De Staat van het Nederlands
volgens de Taalunie
De Staat van het Nederlands
volgens de Taalunie
De Staat van het Nederlands is een regelmatig onderzoek van de Nederlandse Taalunie dat de positie van het Nederlands in verschillende maatschappelijke domeinen in kaart brengt en opvolgt. Het onderzoek kijkt naar het gebruik van het Nederlands en andere talen in sociaal verkeer, op het werk, in cultuur en media, en in onderwijs en wetenschap.
De eerste drie onderzoeken naar de Staat van het Nederlands in 2016, 2018 en 2020 lieten duidelijk zien dat Nederlands de voornaamste voertaal in Nederland en Vlaanderen is. Het Nederlands is onder meer de dominante taal op het werk en in het sociaal verkeer.
Volgens het laatste rapport dat uitkwam in 2021, gaat het goed met het Nederlands, vooral in het dagelijks leven en op het werk, maar er is blijvende aandacht nodig voor het gebruik in het hoger onderwijs en voor regionale talen.
Het nieuwste rapport "2024" is verschenen op 3 oktober 2025. Daarin worden de resultaten van vorige onderzoeken bevestigd, maar er zijn een aantal aandachtspunten bij het gebruik van het Nederlands bij jongeren.
De Taalunie dichtbij, exclusief gesprek met Gunther Van Neste, algemeen secretaris Taalunie.
Wat is de rol van de Taalunie? Hoe bewaakt en versterkt ze het Nederlands als taal van cultuur, kennis en communicatie? En wat leren ons de nieuwste cijfers uit 'De Staat van het Nederlands 2025'? Alles wat je altijd wilde weten over de Taalunie, in één webinar.
Na de lezing van Stef Grondelaers (die je nu kan herbekijken) kunnen we een tweede lezing aanbieden als context voor het jaarthema 'Het Nederlands anno 2025-2026. Levend erfgoed of langzaam verlies?', ditmaal een exclusief webinar met Algemeen Secretaris van de Taalunie, Gunther Van Neste.
De Taalunie ontwikkelt en stimuleert beleid voor het Nederlands in Nederland, Vlaanderen en Suriname, en ondersteunt het Nederlands in de wereld. Tijdens deze sessie wordt het cruciale werk van de Taalunie toegelicht, met specifieke aandacht voor de plaats van het Nederlands in internationale context en de steun aan vakgroepen Neerlandistiek extra muros.
00:00:10 - OvdP-president Jan Van Daele leidt Gunther Van Neste in
00:03:50 - GVN: inleiding
00:07:35 - GVN: 1/ Wat is de Taalunie en wat doet ze?
00:29:25 - GVN: 2/ Het beleidsplan van de Taalunie
00:55:25 - GVN: 3/ Resultaat van jongste studie 'De Staat van het Nederlands 2025'
01:10:54 - Jan Van Daele refereert naar de website van het Jaarthema 25-26 waar het rapport van de Taalunie te lezen is.
01:12:40 - Vraag 1: AI en de nood om Nederlands te leren
00:16:40 - Vraag 2: Verschil tussen ITNA-test (Internationale Taaltest Nederlands voor Anderstaligen) en CNaVT (Certificaat Nederlands als Vreemde Taal)
01:22:00 - Vraag 3: Verengelsing van het Hoger Onderwijs
01:26:50 - Vraag 4: Zin er wijzigingen te verwachten aan het Taalunie-verdrag in de nabije toekomst?
01:29:30 - Vraag 5: Meer studenten Neerlandistiek aan buitenlandse vakgroepen dan in Nederland en Vlaanderen. Kan de Taalunie helpen het tij te keren?
01:32:28 - Vraag 6: Relatie KANTL en Taalunie / Kan Taalunie invloed uitoefenen op het beleid, cfr. recente besparingen bij culturele instellingen?
01:36:50 - Vraag 7: Standaardtaal versus verschillende varianten Nederlands
01:40:25 - Vraag 8: Relatie met Afrikaans, onze zustertaal
01:42:20 - Vraag 9: Taal als handelsmotor
01:43:10 - Vraag 10: wat kan de OvdP als vereniging bijdragen? Wat is de opdracht van een modaal OvdP-lid?
01:47:47 - Vraag 11: rol van de ambassades in het organiseren/promoten van onze taal in het buitenland
01:49:50 - Getuigenis van Benjamin Bossaert, OvdP-lid en docent in Bratislava: hoe kijkt een docent extra muros naar de Taalunie en wat kan de OvdP bijdragen?
01:55:05 - Afsluiting
03 okt 2025 - https://taalunie.org/actueel/607/staat-van-het-nederlands-2025-nederlands-blijft-sterk-in-vlaanderen-en-nederland
Wie spreekt wanneer Nederlands in Vlaanderen en Nederland anno 2025? En hoe populair is onze taal in onze onderlinge relaties, op het werk, in de media, bij jongeren en ouderen? Het monitoronderzoek ‘Staat van het Nederlands 2025’ van de Taalunie geeft uitgebreid antwoord op de vragen, en geeft een beeld van hoe het gesteld is met het Nederlands. De bevraging werd afgenomen bij 2000 Vlamingen en 1500 Nederlanders in een representatieve steekproef.
Nederlands is de taal die veruit de meeste mensen van huis uit mee hebben gekregen, die mensen in al hun sociale interacties verreweg het meest gebruiken en waarvan bijna iedereen het belangrijk vindt dat kinderen van Nederland en Vlaanderen haar goed spreken.
Nederlands blijft dominant op de werkvloer. Meer dan dat: het Nederlands is vrijwel nooit afwezig op de werkvloer. Het is daarom essentieel om goed Nederlands te kunnen/kennen voor iedereen die wil werken in Nederland en Vlaanderen: Nederlands is en blijft de sleutel tot werk.
Binnen Cultuur en Media is de positie van het Engels al een paar decennia heel sterk. Onze resultaten laten echter zien dat inwoners van Nederland en Vlaanderen ook op het gebied van cultuur en media in overweldigende mate voor het Nederlands kiezen.
Friet of patat, trots of fier, goesting of zin ... de voorbeelden zijn talrijk. Soms lijkt het of Vlamingen en Nederlanders een andere taal spreken. Toch is een belangrijke conclusie uit Staat van het Nederlands 2025 dat Vlamingen en Nederlanders in hun taalkeuzes in verrassend veel opzichten op elkaar lijken. Nederlanders en Vlamingen zetten het Nederlands op dezelfde, vanzelfsprekende manier in door alle situaties heen. Deze bevinding sluit aan bij ander recent onderzoek onder Belgische en Nederlandse studenten naar taalhouding, taalkennis en taalgebruik.
De overeenkomsten in taalbeleving onderstrepen het belang van samenwerking binnen het taalgebied. Voor de Taalunie is dit een bevestiging van het potentieel van gezamenlijke initiatieven en beleid om het Nederlands te versterken.
Is Nederlands wel populair bij jongeren? Verschuiven zij niet naar het Engels? Het onderzoek laat inderdaad enkele aandachtspunten zien. Jongere mensen lezen minder uitsluitend in het Nederlands en ”maar” 2 op de 3 vindt Nederlands een mooie taal. Bij 45-plussers is dat 4 op 5.
De Taalunie wil inzetten op de populariteit van het Nederlands bij jongeren. Dat dit mogelijk is, moet alvast blijken uit het succes van de Nederlandstalige muziekscène bij jongeren.
Staat het Nederlands onder druk? Heeft het Nederlands nog een toekomst? Het Algemeen Secretariaat van de Taalunie heeft met input van enkele leden van de Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren het memorandum 'Een mooie toekomst voor het Nederlands' geschreven. Dit memorandum is een leidraad voor het taalbeleid in Nederland.
Als internationale organisatie die specifiek opgericht is om het Nederlands binnen en buiten het taalgebied te ondersteunen, gaan deze vragen en twijfels de Taalunie recht naar het hart. De toekomst van het Nederlands wordt immers mede bepaald door de manier waarop het beleid in Nederland en Vlaanderen inspeelt op maatschappelijke ontwikkelingen die een belangrijke impact hebben op onze taal.
De Taalunie hoopt met dit memorandum bij te dragen aan het debat over deze maatschappelijke ontwikkelingen en de urgentie ervan te benadrukken. Tegelijk biedt de Taalunie haar expertise aan om in de volgende regeerperiode hieraan mee te werken.
Als we naar de toekomst kijken, zijn er drie maatschappelijke ontwikkelingen die momenteel een grote impact hebben op onze taal:
1. de afnemende aandacht voor het Nederlands in een zeer diverse samenleving
2. de toenemende laaggeletterdheid
3. de technologische evolutie en de impact van artificiële intelligentie
Voor elk van deze 3 uitdagingen formuleert de Taalunie een actieplan dat zich vooral richt naar de beleidsmakers.
Citaat uit het besluit van dit rapport:
"Uit het nieuwe Staat-van-het-Nederlands-onderzoek komt naar voren dat de positie van het Nederlands als voertaal in de naaste omgeving, op het werk en op sociale media sterk blijft. Zowel moedertaalsprekers als meer dan een derde van de niet-moedertaalsprekers geven het Nederlands aan hun kinderen door, de belangrijkste voorwaarde voor het voortbestaan van een taal. Toch wordt er nu meer dan vier jaar geleden ook gebruik gemaakt van andere talen, vooral van het Engels (en dat vooral in Nederland), maar in Vlaanderen en Brussel ook van het Frans en in Nederland en Friesland van het Fries. Suriname vormt een uitzondering aangezien het gebruik van uitsluitend Nederlands er is toegenomen sinds 2018.
In het Nederlandse hoger onderwijs heeft het Nederlands al lang geen monopoliepositie meer en is er sterke concurrentie van het Engels, maar ook het Vlaamse hoger onderwijs verengelst in toenemende mate. Alleen in Suriname behoudt het Nederlands een sterke positie in het hoger onderwijs en gezien de vrij negatieve attitudes ten aanzien van anderstalig onderwijs, zal daar wellicht niet snel verandering in komen.
Ten slotte stellen we vast dat dialect, regionale taal en tussenvariëteiten vooral worden gebruikt in het domein van de naaste omgeving, en in mindere mate op sociale media, en dan vooral in Vlaanderen en Friesland. Op het werk en in het hoger onderwijs worden er nauwelijks niet-standaardvariëteiten gebruikt. In Nederland hebben het Limburgs en het Nedersaksisch als officieel erkende regionale talen wel een veel sterkere positie dan de dialecten elders in Nederland, voornamelijk in de naaste omgeving en op sociale media en in mindere mate op het werk (maar niet in het hoger onderwijs). In vergelijking met het Fries echter, doen het Limburgs en het Nedersaksisch het heel wat minder goed, behalve in de naaste omgeving, waar het Limburgs ongeveer even sterk staat als het Fries. Het Fries wordt als officiële taal in Friesland, behalve in de naaste omgeving en op sociale media, ook veel gebruikt op de werkvloer."
Citaat uit de inleidng van dit rapport:
"Het onderzoek 'De Staat van het Nederlands' laat buitenlandse invloeden op woordniveau expliciet buiten beschouwing. Mischien lijkt die onderzoekskeuze verrassend. Sommige mensen gaan er immers van uit dat juist de invloed van leenwoorden, bijvoorbeeld uit het Engels, funest is voor het Nederlands: het zou leiden tot taalverloedering en taalverlies. Toch blijkt uit onderzoek dat de invloed van Engels en andere talen geen bedreiging vormt voor het Nederlands: taalbeïnvloeding op dit niveau is een universeel verschijnsel en treedt bij álle talen op. Bovendien beperkt het zich vooral tot het domein van de woordenschat en tast het de structuur van een taal dus niet aan.
Zoals het UNESCO-rapport aangeeft, schuilt een eventueel ‘gevaar’ voor een taal wél op het grootschalige niveau van de taalkeuze. Dat betekent: het Nederlands verliest aan vitaliteit wanneer mensen in één of meer maatschappelijke domeinen minder Nederlands en meer andere talen gebruiken. Cruciaal voor de vitaliteit van een taal is immers dat ze gebruikt wordt, ‘functioneel is’, in alle, of in elk geval zoveel mogelijk, van die domeinen. Ze moet bijvoorbeeld worden gebruikt in de naaste omgeving, bij vrienden, buren en familie. Ook moet een taal, om op langere termijn te overleven, overgedragen worden naar de volgende generaties. Daarnaast zijn ook de ‘hogere’ domeinen van belang: het bestuursdomein (overheid en politiek), het sociale domein (zorg en welzijn), het culturele domein (cultuur en media), het educatieve domein (onderwijs en wetenschap) en het economische domein (landbouw, handel, diensten en industrie).
Stel dat we in Vlaanderen en Nederland op een dag enkel nog Chinees of Engels zouden spreken op het werk, met onze bazen, collega’s en klanten, dan kan de positie van het Nederlands verzwakt zijn in het bedrijfsleven. Verliest het Nederlands terrein in méér maatschappelijke domeinen – bijvoorbeeld wanneer ook het onderwijs enkel nog zou kiezen voor het Engels als voertaal – dan kan dat meervoudige ‘domeinverlies’ wijzen op een zogenaamde language shift (‘taalverschuiving’). Zo’n taalverschuiving betekent dat een hele taalgemeenschap haar oorspronkelijke, gemeenschappelijke taal (langzamerhand) vervangt door een andere gemeenschappelijke taal. Wanneer de oorspronkelijke taal bovendien ook niet meer gebruikt wordt met en door kinderen, sterft ze uit."