Inleiding


Kerkrade is al heel oud. De oudste vondst die wijst op menselijke aanwezigheid hier is een bijl uit het Paleolithicum. Die bijl is gevonden op het terrein van de voormalige Domaniale Mijn. Het Paleolithicum of de Oude Steentijd begint 2,5 miljoen jaren geleden en duurt tot circa 12.500 jaren geleden.

Vondsten die wijzen op een nederzetting hier zijn van jongere datum, namelijk uit het Neolithicum of Nieuwe Steentijd. Die periode begon omstreeks 11.000 jaren geleden. Aan de Hamstraat , te Rolduc en te Kaalheide zijn voorwerpen gevonden uit het Neolithicum. De mens uit het Neolithicum woonde op plekken waar water en hout aanwezig waren. Hij hield zich niet meer bezig met jagen en verzamelen, maar met landbouw en veeteelt.

Met zekerheid was hier agrarische bedrijvigheid in de eerste eeuw na Christus. Hierop wijzen diverse opgravingen: Romeinse villa’s (boerderijen) te Heilust (Romeinenstraat), te Kaalheide (Krichelstraat), te Kerkrade-centrum (Oranjeplein), nabij Klooster-Anstel, te Rolduc, en te Vink-Holzkuil. Verder is een graanschuur uit die tijd gevonden op de Beitel de Locht, en vijf waterputten in de wijk Maar West (Winckelen). Op die plek is vermoedelijk een statio geweest, een halteplaats of baanpost langs een Romeinse heerweg. Daar konden paarden gewisseld worden. Ook te Eygelshoven is een Romeinse villa gevonden.1

Op een vestiging van de Franken wijst het achtervoegsel -bach, zoals bijvoorbeeld in de naam Crombach. Aanvankelijk was de vestiging van nederzettingen beperkt tot terrasranden en beekdalen. In de Karolingische tijd (circa 750 - circa 900) begon men met het ontginnen (roden) van dichte woudgebieden. De plaatsnamen op -rode, -rade stammen uit die tijd. In kleine droge dalen ontstonden langgerekte straatdorpen, zoals Haanrade, Hagenrothe, mogelijk bos gerooid door een zekere Hagen.

Ook de plaatsnaam Chevremont wijst op een Frankische nederzetting. Deze plaatsnaam heeft men vroeger uitgelegd als een nederzetting van mijnwerkers uit het Belgische Chevremont. De naam van Chevremont te Kerkrade wordt omstreeks 1400 echter al geschreven als "Schaveymont" en circa 1650 als "Scheveimont" (spreek in beide gevallen: Sjaveement). De naam Chevremont met -r- is ingevoerd door pastoor Lutzerath (1777-1797). De naam van deze wijk zou afkomstig zijn van de Romaanse vorm van het latijnse "cavate monte" (hoogte met steile hellingen aan een holle weg). Naast deze Romaanse vorm staat de vergermaanste vorm Kaffeberg. Die naam zou hier door niet-geromaniseerde Franken zijn gebruikt reeds vóór de 8e eeuw.

Wanneer Kerkrade-centrum is ontstaan, is niet met zekerheid te zeggen. De kerk van Kerkrade werd verwoest door Heinricus (Hendrik I)2 Hij was de zoon van Walram Udo van Arlon en Judith (Jutta) van Luxemburg. Walram was graaf van Limburg van 1061-1080 en Hendrik I was graaf van Limburg van 1082-1106. Het rooien van bos en de bouw van de kerk moet vóór 1080 geplaatst worden. En op grond van het vele ontgonnen land dat omstreeks 1100 in de Annales Rodenses vermeld is, moet Kerkrade-centrum tussen 900 en 1000 ontstaan zijn.


Dit zijn prehistorische aanwijzingen over ontginningsactiviteiten hier. De historische gegevens beginnen pas omstreeks 1100. Vanaf die tijd kan de agrarische ontwikkeling van Kerkrade goed gevolgd worden. Wij treffen hier leen-, laat- en cijnsgoederen aan. Een korte uitleg van die begrippen gaat aan de beschrijving van het agrarische gebeuren hier vooraf.

naar volgende pagina

1 Met dank aan de heer Henk Plettenberg voor zijn gegevens over archeologische vondsten in Kerkrade.

2 Annales Rodenses, facsimile-uitgave, verzorgd door P.C. Boeren en G.W.A. Panhuysen. Assen 1968, fol. 4v. (Dit werk wordt verder aangehaald als An.Rod.)