etasherNL

Bs'd


Sommige christenen staan er op dat Zach 12:10 vertaald moet worden als: "Zij zullen naar mij kijken die zij doorstoken hebben."

In het hebreeuws staat daar:  והביטו אלי את אשר דקרו
Dat is in het nederlands: "Zij zullen naar mij kijken et asher  zij hebben doorstoken .
De woorden "et asher" zijn moeilijk te vertalen, in verschillende conteksten betekenen ze verschillende dingen, en er is geen exact nederlands synoniem voor.

De christelijke claim is dat de woorden "zij hebben doorstoken" die volgen op het "et asher" moeten terugverwijzen naar het lijdend voorwerp wat er voor staat, en dat is God die hier spreekt.
Dus volgens de christenen is God hier doorstoken.

Maar er is geen dwingende reden om aan te nemen dat de woorden na "et asher" moeten terugverwijzen naar het lijdend voorwerp wat voor "et asher" staat.   We kunnen dat zien in de volgende tabel.  Daar zijn een aantal verzen met de woorden "et asher" gegeven, en in al die gevallen zien we dat het werkwoord na het "et asher" niet terug verwijst naar het onderwerp of lijdend voorwerp wat voor het "et asher" staat:


Zach 12:10   והביטו     אלי את אשר דקרו
. En zij zullen kijken  naar mij          et asher    zij doorstaken
Richteren 14:6 ולו היגיד  לאביו ולאמו את אשר עשה
. hij vertelde niet  tegen zijn vader en moeder   et asher hij gedaan had
Num 22:6 . כי ידעתי את אשר תברך מברך
. . want ik wist et asher wat jij zegent is gezegend
II Sam 21:11 ויגד לדוד את אשר עשתה רצפה
. en het was verteld  tegen David et asher Ritspah gedaan had
Jozua 9:24 כי הגד הגד לעבדיך את אשר צוה י־ה־ו־ה
. want hij zei  tegen zijn knechten et asher Y-H-W-H bevolen had

Richteren 14:6;  "Noch aan zijn vader noch aan zijn moeder deelde hij echter mee, wat hij gedaan had."

We zien hier dat het "wat hij gedaan had", hetgeen komt na het "et asher", niet terugverwijst naar het lijdend voorwerp voor het "et asher", dat is zijn vader en moeder, maar dat het verwijst naar iets heel anders, namelijk de leeuw die hij verscheurd had.

Nummeri 22:6;  "want ik weet: wie gij zegent, die is gezegend."
Ook hier zien we dat wat komt na het "et asher" niet terug verwijst naar wat er voor staat.


II Sam 21:  " 10 Toen nam Rispa, de dochter van Ajja, een stuk grove stof en spreidde het voor zich uit op de rots; (het lag er) van het begin van de oogst af tot er water van de hemel op hen neerstroomde; en zij liet overdag het gevogelte des hemels niet toe zich op hen neer te zetten, noch het gedierte des velds bij nacht. 11 Toen aan David werd meegedeeld wat Rispa, de dochter van Ajja, de bijvrouw van Saul, gedaan had, "

Ook hier heeft het "wat Ritspa gedaan had" wat komt na het "et asher" geen betrekking op het lijdend voorwerp er voor, dat is David.  Het "wat Ritspa gedaan had" verwijst naar de overblijfselen van Saul.


Jozua 9:24;  "Omdat aan uw knechten ten stelligste werd medegedeeld wat de HERE, uw God, zijn knecht Mozes geboden had,"

Ook hier verwijst het "wat God geboden had" wat pal achter het "et asher" komt, niet terug naar het lijdend voorwerp er voor, de knechten, maar verwijst naar Mozes.

Deze voorbeelden laten ons zien dat datgene wat na de woorden "et asher" komt, niet noodzakelijkerwijs terug moet verwijzen naar het lijdend voorwerp wat er voor staat.
In sommige gevallen doet het dat wel, maar in vele gevallen niet.   Dus er is geen onwrikbare regel dat het moet terugverwijzen naar het lijdend voorwerp er voor.  
En daarom is het niet noodzakelijk dat in Zacheria 12:10 het God is die doorboord is.

Het bewijs dat het niet God is die doorstoken is in Zach 12:10 staat in hetzelfde vers.  God zelf spreekt in dat vers. Als het in dat vers zou gaan over God die doorstoken was, dan zou hij gezegd hebben: "En zij zullen rouwen over MIJ die zij doorstoken hebben".  Maar dat staat er niet, er staat: "Zij zullen rouwen over HEM die zij doorstoken hebben", en dat geeft dus duidelijk aan dat het niet God is die doorstoken is in Zach 12:10.
Sommige bijbelvertalingen geven dit gewoon toe, en vertalen dit vers correct:  

NBG '51;  " Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene."

NBV:  " Het huis van David en de inwoners van Jeruzalem echter zal ik vervullen met een geest van mededogen en inkeer. Ze zullen zich weer naar mij wenden, en over degene die ze hebben doorstoken, en over degene die ze hebben doorstoken zullen ze weeklagen als bij de rouw om een enig kind;"

GNB '96;  "De nakomelingen van David en de inwoners van Jeruzalem zal ik vervullen met een geest die hen goedwillend maakt, bereid tot inkeer. Zij zullen hun blik richten op mijn gezant die zij doodgestoken hebben en over hem rouwen zoals men rouwt over een enig kind."

Leidse vertaling:  "en over het huis van David en Jeruzalems inwoners een geest van gewilligheid en smeking uitstorten; zodat zij zien naar hem dien zij doorboord hebben, over hem rouw bedrijven,"

Willibrord vertaling:  "Maar over het huis van David en de bevolking van Jeruzalem zal Ik een geest van mededogen uitstorten, die hen tot bidden brengt. Dan zullen zij opzien naar hem die zij doorstoken hebben, en vanwege hem een rouwklacht houden"


Het christendom claimt dat dit spreekt over JC die terug komt.  JC was maar een paar dagen dood, en dat duizenden jaren geleden, en komt daar terug als een triomferende koning, levend en wel.  
Maar als hij levend als koning terug komt, waarom dan die verschrikkelijke rouw die collectief uitbreekt?     "10 Ik zal over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem uitgieten de Geest der genade en der gebeden; zij zullen hem aanschouwen, die zij doorstoken hebben, en over hem een rouwklacht aanheffen als de rouwklacht over een enig kind, ja, zij zullen over hem bitter leed dragen als het leed om een eerstgeborene. 11 Te dien dage zal in Jeruzalem de rouwklacht groot zijn, zoals de rouwklacht van Hadadrimmon in het dal van Megiddo; 12 het land zal een rouwklacht aanheffen, alle geslachten afzonderlijk; het geslacht van het huis van David afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van het huis van Natan afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, 13 het geslacht van het huis van Levi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk, het geslacht van Simi afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk; 14 alle overige geslachten, alle geslachten afzonderlijk en hun vrouwen afzonderlijk."

Waarom deze enorme rouw voor JC die levend terugkomt als koning?  

Het moge duidelijk zijn dat Zacheria 12:10 niet over JC spreekt, maar over degenen die gevallen zijn in de slag om Jeruzalem, die beschreven wordt in Zacheria 12.
Comments