Reinout van Brederode

Reinout van Brederode heer van Veenhuizen

De oude naam van Veenhuizen, het dorpje in de noordoost hoek van de polder Heerhugowaard, is Scorelveen en duidt op de veenverkaveling vanuit het dorp Scorel omstreeks de jaren 1200. Bij de grote stormramp in 1248, waarbij het meer de Grote Waert ontstond, waren de hoger gelegen veengronden van Veenhuizen reeds “bedijkt” en zochten vele boeren daar een veilig heenkomen. Wel ontstond de “Veenhuijser Waert” tussen het oude land en de eilandjes Sappewerf, Paerdebos en Nessewerf, evenals de Berckmeer, waarin op 28 januari 1256 Graaf Willem III, te paard en gekleed in zwaar harnas, door het ijs zakte en door de Westfriezen vermoord werd. Dit speelde zich allemaal af zo’n 325 jaar voor Reinout van Brederode in 1582 de Heerlijkheid Veenhuizen van zijn moeder erfde, hij was toen 15 jaar oud.

De familie Brederode wordt gerekend tot de belangrijkste adellijke geslachten in het oude gewest Holland en stamden weer af van die andere adellijke familie de van Teylingens. Waarschijnlijk is een verre voorvader van Reinout, Willem van Brederode rond 1285 begonnen met de bouw van het kasteel Brederode aan de duinrand bij Santpoort, dat in 1573 door de Spanjaarden werd verwoest en waar nu nog de bekende ruïne van over is. Later had de familie zijn hoofdzetel in het kasteel Batenstein bij Vianen. Men gaat ervan uit dat Reinout in Haarlem geboren is, daar woonden zijn ouders Lancelot van Brederode en Adriana Blois de Treslong. Vader Lancelot moest, als velen, vluchten naar Oost Friesland en werd bevelhebber van de Watergeuzen; keerde in 1573 terug naar Haarlem en werd na de overgave van de stad op bevel van Don Frederik onthoofd. Moeder Adriana overleed in 1578, maar Reinout begon in 1581, 14 jaar oud aan zijn rechtenstudie aan de universiteit van Leiden. Hij was nog zeer jong, hoewel dat niet ongewoon was in die tijd; in 1589 ging hij studeren in Doornik in de Zuidelijke Nederlanden en in 1590 liet hij zich inschrijven aan de beroemde universiteit van Padua in Noord-Italië. Hij is zelfs gepromoveerd tot “doctor iuris”. In zijn studiejaren trad hij dus in de rechten van zijn overleden moeder en werd heer van Veenhuizen.

Wat hielden die rechten in? Zeer belangrijk was “hoge, midden en lage jurisdictie” (rechtspraak), “het innen van tienden” (belasting), “het wind- en maalrecht” en de “vangh van alle wilde vogelen en wilts visch”. Veel zullen de tienden niet hebben opgebracht in de arme Heerlijkheid Veenhuizen, maar vooral door het recht van hoge jurisdictie kon hij later, in 1602 opgenomen worden in de Ridderschap van Holland en als zodanig aanwezig zijn bij de vergaderingen van de Staten van Holland in den Haag. Na zijn rechtenstudie werkte hij eerst als gewoon raadslid en later, in 1602 als President bij de Hoge Raad van Holland, Zeeland en West-Friesland, het hoogste rechts college in de republiek, in den Haag.

Hoewel hij een “huysinge” met landerijen bezat in Veenhuizen zal hij daar niet veel geweest zijn, juist daarom is het zo ongewoon dat hij aldaar begraven is, hoewel het zijn eerste heerlijkheid was. Later zou hij ook de heerlijkheden Spanbroek ende Spierdijk, Oosthuizen, Etersheim, Kwadijk en Hobrede verwerven. In 1594 vertoefd hij in Engeland in het gevolg van zijn oom Walraven van Brederode, die als gezant daar heen word gezonden.

Hij trouwt op 23 september 1597 met Geertruydt van Oldenbarnevelt, de oudste dochter van de beroemde Raadspensionaris Johan van Oldenbarneveldt, met “’t stocksken” en die in 1619 onthoofd werd. De Staten Generaal schenkt het echtpaar “eenen vergulden cop, van de weerde van vierhonderd carolus gulden”. Uit het huwelijk werden twee dochters geboren, Elisabeth Adriana en Deliana, helaas overleed moeder al in 1601. Reinout zou nog drie keer trouwen, de laatste keer op 29 mei 1630 met Petronella van Hinojosa, in de grote kerk te den Haag. Inmiddels was Reinout ook vrijheer van Wesenberg, een plaats in het huidige Estland, gemaakt door de Zweedse Koning Gustaaf, als dank voor zijn bemiddeling tussen Zweden en Rusland.

Na de droogmaking van de “Grote Waert”, rond 1630, kwam Veenhuizen te liggen binnen de polder Heerhugowaard, de Berckmeer werd eerst in 1636 ingepolderd. Toen hij op 7 januari 1633 stierf behoorde hij tot de rijkste burgers in “s-Gravenhage en kreeg een staats-begrafenis in zijn heerlijkheid Veenhuizen. Zijn vrouw en kinderen richtten voor hem de graftombe op, die heden ten dage nog te bewonderen is in het kerkje aan de Kerkweg in Veenhuizen. Het is een van de weinige graftombes uit de eerste helft van de 17e eeuw en tevens de meest noordelijke! Er zijn maar weinig polders die kunnen pronken met een zo prachtig monument binnen zijn ringvaart! Heerhugowaard zou dan ook trots moeten zijn op Reinout van Veenhuizen! De afbeelding van de dode Reinout (de gisant ) is vervaardigd van marmer afkomstig uit België, en rood geaderde witte albast uit het Engelse Nottingham. Het in Latijn gestelde grafschrift aan het voeteinde van de tombe zegt o.a.:”….hebben de weduwe Petronella d’Hinoissa en de diep bedroefde kinderen in 1633 "de graftombe laten bouwen als monument van genegenheid en dankbaarheid…..”

Bijzondere details zijn dat Reinout met zijn hoofd op twee kussens ligt, geen harnas aan heeft, nog een gepijpte plooikraag draagt en daardoor kort haar heeft. Het is een zogenaamde “humanisten tombe” gewijd aan een geleerde, vandaar dat zijn rechterhand op een boek rust, zeer zeldzaam in de noordelijke Nederlanden en waarschijnlijk gemaakt door de zoon van de beroemde Hendrick de Keyser, Pieter. In 1965 is het toenmalige kerkje en de aangebouwde kapel, waar de graftombe een mooie plaats had, helaas gesloopt en vervangen door een modern kerkje, waar Reinout een plek kreeg in het voorportaal, omringd door de wapenschilden van zijn heerlijkheden. In de grafkelder onder de gesloopte kapel dachten we tot voor kort dat daar nog de beenderen van Reinout en meerdere familieleden van Brederode lagen. Dit bleek na onderzoek in 2017 definitief toch niet zo te zijn....