anne en Louis de La Fayette, schonk het kasteel aan Guy de Daillon, Graaf van Lude. Zijn nakomelingen zouden het leen een eeuw lang in hun bezit houden.

In 1640, onder de regeerperiode van Louis XIII, spande François de La Fayette een proces aan tegen de laatste eigenaar van het kasteel, een zekere Frasne, Graaf van Daillon du Lude, baron van Briançon, Heer van Montaigut en van Roche Savine. Die had het kasteel van Chouvigny al sinds 1631 in zijn bezit. Graaf de La Fayette vocht de erfenis van de lenen van Chouvigny, Pontgibaud, Nades en Espinasse aan. Dit proces sleepte veertien jaar aan en eindigde met een minnelijke schikking. Graaf de La Fayette zag daarbij af van zijn aanspraken op Pontgibaud en kreeg in ruil daar voor drie andere domeinen.

Pas op 28 juli 1654 zou het kasteel definitief in handen komen van de Motier-tak van het geslacht de La Fayette.

Het “château de Chouvigny” werd toen eigendom van François, Graaf de La Fayette, Maarschalk van de Koninklijke Legers. In zijn huwelijksakte staat hij vermeld als baron van Chouvigny en Heer van Nades. De familie de La Fayette was van dat ogenblik af een alom gekend geslacht in de Bourbonnais. Het kasteel bleef tot in 1734 in hun bezit. Het kasteel wordt in de regio dan ook aangeduid met het "Vieux Château La Fayette".

Toen François de La Fayette definitief eigenaar was geworden van het kasteeldomein, liet hij eerst het kasteel restaureren vooraleer hij er zelf ging in wonen. Hij leefde er van de opbrengst van zijn landerijen en van zijn wijngaarden, die in die tijd de trots uitmaakten van het domein.

Doordat dit kasteel al voor hij geboren werd, geen eigendom meer was van zijn familie, heeft Marquis Gilbert Motier de La Fayette - bekend voor zijn rol in de Amerikaanse Onafhankelijkheidsoorlog, bij de Franse Revolutie en de Revolutie van 1830 – eigenlijk niets meer te maken gehad met dit kasteel van Chouvigny.

Dat geldt niet voor alle andere grote namen uit de familie de La Fayette. Die hebben er tussen 1654 en 1734 wel degelijk iets mee te maken gehad. Ofwel omdat ze er resideerden ofwel omdat ze er tijdelijk hebben vertoefd. Dit is het geval voor onder meer François Motier de La Fayette, bisschop van Limoges en ook voor Marie Madeleine Pioche de Lavergne, die Gravin werd na haar huwelijk met François de La Fayette. Hun portretten, samen met dat van hun zoon, versieren de muren van het “salon d'honneur”.

Hun zoon erfde in 1683 het leen. Zijn dochter Marie Madeleine trouwde in 1706 met Charles-Louis de La Trémoille, Hertog van Thouars en Pair de France, die door zijn huwelijk eigenaar werd van het kasteel. Hun zoon Armand-René, Hertog de la Trémoille erfde het op zijn beurt in 1730. Hij had weinig interesse voor dit domein. Voor hem lag het te ver, was het te insignificant, te oud en te weinig rendabel. Hij besloot dan ook het kasteeldomein te verkopen. Zo kwam er een einde aan het tijdperk van de familie de La Fayette de la baronnie de Chouvigny.

Op 16 april 1736 werd het kasteel eigendom van Ignace Le Noir. Bij zijn dood in 1760 ging het kasteel over op zijn zoon Pierre François Le Noir.

In 1789 werd Antoine Le Noir, Heer van Espinasse en Trévo de nieuwe eigenaar. Hoewel geheel Frankrijk in de ban van de Revolutie was, kwam het “château de Chouvigny” ongeschonden uit deze woelige periode.

Zo hebben de Heren van Chouvigny tot op 4 augustus 1789 - het moment waarop alle privileges werden afgeschaft - steeds recht mogen spreken op hun domein.

Antoine Le Noir was zich wel degelijk bewust van het gevaar dat hij door zijn adellijke afkomst liep. Hij zou dan ook met hulp van zijn kamerdienaar in het kasteel of in de omgeving ervan een fabuleuze schat hebben verborgen. Om zeker te zijn dat deze bergplaats geheim zou blijven, zou hij daarna zijn dienaar hebben om het leven hebben gebracht. Tot op de dag van vandaag bleef de schat onvindbaar en zo leeft de legende nog steeds voort.

In 1797, onder het Directoraat, werd het domein van Chouvigny toegewezen aan één van de mogelijke erfgenamen, Edme Gautier, baron d'Haute Serve. Zijn familie had het kasteel in bezit tot 1853. In dat jaar deed een zeer belangrijke persoon zijn intrede in de geschiedenis van het kasteel: de Hertog van Morny. Hij was de kleinzoon van Talleyrand en de natuurlijke zoon van de koningin van Holland Hortense de Beauharnais en Graaf de Flahaut, Président du Corps législatif, Président du Conseil Général du Puy-de-Dôme, Minister van Binnenlandse Zaken en halfbroer van Napoleon III. Hij was getrouwd met een Russische prinses Sophie Troubetzkoy. Naast het château de Chouvigny kocht hij ook het “domaine de Nades” aan. Deze twee lenen waren sinds Calvinius nooit van elkaar gescheiden. Hij liet het prachtige “château de Nades” bouwen, een architecturale parel uit het midden van de XIXe eeuw waarvan vandaag nog de donjon, het park en de vijver overblijven.

Charles de Morny liet het kasteel snel en doeltreffend restaureren. Wel moet gezegd worden dat sommigen de ramen, die hij had laten aanbrengen in de salon d'honneur niet zo geslaagd vonden, omdat die niet pasten bij de middeleeuwse stijl. Hij heeft ook verschillende torens laten slopen.

Aan hem dankt men ook het gedeelte van de weg die het kasteel met het dorp Chouvigny verbindt. Hij meubileerde een aantal vertrekken en maakte van het kasteel een jachtslot. De erfgenamen van de Hertog van Morny verkochten het op hun beurt aan M. Louis Paturet.

In 1878 kocht baron Eugène de Cadier de Veauce, waarvan een van de voorouders behoorde tot de familie van Blain de Chouvigny die in 1080 stierf, het kasteel dat toen al veel weg had van een ruïne. Na zijn dood verkocht zijn vrouw-weduwe, barones Jeanne Cornélie Valentine de Wykersvoth de Werdesteyn de Veauce, in 1885 op haar beurt de kasteelruïnes door. Het kasteel kwam vervolgens in handen van verschillende eigenaars. Maar niemand van hen deed ook maar enige moeite om het te laten restaureren. De aanzet daartoe zou pas in 1945 gebeuren, toen M. Groslière het kasteel aankocht. Pas nadat hij zich goed gedocumenteerd had, begon hij in 1960 met de restauratie van het kasteel. Hij liet de “tour de la prison”, de vierkante donjon, de uitkijktoren, de “tour du trésor” en de “cour de cavalier” herbouwen. In 1966 werden de werken beëindigd en in 1967 werd het kasteel voor het grote publiek open gesteld. In 1976 moest het na een erfeniskwestie weer zijn deuren sluiten. De volgende acht jaar stond het kasteel leeg.

De huidige eigenaars doen er nu alles aan om het “château de Chouvigny” zijn vroegere glorie weer te geven.


  • Openingsuren 
Alle dagen open van juli tot augustus van 14h00 tot 18h00 met ieder uur geleide bezoeken.
Het kasteel is enkel te bezoeken via geleide bezoeken


  • Inkomprijzen 
+15 jarigen: 5€/Pers
-15 jarigen: 2€/Pers
Groepen (vanaf 10 Pers): 4€/Pers



  • Adres 
03450 Chouvigny




2. Roc Armand

Aan het begin van de “Gorges de Chouvigny” - een onderdeel van de “Gorges de la Sioule” - loopt de weg langs een rotspartij, met als opvallendste element de “Roc Armand”. De top ervan bereik je langs een trap, uitgehouwen in de rots. Eens boven, geniet je van een prachtig panorama: stroomafwaarts het “château de Chouvigny”, in de andere richting granietrotsen die oprijzen boven beboste hellingen.