Filosofie

Sinds Hippocrates bestaan er in grote lijnen twee soorten geneeskunde:
1. Gebaseerd op zelfherstel (de oudste, de meeste alternatieve therapiëen).
2. Gebaseerd op ziektebestrijding (ingrijpen, regulier).

Het ingrijpen in ziekteprocessen is eigenlijk pas de laatste twee eeuwen enorm toegenomen door de ontwikkeling van de farmacologie, die op haar beurt weer mogelijk was geworden door de ontwikkeling in de chemie en de biochemie. Voordien was er natuurlijk voornamelijk het gebruik van planten met als doel het zelfhelend vermogen te stimuleren.

De epidemieën van de infectieziekten vanaf de middeleeuwen: cholera, pest, typhus, tbc, kraamkoorts, gele koorts, etc, hadden een intensief zoeken naar de oorzaak van deze ziekten tot gevolg. De uitvinding van de microscoop leidde tot het vinden van diverse verwekkers die natuurlijk bestreden dienden te worden.
Van hieruit is het te begrijpen dat ziektebestrijding (2) boven het stimuleren van zelfsherstellend vermogen (1), een extreem dominante positie heeft ingenomen. De antibiotica werden het sterkste wapen in handen van de arts bij het bestrijden van de meest uiteenlopende acute infectieziekten.

Parallel aan de bestrijding van infectieziekten ontwikkelden zich in de geneeskunde natuurlijk ook andere specialismen en superspecialismen. Ook hier stond en staat het zoeken naar de oorzaak centraal.

De artsen van groep 2 achten het bestrijden van ziekten als het hoogste goed. Het is zeker heroïsch om een ziekte met een medicijn in korte tijd onder controle te krijgen. De successen zijn te danken aan de farmacologie. De reguliere artsen strijden echter niet alleen tegen de ziekte, zij strijden ook tegen alternatieve methodes die naar hun overtuiging niet werkzaam zijn.

Alternatieve methodes moeten voor hun bestaansrecht op dezelfde wijze worden bewezen als de reguliere methode, ook waar deze moet erkennen dat zij faalt. Het hiernavolgende dient als toelichting bij de huidige stand van 'gedogen' van de homeopathische geneeskunde.
Een op handen zijnde wijziging in de onderwijsstructuur van de medische opleidingen geeft namelijk aan de positie van de alternatieve basisarts een mogelijk onverwachte wending.

Ondanks diverse onderzoeken die de effectiviteit van de homeopatische methode aantonen zowel op biomedisch als op statistisch gebied wordt een specialistische status nog altijd door de KNMG (Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor de Geneeskunde) geweigerd.
Met een van de meest gangbare onderzoeksmethoden van de reguliere geneeskunde, de zogenaamde RCT (Randomized Clinical Trial) liet de homeopatische methode bij diverse recente onderzoeken significante resultaten zien.
Het huidige standpunt van de reguliere geneeskunde omtrent de homeopathie wordt verwoord door Prof. J.P. Vandenbroucke in de Gezondheidsraadlezing 1999. Hij schrijft daarin:
'Je kan niet simpelweg stellen: Er is een RCT , er is type A evidence (soort bewijs), dus moeten we die volgen. Want dat leidt regelrecht tot de acceptatie van de homeopathie'. (!)
(.....)
'Aanvaarden dat een oneindige verdunning werkzaam is leidt tot het verwerpen van een heel bouwwerk van chemisch en fysisch inzicht waarop meer berust dan alleen geneeskunde. Die prijs is gewoon te hoog. Aan dat dogma blijven we dus vasthouden, en we stellen ons dan liever kritisch op tegenover de feiten.'


Mij dunkt toch een beperkte visie. Wanneer er subatomaire deeltjes worden gevonden gelden dan de wetten van de atomen niet meer? Moet een heel bouwwerk verworpen worden wanneer er een extra waarheid aan het licht komt? Tijdens het laatste Lustrum van de Utrechtse Universiteit stelde Prof. van¹t Hoogt (Nobelprijs Natuurkunde) namelijk nog dat ondanks het vinden van nieuwe deeltjes (bv. stringtheorie) de oude wetten natuurlijk gewoon geldig blijven.

Het voelt niet prettig voor de mens als in zaken van ziekte onenigheid bestaat.
Het is ook niet aangenaam het werk van onze specialisten te critizeren waar zij hun zorg besteden aan ons ziek zijn. Wanneer wij echter de resultaten bekijken van de reguliere geneeskunde, dan blijkt dat zij voornamelijk uitblinkt in de behandeling van acute ziekten en dat de chronische ziekten worden behandeld door het zelfde medicijn steeds weer in te nemen.

Vastgesteld kan worden dat er in het geval van een infectieziekte wel een duidelijke verwekker (=oorzaak) is. Maar tijdens de behandeling van ziekten van meer interne aard (asthma, migraine, hoge bloeddruk, rheuma, suikerziekte, etc.), zoekt men analoog aan de behandeling van de infectieziekte naar een verwekker, een oorzaak, maar die is er niet. De oorzaak is schijnbaar.
De werkelijke oorzaak is niet eenduidig. Er is sprake van een regulatie stoornis. De ziekte berust op meerdere oorzaken tegelijkertijd maar er kan maar een tegelijk worden bestreden. De regulatiestoornis wordt niet verholpen. Daarom moeten de geneesmiddelen steeds opnieuw worden ingenomen.

Stel u voor een patiënt met asthmatische bronchitis. Er is een eerste aanval bedwongen met een ontstekingsremmer en een luchtwegverwijder. Om te voorkomen dat de aanval zich opnieuw voordoet gaat de patiënt verder met een onderhoudsdosis van beide geneesmiddelen.
Na de werkwijze op grond van de (lokale) oorzaak blijkt een chronische toestand te zijn ontstaan. Nadien wordt de chronische toestand voortdurend behandeld alsof er nog steeds een acute situatie is. De geneesmiddelen die gekozen zijn op grond van de oorzaak blijken, anders dan bij een infectieziekte, de asthma niet te genezen.
De geschetste reguliere geneeskundige behandeling komt bij alle chronische toestanden voor. Hoge bloeddrukpillen moeten dagelijks worden ingenomen, pillen tegen epilepsie moeten we vooral niet vergeten. De ziektes worden wel behandeld maar niet genezen. Laten wij het geneesmiddel weg dan blijkt de ziekte nog steeds aanwezig.
Het blijkt dat strikt wetenschappelijk de farmacologische grenzen van het reguliere geneesmiddel zijn bereikt.

In de homeopatische geneeskunde probeert men deze grenzen te overschrijden door het geneesmiddel te verdunnen en te potentiëren. Het gaat dus absoluut niet alleen om het verdunnen waar men vaak laatdunkend over spreekt; het potentiëren is feitelijk het belangrijkste tijdens de bereiding van een homeopatisch geneesmiddel. Men poogt daarmee dus dieper door te dringen en aansluiting te vinden op het niveau van de regulatiestoornis. Het is algemeen bekend dat dit principe van geneesmiddelbereiding door de reguliere geneeskunde met de grootst mogelijke scepsis wordt bekeken.
Echter, zoals Prof. van 't Hoogt betoogde: 'het vinden van nieuwe waarheden hoeft niet te leiden tot verwerping van de oude'. Het gaat niet om een waarheid 'in de plaats van' maar om een toegevoegde waarheid.

Verantwoordelijkheid.
 Artsen gebruiken de natuurwetenschappelijke methode die voor een groot deel wel en voor een groot deel niet succesvol is gebleken. Op grond van zijn verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van leven en dood van de patienten is het zeker begrijpelijk dat de arts blijft vasthouden aan het idee dat de klassieke natuurwetenschappelijke methode de enige waarheid is.
Terwijl echter binnen de natuurwetenschappen de grens tussen materie en niet-materie (quarks, leptonen, mesonen, baryonen etc.) inmiddels overschreden is, lijkt dit vooralsnog niet het geval binnen de geneeskunde. Het werkingsmechanisme van een geneesmiddel moet binnen de reguliere geneeskunde nog steeds zich afspelen op het vlak van de materie.

De arts kan uiteindelijk beslissen over processen van leven en dood. Middels een farmacologische stof of een chirurgische ingreep kan hij (soms) levens redden of beëindigen.
Geeft hem dat echter het recht om een veto uit te spreken over de gehele geneeskunde, ook waar blijkt dat haar methode haar grens van kunnen heeft bereikt met name bij de chronische ziekten? Moet dat ertoe leiden dat de alternatieve arts geen enkele legitimiteit toegewezen krijgt ook daar waar de reguliere geneeskunde faalt?

In de dagelijkse praktijk hoort een patiënt (immers) heel vaak: 'U moet er mee leren leven' of 'deze medicijnen moet u de rest van uw leven innemen'. Wanneer een patiënt dan aan een specialist voorstelt naar een alternatief arts te gaan dan luidt veelal het antwoord dat de specialist de verantwoordelijkheid niet meer kan dragen.

Menigmaal geeft de specialist te kennen de patiënt niet meer te willen behandelen indien hij een alternatief arts bezoekt. Bezien vanuit het perspectief van marktwerking impliceert de attitude van de reguliere geneeskunde het alleenrecht welke zij uiteindelijk ontleent aan haar beschikking over leven en dood. Zij maakt elke vorm van 'legitieme mededinging' bij voorbaat uitgesloten.
Een unieke situatie dus die nergens anders in de markt kan bestaan. Stelt u zich voor dat Philips zegt: "wij zijn de enigen die mobiele telefoons kunnen maken". U, Nokia, u bent een kwakzalver indien u poogt een systeem te ontwikkelen voor het geval dat ons systeem uitvalt of niet toereikend is.

De methode van de reguliere geneeskunde (opdeling in ziekte-onderdelen) geeft de specialisten een almachtige positie. Ook wanneer de arts de ziekte niet kan behandelen bestaat de pretentie dat de reguliere geneeskunde toch de enige weg is. De alternatieve arts wordt niet bepaald gevoeld als een extra kwaliteit in zorg waar men zich legitiem toe kan wenden als het regulier niet verder lukt.
De jaarlijks honderdduizenden consulten aan alternatieve artsen zijn in 'reguliere ogen' niet alleen overbodig maar mogen in de toekomst mogelijk ook niet meer door basisartsen worden verricht.

RCT = Randomized Clinical Trial
BIG = Beroepen Individuele Gezondheidszorg