Loodjes

Door leden gevonden loodjes zijn te vinden op de pagina vondsten, of door te klikken op deze link
 
Dit verhaal is ook als PDF file te downloaden, zie hiervoor op de pagina Downloads.

 

Merkloden
Tegenwoordig worden (loden) merkzegels nog steeds gebruikt, denk maar eens aan de rookworsten maar ook aan de meterkast waar de meter is verzegeld. Merkloden werden gebruikt voor het merken van allerhand goederen en consumptie artikelen, deze waren dan bestempeld of ingekrast met relevante productie informatie, of was een eigendom aanduiding. Maar er zijn ook loden die duidelijk maakte dat de producten volgens de vastgestelde kwaliteitsnormen waren gemaakt. En dan zijn er natuurlijk ook nog de loden die aangeven dat er belasting of accijns is betaald. Het oudste tot nu toe gevonden lood van Noordwest Europa is een exemplaar uit ca. 1275 gevonden in Amsterdam. Het meest voorkomend type lood bestaat uit  twee ronde schijven verbonden met een lip. Deze werden in een keer gegoten, en bij het sluiten voorzien van een stempel. Aan het einde van de 16e eeuw zien we ook een lood met vier schijven    


Textielloden
In de Vlaamse steden kwam in de loop van de 12e en 13e eeuw de lakenindustrie tot bloei. In Nederland zien we deze industrie aan het eind van de 13e ontstaan. De stedelijke overheden voerde strenge controles uit om ervoor te zorgen dat de te verhandelen stoffen voldeden aan de hoogste eisen, dit werd uitgevoerd door de zogenaamde “Waardijn”. De keuringen vonden op verschillende momenten van de productie plaats (deelbewerkingen), als bewijs van deze keuringen werden er loden aan de stof bevestigd. Op deze deelbewerkers loden zie je op een zijde vaak een symbool welke te maken had met de bewerking, op de andere zijde een huismerk of naam van de bewerker. Bijvoorbeeld loodjes met de afbeelding van een zon, deze waren van linnen welke gebleekt werd.  Als een stof geweven was werd deze naar het zegelhuis of looijhal gebracht waar de Waardijn deze keurde en zegelde met een lood. Deze loden waren meestal voorzien van het stadswapen, en werd met een klop van extra informatie voorzien. Zoals de letters D. DD. DDD wat iets over de dikte van het lakken zei, of O,OO,OOO oneffenheden. Ook werd de lengte van het laken vaak vermeld. Nadat het product was voltooid kreeg deze een eindkeuring, in het begin werd dan volstaan met een eenvoudig lood. Maar in de 16e eeuw werden de stoffen soms wel voorzien van vijf eindloden, bijvoorbeeld voor de lengte, breedte, het aantal draden, de plaats van fabricage, het verf procedé enz. Mensen kochten de stoffen niet op het oog maar op de loden, het eindstuk met de loden werd dan ook het laatst verkocht. De vroege textielloden werden vaak voorzien van eenvoudige symbolen zoals een ster of lelie. Het is dan ook moeilijk om de herkomst van deze te bepalen. Maar de meeste textielloden dateren uit de tweede helft van de 16e en eerste helft van de 17e eeuw. Textieloden waren in heel West-Europa gangbaar, in Nederland worden dan ook regelmatig buitenlandse exemplaren gevonden. Engeland een van de grootste leveranciers van wollen lakens, Frankrijk  in de 17e en 18e eeuw een van de grootste leverancier van zijde en Zuid-Duitsland een van de grootste leverancier van linnen.

Staal of verflood
 
De stoffen werden geverfd  hiervoor werd eerst een grondkleur aangebracht, meestal blauw. Als deze grondkleur is aangebracht werd deze gekeurd, dit gebeurde aan de hand van een aantal kleurstallen door de staalmeester. Amsterdam was beroemd om zijn verfprocedé, waardoor er veel in binnen en buitenland geproduceerde stoffen in Amsterdam werden geverfd en voorzien van een Amsterdams staallood. Er zijn tot nu toe staalloden bekend van; Alkmaar, Amsterdam, Delft, Den Bosch, Dordrecht, Enkhuizen (mogelijk), Gorinchem, Gouda, Leeuwarden, Leiden, Middelburg, Rotterdam en Utrecht. Daarnaast zijn er in Nederland ook staalloden uit Antwerpen, Bremen, Hamburg, Lubeck en Dantzig gevonden.
Verzegelloden
Voor het afsluiten en vervolgens verzegelen van verschillende dingen, zien we sinds de 18e eeuw tot tegenwoordig een apart soort loodje ontstaan. Deze werden over een dun draadje (borgdraad) geschoven, en vervolgens met een borg tang vast geklemd  en van een stempel voorzien. Tegenwoordig kommen we deze zegels nog steeds tegen op bijvoorbeeld geldzakken en brandblussers.  Dit soort loodjes werden door fabrieken, goederenvervoerders en handelsfirma’s gebruikt.  Een aantal voorbeelden;

 
 
Koosjerloden
Joden mogen alleen koosjer vlees eten, wat afkomstig is van ritueel geslachte dieren. Om duidelijk te maken dat dit vlees koosjer is werd deze voorzien van een speciaal loodje, met Hebreeuwse karakters.  Dit soort loodjes worden vooral in Amsterdam gevonden, en dateren ongeveer van 1650 tot 1900.

 
 
Meelzakken
Dit soort loden werden ook vaak gebruikt voor het verzegelen van zaken meel.  Deze zijn eenvoudig  te herkennen, omdat ze meestal zijn voorzien van de cijfers  000, 00, 0, 1, 2, 3 enz. Deze cijfers staan voor de kwaliteit van het meel, dit neemt echter in de loop van de 20
e eeuw af.  De loodjes zijn eigenlijk ook altijd voorzien van de naam van de meelfabriek .

Spoorwegen
Voor het verzegel van o.a. wagons en postzakken gebruikt de spoorwegen verzegelloden. Hierop staat de afkorting voor de maatschappij, de plaats van zegelen en de datum. Van drie maatschappijen worden regelmatig loodjes gevonden. Hollandse ijzeren spoorweg Maatschappij (HSM - 1837-1938) werd in 1837 opgericht en was de eerste Nederlandse Spoorwegmaatschappij.
De StaatsSpoorwegen (SS - 1863-1938) werd in 1863 opgericht om de spoorlijnen van de Staat der Nederlanden (SN) te exploiteren. In 1917 werd door de SS samen met de HSM de belangenmaatschappij Nederlandse Spoorwegen opgericht. Dir monde uit in een fusie en de oprichting van de NV. Nederlandse Spoorwegen (NS) op 1 januari 1938.

Accijnsloden
Om aan te geven dat er accijns voor een product is betaald, komen we vanaf de 19
e eeuw een zogenaamde accijnsloden tegen. Deze zijn altijd voorzien van het zogenaamde koningswapen, de gekroonde leeuw in 1815 werd vast gesteld, en een administratief nummer. Op de oudere exemplaren staat soms ook “uitgaande regten en acynsen”, en later meestal een verkorting of afgeleide van deze tekst. Zoals R&A of AccG.
Opvallend hierbij zijn de zogenaamde vleesloden, deze werden aan de staart aangebracht waardoor er vaak nog haren tussen zitten.

Typologie

Type 1 Knijplood (ca. 1775-nu)
-          Geen verbindingsstuk
-          Meestal bedrijfsloden

 
Type 2 Liplood
-          Heeft een verbindingsstuk de lip genoemd.
-          Geen bevestigingen pin
 

Type 3 Penlood (ca. 1250-1800)
Een penlood bestaat uit twee ronde schijven welke met een lip verbonden waren. En een pin welke bij het samenvouwen van de helften door de stof gedrukt werd. Dit gebeurde met behulp van een tang welke tevens de stempel was.
-          Heeft een verbindingsstuk
-          Heeft twee schijven
-          Vooral Textieloden

        3a (ca. 1400-1700)
        -          Penlood met twee pennetjes, een variatie op het penlood.

Type 4
-          Geen verbindingsstuk
-          Wel een pen bevestiging
 

Type 5 (ca. 1825-1950)
-          Geen verbindingsstuk
-          Alleen bekend van de Duitse spoorwegen
 

Type 6 Vouwlood (ca. 1775-nu)
-          Geen verbindingsstuk 
-          19e 20e eeuw
-          bedrijfsloden
 

Type 7 Pijplood  (ca. 1300-1800)
Een langwerpige pijpvormige lood, welke door de wever om een aantal draden werd bevestigd. En bij het dichtknijpen met een tang voorzien van een stempel.
-          Geen verbindingsstuk

 
Type 8 (ca. 1500-1700)
-          Geen verbindingsstuk
-          Massief gegoten met een draagoog
-          Meestal voorzien van een Adelaar
-          Keerzijde meestal een huismerk
-          Meestal eigendomsbewijs van een handelaar
 

Type A (ca. 1600-1800)
-          Heeft twee verbindingsstukken
-          Penlood, met vier schijven
-          Textielood
-          Komen vooral voor in Engeland.
 
 
Type B (ca. 1500-1700)
-          Heeft een verbindingsstuk
-          Komen vooral voor in Engeland.



 
Meer informatie; http://kleipijp.home.xs4all.nl/kleipijp/Textiel%20en%20zegelloden%202013.pdf
http://www.koolwaaij.nl/Loodjes/index.aspx?user=U0058
 
Een site met tientallen overzichten van gedetermineerde/gedateerde vondsten   http://www.dutchartefacts.nl/
 

Bronnen
-          Baart, J., (1977) Opgravingen in Amsterdam: 20 jaar stadskernonderzoek.
           Fibula-van Dishoeck
-          Bartels, M., (1999). Steden in Scherven. Vondsten uit beerputten in  
           Deventer, Dordrecht, Nijmegen en Tiel (1250-1900).  Amersfoort/Zwolle.
-          Lenting, J. J., & Gangelen, H. (1993) Schans op de grens: Bourtanger
            bodemvondsten 1580-1850. Sellingen. Stichting Vesting Bourtange.
-          Oostveen, J.P. van. (2013) Textiel- en zegelloden  Westerheem, 2013