H2 Keuringen

 
2.1 Inleiding
Onder arbeidsmiddelen worden volstaan: 'alle op de arbeidsplaats gebruikte machines, apparaten, gereedschappen en installaties'. Arbeidsmiddelen hebben als doel om het werk lichter en gemakkelijker te maken. Veiligheidskeuringen aan arbeidsmiddelen welke door slijtage achteruitgaan, verlagen het risico voor de veiligheid en de gezondheid van werknemers die ermee werken. Ook periodiek onderhoud heeft een risicoverlagend karakter.

 

Het Arbobesluit stelt dat de werkgever verplicht is om de nodige maatregelen te treffen met betrekking tot arbeidsmiddelen dat de veiligheid en de gezondheid van de werknemer tijdens het gebruik geen gevaar lopen. Dit valt onder de zorgplicht van de werkgever. In de hiernavolgende paragraaf wordt de wettelijke context van de veiligheidskeringen aan arbeidsmiddelen verder toegelicht.
 
2.2 Wettelijke context van veiligheidskeuringen

Bij het gebruik van arbeidsmiddelen kunnen gevaren ontstaan voor de gebruikers én voor de omgeving. Door het gebruik van de arbeidsmiddelen gaat de kwaliteit ervan achteruit. Dit als gevolg van slijtage, beschadiging en veroudering. Een ongeval kan een mogelijk gevolg zijn. Om die reden is er wetgeving gericht op het waarborgen van de veilige staat van arbeidsmiddelen gedurende de hele gebruiksduur.

 

2.2.1 Arbobesluit: doelvoorschriften

De Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen, die eisen stelt aan het gebruik en onderhoud van arbeidsmiddelen op de werkplek, is in Nederland vervat in het Arbobesluit hoofdstuk 7 (Veiligheid van arbeidsmiddelen en specifieke risico’s). Het Arbobesluit valt onder de Arbeidsomstandighedenwet. De hierin opgenomen eisen gelden zowel voor nieuwe als reeds in gebruik zijnde arbeidsmiddelen.

 

Een onderdeel van de wettelijke eisen is het regelmatig inspecteren of keuren (beoordelen) van arbeidsmiddelen. Het Arbobesluit, artikel 7.4a, eist dat arbeidsmiddelen periodiek worden gekeurd. Deze keuringen worden uitgevoerd door een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling.

 

2.2.2 Keuringseisen risicovol materieel

Voor risicovol materieel, zoals bepaalde typen hijskranen, liften en bepaalde apparatuur onder druk, zijn de keuringseisen gedetailleerd in wetten en normen vastgelegd. Ook voor elektrische arbeidsmiddelen en hijsgereedschappen gelden aanvullende voorschriften. Voor deze arbeidsmiddelen worden eisen gesteld aan de keurmeester en de organisatie die de keuringen uitvoert.


2.2.3 Risico-inventarisatie

In beginsel zijn alle eisen die aan arbeidsmiddelen worden gesteld, gebaseerd op artikel 7.3 van het Arbobesluit, 'Geschiktheid arbeidsmiddelen'. Dit artikel verplicht de werkgever arbeidsmiddelen pas te laten gebruiken na een risico-inventarisatie en -evaluatie van de arbeidsomstandigheden inzake het veilige gebruik van het middel, met inachtneming van de gevaren die de werkplek zelf met zich meebrengt. Bovendien wordt verwezen naar de NEN-EN ISO 12100-1 norm (Veiligheid van machines: Basisbegrippen, algemene ontwerpbeginselen) die bij die risico-inventarisatie en -evaluatie kan worden gehanteerd.

2.2.4 Europese productrichtlijnen, de Machinerichtlijn en CE-markering

De Europese productrichtlijnen waarin productveiligheidseisen zijn vastgelegd zijn in Nederland geïmplementeerd in de Warenwet. Eén van deze productrichtlijnen is de Machinerichtlijn. Machines die hieraan voldoen, zijn door de fabrikant voorzien van een CE-markering en gaan vergezeld van een EG-verklaring van overeenstemming. Ook voor CE-gemarkeerde machines is een controle nodig. De fabrikant is er verantwoordelijk voor dat het arbeidsmiddel bij het in de markt brengen aan de Machinerichtlijn (of andere van toepassing zijnde richtlijnen) voldoet. De werkgever is verantwoordelijk voor de veiligheid tijdens de gebruiksfase. Overigens blijft de fabrikant ook verantwoordelijk voor de veiligheid van het arbeidsmiddel volgens het principe van de omgekeerde bewijslast. Deze dient aan te tonen dat het arbeidsmiddel aan de Machinerichtlijn (of andere van toepassing zijnde richtlijnen) voldoet. Bij modificaties door de gebruiker dient zijn werkgever te beoordelen of nog aan de Machinerichtlijn wordt voldaan dan wel wederom hieraan moet gaan voldoen.

 

2.3 Regels en verantwoordelijkheden m.b.t. keuringen

De werkgever is verantwoordelijk voor de technische staat en de veiligheid van het arbeidsmiddel en bepaalt of het arbeidsmiddel geschikt is voor het beoogde doel van de werkzaamheden. Indien het gehuurde arbeidsmiddelen betreft is de huurder of de inlener vanuit de zorgplicht verantwoordelijk voor de technische staat. De verhuurder is verantwoordelijk het leveren van een arbeidsmiddel wat voldoet aan de wettelijke eisen. Op basis van de Arbowet is een keurmeester of externe keuringsinstantie niet verantwoordelijk voor de veiligheid van arbeidsmiddelen, deze verantwoordlelijkheid ligt bij de werkgever. Het uitbesteden van keuringen legt dus geen verantwoordelijkheid bij de (externe) keurmeester. Dit geldt voor het eigen materieel, maar ook voor ingehuurd of ingeleend materieel.

2.3.1 Deskundigheid en positie van de keurmeester

Wie zijn bevoegd om keuringen uit te voeren? In het Arbobesluit artikel 7.4.a lid 5 is opgenomen dat keuringen worden uitgevoerd door een deskundige natuurlijke persoon, rechtspersoon of instelling. Daarnaast zijn door de wetgever zogenaamde keuringsklassen vastgesteld waarin is bepaald welke arbeidsmiddelen door (of namens) de werkgever mogen worden uitgevoerd en welke arbeidsmiddelen door een (gecertificeerde) externe keuringsinstantie moeten worden uitgevoerd. Het betreft de volgende keuringsklassen:


Klasse 0.

De keuringen worden verricht door personen die daartoe voorlichting en onderricht hebben gehad. Arbeidsmiddelen met geringe risico's zijn ingedeeld in klasse 0, hierbij valt te denken aan bijvoorbeeld een schaftwagen, bouwkeet, etc.

 

Klasse 1.
De keuringen worden verricht door deskundige personen die door de werkgever zijn aangewezen en daartoe speciaal zijn opgeleid. Het overgrote deel van de gebruikte arbeidsmiddelen valt in deze klasse. Voorbeelden hiervan zijn de boormachines, cirkelzagen, ladders, motorkettingzagen, trappen, etc.

 

Klasse 2.

De keuringen worden verricht door speciaal daartoe opgeleid personeel, dat een onafhankelijke positie bekleedt ten opzichte van degenen die bij de keuringsuitkomsten belang hebben. De keurmeester heeft dus geen belang bij de uitkomst van de inspectie. Een afkeuring mag geen gevolgen hebben voor het dagelijkse werk van de keurmeester. Voorbeelden van klasse 2 arbeidsmiddelen zijn: bouwlift, heftruck, bovenloopkranen, etc.

 

Klasse 3.
Aan de keuringsinstantie worden naast de eisen uit klasse 2 ook eisen gesteld aan de onafhankelijkheid en deskundigheid van de beoordelingsorganisatie binnen een bedrijf. Het bedrijf dient een kwaliteitssysteemcertificaat te hebben (EN 45012 / ISO 9000) of een specifieke accreditatie als inspectie-instelling (EN 45004). Het is mogelijk dat een onafhankelijke materieeldienst aan deze voorwaarden voldoet. Voorbeelden van klasse 3 arbeidsmiddelen 3 zijn torenkranen, mobiele kranen, heistellingen, etc.

 

Klasse 4.

De keuringen worden verricht door onafhankelijke en deskundige keuringsinstanties, die door de Raad van Accreditatie zijn geaccrediteerd. De overheid schrijft de specifieke keuringen voor en wijst de keuringsinstanties aan (EN 45011). Het technische gedeelte van de keuringen mag door de keuringsinstantie per contract worden uitbesteed aan instellingen waarvan de deskundigheid en de onafhankelijkheid middels accreditatie of anderszins zijn gewaarborgd. De eindverantwoordelijkheid voor keuringsresultaten blijft echter bij de aangewezen keuringsinstantie. Voorbeeld van een arbeidsmiddel in deze klasse is de personen-/goederenlift.

 

Klasse 5.

Hierbij geldt het zelfde als bij klasse 4, de keuringen mogen door de onafhankelijke keuringsinstantie echter niet aan anderen worden uitbesteed. Deze klasse is in de algemene industrie en bouw niet relevant.

 

Klasse 6.

Hierbij geldt het zelfde als bij klasse 5, met extra overheidstoezicht of uitvoering door de overheid zelf. Deze klasse wordt momenteel niet gebruikt.

 

Alleen arbeidsmiddelen uit de klassen 0 – 2 mogen door of namens de werkgever zelf worden gekeurd. Arbeidsmiddelen in de klasse 3 betreffen een overgangsklasse en hoger mogen in het algemeen niet door de werkgever zelf worden gekeurd.

 

Voor de keuringsklassen 0 – 2 dient “deskundigheid” te worden aangetoond. Dit kan bijvoorbeeld door middel van een certificaat van deelname aan een cursus keurmeester (elektrische) arbeidsmiddelen worden aangetoond. Ook wordt een meerjarige ervaring geaccepteerd als “deskundigheid”. Indien de keurmeester ook elektrische arbeidsmiddelen keurt is het belangrijk dat deze middels een aanwijzingsformulier minimaal wordt aangewezen als Voldoende onderricht persoon keurmeester elektrische arbeidsmiddelen NEN 3140 (VOP). Ook kan de bevoegdheid tot keuren worden opgenomen in een functieomschrijving. De keurmeester mag geen belang hebben bij het resultaat van zijn keuring. Degene die verantwoordelijk is voor de uitvoering van werkzaamheden (productieverantwoordelijke) mag de uitslag van de beoordeling niet kunnen beïnvloeden.

 

2.3.2 Verantwoordelijkheid voor het managementsysteem

Het is belangrijk dat één persoon verantwoordelijk wordt gesteld voor het managementsysteem met betrekking tot het uitvoeren van de keuringen. Dit kan een KAM-manager, Arbo-coördinator, preventiemedewerker, hoofd materieelbeheer of de keurmeester zelf zijn. Deze verantwoordelijkheid en de bijbehorende taken en bevoegdheden dienen vastgelegd te zijn in een functieomschrijving.

 
2.4 Opzetten keuringen


2.4.1. Inleiding

Als de keurmeester is opgeleid en aangewezen dan zal men op enig moment starten met het keuren. Als startpunt kan de keurmeester beginnen met een overzichtslijst waarin alle aanwezige arbeidsmiddelen worden vastgelegd. Een handig hulpmiddel kan zijn een tabel waarin per arbeidsmiddel de volgende kenmerken worden vastgelegd:

  • Soort arbeidsmiddel;
  • Merk;
  • Type;
  • Serienummer.

Belangrijk is om een keuze te maken welke arbeidsmiddelen wel en welke arbeidsmiddelen niet zelf gekeurd worden.

 

Voorbeelden van arbeidsmiddelen welke door de keurmeester gekeurd kunnen worden zijn:

§         Arbeidsmiddelen klasse 0 t/m 2 (zie par. 2.3.1);

§         Alle gangbare 230V elektrische arbeidsmiddelen zoals: boormachine, slijpmachine, looplamp;

§         Alle gangbare 380V machines zoals: draaibank, freesbank, cirkelzaag, etc;

§         Alle gangbare motorische materieel zoals: motorkettingzaag, maaimachine, bosmaaier, etc.

 

Uitsluitingen welke niet zelf gekeurd mogen worden zijn:

  • Arbeidsmiddelen klasse 3 t/m 6 (zie par. 2.3.1);
  • Hijs- en hefmiddelen boven de 2 ton dan wel 10 tonmeter zoals torenkranen, mobiele kranen, hijstellingen, etc.;
  • Middelen t.b.v. personenvervoer zoals (bouw)liften, personenliften, etc.
     
Belangrijke stelregel is dat de keurmeester zijn of haar eigen “kracht” kent. Indien een arbeidsmiddel onbekend is, dient de kennis eigen gemaakt te worden of de keuring te worden uitbesteed aan keurmeesters welke over de noodzakelijke kennis en kunde beschikken.

 

2.4.2. Identificatie van arbeidsmiddelen

Arbeidsmiddelen dienen in het kader van naspeurbaarheid te worden geïdentificeerd om het later te kunnen traceren. Dit is eveneens van belang om een link te vormen tussen het arbeidsmiddel en een checklist welke als bewijs dient dat de keuring plaatsgevonden heeft.

 

Identificatie van arbeidsmiddelen kan op de volgende wijzen plaatsvinden:

  • Graveren van een nummer;
  • Barcodestickers;
  • RFID-chips (Radio Frequency Identification).

Het graveren is veel gebruikte en “onuitwisbare” methode om een arbeidsmiddel te identificeren. Het voordeel van graveren is dat de leesbaarheid van het identificatienummer bij arbeidsmiddelen die in werkplaatsen en op bouwlocaties worden gebruikt redelijk tot goed gewaarborgd is en blijft. Nadeel vanuit elektrisch oogpunt is dat graveren in elektrisch isolerende delen de isolatiewaarde negatief beïnvloed.

 

Het toepassen van barcodestickers is in opkomst bij identificatie van arbeidsmiddelen. Bij stationaire apparatuur in kantoren en werkplaatsen is dit een goede methode. In de praktijk laten bij elektrische handgereedschappen barcodestickers vaak los in werkplaats- en bouwplaatsomstandigheden.

 

De toepassing van RFID-chips is eveneens in opkomst. Een aantal leveranciers van elektrische arbeidsmiddelen voorziet momenteel het materieel al van chips, waarmee de invoering van deze vorm van identificatie wordt vergemakkelijkt.


Samenvattend verdient graveren van arbeidsmiddelen de voorkeur: zowel vanuit praktisch als uit kostentechnisch oogpunt. Graveren in verlengsnoeren en andersoortige kabels is niet toegestaan. Hiervoor zijn speciale kabellabels beschikbaar. Ook kunnen met tie-raps vastgezette aluminium plaatjes worden gebruikt. Hierop is dan eveneens de keuringssticker te bevestigen.

2.4.3. Inkoop van nieuwe arbeidsmiddelen

 Moeten nieuwe arbeidsmiddelen gekeurd worden? Bij nieuw ingekochte arbeidsmiddelen spreekt artikel 7.2. van het Arbobesluit over het vermoeden van overeenstemming. Arbeidsmiddelen welke voorzien van een CE-markering worden vermoed te voldoen aan een reeks van artikelen uit het Arbobesluit hoofdstuk 7. Daaruit is te interpreteren dat nieuwe arbeidsmiddelen niet gekeurd hoeven te worden. Vanzelfsprekend dienen nieuwe arbeidsmiddelen van een identificatienummer te worden voorzien en opgenomen te worden in het keuringssysteem.

 

De praktijk wijst uit dat wettelijk gezien een keuring van de arbeidsmiddelen niet noodzakelijk is, maar dat ook binnen fabrikanten wel eens fouten worden gemaakt en dat een beschermingsleiding van een klasse I arbeidsmiddel (geaarde apparaten) niet aangesloten blijkt te zijn. Keuring kan dan vervelende gevolgen voorkomen en blijkt dan een nuttig hulpmiddel te zijn
 
2.4.4 Bepalen keuringsfrequentie

Hoe vaak dienen de keuringen plaats te vinden? De VCA Checklijst eist een jaarlijkse keuring. Afwijking hiervan in de negatieve zin, dient gemotiveerd te worden en wordt zelden door auditoren geaccepteerd.

 

Artikel 7.4.a van het Arbobesluit spreekt van: “een keuring dient zo dikwijls te worden uitgevoerd als voor de goede staat noodzakelijk is”. Binnen de NEN 3140 wordt een rekenmethode gehanteerd waar op basis van o.a. de omgeving waarbinnen het arbeidsmiddel wordt toegepast, de deskundigheid van de gebruiker, frequentie van gebruik, kans op beschadigingen wordt bepaald hoe vaak een arbeidsmiddel gekeurd dient te worden.

 

Op basis van de VCA-eis, gecombineerd met ervaringen uit verschillende bedrijfstakken wordt geadviseerd om minimaal een jaarlijkse keuringsfrequentie aan te houden. Dit wordt ook wel de veilige ondergrens genoemd. Aanvullend hierop spreekt artikel 7.4.a van het Arbobesluit over dat keuringen naspeurbaar moeten worden uitgevoerd als er reparaties, ongevallen en/of modificaties hebben plaatsgevonden.

 

 2.4.5 Bewijs van uitgevoerde keuring / keuringsstatus

Vanuit het Abobesluit wordt in artikel 7.4.a lid 6 gesproken van het feit dat een bewijs van uitgevoerde keuring op de arbeidsplaats aanwezig dient te zijn. De aanwezigheid van een keuringsrapport van bijvoorbeeld een boormachine op een bouwplaats brengt veel praktische bezwaren met zich mee. Een keuringssticker waarop de uiterste herkeuringsdatum is aangegeven biedt eveneens een schriftelijk bewijs. Een keuringsrapport al dan niet in elektronische vorm kan dan het formele bewijs vormen dat het arbeidsmiddel is gekeurd. Zaak is om keuringsstickers, ook wel vervaldatumstickers genoemd,  op een plaats te plakken waar het zo mogelijk is beschermd tegen “schuren”  en dus het onleesbaar worden van de sticker.

 

Over de tekst op keuringsstickers bestaan veel onduidelijkheden. Deze dient tenminste de datum van de eerstvolgende keuring te bevatten (VCA 2004/04). De datum van de keuring mag vermeld zijn, maar dit is niet noodzakelijk.

 

Ook kunnen kleurcodes met tape of verf worden aangebracht. Alle goedgekeurde arbeidsmiddelen worden in een bepaald jaar van bijvoorbeeld de kleur rood voorzien. Het daaropvolgende jaar wordt na keuring een andere kleur gekozen. Het is daarmee, mits voldoende voorlichting plaatsgevonden heeft over de “kleur per jaar”, te allen tijde duidelijk welke arbeidsmiddelen gebruikt mogen worden.

 

2.4.6 Planning van keuringen

Als de keuringsfrequentie is vastgesteld dan dient er een registratie te worden bijgehouden wanneer de keuringstermijn afloopt. Geadviseerd wordt om ca. 1 maand voor afloop van de keuringstermijn de werknemers aan te schrijven dat er een (her)keuring gepland dient te worden.

Gelet op de staat van de arbeidsmiddelen is het verstandig om afspraken te maken over het zo schoon mogelijk aanleveren van de arbeidsmiddelen. Dit omdat een visuele beoordeling van vervuilde arbeidsmiddelen moeilijk is.

 

2.4.7 Uitvoeren van keuringen

Het inhoudelijk uitvoeren van de keuringen is aan de orde geweest tijdens de diverse keurmeestertrainingen. De details van de criteria op basis waarvan gekeurd wordt, valt niet binnen deze praktijkhandleiding.

Belangrijk voor het uitvoeren van keuringen is de locatie. De keurmeester dient een locatie in de vorm van een werkplaats of buitenlocatie te vinden waar hij veilig kan keuren zonder dat zijn/haar eigen veiligheid in het geding komt. Gevaar voor aanrijding of andere overlappen met productieprocessen dienen te worden voorkomen. Voor het uitvoeren van keuringen aan elektrisch materieel, dient de keuring te worden uitgevoerd op een houten werktafel of op een isolerende mat. Dit om de kans op elektrocutie te voorkomen. Bij reparatie van arbeidsmiddelen, bijvoorbeeld het vervangen van kabels dient de veiligheid van de keurmeester te worden gewaarborgd. De veiligheidsprocedures en instructies zoals vastgelegd in de NEN 3140: 1998 dienen te worden gehanteerd bij reparatiewerkzaamheden.

 

De daadwerkelijke keuring wordt uitgevoerd aan de hand van een keuringschecklijst. In de markt en op het internet zijn vele checklijsten beschikbaar. Er zijn CD-roms beschikbaar waarin voor vele arbeidsmiddelen specifieke checklijsten beschikbaar zijn. Dit levert voordelen op omdat de keurmeester het betreffende arbeidsmiddel “herkent”  in de checklijst. Zo zijn er checklijsten beschikbaar, bijvoorbeeld voor: bosmaaiers, motorkettingzagen, loopmaaiers, etc. Nadeel is dat er altijd “uitzonderingen” zijn waarvoor geen specifieke checklijsten beschikbaar zijn.

Een oplossing is om te gaan werken met algemene checklijsten waarmee een categorie arbeidsmiddelen gekeurd kunnen worden. In het geval van de hiervoor genoemde arbeidsmiddelen zou een checklijst voor motorisch materieel kunnen worden toegepast, waarbij enkele keuringspunten voor een specifiek arbeidsmiddel niet van toepassing kunnen zijn. Het toepassen van een algemene keuringschecklijst stelt hogere eisen aan het inlevingsvermogen en aan de kennis van de keurmeester.

 

2.4.8 Archiveren van de keuringsresultaten

Keuringschecklijsten kunnen vanzelfsprekend op papier maar mogen ook in digitale vorm gearchiveerd worden. In principe hoeven checklijsten uitgaande van een jaarlijkse keuring maar 1 jaar bewaard te worden. Na afloop wordt de keuringslijst vervangen door de nieuwe keuringschecklist.

Aangeraden wordt dat wanneer tijdens de keuring sabotage van beveiligingen worden aangetroffen (b.v. het vastzetten van een dodemansknop d.m.v. een tie-rap) hiervan een opmerking te maken op de checklist. Vanzelfsprekend wordt het arbeidsmiddel pas goedgekeurd nadat de sabotage ongedaan is gemaakt. De gebruiker en naar mijn mening ook de leidinggevende dient van de sabotage op de hoogte te worden gesteld. Voor checklists van dergelijke gesaboteerde arbeidsmiddelen beveel ik aan om deze bijvoorbeeld 3 jaren te archiveren. Dit om voor de keurmeester aantoonbaar te maken dat sabotage is onderkend en dat meerdere malen actie is ondernomen naar de gebruikers.

2.4.9 Meetapparatuur keuringen elektrische arbeidsmiddelen volgens NEN 3140

Om de elektrische veiligheid van arbeidsmiddelen volgens NEN 3140 te keuren dienen ook metingen te worden uitgevoerd. Tijdens deze metingen worden onder andere de isolatieweerstand, de lekstroom en de weerstaand van de beschermingsleiding (indien aanwezig) doorgemeten. Om deze metingen uit te voeren van een vijftal merken op de markt: Nieaf-Smitt, Fluke, Gossen Metrawatt, Megger en Amprobe. Deze merken hebben handtesters op de markt gebracht, waar na het uitvoeren van de keuring handmatig een checklijst moet worden ingevuld. Ook beschikken de merken over downloadable apparatentesters, waarin de keuringsresultaten kunnen worden opgeslagen en kunnen worden overgezet naar een computer om te worden gearchiveerd, dan wel te worden geprint.

 

Als u een NEN 3140 tester wilt aanschaffen dan zijn er een drietal zaken welke u dient te overwegen:

  1. Hoeveel arbeidsmiddelen gaat u jaarlijks testen?
  2. Hoe wilt u de testresultaten opslaan, archiveren en beheren?
  3. Gaat u grote hoeveelheden industriële arbeidsmiddelen keuren?

Hoeveel arbeidsmiddelen

Het aantal te keuren arbeidsmiddelen bepaalt of een handmatige tester of een downloadable tester rendabel is.


Handmatige tester

Handmatige testers hebben geen geheugen om testresultaten op te slaan. De testresultaten dient u dus vast te leggen in een testrapport. Handtesters worden aanbevolen als u minder dan ca. 100 arbeidsmiddelen gaat keuren.

 

Downloadable testers

Downloadable testers beschikken over intern geheugen en kunnen testresultaten opslaan. De testresultaten kunnen gedownload worden naar een softwarepakket om de keuringen te beheren en/of de keuringsrapporten te printen. Deze testers worden aanbevolen als u meer dan ca. 100 objecten gaat testen op jaarbasis. Deze testers worden ook aanbevolen als u aan de slag gaat als externe keurmeester.

 

Opslaan resultaten

Het bijhouden en beheren van de keuringsresultaten is een wettelijke en een VCA verplichting. Hiermee kunt u aantonen dat u de keuringen hebt uitgevoerd. Houdt u in het achterhoofd dat het schriftelijk bijhouden van 100 keuringsresultaten even lang duurt als het uitvoeren van 100 keuringen…

2.4.10 Beheer en kalibratie van meetapparatuur

Meetapparatuur in de vorm van een apparatentester bepaalt of een arbeidsmiddel elektrisch veilig is. Het is dus belangrijk om te weten of de meetapparatuur betrouwbaar is. Het is niet wettelijk verplicht, maar aangeraden wordt om meetapparatuur jaarlijks te laten kalibreren teneinde te bepalen of de meetwaarden binnen de door de fabrikant vastgestelde toleranties vallen.

 

Meetapparatuur wordt nieuw geleverd voorzien van een conformiteitsverklaring, waarmee aangegeven wordt dat deze bij aankoop binnen de toleranties valt. Verstandig is om ten behoeve van een tijdige kalibratie een contract hiervoor met de fabrikant af te sluiten. Alle fabrikanten werken met kalibratiekaarten waarmee de keurmeester ca. 1 maand voor afloop van de kalibratietermijn wordt aangeschreven om de kalibratie te laten uitvoeren. Fabrikanten leveren na kalibratie een kalibratiecertificaat, welke moet worden gearchiveerd. Daarnaast wordt door fabrikanten een kalibratiesticker aangebracht waarop de uiterste keuringsdatum wordt aangegeven.
 
2.4.11 Afgekeurde arbeidsmiddelen

Belangrijk is om voorafgaand aan de keuringen vast te stellen wat er met de afgekeurde en als zodanig onveilige arbeidsmiddelen dient te gebeuren.

 

Allereerst dient er te worden bepaald of het arbeidsmiddel kan worden gerepareerd. Reparatie kan en mag door een keurmeester uitgevoerd worden als deze voldoende onderricht is en over voldoende technische kennis beschikt om reparatie te kunnen uitvoeren. Is dit niet het geval dan verdient uitbesteding van de reparatie de voorkeur. Na reparatie dient een herkeuring van het arbeidsmiddel plaats te vinden. Vanzelfsprekend moet worden afgewogen of de kosten van reparatie en herkeuring uitkunnen t.o.v. de aanschaf van een nieuw arbeidsmiddel.

 

Afgekeurde arbeidsmiddelen die niet gerepareerd kunnen worden mogen niet meer ingezet worden. Het verdient de voorkeur om de arbeidsmiddelen middels een rode afkeursticker of label te markeren als zijnde afgekeurd. Ook het achter slot en grendel opbergen is verstandig omdat anders de kans bestaat dat in “noodgevallen” de arbeidsmiddelen toch ingezet gaan worden. Afgekeurde arbeidsmiddelen kunnen worden gebruikt t.b.v. onderdelen of kunnen hierna worden vernietigd.

Het meegeven van afgekeurde arbeidsmiddelen aan medewerkers wordt ten strengste afgeraden.

 

Deze site is een initiatief van www.ingeniumbedrijfsadvies.nl Op de gepubliceerde teksten is het copyrigtht van Ingenium Bedrijfsadvies B.V. van toepassing.

Comments