Dag 3

Dag 3, Etappe Lunteren-Almere

Motto: Fietsen gaat niet in je kouwe kleren zitten, maar met dit weer wel

Dag 3 begint somber, want het weer is vandaag zwaar bewolkt en als we om half 9 allemaal de schellen weer van de ogen hebben, blijkt het ook te motregenen. Aangezien we ook nog eens in een bos zitten is het zelfs schemerig. We besluiten, na het raadplegen van de buienradar, even rustig aan te doen, want om 10 uur gaan de hemelsluizen nog een keertje open is de voorspelling. We maken van de gelegenheid gebruik om het scoutinghuis eens een goede schoonmaakbeurt te geven. Meester Menno maakt een takenlijst en vervolgens gaat iedereen aan de slag, in de kamers, de gangen en de toiletten.

Om half 11 is het nog steeds droog, dus besluiten we ondanks de buienradar toch maar te vertrekken. Bij mij doet dat de mening postvatten dat we wat betreft de weersvoorspelling in de loop der eeuwen niet verder gekomen zijn dan de medicijnman in de middeleeuwen, die meende aan vlucht van de zwaluw te kunnen zien wat voor weer het de volgende dag zou gaan worden. Om te voorkomen dat we op deze koude dag weer vele kilometers omrijden, wordt met algemene stemmen besloten dat meester Cees geen enkele bemoeienis meer mag hebben met de route.

Farlison en Estefanio willen we hier toch even apart benoemen. Voor hen nemen we de pet haast nog dieper af dan voor de andere fietsers. Na drie dagen zitten ze nog steeds zo fris als een hoentje op de fiets. Daarbij moet wel aangetekend worden dat Farlison gisteren een stukje in de bezemwagen heeft gereden omdat hij last had van kramp in zijn achillespees. Zoals al vermeld, deze ochtend heeft hij er weer zin in.

De weg van Lunteren naar Barneveld gaat voorspoedig, het is dan ook een rechte weg, waarvan het eerste stuk nog door het bos loopt. De jongens hebben er, al is het de derde dag, toch weer zin in. Het vervelende is alleen dat ze zich dan gedragen als pinken die in het voorjaar voor het eerst weer de wei zien. Het liefst rijden ze links en rechts over de weg, met losse handen en af en toe een wheely. Als cowboys die een kudde koeien bij elkaar moet houden doorkruisen wij het peloton. We betreuren regelmatig het ontbreken van een lasso. Met het fietsen is het net als met praten, af en toe hebben we het idee dat ze zelf niet weten wat ze doen of zeggen. Ze snijden hun voorganger af en als die daar wat van zegt, kan die een grote mond krijgen. Het is daarbij voor ons, begeleiders, haast onmogelijk om iemand een standje te geven of te zeggen dat hij vanaf nu naast je fietst, want de dader van het ene moment is even later weer slachtoffer in een volgende situatie. Af en toe zetten we daarom de hele groep aan de kant om hel en verdoemenis over ze uit te spreken, of om het meer ambtelijk te zeggen, om ze waarschuwend te vermanen. Zijn ze daar erg van onder de indruk? Mwahh.

Van Barneveld gaat het naar Voorthuizen, waar we vanwege een wegopbreking een stukje om moeten en via een loopbrug de andere kant van het spoor bereiken. Dat lukt met de fietsen op de nek, zodat de leerlingen meteen weten wat klunen precies inhoudt. Even voor Voorthuizen buigen we af naar Nijkerk, waar we de brug over het randmeer Nijkerkernauw zullen nemen. Meester Cees gooit er samen met Ensar een sprintje uit om als eerste het hoogste punt van de brug te bereiken. Ensar is een wat geblokte jongen die vanaf het eerste moment een eenheid met zijn fiets vormt. Hij is echt een natuurtalent, hij doet in zijn stijl denken aan Marc Cavendish, de bekende sprinter. Als we boven zijn en achterom kijken om te zien welk gat dat we geslagen hebben met de rest van het peloton, zien we iedereen stilstaan en zich buigen over een figuur in het gras. We besluiten terug te rijden en dan blijkt dat het Farlison is die in het gras zit. Hij is gevallen en zijn knie geschaafd. Gelukkig kan hij, nadat het bloeden gestelpt is, weer opstappen, de bikkel. Aan de overzijde van de brug is camping en daar wacht meester Sietse op ons, samen met de vader van meester Frank. Morinyo helpt weer mee met het klaarzetten van de lunch.Op het moment dat we arriveren is iedereen enigszins verkleumd door de koude wind die er waait. Tijdens het eten worden er ook warme kleren uit de camper gehaald. Dus zullen we er het laatste stuk van deze etappe uit zien als een stel willekeurige kinderen die gezamenlijk naar school fietsen. De eenheid die we vormen door dezelfde tenues te dragen valt hier een beetje mee weg.

We hebben het niet makkelijk op de dijk, want we moeten tegen windkracht 4 a 5 opboksen. Ondertussen laat de zon zich ook weer zien en vormen de kort daarvoor aangetrokken kleren nu weer een langzaam te warm wordende cocon voor de fietsers. Ondanks de verschillen in leeftijd en conditie van de leerlingen lukt het toch over het algemeen goed om iedereen binnen schootsafstand van elkaar te houden. De beteren trappen een tandje lichter en de minder getrainde leerlingen zetten voortdurend een tandje bij.

Als we eindelijk de brug onder het Eemmeer door fietsen, komt de finish van deze derde dag al aardig in het zicht. Rond half 5 rijden we het terrein van het Kindervakantieland Almere op. Dit is een mooi ingericht huis met een ruime keuken, leefruimte en 10 slaapkamers met drie stapelbedden elk. Dit laatste garandeert in ieder geval een rustige nacht, omdat nu in geen enkele kamer meer dan drie leerlingen per kamer hoeven te liggen.

Terwijl iedereen zich gaat opknappen voor het eten bij restaurant de Biertuin komt juffrouw Seda de zorgcoördinator van Zuidoost, binnen stappen. Zij komt eens kijken hoe het met de deelnemers en begeleiders gaat, of er nog iemand is die zorg nodig heeft. Gelukkig is dat niet het geval.

Om half 7 stappen we verkwikt in onze schone kleren weer op de fiets om naar het restaurant de Biertuin in Almere Stad te fietsen. Een tochtje van ongeveer een kwartier. Het mooie is dat restaurant de Biertuin, de oud werkgever van juffrouw Jasmijn, onze maaltijd sponsort. Daar zijn we natuurlijk heel erg blij mee, want dat betekent nog meer geld voor Spieren voor Spieren. Restaurant de Biertuin heeft een houten vloer en een leuke gimmick. Die gimmick is dat er op de tafels overal handjes pinda's in de dop liggen die je kunt eten zoveel je wil en de doppen kun je gewoon op de grond gooien. Een dergelijke mededeling is aan de leerlingen wel besteed, ten eerste zijn ze hongerig en ten tweede is er niks leukers dan je rotzooi achter je rug weg te gooien. Ze doen zich dus naar hartenlust tegoed aan de pinda's en als we even later besluiten dat we voor het zicht op de fietsen toch beter buiten kunnen gaan eten, zitten vele broek- en jaszakken vol pinda's gepropt. Het eten in restaurant de Biertuin is prima, een piepkuiken met friet en salade. De kip gaat op tot op het bot en smaakt voortreffelijk. Het weer is zo opgeknapt dat we ons half 10 nog gewoon op het terras kunnen zitten. De pindadoppen beginnen een beetje voor onmin te zorgen, omdat ze soms onverwacht bij een ander in het haar belanden, dit is tegelijk het sein dat we restaurant het Bierhuis (productplacing) maar eens moeten gaan verlaten. We pakken daarop de stalen rossen en fietsen op Kindervakantieland aan.

Daar aangekomen vertelt meester Frank hoe we de volgende ochtend om half 11 alles op orde moeten hebben, want uiterlijk 11 uur is het vertrek, dat mooi samenvalt met het tijdstip dat we uiterlijk het huis verlaten moeten hebben. We hebben dan alleen nog dag 4 voor de boeg, de terugreis naar Amsterdam. Meester Paul en Mitchell steken nog een vuurkorf aan en dan is het eventjes qualitytime voor de begeleiders, terwijl de leerlingen via kamertjewisselen de nacht nog wat proberen uit te stellen. Wij verbazen ons erover waar ze deze onuitputtelijke energie vandaan halen. Of zou het zo zijn dat we 8 leerlingen met ADHD hebben meegenomen? Statistisch lijkt dat sowieso niet te kunnen. Eerder zwepen ze elkaar op en zijn hun zenuwen overprikkeld door alle nieuwe, leuke en spannende indrukken die ze opdoen. Zo rond half 1, het tijdstip dat ik deze blog zit te schrijven, lijkt er een stilte te vallen in de kamers. Hoewel juffrouw Laurien mij komt vertellen dat ze even daarvoor nog drie jongens uit de hangkast van een andere kamer vandaan toverde. Dit gaat natuurlijk allemaal ten koste van de nachtrust, maar aan de andere kant wordt er in deze vier dagen wel een heleboel geleerd op het gebied van het omgaan met anderen, vaak nog vrijwel onbekenden, binnen een groep. Dit doet een groot beroep op de sociale en emotionele vaardigheden van de jongen. Een ervaring die nog eens bovenop alle inspanningen komt die er voor het goede doel geleverd worden. In de verte heeft het wel iets weg van militaire dienst, ook dat is een snelkookpan als het gaat om het maken van kennis en het sluiten van vriend-, vijand- en bondgenootschappen.

De tafels staan gedekt en morgen is de laatste etappe van deze onderneming.