Wat kan ik doen?

non-formeel leren


Het is belangrijk dat je als organisatie duidelijk je positie bepaalt over het non-formele oefenen van taal. Dat kan je doen door samen een antwoord te geven op de onderstaande vragen:

Concreet: 9 vragen

  • Maken we een planning of vertrekken we veeleer op 'natuurlijke' wijze vanuit ervaring, gebeurtenissen, noden en vragen?
  • Kiezen we voor gestructureerde autonomie? Dwz: we hebben een gevarieerd aanbod klaar maar we laten de deelnemers daarbinnen kiezen (op basis van de actualiteit, hun interesse van de dag, hun eigen recente ervaring).
  • Welke werkvormen en activiteiten vinden wij passend (en welke niet)?
  • Hoe beoordelen we eventuele materialen die we gebruiken: aan welke criteria moeten ze voldoen?
  • Hoe belangrijk is voor ons de authentieke context: gaan we naar het zwembad, bekijken we een foto van het zwembad, of lezen we over het zwembad?
  • Hoeveel plaats kan taalfocus innemen? Als we specifiek aandacht hebben voor taal, zijn we niet meer met de activiteit zelf bezig. Wanneer kan dat voor ons?
  • In welke mate laten we deelnemers bewust taal oefenen en hoe doen we dat?
  • Is de oefenkans tot 'onze tijd en ruimte' beperkt of stimuleren we autonoom leren? Bvb door woorden mee te geven, lees- en luisteractiviteiten te promoten, door met een digitaal platform te werken, door sociale media te gebruiken etc.
  • Welke (taal)doelen streven we voornamelijk na en welke minder of helemaal niet?