Geschiedenis



De Hongaarse staande hond, de Vizsla, komt voor in twee variëteiten: de kortharige en de draadharige, die beide door de FCI als ras zijn erkend en dus ieder een eigen rasstandaard hebben. De Vizsla is één van de oudste staande jachthondenrassen en heeft zijn oorsprong Azië. Rond de negende eeuw vestigde een Aziatisch nomadenvolk, de Magyaren, zich in Hongarije en de honden die ze bij zich hadden vertoonden veel overeenkomsten met de tegenwoordige Vizsla's. De Vizsla werd voor het eerst genoemd en afgebeeld in de Weense kronieken van koning Lajos de Grote (1357). In die tijd had de Hongaarse adel het alleenrecht om te jagen en werd de Vizsla door hen gehouden. In het begin van de vorige eeuw dreigde door diverse kruisingen de raszuiverheid te verdwijnen en daarom stak een aantal Hongaarse fokkers de koppen bij elkaar. Rond 1916 werd door hun inzet de eerste stamboom aan een Vizsla uitgereikt. Op dat moment waren er slechts drie raszuivere reuen en negen teven. Later werden daar nog enkele Vizsla's aan toegevoegd. De eerste rasstandaard werd in 1935 vastgesteld en werd de Vizsla door de FCI als ras erkend. In 1944 stonden er zo'n 5000 Vizsla's geregistreerd, maar door de Sovjet overheersing werd 90% van de populatie vernietigd. In 1956, het jaar van de Hongaarse opstand, maar ook al daarvoor, werden door de rijkere Hongaren Vizsla's over meerdere landen verspreid, waaronder Oostenrijk, Italië, Tsjechië, Slowakije en Amerika.


Raskenmerken
De Vizsla is een staande jachthond, gefokt door een jagersvolk. Toen het geweer bij de jacht zijn intrede deed, kreeg men echter behoefte aan een ander type jachthond. Men had een hond nodig die het wild kon opsporen, voorstaan en om samen met de jager het wild op te doen waarna de jager tot schot kon komen. Vervolgens moest de hond het geschoten wild apporteren en onbeschadigd ter hand stellen. Ook verloren zoeken, waterwerk en het uitwerken van een zweetspoor van grofwild behoorde tot de taken van de Vizsla. Het is dus een allround jachthond.
Pas later is men overgegaan tot het fokken van een variëteit, de Vizsla Draadhaar, die men verkreeg door kruisingen met andere rassen. Het voordeel van de draadhaar is, dat de hond door de dichte vacht beter is beschermd. Hierdoor is hij beter geschikt voor het waterwerk en het werken in dichte dekkingen.
Meer informatie over de geschiedenis is te vinden in het het boek:
 ” De Magyar Vizsla, Hongaarse Staande Hond".








Foto uit de Nimrod 1920 terbeschikking gesteld door dr.Zoltan