Lezingen en Reacties


Discussieavond over kunst


Datum: 20.00 tot 22.00 uur op ma 28 februari  in Pictura

  Lennart Allan houd een inleiding en roept op tot discussie


Met de tentoonstelling Aquarelstad Groningen proberen de Noordelijke Aquarellisten aquarelkunst onder de aandacht te brengen. Staatssecretaris voor Kunst en Cultuur Halbe Zijlstra stelde bij de presentatie van zijn subsidieplannen  dat kunst nauwelijks maatschappelijke relevantie heeft, tenzij iedereen ervoor in de rij staat. Vandaag de dag ligt het belang van kunst behoorlijk onder vuur.

Één van de activiteiten tijdens de tentoonstelling Aquarelstad Groningen bestaat uit een lezing met discussie. Op maandagavond 28 februari is er om 20.00 uur in het gebouw van Pictura, een discussieavond met als thema "WAT IS NU EIGENLIJK KUNST "
Iedereen heeft wel een mening over wat kunst is of moet zijn.


Lennaart Allan, een van de auteurs van het vorig jaar uitgekomen boek "Niet alles is kunst" houdt een korte inleiding en legt u vijf stellingen voor.
Han Steenbruggen, directeur van het Museum Belvedere, stelt daar vijf stellingen tegenover. Zij dagen de museumwereld, kunstenaars en kunstliefhebbers uit de degens te kruisen.

Het wordt een heftige avond, zeer aanbevolen!


Lezing op 28/02/2011 
tijd: 19.30 uur zaal open en gelegenheid expositie te bekijken, start 20 uur.
Plaats: het gebouw van kunstlievend genootschap Pictura  Groningen.

U kunt zich aanmelden door een email te sturen naar johan.meeske@planet.nl
maar u bent natuurlijk ook welkom aan de deur op de avond zelf .

 

AQUARELSTAD GRONINGEN

Door Henny Tonnaer

 

Kunstschilders krijgen nooit applaus.

Dat besefte ik de twee dagen die ik in Groningen doorbracht, waar ik de indrukwekkende manifestatie van de Noordelijke Aquarellisten bezocht.

Een uitvoerend musicus buigt voor zijn publiek, nadat hij zijn laatste noot gespeeld heeft. De muziek maakt plaats voor het applaus, en dankbaar kijkt de musicus naar al die mensen, die weer en wind getrotseerd hebben om te komen luisteren. Er is deze directe beloning van klappende handen en bravo-geroep. De acute reactie op de geleverde prestatie.

Bij mijn voettocht door Groningen kreeg ik de neiging om applaudisserend en bravo-roepend elke galerie te verlaten. Want de aquarelpracht waarop ik werd getrakteerd ging in stijgende lijn. Acht locaties liep ik met mijn reisgenoten af, en daarbij was sprake van een crescendo aan aquarelgenot, tot aan de apotheose in gebouw ‘Pictura’, waar het werk van de allergrootsten was geëxposeerd.

De Noordelijke Aquarellisten vormen een groep van slechts zes leden. Met gedreven passie en inhoudelijke deskundigheid hebben deze kunstenaars als exposanten collega’s uitgenodigd van wie zij het werk bewonderen. Ze reisden galeries tot in de verre omtrek af en bepaalden hun keuze. Zo kwamen ze tot deze strikte selectie, die kwaliteit waarborgt. En van die kwaliteit heb ik twee volle dagen genoten.

De afstanden die we aflegden waren niet groot, en terwijl het weer veranderde van regenachtig naar heerlijk zonnig omringde Groningen ons met stralende gevels, en het blikkerende water van de Aa, die speels door de stad stroomt. Daarop de prachtigste schepen. Ik zag daar ook de ‘Mars’, het schip waarop ook het AIB al schildergast geweest is. Later op de dag waren we in Galerie ‘Watervast’, bij Jan Velthuis en Riny Bus. Ze spraken warm over Ida Mager en Ton Tiggelman, als over goede vrienden.

Groningers zijn prettige mensen. Ze praten open en onbekommerd met je en zijn in alles geïnteresseerd. Hun benaderbare aard is verrassend. Dat ervoeren we in menige Galerie. Zoals in kunsthandel Hofsteenge, waar we binnengingen omdat andere adressen nog gesloten bleken. We werden daar geïnformeerd over De Groninger Ploeg, een kunstenaarscollectief dat in 1918 werd opgericht. Men hanteerde een expressionistisch schilderidioom, met helder en intensief kleurgebruik, en vereenvoudiging van vorm. Hun motief was: het Groninger landschap. Na 1920 veranderde het expressionistisch karakter naar een stijl die wel is omschreven als ‘verhevigd impressionisme’, met nog altijd die intense kleuren, waarmee nog steeds het Groninger landschap werd afgebeeld. Ik vertelde op mijn beurt over het Aquarel Instituut België, omdat de galeriehoudster vragend reageerde op mijn pen en notitieboekje. We kregen een Cd mee met gesproken teksten over het bijzondere karakter van de stad Groningen, en over het wierdenlandschap, gezien door de ogen van de Groninger Ploegkunstenaars.

Maar voor aquarellen was ik gekomen, en aquarellen zou ik zien.

Ik heb, verdeeld over al die expositielocaties, herhaaldelijk de stillevens van Dorry vd Winkel gezien in hun korrelige pigmenten. Ook Dorry zelf heb ik ontmoet, en we spraken over haar mooie portretten en mensfiguren. Ik bewonderde de boten van Riny Bus, ongetwijfeld geschilderd met een forse brede spalter. Tussen de stoere boten in heerlijke mistige plekken, die naar het niets leidden. Ik zag de berglandschappen en rotskusten van Jan van Loon, en ik kocht een lijvig boek over hem. Mijn blik gleed langs de gedurfde kleurenvlekken in de luchten van Jan Velthuis, en ik ging bijna dansen op de felgekleurde curven van Johan Meeske. In de Openbare Bibliotheek zag ik het fijnzinnige stippelwerk van Jan van der Scheer. En in Galerie Doornik &van Schelfhout zag ik alvast wat werk van mijn eigen zoon Titus Meeuws. Hij had onder andere zijn Haagse sneeuwstraten met geparkeerde auto’s voor deze manifestatie afgestaan. Zoals altijd herkende ik zijn werk dankzij het weergeven van fel tegenlicht. Joost Doornik zelf ontmoetten we, net als eerder bij een expositie in Meppel, waaraan ook Titus heeft deelgenomen. Joost schildert onder andere cafés en stationshallen, met mooi licht dat over de vloeren valt. Ik zag helder realistisch werk van Robin d’Arcy Shillcock , en in Kunstencentrum ‘Watervast’ het krachtig gekleurde, soms abstracte werk van Jan Velthuis. Deze vertelde ons dat hij en Riny Bus hier wonen, en de drie verdiepingen gebruiken voor workshops en als eigen atelier. Het deed me natuurlijk plezier dat ze het werk van Titus bewonderen. Ze noemden hem ‘de stedenschilder met die bijzondere lichtval en een neiging naar het abstracte’.

In kunsthandel Peter ter Braak kwam ik dan eindelijk AIB-werk tegen. Marc Cannoodt heeft er zuidelijke stadsgezichten hangen, met luchtige façades die lijken om te vallen van de hitte. Lang bekeek ik het ‘Panoramisch landschap’ van Wim Hertoghs. Het leek of hij bruine en grijze repen voilestof over en langs elkaar heen had gelegd. De transparantie ten top! Samen met Peter ter Braak stonden we met de neus op ‘Venetië’ van Xavier Swolfs. Ter Braak wilde van mij weten of hier met kammetjes door de verf was gekrabd? Ik vertelde hem dat ik op de laatste winterworkshop Xavier kruipend over de grond heb bezig gezien. Maar een kammetje had hij toen in ieder geval niet in de handen….

Voor het laatst bewaarden we het historische gebouw ‘Pictura’, waarnaar heel deze aquarelmanifestatie is genoemd. Het gebouw ligt op de hoek van het Martinikerkhof en de St Walburgstraat. De plek dateert uit de 14-de eeuw, en er stond oorspronkelijk een pastorie. Daar ontmoette ik Dorry van de Winkel, die ik complimenteerde voor het ruige en tegelijkertijd verfijnde ‘Zilla zwanger’. Natuurlijk gaf ze mij haar kaartje mee, en ik voegde het bij de aangroeiende stapel in mijn rugzakje.

Ik ging van kamer naar kamer: ‘Overdiepkamer’, Van Houtenkamer’. ‘Egbertskamer’, tot, op de verdieping, de enorme zaal. Ik kwam er veel inmiddels vertrouwde namen tegen. Ik zag er schots en scheve, prachtige Akropolis-aquarellen van Jaap Ploos van Amstel,  dofgroene landschapjes van Ameland en Terschelling door Bart Pots, het was bijna niks en toch zo rijk. Op een prominente plek hing het immense Maas-drieluik van Piet Lap, en overweldigd stond ik voor drie aquarelportretten van Herman van Hoogdalem. Jan van Spronsen maakte me zoals gewoonlijk helemaal blij met zijn montere kweeperen in stoere opwekkende vormen, helder van kleur. Cécile Hessels fleurde de grote zaal op met luchtige bloemstukken.

En daar opeens, te midden van de Groten, zag ik weer onze eigen Titus. Het waren twee ‘gebruinde’ stadsgezichten in bescheiden formaat. Ik weet dat hij voor een van deze twee werken op een hoog gebouw in Den Haag gestaan heeft, en daar bijna van af dreigde te waaien….

Ook van overleden schilders hing er werk, zoals van Sjoerd Visser,  Herman Bogman, Theodoor Heynes, Rudolf de Bruyn-Ouboter, Piet van Boxel en Sierk Schröder. De Noordelijke Aquarellisten moeten zich veel moeite hebben getroost om nabestaanden te benaderen, en uit particuliere collecties schilderijen te vragen. Riny Bus vertelde me hun doelstelling. Die komt overeen met die van het AIB: zij en haar vijf collega’s willen met hun initiatieven de aquarel uit het verdomhoekje van de Kunst halen. Voor veel mensen heeft aquarelleren nog het imago van ‘proberen’, een beetje aanrommelen. Aquarelleren getuigt niet van kundigheid en gedegenheid. Wil je respect bij het publiek bereiken, dan mag alleen het allerbeste geëxposeerd worden. De Noordelijke Aquarellisten accepteren geen mix tussen profs en amateurs. Daarin zijn ze streng en consequent. Daarom ook is hun kring maar klein. Met terechte autoriteit maken ze hun keuzes voor exposities als deze. Ze doen geen water bij de wijn. Hun inspanningen leverden deze schitterende, veelomvattende expositie op.

 

En toen, tenslotte, bleef ik verstomd staan.

Drie interieur-aquarellen van Ad Kroese vloerden me volledig.

Alle drie heten ze ‘Atelier’. Een ervan toont een houten tafel, met een simpele stoel ervoor. Het is niks, en toch ALLES. In sobere kleuren en rafelranden beeldde Kroese de aantasting door de tijd uit. De twee meubels zijn verweerd en verlaten. Maar ergens in hun materiaal waart nog de geest van de schilder. Hier heeft hij gecreëerd, nagedacht, momenten van vertwijfeling en euforie gekend. Tot alles stilviel.

Deze aquarel is een apotheose van de stilte. Het moment na de laatst gespeelde noot, vlak voor het applaus losbarst. Ontroerd stond ik er voor, bijna devoot. Graag was ik gaan klappen, voor de kunstenaar die zoiets gemaakt heeft. Graag had ik ‘Bravo’geroepen voor de mens die hij geweest moet zijn.

In plaats daarvan heb ik heimelijk een foto gemaakt, dwars door het blinkende glas heen. Ik nam ‘Atelier’ van Ad Kroese mee naar huis als kostbare trofee. Een herinnering aan een onvergetelijk aquarelweekend.





Comments