Zoeken met een Metaaldetector

                                                  
Uiteraard kun je niet zomaar overal gaan zoeken en graven en zijn er een aantal regels waar je je aan dient te houden. Want zonder dat je het weet, kun je door zomaar ergens te graven oude bewoningssporen vernietigen.
 
Het is natuurlijk altijd verboden om te zoeken op archeologische terreinen. Daarnaast mag je ook niet zoeken op 
beschermde cultuur historische plekken zoals bv. Kastelen, burchten, ruïnes. Maar ook niet op ingezaaide akkers, weidegebied 
met vee en beschermt natuurgebied. Op veel stranden en andere recreatieterreinen kun je meestal vrij zoeken. 
In alle andere gevallen moet je altijd toestemming van de grondeigenaar hebben, om zijn land te mogen betreden, zorg dat je legimitatie 
bij je hebt. Het is dus verboden om te zoeken zonder toestemming van de grondeigenaar, doe je dit wel dan pleeg je diefstal.
 
Vondsten, waarvan men redelijkerwijs kan aannemen of vermoeden dat deze van wetenschappelijke cultuurhistorische waarde zijn, 
moeten worden gemeld. Een gemelde vondst moet door de vinder minimaal 6 maanden ter beschikking gehouden worden voor wetenschappelijk onderzoek.
De vondsten die je doet op de grond van een ander,
zijn altijd voor de helft eigendom van de grondeigenaar
Verkoop je deze vondsten dan moet je hierover dus afspraken maken met de grondeigenaar.
 
Let er op dat in een aantal plaatsen een algemeen verbod van toepassing is voor het gebruik van metaaldetectoren.
 Check altijd de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) als u twijfelt of informeer bij de gemeente waar u wilt gaan zoeken naar de APV. 
Plaatsen zoals Nijmegen en Arnhem hebben een algemeen verbod voor het gebruik van een metaaldetector ivm veel achtergebleven 
munitie en explosieven uit de tweede wereldoorlog die nog altijd op bepaalde plaatsen onder de grond liggen.
 

Regels voor Metaaldetectoronderzoek binnen de gemeente Súdwest-Fryslân

Zo nu en dan worden gemeenten geconfronteerd met amateurs of hobbyisten die door middel van een metaaldetector het oppervlak in een bepaald gebied willen onderzoeken. Dit onderzoek hoeft niet primair gericht te zijn op archeologische bodemschatten maar eventuele archeologische vondsten kunnen ook niet worden uitgesloten. Op het zoeken naar oudheden met behulp van een metaaldetector zijn de volgende wettelijke bepalingen van toepassing (Monumentenwet 1988)

1. Meldingsplicht. Vondsten die met de metaaldetector worden gedaan en waarvan wordt vermoed of kan worden vermoed dat zij van archeologisch belang zijn, dat wil zeggen een archeologisch            wetenschappelijke waarde vertegenwoordigen, moeten worden gemeld (artikel 53, lid 1 Mw’88)
    Aanvulling; De vondsten kunnen worden gemeld bij de gemeente, de provinciaal archeoloog of het archeologisch depot te Nuis
 
2. Beschikbaarstelling. Eventuele archeologische vondsten moeten op verzoek voor ten hoogste zes maanden ter beschikking worden gesteld, waarna deze vervolgens aan de eigenaar worden      
    geretourneerd (artikel 53, lid 2 Mw’88). 
    Aanvulling; In de praktijk wordt zelden van deze verplichting gebruik gemaakt, namelijk alleen als het vondsten betreft die van uitzonderlijke wetenschappelijke waarde zijn en om die reden moeten     worden gedocumenteerd. Een toevalsvondst komt in gelijke delen toe aan de vinder én de eigenaar van de roerende of onroerende zaak waarin deze is aangetroffen (artikel 13 van boek 5 van het  
    Burgerlijk wetboek).
 
3. Opgraving. Het graven naar archeologische vondsten zonder een  opgravingsvergunning is niet toegestaan (artikel 45, lid 1Mw’88). 
    Aanvulling; Dit geldt ook voor het graven in de bouwvoor (bijvoorbeeld met een schop, troffel of handschepje) en bijvoorbeeld voor het zetten van grondboringen met als doel om archeologische  
    vondsten te doen. Archeologische waarden zijn uitermate gevoelig voor bodemverstoringen. Bovendien is de schade als gevolg van bodemverstoringen onomkeerbaar. Bij het graven in de bodem
    wordt niet alleen de archeologische vondst van zijn oorspronkelijke plek gelicht, maar wordt ook de bodem gelaagdheid,dus de context van de vondst, en eventuele archeologische grondsporen 
    verstoord. Hierbij speelt de locatie een bepalende rol.Indien deze locatie is aangewezen als  archeologisch monument of in het vigerende bestemmingsplan als archeologisch attentiegebied 
    dan kunnen er aanvullende bepalingen in het geding zijn. Uiteraard dient de eigenaar van het terrein toestemming te verlenen om het terrein te betreden en, in voorkomende gevallen, voor het 
    verrichten van graafwerkzaamheden.

Bron;  Erfgoednota Súdwest-Fryslân 2013 – 2016   Blz93