Wiebe van Sloten

Wiebe van Slooten burgemeester en dijkgraaf

Het is een bijzonder jaar, 1929, het 300-jarig bestaan van de polder Heerhugowaard of in ieder geval van het Polderbestuur. De polder viel pas in 1631 “droog” en van enige bewoning was pas enkele jaren later sprake. Het polderbestuur uit 1929 bestond uit een Algemeen bestuur met de Hoofdingelanden (daarin gekozen landeigenaren en ingezetene van de polder). Het dagelijks bestuur bestond uit een 6- tal Heemraden, gekozen uit de Hoofdingelanden, onder leiding van de Dijkgraaf. Er zijn heel wat bekende Heerhugowaardse namen in dat bestuur, zoals Appelman; de heemraden Kruijer, van Langen, van Stralen en de penningmeester Kamp, de hoofdingelanden Oudeman, Gootjes en Groen, Liefhebber en Poland, de molenmaker van de Oostdijk. En de opzichter Wijte.

Wiebe was de zoon van Willem van Slooten uit Abbekerk en werd op 23 februari 1864 daar geboren. Zijn vader kocht in 1869 een boerderij aan de Middenweg tussen nr.29 en 31 in Heerhugowaard. Willem had nog drie zonen en in 1902 kocht hij voor zijn zoon Jacob de “Frederika Hoeve” op Middenweg 38, vernoemd naar jonkvrouwe Pieternella Johanna Frederika Vegelin van Claerbergen, (voorwaar een waardige naam), de oudste dochter van de vorige eigenaar, die trouwens in Amsterdam woonde. In 1962 is ook deze stolp helaas verbrand en niet herbouwd. Vader Willem was ook één van de oprichters van de melkfabriek “Vita Nova“(“Nieuw Leven”) aan de Middenweg. Wiebe trouwde in 1890 met Grietje Raat ( familie van Pieter Raat ?) en kreeg met haar drie kinderen, helaas overleed zij al in 1909. In 1911 werd Wiebe Burgemeester van Heerhugowaard en in 1917 tevens Dijkgraaf, waardoor hij in de voetsporen trad van burgemeester Dirk de Boer.

Onder het bewind van van Slooten vonden grote veranderingen plaats. In 1907 was reeds het nieuwe stoomgemaal in gebruik genomen (hier is nu het Poldermuseum gevestigd), waardoor de grondwaterstand beter te regelen was. Ook de intrede van de kunstmest had zijn uitwerking, met meer intensieve teelt van groenten en aardappelen. Men ging steeds meer over op de tuinbouw en als gevolg daarvan ging men zich toeleggen op vervoer over water, Heerhugowaard werd een “vaarpolder”, bruggen en sluizen werden gebouwd , sloten verruimd en natuurlijk de overhaal bij Broek op Langedijk om het grote hoogte verschil tussen de het water in de polder en de ringvaart (3,5 meter!) te overbruggen.

De woningbouwvereniging ”Heerhugowaards belang” wordt in 1912 opgericht en bouwt zijn eerste 16 woninkjes, waarmee de start is gegeven voor Heerhugowaard-Dorp, het prille begin van de verstedelijking van de polder. In 1915 wordt er vergunning verleend voor het plaatsen van palen voor de elektriciteit voorziening. Er zijn geen bezwaren tegen de landschappelijke ontsiering, wel tegen de te verwachten grasschade! Ook toen dus al milieubezwaren! In 1924 krijgt Heerhugowaard aansluiting op het waterleidingnet. In 1935 komt het volgende strijdpunt in het polderbestuur: olie of elektriciteit voor de bemaling, het wordt olie.

Een jaar daarvoor heeft Wiebe van Slooten zich teruggetrokken uit zijn openbare functie’s en wordt als Dijkgraaf opgevolgd door P.Kostelijk. Dirk Wijnker wordt tijdelijk loco-burgemeester tot de komst van de nieuwe burgemeester Sutman Meyer. Wiebe betrekt een rentenierswoning aan de Middenweg tegenover de hervormde kerk.Hij was trouwens op 11 januari 1929 voor de tweede keer getrouwd met Hittje Jonker. Hij overleed op 76-jarige leeftijd in Bergen. In het poldermuseum hangt een bijzonder fraai tegeltableau uit 1928, voorstellende het wapen van Heerhugowaard, ooit eigendom van burgemeester Wiebe van Slooten en door zijn achter-achter kleinkinderen aan het museum in bruikleen afgestaan. Ook het standaard werk van mr.J.Belonje, “de Heer-Hugowaard (1629-1929) – een geschiedenis van den polder”, geschreven in opdracht van het polderbestuur ter gelegenheid van zijn 300-jarig bestaan, is te zien in het museum. Veel gegevens voor deze artikelen zijn ook hieraan ontleend.

Even terug naar opzichter de heer W. Wijte: hij heeft het fraaie houten model gemaakt van de stoomketel, stoommachine en pomp dat in het museum te zien is. Hij kreeg hiervoor in 1929 op de Landbouw-,Tuinbouw & Huisvlijt tentoonstelling ter gelegenheid van de Derde Eeuwfeest van de polder de Gouden Medaille in de afdeling Kunstvoorwerpen. Het bijbehorende diploma hangt, met foto naast het model.

Geraadpleegde bronnen: “De Heer-Hugowaard (1629-1929) van mr.J.Belonje “Stolpboerderijen in Heerhugowaard” van Henk Komen “De Heerhugowaard” van J.J.Schilstra