Opdrachten

na het lezen van een boek

...

Let op!

Niet elke opdracht is geschikt voor eender welk boek. Je mag na het lezen van de opdracht beslissen om een andere opdracht te kiezen.

Een opdracht mag steeds aangepast worden aan de situatie; bijvoorbeeld: het hoofdpersonage kan ook een dier zijn. Het internet mag even goed een krant zijn.

1

Ga op het internet opzoek naar interviews met de auteur waarin hij/zij praat over het boek. Dit kunnen bijvoorbeeld filmpjes zijn op YouTube of interviews uit een krant die ook online gepubliceerd zijn.

Gebruik de zoekopdracht; meestal voorgesteld met een vergrootglas.

Schrijf op welke informatie nieuw voor je is en noteer uitspraken van de auteur die je zijn opgevallen. Schrijf daarna een tekst waarin je uitlegt hoe deze informatie je kijk op het boek heeft veranderd.

2

Stel je voor, je werkt op de redactie van een tijdschrift en je mag de auteur van je gelezen boek interviewen. Welke vragen zou je aan hem of haar dan stellen?

Uit de vragen moet blijken dat je het boek hebt gelezen. Je gaat dan ook in op het boek en niet op de schrijver zelf.

3

Maak een Facebookprofiel voor je hoofdpersoon. Je maakt natuurlijk geen echt account aan, maar maakt er één op de computer. Je mag zelf kiezen wat voor programma je gebruikt. Alles wat je nodig hebt om het profiel te vullen mag je van internet halen.

Het profiel heeft natuurlijk een profielfoto, geeft informatie over de hoofdpersoon (school, werk etc.) en zegt iets over de hobby’s en interesses. Kijk eens goed naar je eigen profiel, wat voor informatie kunnen andere mensen van jou vinden?

Daarnaast maak je 3 berichten die iets zeggen over de belevenissen van de hoofdpersoon en plaats je 3 foto’s. (Meer mag natuurlijk altijd!)

4

Wanneer je een boek leest heb je soms dat je denkt: ‘Niet doen! Hoe kan je nou zo stom zijn om dit te gaan doen?’ Je wordt een beetje boos op de hoofdpersoon. Ga eens terug naar zo’n moment in het boek. Hoe zou je willen dat de hoofdpersoon had gehandeld? Herschrijf dit stuk.

Heeft deze verandering ook gevolgen voor de rest van het verhaal? Beschrijf in het kort wat voor invloed deze verandering heeft.

5

Op welke locaties speelt het boek zich af?

De plekken waar het verhaal zich afspeelt heeft vaak veel betekenis voor het verhaal. Iemand die opgesloten zit in een vochtige bunker heeft een ander gevoel dan iemand die in een bloemenweide zit.

Maak een lijst met locaties. Schrijf daarachter wat voor gevoel de locatie heeft en wat voor betekenis de locatie heeft voor het boek. (Je kan deze opdracht vanuit je eigen gevoel schrijven)

6

Schrijf alle belangrijke gebeurtenissen uit het boek op. Maar hier een chronologische tijdbalk van. Beschrijf daarna wat je opvalt aan de opbouw van gebeurtenissen.

Deze opdracht is ook geschikt voor een boek dat niet chronologisch is opgebouwd. Zoek uit wat de precieze opbouw was. Beschrijf daarna waarom de auteur ervoor heeft gekozen om de gebeurtenissen in een bepaalde volgorde aan je te vertellen.

7

Schrijf een brief aan de hoofdpersoon. In deze brief ga je in op de handelingen van de hoofdpersoon. Ben je het eens met hoe de hoofdpersoon handelt?

In de brief moet de inhoud van het boek naar voren komen. Je sluit je brief af met een advies aan de hoofdpersoon.

8

Zoek iemand in de klas op die hetzelfde boek heeft gelezen. Bespreek wat de ander van het boek vindt. Noteer zijn/haar mening en leg uit of jij het daar mee eens bent.

Je gaat tijdens de bespreking in op het verhaal zelf, de opbouw, de stijl waarin het geschreven is, hoe de hoofdpersonen zijn neergezet en hoe de schrijver gebruik maakt van de ruimtes/locaties die voorkomen in het boek.

9

Zoek minimaal vijf afbeeldingen uit die samen een goed beeld geven over het boek.

Je schrijft bij elke afbeelding in het kort op waarom je deze gekozen hebt.

10

Maak een afspeellijst met minimaal vijf nummers (liedjes dus) die passen bij het verhaal. De nummers kunnen bijvoorbeeld passen bij gebeurtenissen uit het boek of passen bij het gevoel van de hoofdpersoon.

11

Maak een nieuwe omslag voor je boek. Denk hierbij ook aan de achterkant!

Het ontwerp voor de omslag maak je op een wit blad. Zorg ervoor dat je ook aan de klas kan uitleggen waarom jij die zo getekend hebt en die titel erbij hebt verzonnen. Werk alles netjes en in kleur af.

12

Soms wordt een boek ook verfilmd.

Bedenk in grote (verhaal)lijnen een scenario voor een film over het boek.

Zullen er dingen anders zijn in het boek dan in de film? Denk aan: dingen die weg worden gelaten of sneller gebeuren.

Lees je liever het boek of vind je het leuker om de film te kijken? Leg je antwoord goed uit.

13

Herschrijf het einde van het boek. Bedenk wat jij anders zou willen zien. Nadat je het einde van het boek hebt herschreven, schrijf je een klein stukje over de reden waarom je het verhaal zo hebt veranderd.

14

Teken een plattegrond van een belangrijke ruimte in het verhaal. Dit kan bijvoorbeeld het huis of de school zijn van de hoofdpersoon. Hierbij schrijf je een stukje over wat er te zien valt en waarom dit een belangrijke ruimte is in het verhaal.

15

Maak een trailer bij het boek. De trailer is eigenlijk reclame voor de verfilming van het boek. Als het boek al een verfilming heeft, mag je inspiratie opdoen aan de hand van de echte trailer. Heeft het boek nog geen verfilming, dan doe je alsof er een verfilming bestaat.

16

Schrijf een aantal e-mails tussen twee personen uit het boek (minimaal vier e-mails, dus twee per persoon). Je bent vrij om te kiezen waar deze e-mails over gaan.

17

Maak een toets over het boek dat je hebt gelezen, bestaande uit tien waar/niet waar vragen, vijf meerkeuzevragen en twee open vragen. Maak ook een antwoordenmodel.

18

Noem 5 belangrijke personen van het boek en vertel wat zij in de hoop van het verhaal wel of niet geleerd hebben. Welke verandering zie je bij de personen?

19

Bedenk wat voor soort baan past bij de hoofdpersoon uit het boek. Zoek een vacature (op het internet, in de krant of in je omgeving). Solliciteer op die vacature namens de hoofdpersoon. Verplaats je in de hoofdpersoon. Hoe zal hij/zij de brief schrijven? Maak ook een cv bij de sollicitatiebrief. Een cv is een opsomming van je werkervaring, opleiding etc. Je kunt op internet kijken voor een voorbeeld.

20

Ontwerp een advertentiecampagne voor je gelezen boek. Je wilt de verkoop van het boek stimuleren. De media die je kunt gebruiken:

· Poster

· Radio of tv-spot

· Tijdschrift- of krantenadvertentie

· E-mailbericht

· Sticker of button

· …

21

Bereid een feestje voor. Je nodigt de personen uit je gelezen boek uit. Doe en bedenk hiervoor de volgende dingen:

Een passende uitnodiging

· Bedenk van vijf personen wat ze zullen dragen, door je in te leven in de personen.

· Bedenk hoe die vijf personen zich zullen gedragen op het feest.

· Wat voor hapjes en drankjes ga je opdienen die avond en waarom

· Wat ga je doen op het feest? Denk aan: film kijken, spelletjes, dansen op muziek etc.

· Bedenk welke spelletjes/muziek/film je uitkiest.

22

Noem de 5 belangrijkste personen uit het boek. Wat vind jij van ze? Geef de 5 belangrijkste personen ieder twee complimenten en twee tips.

23

Stel je voor dat jij iets mag veranderen aan het verhaal. Je kunt bijvoorbeeld ruimte, tijd en personages veranderen. Wat zou jij veranderen?

24

Maak een poster ‘Opsporing verzocht’ voor een persoon uit je boek. Neem daarbij de volgende dingen op:

* een tekening van de betreffende persoon (eventueel kun je een foto uit een tijdschrift knippen):

*een signalement;

* een opsomming van de gepleegde misdrijven:

* andere informatie over de persoon die volgens jou van belang kan zijn voor de opsporing

* de uitgeloofde beloning voor aanwijzingen die kunnen leiden tot aanhouding

25

Zoek drie uitdrukkingen en/of spreekwoorden die van toepassing zijn op het boek. Leg uit.

26

Je bent aanklager in een rechtszaak tegen één van de personen in het boek. Hij/zij heeft een misdaad of overtreding begaan. Bereid je zaak schriftelijk voor, waarbij je al je argumenten op een rijtje zet, ondersteund door feiten uit het boek.

27

Zet een deel van het verhaal in de ik-vorm

28

Zoek één gedicht dat past bij het boek.

Gedichten vind je werkelijk overal. In de bib vind je meestal een speciaal hoekje met poëzie. Wanneer je eens zo’n poëziebundel doorbladert, kom je zeker een gedicht tegen dat past bij jouw boek.

Je vindt ook poëzie terug op het internet:

open internet

tik als adres in : www.google.be

tik in google: ‘poëzie’

Je schrijft het gedicht over of je tikt het zorgvuldig uit met de PC. Vergeet niet onderaan te vermelden wie het gedicht geschreven heeft.

29

Zoek …één liedjestekst die past bij het boek.

Het lied dat je kiest, moet ook volgens inhoud aansluiten bij je boek. Liedjesteksten kan je heel gemakkelijk via ‘google’ opzoeken.

open internet

tik als adres in : www.google.be

tik de titel van je lied in + lyrics

Vb. ‘De meeste dromen zijn bedrog+lyrics’

Uiteraard kan je ook eens snuffelen tussen je eigen collectie muziek.

Schrijf de tekst zorgvuldig over of tik die netjes uit.

30

Zoek… één of meer foto’s uit een tijdschrift/krant die past/passen bij het boek.

Wanneer je in tijdschriften en kranten bladert, kom je een heleboel foto’s tegen. Zorg ervoor dat de foto een situatie/personage/plaats in het boek weergeeft.

Je knipt de foto of foto’s netjes uit.

Schrijf waarom dit volgens jou past bij het boek.

31

Stel 5 tot 10 vragen aan een hoofdpersoon uit het boek. De vragen moeten betrekking hebben op gebeurtenissen in het boek. De vragen moeten open vragen zijn. Geen vragen waar je ja of nee op kunt antwoorden. Geef vervolgens de antwoorden.

32

Achterop de kaft van een boek staat vaak een tekst; de flaptekst. De flaptekst geeft in het kort weer waar het boek over gaat of laat je een (spannend) stukje uit het boek lezen. Schrijf zelf een flaptekst die op de achterkant van jouw boek zou kunnen staan.

33

Op de voorkant van het boek staat vaak een foto/ tekening. Dit is gedaan om lezers te lokken op het boek te gaan lezen. De voorkant van het boek heeft ook altijd wat te maken met het verhaal. Bedenk nu zelf een voorkant die past bij jouw boek. Het moet wel bij je boek passen en er aantrekkelijk uitzien.

34

Eén van de personen uit je verhaal houdt een dagboek bij. Je mag zelf kiezen of dat de hoofdpersoon is of een van de andere personen uit het boek. Leef je in die persoon in en schrijf een stuk uit zijn of haar dagboek.

35

Zoek informatie op over de auteur van het boek op internet. Maak hiervan een kort verslag waarin je de informatie verwerkt. Hierbij kun je denken aan: het leven van de auteur, een aantal boeken die hij/zij geschreven heeft enz.

36

Zoek 2 verschillende recensies over het boek. Geef van beide recensies aan wat de recensent van het boek vond. Geef ook aan welke argumenten de recensent gebruikt voor zijn mening. Geef vervolgens ook aan of jij het met zijn mening eens bent en ook waarom.

37

Bedenk een actie die je zou kunnen ondernemen na het lezen van dit boek.

Actie ondernemen kan je door:

- een toneelstuk uit te schrijven

- een protestbrief te schrijven aan de minister om …

- geld in te zamelen voor …

- mensen verzamelen om voor het milieu …

- …