Zorg op school

Zorg op school op verschillende niveaus

Fase 0: Brede basiszorg

Dit is de ‘gewone zorg’ binnen de klas. Elke leerkracht is een expert en een specialist ter zake. Gedurende de hele dag wordt bewaakt dat elk kind aan bod komt, extra uitleg krijgt of uitgedaagd wordt met een gepaste opdracht. Er wordt ook gekeken of ieder kind zich goed voelt … Lees hieronder hoe we dit concreet aanpakken.

Fase 1: Verhoogde zorg

Bij bepaalde problemen kan hulp ingeschakeld worden van de zorgjuf. We kijken hoe we een probleem het best kunnen aanpakken en zo snel mogelijk kunnen oplossen. Ook deze zorg gebeurt vooral binnen de klas. In deze fase kunnen ook redelijke aanpassingen aangeboden worden ( rekenmachine - voorleessoftware (Textaid) - … ). Lees hieronder verder voor mogelijke zorgmaatregelen bij leerlingen met leerstoornissen

Fase 2: Uitbreiding zorg

Als een probleem binnen de klas niet kan verholpen worden, wordt hulp gezocht bij het CLB. Er kan beslist worden om verdere onderzoeken te doen en de hulp van anderen ( logo - kine - Reva - … ) in te schakelen. Dit gebeurt altijd met inspraak en na overleg met de ouders.

Fase 3: Overstap naar een school op maat

Soms zijn de problemen van die mate dat er ondanks alle geboden hulp niet het gewenste resultaat kan geboekt worden in het gewoon onderwijs. Dans wordt in samenspraak met deskundigen en ouders gezocht naar een BO-school die bij de noden van het kind past.


Zorg in de klas: HOE?

De klasjuf geeft al heel wat zorg binnen de les. Kinderen die een trager tempo hebben, moeten minder oefeningen maken. Hierbij zorgen we er wel voor dan iedereen alle basisoefeningen maakt. Ook bij de proeven wordt hier rekening mee gehouden. Deze keuze wordt gemaakt na overleg met de school en de ouders.

Sommige kinderen mogen teruggrijpen naar materialen ( rekenblokjes, tafelkaart, … ) als het zonder materiaal nog wat moeilijker lukt.

Wie sneller werkt, krijgt extra oefeningen. Niet iedereen luistert dan naar de klassikale instructie. Sommige leerlingen mogen onmiddellijk aan de slag, anderen krijgen nog wat extra uitleg in een klein groepje.

Na een toets krijgt elk kind remediëringsoefeningen, aangepast aan de gemaakte fouten op de toets. Wie geen extra inoefening nodig heeft, maakt verrijkende oefeningen.

De zorgjuf ondersteunt de leerkracht in het bieden van extra zorg binnen en buiten de klas, de verdeling van het aantal lersuren in de klas is afhankelijk van de leeftijd van de leerlingen en de grootte van de klasgroep. De leerlingen krijgen extra oefenkansen na een minder goede toets, bij een tijdelijke achterstand door ziekte of omdat de betrokkenheid en werktempo hoger zijn in een kleinere groep, … maar ook omdat een kind soms meer uitdaging nodig heeft en de leerinhoud iets dieper gaat.


Zorgmaatregelen bij leerlingen met leerstoornissen

Bij sommige leerlingen verloopt het verwerven van leerstof niet altijd even makkelijk, bijvoorbeeld omwille van een leerstoornis. In overleg met de klassenleraar, de zorgleerkracht, de directie, de ouders en eventueel het CLB kunnen verschillende maatregelen genomen worden om de leerlingen te helpen. Een aantal voorbeelden leest u hieronder. Afhankelijk van de nood van de leerlingen worden die al dan niet toegepast.

  1. Hulp bij dyslexie of andere ernstige lees- of spellingsproblemen
    • leesteksten kunnen vooraf meegeven worden
    • leesteksten en werkbladen vergroot kopiëren
    • meer tijd bij een proef
    • het aantal oefeningen beperken
    • tijdens zorgmomenten extra herhalingsoefeningen aanbieden
    • minder woorden van het woordpakket laten oefenen
    • zinnen kopiëren in plaats van het traditionele dictee
    • werken met TextAid (dit is een gratis voorleessoftware pakket, dit pakket is ook thuis via een persoonlijke login beschikbaar) bij leesteksten en tijdens de proeven
    • proeven mondeling afleggen
    • te studeren bundels kopiëren van een medeleerling
  2. Hulp bij dyscalculie
    • gebruik maken van een rekenmachine
    • aanbieden van hulpmapje ( tabellen, onthoudblaadjes,...)
    • het aantal oefeningen beperken
    • maken van de oefeningen op basisniveau (en geen verdiepende oefeningen)
    • tijdens zorgmomenten extra herhalingsoefeningen aanbieden
  3. Begeleiding bij ASS
    • zichtbaar maken van het dagverloop
    • wijzigingen in het dagverloop aankondigen en uitleggen
    • eventueel vooraan zitten met indien nodig een plaatsje apart
    • gebruik van de koptelefoon om geluid af te schermen
    • goede samenwerking met externen binnen het ondersteuningsteam = dezelfde aanpak
  4. Opvolging van concentratieproblemen - AD(H)D
    • voorzien van bewegingstussendoortjes
    • even aan de kant zetten om rustig te worden
    • plaats dicht bij de leerkracht voorzien
    • een plaats alleen geven
    • oogcontact onderhouden
    • gebruik van de koptelefoon om geluid af te schermen
    • weinig materiaal op de bank leggen
  5. Hulp bij het organiseren - DCD - Dyspraxie
    • aangepast schrijfgerief voorzien
    • buddy voorzien om agenda in te vullen
    • agenda momenten gestructureerd en rustig invullen
    • op regelmatige tijdstippen de bank en de boekentas ordenen
    • post-it kleven op de pagina waar er moet gewerkt worden
    • aangepaste schriften voorzien = meer plaats, minder druk qua lay-out, zelfde leerstofinhoud
  6. Begeleiding bij te moeilijke leerstof in het 5° en 6°
    • Curriculumdifferentiatie = aparte leerlijn op maat van het kind ( aangepaste leerstof en toetsen). Hiermee is een vlotte overgang naar 1B mogelijk.
  7. Opvangen van hoogbegaafdheid of leervoorsprong
    • schrappen van de basisoefeningen
    • uitdagende opdrachten aanbieden
    • instructie kort houden of overslaan
    • sterke binnenklasdifferentiatie