Integratieve Therapie

Integratieve Therapie is een recente stroming die aan de ene kant al duidelijke vorm begint te krijgen, en aan de andere kant nog volop in ontwikkeling is.
Het is een stroming die doorontwikkeld is op en een integratie is van het gedachtegoed van Alice Miller, Ingeborg Bosch, Joop Korthuis en anderen.
Daarnaast neemt een stroming als mindfulness ook een belangrijke plek in. Het doel van  "Integratieve Therapie” is vooral het loslaten van de oude, onbewuste overlevings- of afleidingsstrategieën. Met name deze onbewuste afweer is de eigenlijke oorzaak van dat de meeste mensen nog zo belast door het leven gaan. Onverwerkte herinneringen (bad clusters) bepalen, vaak zonder dat we dat ons bewust zijn, een groot deel van ons handelen en denken in ons volwassenen leven. Deze bad clusters sturen met name de afweer aan en dat maakt het ook zo belangrijk om daar zorg voor te hebben. Bewustwording en verwerking kan de volwassen mens veel innerlijke rust en energie opleveren.
Integratieve therapie integreert in de methodiek 5 pijlers, alle 5 met hetzelfde gewicht, tot een manier van omgaan met onszelf. Deze pijlers zijn: 1. cognitie, 2. lichamelijk bewustzijn, 3. gedrag, 4. voelen en als 5e fase het vrij en onbelast zijn.

Dit om uiteindelijk steeds meer in het nu te kunnen blijven en om contact te krijgen of om in contact te blijven met het onbelaste bewustzijn of het volwassen bewustzijn. In die zin kan je praten over een toenemend contact met onszelf en onze omgeving gedurende de verschillende fasen de er zijn. In grote lijnen beschrijven we hier de verschillende fasen:

  1. De cognitieve fase.
    Het is van wezenlijk belang voor de therapie om zo bewust mogelijk te oefenen in zelfreflectie. Zodat we steeds meer in staat zijn om naar onszelf te kijken, bewust te worden van wat er zich in ons afspeelt. Te bemerken dat er reacties gebeuren die wel autonoom lijken te zijn, maar die niet ontstaan onder invloed van een volwassen keuze of in vrijheid van overweging. We zijn met name gericht op wat er zich in ons hoofd afspeelt, of anders gezegd, ons brein produceert direct afleiding, als is het een soort van ruis op een moment dat we ons eigenlijk geraakt voelen.
    Gaandeweg de therapie leer je jezelf van een afstandje te bekijken en kan je onderscheid maken tussen de verschillende bewustzijnsniveaus waarin we kunnen verkeren.

  2. Lichamelijk bewustzijn.
    Ons lichaam heeft ons veel te vertellen. Zodra een oude herinnering door ons systeem wordt gesignaleerd, wordt deze lichamelijke herinnering actief en voelbaar. Er ontstaat op zo'n moment veel emotie in ons lijf. Een goed ontwikkeld lichamelijk bewustzijn kan helpen hier meer de weg in te vinden. Onze ademhaling speelt hierbij een belangrijke rol. Veel lichamelijke klachten zijn ook terug te voeren op onze lichamelijke afweer. Veel spannings- en spierpijnklachten lijken een rechtstreeks verband te houden, met hoe we ons soms in ons lijf schrap zetten, om maar niet te hoeven voelen.

  3. Gedragsmatige fase, het loslaten van je afleidingsmechanismen/ overlevingsstrategieën.
    Als het bovengenoemde bewustwordingsproces op gang is gekomen, kan je gaan oefenen met het loslaten van je afweer of afleidingsmechanismen. Dit met dien verstande, dat je het gedrag op een zodanige manier gaat inzetten, dat het je helpt om in contact te komen met het gevoel dat je vaak onbewust juist probeert te vermijden. Gedrag en gedachten kunnen reflexmatig werken als oude beschermingsmechanismen.

  4. Vertrouwd raken met je gevoel.
    Veel mensen zijn verleerd om te voelen of hebben er angst voor. In onze samenleving zijn we veelal gericht op onze ratio. Angst houdt ons vaak tegen om te voelen en probeert ons te beschermen tegen verdrongen verdriet. Angst is het eerste afweermechanisme dat kinderen ontwikkelen. Het is allereerst een zuiver lichamelijke reactie. In ons volwassen leven kan angst naar genoeg een heel eigen leven gaan leiden.

  5. Fase van het “onbelast bewustzijn" of volwassen bewustzijn.
    Door met toewijding te oefenen in het loslaten van onze afweren, bewust te zijn dat het onze oude pijn is, die is geraakt, krijgen we gaande weg meer en meer contact met ons volwassen bewustzijn. In het begin zullen veel zaken ons nog triggeren en uit ons evenwicht brengen. We herkennen dan nog niet dat er iets gebeurt dat niet “klopt”.  Gaandeweg echter, door het structureel toepassen van de methode, zal  het  meer en meer lukken om uit deze oude patronen en achterhaalde overlevingsstrategieën te blijven. Het mooie hiervan is dat situaties die vaak tot voor kort nog als erg stressvol en belastend werden ervaren, nu meer en meer onbelast worden. Er ontstaat nu ruimte om ook contact met het hier en nu te houden, en in alle openheid te voelen en te weten wat waar is, wat je wilt of beweegt. Dit proces duurt in principe ons verdere leven, in die zin is iemand ook niet klaar na het afsluiten van een therapie. Wel heb je dan genoeg in huis om er verder zelf goed mee uit de voeten te kunnen.
Comments