jesaja9

Bs'd

Jesaja 9:1-5 "Het volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot licht; over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een licht. Gij hebt het volk vermenigvuldigd, zijn vreugde groot gemaakt; het verheugt zich voor uw aangezicht als met de vreugde bij de oogst, zoals men juicht bij het verdelen van de buit. Want het juk dat het drukte, en de stang op zijn schouder, de roede van zijn drijver, hebt Gij verbroken als op Midjansdag. Want elke schoen die dreunend stampt, en elke mantel, in bloed gewenteld, zal verbrand worden, een prooi van het vuur. Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid. De ijver van de HERE der heerscharen zal dit doen."

Neemt u er aub goede nota van dat de profeet Jesaja in de verleden tijd spreekt. Jesaja 9:2; "Het volk dat in donkerheid wandelt, zag een groot licht, over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalde een licht."

"Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemde hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst."

Dit zijn dingen die reeds in Jesaja's tijd gebeurd waren.

Als u ondanks dat dit toch wil toepassen op JC, leest u dan vers 3, 4, en 5, en zie dat JC niets van al die dingen gedaan heeft. Hij heeft nooit geregeerd op de troon van David, hij heeft nooit geen heerschappij op zijn schouder gehad, en er was geen grote heerschappij van hem en eindeloze vrede op de troon van David. Hetzelfde geld voor vers 5-6: "Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op zijn schouder en men noemt hem Wonderbare Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader, Vredevorst. Groot zal de heerschappij zijn en eindeloos de vrede op de troon van David en over zijn koninkrijk, doordat hij het sticht en grondvest met recht en gerechtigheid, van nu aan tot in eeuwigheid." Dit gaat allemaal niet op voor JC, hij had nooit geen heerschappij op zijn schouder. En ook hier wordt in de verleden tijd gesproken: Het kind is geboren, de zoon is gegeven. Bijna al de nederlandse vertalingen zeggen in vers 6: "Men noemt zijn naam", tegenwoordige tijd. Maar in het hebreeuws is ook dat verleden tijd; "Zijn naam werd genoemd...." De hebreeuwse uitdrukking is "wajikra". Dat is het eerste woord van het boek Leviticus. En alle vertalingen zeggen daar: "En de HEERE riep Mozes," verleden tijd. Precies hetzelfde woord. Is dat nu niet eigenaardig? Exact dezelfde uitdrukking is gebruikt in Genesis 1:5; "En God noemde het licht dag, " Noemde. Verleden tijd. De staten vertaling, de NBG vertaling, de Leidse en de Lutherse vertaling zijn het er allemaal over eens dat het VERLEDEN tijd is. Maar waarom dan, in Jesaja 9, is het plotseling tegenwoordige tijd? Het antwoord is simpel: De verleden tijd past niet in de christelijke theologie, en daarom worden de vertalingen aangepast aan het christelijk geloof. Net zo makkelijk. Hier is maar 1 oplossing voor: Ga een cursus hebreeuws doen. Het is makkelijker dan het lijkt. Dan zullen uw ogen geopend worden en dan zal u het christelijke bedrog herkennen. En ja, ik leef mee met de misleide christenen die op dwaalwegen geleid worden door hun geestelijk leiders door middel van slechte en gecorrupteerde bijbelvertalingen. Dat is de reden waarom ik mijn plicht vervul om een licht der wereld te zijn en de christelijke valsheid in geschrifte aan de kaak te stellen.

"Groot zal de heerschappij zijn" De NBG, SV, en Lutherse geven dit allemaal in de toekomende tijd. En ook dat is FOUT. Het staat in de tegenwoordige tijd. Alleen de Leidse vertaling geeft dit correct weer: "Groot is die heerschappij en eindeloos de vrede op Davids troon"

Jesaja sprak over een koning die in zijn tijd leefde, en daarom is JC hiervan uitgesloten. De koning waar Jesaja over spreekt is Hezekia, de zoon van koning Achaz die van Jesaja het teken kreeg van de jonge vrouw (nee, niet de maagd) die zwanger was en het leven schonk aan een zoon. De talmoed legt uit dat onder de heerschappij van de godvrezende koning Hezekia het joodse koninkrijk tot grote hoogte steeg, en daarom was hij al deze imponerende titels waardig.

Vanwege het feit dat de naam van de boreling "God is machtig", (of machtige God, beide zijn mogelijke vertalingen) en "Eeuwige Vader" was, leiden de christenen af dat het kind God zelf geweest moet zijn. MAAR, een naam is slechts dat: Een naam. Het is geen beschrijving van de drager van de naam. Een voorbeeld hiervan: Buffalo Bill was geen buffel. Het indianen opperhoofd Sitting Bull was geen stier. Vele malen in de bijbel hebben mensen in hun naam het woord God, of de naam van God, maar dat betekent dan niet dat die mensen God zijn. Bijboorbeeld, in Exodus 6:23 wordt gesproken over een man genaamd "Elazar". Dat betekent "God is een helper", of "Helpende God". Maar dat betekent dus niet dat die man ook God was. Exodus 6:24, "Elkanah", dat betekent "God verworf", of "Verwervende God". II Samuel 22:19; Elchanan, "God is genadig", of "Genadige God". Maar deze mannen waren niet God, net zoals het kind in Jesaja 9 niet God was.

Afgezien daarvan, de hebreeuwse woorden: "El gibor", hier vertaald met "Machtige God", kunnen ook een andere betekenis hebben. "El" kan "God" betekenen, maar het kan ook "rechter", "leider", of "machtige man" betekenen. In Exodus 4:16 zegt God tegen Mozes dat hij zal zijn voor een Elohiem voor zijn broer Aharon. (Elohiem is de langere vorm van "El") Dit betekent niet dat Mozes voor een God zou zijn voor Aharon, maar het betekend dat Mozes zijn leider zou zijn. In Exodus 21:1-6 wordt gesproken over een slaaf die nadat de normale periode van slavernij afgelopen is niet weg wil bij zijn meester. De eigenaar moet hem dan naar de rechtbank brengen waar de slaaf een verklaring aflegt dat hij niet weg wil bij zijn meester e n hij zijn meester blijft dienen tot aan zijn dood. De nederlandse vertalingen zeggen vrijwel allemaal dat de meester hem dan naar "God" moet brengen, omdat er "elohiem" staat in de grondtekst. Alleen de Lutherse vertaling zegt: "zo brenge hem zijn heer voor de goden [rechters], en stelle hem aan de deur" En de King James Vertaling zegt daar gewoon "rechters". Dus ook in Jesaja 9 hoeft het woord "El" niet noodzakelijkerwijs "God" te betekenen. Dus de tekst in Jesaja 9 is absoluut geen bewijs dat het kind God was.


Voor het hoofdartikel: "Waarom weigert het joodse volk het Nieuwe Testament te erkennen?"   KLIK HIER

Comments