Pieter Raat

Pieter Raat polderbaas en vernieuwer

De Pieter Raat Stichting heeft een belangrijke plaats binnen de Heerhugowaardse samenleving met haar twee zorgcentra Hugo Oord en De Raatstede, als ook met de dag verzorging in de Stad van de Zon, maar wie was nou eigenlijk Pieter Raat ? Hij werd geboren in 1775, in de nadagen van de Republiek der Verenigde Nederlanden, de Franse tijd brak aan met de Bataafse Republiek van 1795-1806, welke overging in het Koninkrijk Holland onder Lodewijk Bonaparte, de broer van Napoleon.

In Heerhugowaard had men de regenten in het polderbestuur naar huis gestuurd en de boeren namen zelf het bestuur over, Jan Kooyman werd dijkgraaf en Jacob Brammer de secretaris; andere tijden, andere namen! De polder verkeerde in een deplorabele toestand. Bij de inval van de Engelsen en Russen in 1799 werd de polder onder water gezet, bruggen zijn vernield, paarden en wagens gevorderd, kortom veel schade, de polder is bijna failliet en er is grote armoede onder de ongeveer 850 inwoners. Rond 1800 wordt de polder nog steeds door 45 molens bemalen en men zoekt naarstig naar technische verbeteringen om de “polder uit het water” te houden en de kosten daarvan omlaag te brengen.

Er zijn allerlei ideeën en uitvindingen, zoals bijvoorbeeld de tonnemolen (een vijzel in een koker) door Ferdinand van Obdam. Zelfs professor Lulofs uit Amsterdam neemt er proeven mee in Huigenwaard. Daarbij bleek dat 1 tonnemolen (met 3 tonnen) hetzelfde werk deed als 3 schepradmolens! Er wordt zelfs zo’n molen gebouwd, op de plek van het huidige gemaal aan het eind van de Oostertocht! Het bleek een mislukking te zijn en werd weer gesloopt. In 1803 wordt Pieter Raat aangesteld als timmerbaas van de polder. Hij is inmiddels getrouwd met Grietje Met, de zuster van Jan Met, de hoefsmid die in de boerderij aan de Middenweg 49 woont. In 1829 koopt Pieter de boerderij Middenweg 63, genaamd boerderij “Spoelwijk” en woont dan vlakbij zijn zwager. Pieter gaat bijna wetenschappelijk te werk en inventariseert niet alleen het molenbestand, ook de kwaliteit van de wegen, dijken en vaarten wordt nauwkeurig onderzocht en vastgelegd. Hij vergelijkt het aantal molens en de opbrengst daarvan in Heerhugowaard met die van andere polders, zoals van de Beemster, de Purmer en de Schermer en komt tot de conclusie dat de molens van onze polder economisch gezien slecht voor de dag komen.

In de Beemster bemaalt 1 molen 120 hectare land, in de Waard maar 95 ! Hij ging proeven nemen met de vijzel, eerst de staande, later met de schuine en liggende vijzel, terwijl ook het hellende scheprad uitgeprobeerd werd. Door vervijzeling van de molens heeft hij het molenbestand in 1840 kunnen terugbrengen tot 34 molens, die gemiddeld 130 ha land bemaalden. Geen wonder dat het Polderbestuur ingenomen was met zijn knappe polderbaas, wiens advies tot ver buiten de eigen poldergrenzen werd gevraagd. In 1825 stuurde Pieter Raat 9 molenmodellen naar een tentoonstelling in Haarlem; 3 schepradmolens en 6 met verschillende soorten vijzels. Hij wilde hiermee het voordeel van de vijzel aantonen, één type vijzel, met een diameter van 1 meter, had zelfs een opvoerhoogte van 3,5 meter! In 1822 heeft men nog het plan gehad de Veenhuizermolen om te bouwen met een hellend scheprad, naar een idee van ene Eckhart uit Haarlem. Polderbaas Raat geloofde er niet in, bestudeerde zo’n molen in de Eendrachtpolder en zijn oordeel is vernietigend en bespaart Heerhugowaard voor veel geld en een mislukking! Door de inbreng van Pieter Raat verbetert de financiële toestand van de polder en daarmee van haar inwoners.

Hij was een geliefd en belangrijk persoon in de Heerhugowaard. In 1845 ging hij met pensioen, meer dan 40 jaar was hij in dienst van de polder en haalde haar uit het diepste punt van armoede en grote schulden. Hij zette Heerhugowaard als voorbeeld-polder op de kaart en kondigde zelfs het gebruik van stoom als aandrijving van de pompen al aan: hij was zijn tijd ver voorruit ! Door de vervijzeling was de waterbeheersing in de polder sterk verbeterd en daardoor de welvaart van de boeren.

Na zijn dood in 1853 gaat de boerderij aan de Middenweg over op zijn vrouw Grietje Met, die hertrouwd en in 1859 de boerderij verkoopt aan haar zoon Klaas: “een huismanswoning genaamd Spoelwijk, met erf, boomgaard en tuin ”voor de somma van fl.11.600. In 1973 kocht de gemeente de boerderij in verband met bouwplannen voor het nieuwe winkelcentrum Middenwaard, Spoelwijk bleef voorlopig gespaard en verkocht aan Peter Slecht die er een meubelboerderij in begon. In 1987 betekende een brand het einde voor deze markante stolpboerderij. Er is geen straat of plein naar Pieter Raat vernoemd in Heerhugowaard, maar terecht een Stichting, die de zorg draagt voor de inwoners van de polder waaraan Pieter zo’n belangrijke bijdrage heeft geleverd.