Artikelen

Pharmaceutisch Weekblad van 2 oktober 2012: OOK de apothekers zijn nu om.

'Acupunctuur effectief bij pijn en ontsteking' 

Acupunctuur helpt bij de bestrijding van lage rugpijn, nek- en schouderpijn, chronische hoofdpijn en gewrichtsontsteking. Dat blijkt uit een internationaal onderzoek waarin negen epidemiologen en biostatistici de gegevens van 17.922 patiënten bestudeerden.

Ondanks dat het bewijs voor de werkzaamheid van acupunctuur gegroeid is, erkent de medisch wereld onderzoek op dit gebied nauwelijks. De afgelopen vier jaar heeft een internationaal team, onder leiding van onderzoekers van het Memorial Sloan-Kettering Cancer Center in New York, vergelijkende onderzoeken verzameld die acupunctuur vergeleken met placebo-acupunctuur. In totaal selecteerden ze 29 onderzoeken waarbij 17.922 patienten met chronisch pijnklachten uit Amerika, Duitsland, Spanje en Zweden waren betrokken.
 
Vervolgens voerden ze hierop een meta-analyse uit, de grootste die ooit is gedaan op het gebied van acupunctuur.

De conclusie is dat acupunctuur effectief is bij chronische pijn en dat acupunctuur bij mensen met chronische pijnklachten een redelijk alternatief is.

                                            Homeopathie bij een epidemie.

In 1998 was er een uitbraak van een meningococcen hersenvliesontsteking in een regio in Brazilië. Veel artsen in Brazilië zijn ook homeopaat. Er was op dat moment geen vaccin beschikbaar. Een groep artsen die in deze regio werkzaam was gebruikte daarom het homeopathisch geneesmiddel (nosode) dat is gemaakt van de menigococ om een groep van 65.826 kinderen te immuniseren. Een groep van 23.539 kinderen kreeg dit middel niet. De doktoren volgden beide groepen voor 12 maanden. De effectiviteit van de HP was 95 % na 6 maanden en 91 % na 12 maanden. Het was een compleet en statistisch nauwkeurig rapport en werd gepubliceerd in wetenschappelijk homeopathisch blad. (Mroninski C, Adriano E, Mattos G (2001) Meningococcinum: Its protective effect against meningococcal disease. Homoeopathic Links Winter Vol 14(4); pp. 230-4))



                            HET BESTAANSRECHT VAN CAM. 

                        (Complementaire Alternatieve Geneeskunde) 

De reguliere geneeskunde verkreeg haar bestaansrecht in het einde van de negentiende eeuw. De infectieziekten annex epidemien waren in die tijd de belangrijkste bedreiging voor de volksgezondheid. De ontdekking van de microben door Pasteur met behulp van de natuurwetenschappelijke methode betekende een spectaculaire doorbraak als oorzaak van deze infectie ziekten. 

Op grond hiervan werd vervolgens bij elke ziekte gezocht naar een specifieke, overwegend biologisch bepaalde oorzaak. De infectie ziekten die herkenbaar waren op grond van  zekere groepen symptomen met een verwekker als oorzaak stonden model voor elke nieuw te ontdekken ziekte. Gaandeweg zijn dan ook alle ziekten gerangschikt onder dit model waarbij groepen symptomen leiden tot het stellen van een diagnose en waar het zoeken naar een oorzaak centraal staat.

Zoals een mens  onderdeel uitmaakt van een groep en daarbij tegelijkertijd een individu is, zo zijn ook bij ziekten groepen symptomen te rangschikken volgens een groepsmatige samenhang naast  meer specifiek individuele kenmerken. Dit zijn de zgn. Concomitterende symptomen.

Tijdens het proces van reguliere symptoomgroepering (diagnose stellen) wordt de ziekte ‘ge-externaliseerd’. Hierdoor blijven individuele symptomen buiten beeld. Vaktechnische (CAM) gegevens vallen helaas buiten dit bestek.

Deze individuele symptomen betreffen de individuele expressie van ziek-zijn die volgens de reguliere geneeskunde algemeen moeten worden genegeerd om te voldoen aan de groepsdiagnose.

De groepsdiagnose dient primair het belang van de volksgezondheid.

Het belang en de noodzaak van CAM geneeskunde berust op het regulier dilemma waar bescherming van de volksgezondheid tegen wil en dank ten koste gaat van de individuele expressie. 

Bij CAM geneeskunde wordt de reguliere diagnose herleid tot een individuele samenhang van symptomen waardoor een geneesmethode met andere therapie tot oplossingen kan komen waar de reguliere therapie in individueel opzicht niet toereikend is.

De reguliere geneeskunde doet recht aan volksgezondheid op basis van een groepsdiagnose en het bestrijden van ziekte oorzaken.

CAM geneeskunde doet recht aan individuele gezondheid op basis van individuele symptomen en het verbeteren van herstel mechanismen.

Binnen de CAM geneeskunde hebben de diverse methodes met elkaar gemeen dat de individualisering centraal staat. De reguliere methode die is gebaseerd op groepen symptomen die overwegend voortkomen uit laboratorium bepalingen volgt in hoofdzaak de anatomische grenzen. Gezien deze begrenzing leent zich de reguliere geneeskunde (diagnose) ook goed voor statistische benaderingen en wetenschappelijke bewijsvoering. 

De persoonsgebonden CAM geneeskunde kent in haar diagnose geen grootste gemene deler. Statistische toepassingen laten dan teveel steken vallen om significante werking te demonstreren ten aanzien van groepsdiagnose.

Aangezien de regulier wetenschappelijke bewijsvoering in hoofdzaak rust op (i.c farmacologische)  statistische bewijsvoering is het mogelijk om CAM geneeskunde stelselmatig te negeren. 

Met andere woorden: In communicatieve termen zal het bevorderlijk zijn duidelijk te maken dat de reguliere diagnose zeker moet gelden als vertrekpunt binnen de CAM spreekkamer maar dat, gelet op het algemeen kenmerk van de reguliere diagnose met de impliciete verwijzing naar de ziekte als soort, een individualisering moet plaats vinden op grond van het perspectief van concommiterende symptomen.  

Het zijn deze laatste die primair gelden als individuele kenmerken van de ziekte als individu, naast die van de regulier diagnose.              

                           


                            Bij de baard van Hippocrates.        

 

[   R/  Betekent voorschrift homeopathische remedie.   ]

Omstreeks de tijd van Hippocrates (450 BC) waren verschillende vormen van geneeskunde tot ontwikkeling gekomen. Tot laat in de achttiende eeuw bestond de Europese geneeskunde uit een grote verscheidenheid aan geneeskundige systemen en scholen.

Door de succesen van de natuurwetenschappen werd het geneeskundig denken welhaast synonym met oorzakelijk denken. De ontdekkingen van Pasteur en Koch vormden in het geneeskundig veld de stoel onder de wetenschappelijke,  door Plato gevormde, ideeen van oorzaken achter de direkt waarneembare werkelijkheid. De epidemien/ infectieziekten als bron van collectieve angst en belichaming van het kwaad konden worden geelimineerd en de causaal gerichte geneeskunde droeg bij aan een kentering waarbij het verschijnsel ziekte als natuurverschijnsel kon worden bedwongen ten behoeve van de volksgezondheid. De betreffende biomedische geneeskunde die was ontstaan kreeg op grond hiervan rond 1850 officieel de status van reguliere geneeskunde.

Op grond hiervan wordt het huidige geneeskundig veld bepaald door de reguliere geneeskunde (RG) en de “alternatieven”, een verzamelnaam voor alle overige geneeskundige systemen die verder in de marge terecht kwamen.

Ten tijde van Hippocrates ( 450 BC) vertegenwoordigden deze zogenaamde alternatieve geneeskundigen  zelfstandig diverse eigen scholen. Sterker nog, er zijn duidelijke aanwijzingen dat Hippocrates zelf, althans zeker ten dele, tot deze groep behoorde.

De hier volgende causuistiek getuigt van het feit dat de zogenaamde alternatieven i.c. de similmum doctrine (homeopathie) waarvan Hippocrates zelf deel uitmaakte in het reguliere hoofdstuk niet slechts een ondergeschikte rol spelen maar tevens worden genegeerd en somtijds veracht.


                                                    Casuïstiek.


Mw. D.v.d.W. (64 jr.) zie ik in mei ‘03 met diagnose lymfatische leucaemie. Gesteld na onderzoek n.a.v. verspringende gewrichtspijnen 2 jaar geleden. Ze is kouwelijk, transpireert ‘s nachts. Overdag op de plaatsen van de lymfknopen. Houdt van zoutjes, heeft aversie tegen  zwaar voedsel zoals stamppotten vette jus en vlees. Ze heeft pijn in li-axilla waar een lymklier zit ter groote van een kippe-ei. Sinds januari ‘03 is ze 2 x bestraald in combinatie met een chemokuur. Sinds 2 maanden heeft ze continu “griep”, green discharge nose, keelpijnen stekend, suffocating cough until vomiting. Ze heeft, zoals ze zelf zegt, veel last van “voorgeboortelijke” stress. Geboren tijdens bombardementen. Nadien heel veel verhuisd bij anderen ingewoond e.d. Ze was een angstig kind o.a. voor donker en verlating. Voelde zich vaak bedreigd en eenzaam.  “Mijn vader was fout in de oorlog”. -- gepest vernederd e.d. “Ik verdween in fantasie, doen of je er niet bent”. “Ik zou graag de laatste emotionele ballast van het verleden helemaal achter mij laten en weer helemaal gezond worden”. Over 5 weken zal de 3’ chemokuur moeten volgen.

R/: Carbo animalis 10 Mk. Ze voelde voor het eerst een soort thuiskomen in haar leven. De lymfklier verschrompelde tot een duive-ei binnen 10 dagen. Ze moest echter het advies van de internist volgen omdat, zo was gebleken, de lymfo’s “goed reageerden”. Na de 3’ chemokuur/bestraling kwamen de oude verspringende gewrichtsklachten van twee jaar geleden ook weer terug. De  lymfklier is weer beduidend groter. Daarbij is ze erg slap, geen eetlust, wazig zien en een rattling cough.

R/: Pulsatilla MK. Nadien heb ik haar niet meer gezien. Ze zou in september haar 4’ chemokuur volgen. Na twee maanden gaf de telefoon de stem van haar man op het antwoordapparaat. Ondanks mijn inspreken heb ik niets meer vernomen.

 

Mw. N. de H (43 jr.) zie ik in augustus ‘04. Sinds maart jl. heeft ze een in-en doorslaapstoornis. Ze is kouwelijk, transpireert nauwelijks en haar eetgewoonten leveren geen bijzonderheden op. Voorheen had ze voor haar menstruaties een krampachtige spanning in de benen. Sinds de slaapstoornis heeft ze dat iedere nacht. Sinds januari gebruikte ze eerst

Losec en sinds april Nexium voor maagpijn. Internist: U moet de rest van uw leven Nexium gebruiken want uw maag produceert geen maagzuur..(?). Heeft een tijdje Cipramil gebruikt wegens depressiviteit maar stopte wegens een gevoel van teveel”onder invloed” te zijn. “Ik verlangde altijd naar de grote liefde. Ik sloofde me uit voor de liefde. Van kindsaf voel ik me depressief.

R/: Acid. Hydrocyanicum MK. (Rosaceae - thema liefde JS) “ Na een dosis, geweldig. Aantal nachten vooreerst goed geslapen. Gespannen krampend gevoel in benen >>. Moest huilen van uitputting. Is bij Internist vanwege anaemie. Ik adviseer orthomoleculair Ijzer AC 15 mg + vit B12 en foliiumzuur. Tevens proberen we van de Nexium af te komen gezien de goede reactie op acid hydrocyanic.

R/ Laurocerasus. (fam. Rosaceae). Geen effect. Dan (telefonisch) op grond van modaliteit strekken amel:

R/: Dioscorea. C30.Geweldig.  Geen Nexium meer gebruikt.

November 04. Energie + Slaapt beter. Van kouwelijk nu warmelijk geworden. Nog wel stemmingswisselingen.“Met mij was het altijd wat, ik viel altijd op vrouwen”. “Heeft nooit verliefdheden los kunnen laten wegens koppeling tussen het fysieke en het gevoel van veiligheid”. M raakte mij nooit aan. Ben veel alleen geweest. Nadere anamnese, nu jeuk aan voetzolen en desire sweets after dinner. In verleden veel leucorrhoe soms met bloed. Zij neemt op eigen gevoel acid. hydrocyanicum indien het slapen verslechterd. Zij reageert steeds goed. Niettemin soms spanning en pijn in de spieren.

Ik leg uit dat haar constitie van kindsaf bestaat en dat er tijd nodig is.

R/: Medorrhinum.

Januari 05. Blijkt heel lang in spirituele groep te hebben gezeten. Is daar in november 03 uitgestapt. Groep is later sekte geworden.

Bleek voor de spierpijn via de huisarts toch bij de rheumatoloog te zijn beland.

Op navraag antwoord zij dat ze geen Nexium meer gebruikt omdat ze geen maagpijn meer heeft. De rheumatoloog wordt furieus. U heeft een scheurtje in het middenrif. Weet u wel dat u het risico loopt om Kanker te krijgen? En uw bloedarmoede! Het ijzer verdwijnt door de maagwand! Zij schrijft in de status: Op advies van homeopaat gestopt met Nexium ondanks bekendheid met bijwerkingen.

 

Mw. S. B. (54 jr.) zie ik in oktober 04

Reden consult: Negatieve stemmingen sinds start Thyrax ( 1 dd 200 ug) in januari 2003 met een toenemende reeks klachten. Historie kort samengevat:1955 veel angina’s met tonsillectomie in 1959.  1986 Soort Pfeiffer en sindsdien klieren in hals. Diverse burnouts 1983, 1990,1998. Momenteel werkzaam op ANWB meldkamer en medisch secretaresse in Slotervaart ZH bij ene prof. Brantjes. Ze toont zich verontwaardigt over het wel en wee in de medische wereld. Ondanks diverse burnouts lijkt ze op volle toeren te werken. Ze is oudste van gezin van 8. “Was moeder van mijn moeder”. M was onberekenbaar. Ik was volwassen op mijn 5’ jaar. Eigen fantasiewereld, heel veel gelezen. Fam: V+M diabetes, orale medicatie, BM Botcarc. B Hodgkin, chemo e.d. De Thyrax kreeg zij op grond van futloosheid haaruitval en lab. waarden TSH en FT4. Lab waarden wezen ook leverfie strn. aan. De futloosheid was eigenlijk ontstaan na verdriet om overleden partner. Zij ging maar door tot de moeheid kwam. Voor Thyrax reeds kaakproblemen, chronische hoofdpijn, kunststof bitje tegen tandenknarsen, allergische reactie. Na diverse extracties en plaatsing van een brug met 4 kronen treedt geen verbetering op. --> 6 dd. paracetamol. 

Na Thyrax inderdaad fysiek duidelijk beter, echter toenemend depressief met sterke stemmingswisselingen en afname weerstand. iedere 3 maanden griep. Na start Thyrax langzaam vochtretentie in benen , daarvoor Hydrochlorthiazide 1 dd 12.5 mg. Tevens aanzienlijke reductie van reukvermogen en sluiering sinussen.Nu, “Ik moet van mezelf houden.  Vroeger gaf ik alles van mezelf weg. Ik was mijn grootste vijand. Ik verlies mijn autonomie in relatie met een man; ik word een weekdier”.

Toch zie ik een zelfbewust ogende vrouw met vitale kenmerken.

R/: Carcinosinum MK. “Alsof alle delen van mezelf bij elkaar komen en blijven. 1’ dag ook huilbui. De puzzel valt in elkaar”. Oedeem>> kaakpijn maxilla>> paracetamol van 6-->2 dd.

Reukvermogen ook redelijk herstel.

Februari 05. Ze wil nu ook van de Thyrax af. Op grond van anamnese over verdriet en de stemmingswisselingen voorafgaand aan de Thyrax R/: Ignatia. en afbouwen thyrax 1’week 150 ug 1dd, 2’ week 100 ug 1dd. 3’ week om en om.

Na een maand krijg ik email. Ze spreekt over de Ignatiaparels. Is ook met Chlorthiazide gestopt. Geen last van oedeem dat zelfs in haar gezicht manifest was geworden. Oorsuizen kaakpijnen palpitaties en “opgepompt gevoel” zijn allen verdwenen.

Dan komt zij ter controle bij haar werkgever prof Brantjes. Zij vraagt of de uitslagen nog goed zijn. Hij antwoord dat de uitslagen goed zijn. Dan vertelt ze dat ze geen thyrax meer heeft gebruikt maar een homeopathisch middel. Dan antwoord hij onmiddelijk; ja maar de uitslagen zijn helemaal niet goed. U moet onmiddelijk de Thyrax weer gebruiken. Maar dokter zegt ze, sinds ik de Thyrax niet meer gebruik zijn al die symptomen verdwenen en ik voel me prima.

Antwoord: Ik heb nog nooit een schildklier van zichzelf zien genezen.

Een week later komt ze bij de huisarts wegens een rugklacht en ook daar komt het gesprek op de Thyrax.De HA laat weten dat wat zij doet echt niet kan. Hij belt met de professor en meldt nadien dat de uitslagen inderdaad niet goed zijn. Hij somt alle ziekten op die ze kan gaan krijgen als ze de Thyrax niet neemt waaronder hart en vaat ziekten en vetzucht. Met dat laatste schiet hij in de roos. In de familie van de patient bestaat inderdaad vetzucht en de patient is zeer bevreesd om weer in gewicht toe te nemen. Ze bezwijkt voor de argumenten en gaat weer Thyrax innemen. Na 3 dagen zie ik haar op consult en vertelde het hierbovenstaande.

Dan meldt ze dat ze sinds de 3 dagen dat ze weer thyrax nam een soort diarrhoe kreeg met brandende voeten, een chemische smaak in de mond met droogte en haar gezicht zwelt ook weer op. Maar ze durft niet meer. Angst om gewichtstoename.  Ze gebruikt weer Thyrax. Dan vraagt ze aan mij of ik niet met acupunctuur haar vetzucht kan behandelen. Ik zeg dat ik niets kan garanderen. We zijn in de expectatieve fase. Deze casus zijn in mijn praktijk eerder regel dan uitzondering.

Voorbeeld van een sublieme genezing is mw. K. uit 1969 (35jr.) met CVS sinds 1994. Komt in mei 04. Zelfs opgenomen geweest in Heliomare. Zij is kouwelijk. Snel dyspnoe, palpitaties, foetor ex ore, geheugen/slaap/concentratie/evenwichtstoornissen. Angst onweer en muizen. Zit steeds meer in rolstoel. Vermoeidheid/uitputting en pijn in spieren, gewrichten en huid. Speldenprikkenjeuk in vingertoppen. Jeuk hoofd, anus, vagina, oren, neus.

Historie: Wagen-en zee ziekte van kindsaf aan, chronisch leucorrhoe bij herhaling suppressief behandeld met antimycotica. 

R/: Sepia 50 MK en orthomoleculair Germanium. Resultaat verbluffend. Rolstoel in de schuur gehangen. Gaat prima.10 jaar ziek. Na 1 consult beter. Ik kreeg bloemen voor de “wonderdokter”.

Dan komt mw. J. van E. (41jr.) in januari 05 via hierboven genoemde mw. K. Men zou denken enig “krediet” te hebben. Zij werkt in een dierenkliniek en zag ineens mw. K. zonder rolstoel de kliniek binnenkomen. Mw. van E. heeft fibromyalgie sinds 6 jaar. Vroeger heel warmelijk. Sinds moeheid erg kouwelijk. 34’ jaar vingerkootjes pijnlijk brandend, als geschroeid. 35’ jaar Ganglion epicondylitis lat. Postoperatief arm krom met numbness ventraal onderarm. 36’ jr. galblaas extirp. wgs. stenen. Het is geen adipeuse vrouw.

Nadere anamnese: als peuter pokkenvaccinatie in borst (was toen reguliere gril om de vaccinatie eens elders te proberen..)Tijdens puberteit betreffende borst (li)massief ontwikkeld. (re normaal) en veel spierpijnen en vermoeidheid.Na operatie van epicondylitis algehele “instorting”. oude klachten van puberteit zoals bv. pijnen rond gewrichten recidief. Recent ook Pfeiffer gehad met klieren in hals. Mind: Kwetsende zeer dominante vader gehad  Zij was de jongste, als nakomertje dagelijks met vaders ellende. Tijdens consult heeft zij hevige pijn in de sinussen, boven de radix nasi en hoofdpijn en vertigo. Er is een dikke groene afscheiding uit de neus. een wit beslag op de tong.Historie: Bijholte problemen vanaf babytijd. op 6’ jaar 18 weken lang iedere ochtend KNO aspiratie.

R/: Cinnabaris MK

Februari 05. Afscheiding uit neus drastisch verminderd en pijnen ook beduidend verminderd. Nog wel bij bukken. Ze heeft ook een globusgevoel in de hals. Veel verdiet gehad na scheiding van zuster. was toen zelf zwanger, haar schoonouders emigreerden en haar moeder overleed in haar zwangerschap. “Een berg ellende”. R/ Ignatia 200  en thuis

wegens nog aanwezige klieren R/ Cistus can. D 12.

Patient was duidelijk tevreden.

Dan zegt ze het 3’ consult af want inmiddels had ze ook uitslag van de KNO dat er sluiering van de sinussen was en dus een infectie.... Dus nu “eerst” antibiotica terwijl de klachten al duidelijk afgenomen waren.

Genoemde casus illustreren niet alleen de effectiviteit  van de Homeopathische Geneeskunde (HG) maar tevens een mate waarin de Reguliere Geneeskunde (RG)  interfereert, soms zelfs intimideert. Afgelopen decennia heeft de HG zich opnieuw beduidend ontwikkeld en mede dank zij de computer heeft een analyse van de enorme gedifferentieerde symptomenhoeveelheid geleid tot  beduidend toegenomen inzicht en ordening waardoor de HG steeds meer kan beantwoorden aan wetenschappelijke criteria. Het lijkt er echter geenszins op dat de HG hierdoor meer invloed of zeggingskracht heeft gekregen. Ondanks significante bewijsvoering van de HG blijft de RG oostindisch doof en niets wijst erop dat er in de toekomst iets in dit beeld zal wijzigen. 

Om te begrijpen hoe het komt dat de RG alle macht en zeggingskracht heeft verworven  kan  een historisch perspectief zeker zinvol zijn. Op basis daarvan moet, in een later stadium, een strategie worden ontwikkeld om de RG op haar noodzakelijkheid maar tevens op de grenzen van haar mogelijkheden te wijzen. (Demarkatie).

In het corpus Hippocraticus, een verzameling van plm. 70 geschriften,  blijkt dat diverse soorten geneeskunde rond 450 - 400 jr. BC, naast elkaar, althans schriftmatig,  tot ontwikkeling zijn gekomen. Aan de hand van het boekwerk Divided Legacy van Harris L Coulter volgt hier een kort overzicht.

Groep 1: Polyhumorale fase. Het lichaam bestaat uit diverse vloeistofkwaliteiten en ziekte wordt gezien als een verstoring van de onderlinge samenhang. Ziektevormen kennen een eindeloze variatie. Het begrip “Coction” (vermenging) speelt hier een belangrijke rol. Er is geen discussie over interne oorzaken of fysiologische mechanismen. De therapie bestaat uit begeleiding van de eigen genezingstendenzen van het lichaam waarbij, door een soort crisis heen (maturatie), perceptie van de symptomen in de ruimste zin vooreerst van belang is. Aan de hand van functies als excretie en secretie, lichaamshouding, kan het stadium van “coction” worden beoordeeld en daarmee een prognose worden gegeven over het wel en wee van de patient.

Van belang is ook dat hier geen onderscheid wordt gemaakt tussen ziekte en gezondheid. Een goede arts is hij die specifieke therapie aanpast aan de uiteenlopende wijze van ziek-zijn. Het begrip PHYSIS wordt kenbaar door de diverse symptoomuitingen als reactie op ziekteverwekkende stimuli. Tegenover de Physis van de groep onderscheid men de Physis van de Individu.

“Since the aim of therapy is to promote coction and crisis (purgative, evacuation, and since this is the normal procedure of the body(!),  it is not surprising that cure through similars appears in these writings”. “The physician’s practice must imitate that of the physis”.

Groep 2: Interventiefase. In deze groep is voor het eerst sprake van interventie door de arts.

Er is coexistentie van enerzijds observatie gedurende de ziekte (groep1) en handelingen die tot doel hebben vermeende invloeden te verdrijven. Ziekteverschijnselen worden gezien als aparte entiteit. Er is een begin van de doctrine der contrarii, die kennis veronderstelt van datgene wat zich achter het zintuiglijk waarneembare afspeelt. Door de gerichtheid op interne oorzaken wordt de prognosis genegeerd.                                                                                                                                     De arts moet meer zijn dan een vakman. “ The doctrine of contraries, with its implication of knowledge which was qualitatively different then from that of the craftsman.

“And with the disappearance of the coction theory, which relied on the curative powers of the organism, there is increased emphasis on the curative effort of the physician”.

Reinterpretation of the coction theory in termes of contraries permitted the Physician to dominate the therapeutic proces, instead of being subordinate to it.

 

Groep 3: Causatieve fase. Hier wordt afgerekend met de min of meer cooperatieve houding van de arts ten opzichte van de eigen genezingstendens van de patient.

De ziekte moet volgens model onder controle komen op basis van kennis van oorzaken. Hierbij is het concept van de inperking tot quadripartair humorale doctrine te vinden waar de vier humoren, bloed, flegma, gele gal en zwarte gal, in balans, de staat van gezondheid uitmaken. Ziekte is defect, exces of isolement vsn een van deze humoren. Van Coction (vermenging) is geen sprake meer. Dit vaste schema brengt de arts dichterbij de mogelijkheid een cause primum aan te wijzen. Naast Physis wordt Dynamis genoemd als samenstellende factor en waarin de hoedanigheid van een stoornis herkenbaar wordt. Het begrip syncrasie t.o.dyscrasie. Externe oorzaken t.o. interne oorzaken.

Het op oorzaken gebaseerde rationalisme streeft naar “short cuts” richting genezing en proberen op die wijze het geneeskundig vak dat ook door leken kan worden uitgeoefend te verheffen tot een professie.

 

Groep 4. Kritische fase. Kritici der contrarii. Zij opponeeren de stelling dat de physis volgens de logica kan worden gemanipuleerd. Het duiden van bedrieglijkheid van het concretisme; Dat men zou weten wat er aan de hand is als men namen geeft aan imaginaire componenten. De lijn der gedachte stuurt aan op het dynamisch karakter van gezondheid en ziekte. De causa primum wordt als te onstabiel concept gezien om een hele geneeskunde te baseren. Het begrip Physis als bestuurbare eenheid in de mens wordt veranderd in de Dynamis, het per se individuele karakter van de ziekte dient behouden te worden.

Hier wordt weer verdedigd de doctrine van Groep 1, dat geneeskunde gebaseerd moet zijn op de Physis die middels “coction” tot genezing komt tegenover de rationalistische “short cuts”.

“A man is in the best possible condition when there is complete coction and rest, with no particular Dynamis displayed.” Er wordt gewag gemaakt van behandeling met het gelijkende: “ medicine has also discovered foods and drinks of such a kind that, becoming warmer than the neutral heat, melt the matters I spoke of and make them fly away.

 

Vanuit dit historisch perspectief zien wij dat in de diverse groepen reeds een basisverdeling zichtbaar is van waaruit de Reguliere geneeskunde en de Homeopahtie kunnen worden onderscheiden.

De Reguliere geneeskunde vindt haar oorsprong in de groepen (ll) en lll.

De Homeopathische geneeskunde vindt haar oorspong in groepen (l) en lV.

 

De bovengenoemde casus geven aan dat groep l en lV in de huidige tijd, in de ogen van groep lll voor wat betreft therapeutische kwaliteiten geen enkele zeggenschap heeft. Groep lll met als hoofdkenmerk het causaliteitsdenken en de doctrine van het contrarii principe is niet alleen een dominante therapievorm, zij maakt ook de handelingen van groep l en lV, de doctrine van de similariteit,  onmogelijk.

Alhoewel rond de tijd van Hippocrates diverse geneeskundige principes werden gevolgd, is het tegenwoordig duidelijk dat het contrarii principe, mede gezien de vraag van “het volk”, blijkbaar een mogelijkheid in zich draagt,  waarmee op indringende wijze de gehele westerse samenleving  geneeskundig wordt beheersd en gecontroleerd.

 

In menig homeopathisch artikel wordt aan Hippocrates een holistische visie toegeschreven. Naar het oordeel van Coulter wordt de belangrijkste aanwijzing voor dat feit geleverd door Plato die in Charmenides schrijft: “ I dare say you have heard eminent physicians say to a patient who come to them with bad eyes, that they cannot cure his eyes by themselves but that if his eyes are to be cured, his (whole) head must be treated; and then again they say that to think of curing the head alone, and not the rest of the body also is the height of folly. And arguing in this way they apply their methods to the whole body, try to treat and heal the whole and the part together.

 

In Phaedrus schrijft Plato de volgende dialoog.

 Soc: And do you think that you can know nature of the soul intelligently without knowing the nature (physis) of the whole?” Phaedr: Hippocrates the Asclepiad says that the physis even of the body can only be understood as a whole.

Soc: Yes friend and he was right:- still, we ought not to be content with the name of Hippocrates, but to examine and see whether his argument agrees with his conception of the physis.

Paedr: I agree.

Soc: Then consider what truth as well as Hippocrates says about this or about any other Physis. Ought we not to consider first whether that which we wish to learn and to teach is a simple or a multiform thing, and if simple, then to enquire what power it has of acting or being acted upon in relation to others things, and if multiform, then to number the forms: and see first in the case of one of them, what is that power of acting or being acted upon which makes each and all of them to be what they are ? Phaedr: You may very likely be right Socrates.

 

In deze laatste dialoog wordt volgens Coulter exact de tegengesteldheid in het gehele Corpus Hippocraticum weergegeven tussen de holistische benadering zoals die door Socrates aan Hippocrates wordt toegeschreven en de analytische visie van Socrates zelf. Met name dan de tegengesteldheid tussen de doctrines van groep l en groep lll.

 

De rationalistische inhoud van de contarii doctrine in groepen ll en lll, geeft de artsen als beroepsgroep cohesie en consensus. Het empirische karakter dat de groepen l en lV kenmerkt komt tot uiting in het individuele aspect van ziekten en artsen dienovereenkomstig.

 

            

file://localhost/tmp/PreviewPasteboardItems/Hippocrates%20en%20acupunctuur,%20scriptie%20F_%20Beijering.pdf