Les 2
Stijlen
Titelnummering
Inhoudsopgave
Kop- en voetteksten
Paginanummering
Stijlen
Titelnummering
Inhoudsopgave
Kop- en voetteksten
Paginanummering
Met behulp van stijlen kan je eenvoudig bepaalde delen van tekst snel en vooral efficiĂ«nt opmaken. Zo geef je bv. al je titels in je document de stijl âTitelâ. Hierdoor zullen alle titels er hetzelfde uitzien volgens de opmaak van stijl âTitelâ. Wijzigen we nu echter de opmaak van de stijl âTitelâ, zal alle tekst die de stijl âTitelâ gekregen heeft, zich aanpassen aan de nieuwe opmaak. Op die manier hoef je dus maar op één plaats je opmaak te wijzigen.
Je kan dit echter ook uitbreiden voor gewone tekst. Geef je alle tekst die belangrijk is de stijl âNadrukâ, kan je ook deze in een latere fase op eenvoudige manier van opmaak laten aanpassen.
De beste werkwijze is dus om eerst aan Word duidelijk te maken waaruit je tekst bestaat door alles een stijl te geven. Wat zijn de titels? Wat zijn de ondertitels? Wat is gewone tekst? Wat is te benadrukken tekst? Enzovoort⊠Nadien kan je de stijlen gaan opmaken en zal alles zich automatisch aanpassen.
STAPPENPLAN
Stap 1: Selecteer de tekst waarop je de stijl wilt toepassen.
Stap 2: Ga in het tabblad âStartâ naar de rubriek âStijlenâ en kies een stijl.
Via het âMeerâ-knopje zie je extra stijlen.
Hoe bepaal je de afdrukstand van een pagina?
STAPPENPLAN
Stap 1: Selecteer de tekst waarvan je de stijl wil wissen.
Stap 2: Klik onderaan in het menu 'Stijlen' op 'Opmaak wissen'.
Een groot voordeel van werken met stijlen is dat je de opmaak van een stijl eenvoudig kan wijzigen. Wanneer je de stijl wijzigt, zal elke tekst die deze stijl heeft, aangepast worden. Heb je bijvoorbeeld 5 titels de stijl âTitelâ gegeven en je kiest ervoor om de opmaak van je titels te wijzigen, dan dien je enkel de stijl âTitelâ te wijzigen en alles zal geĂŒpdatet worden.
STAPPENPLAN
Stap 1: Klik rechtermuisknop op de stijl.
Stap 2: Selecteer âWijzigenâ.
Stap 3: Maak de gewenste wijzigingen aan in het dialoogvenster en klik op âOKâ.
Wanneer je gebruik hebt gemaakt van de stijlen âKop 1â, âKop 2â, ⊠kan je eenvoudig titelnummering toevoegen.
STAPPENPLAN
Stap 1: Ga in een titel staan met âKop 1â.
Stap 2: Klik op het knopje âLijst met meerdere niveauâsâ.
Stap 3: Selecteer de optie rechts op de tweede rij.
Wanneer je correct gebruik hebt gemaakt van stijlen, meer bepaald van de âKoppenâ, kan je eenvoudig een inhoudsopgave laten genereren.
Wanneer je een overzicht wil krijgen van alle hoofdstukken of tekstonderdelen van een document, voegen we best een inhoudsopgave vooraan in het document. Deze gaan we echter niet zelf typen, maar laten aanmaken door Word. Om Word duidelijk te maken welke titels er moeten opgenomen worden in de inhoudsopgave, moeten je titels voorzien zijn van stijlen.
STAPPENPLAN
Stap 1: Zorg ervoor dat alle titels voorzien zijn van stijlen, namelijk Kop1, Kop2 en Kop3.
Stap 2: Typ eerst de titel, bv. âInhoudsopgaveâ.
Stap 3: Klik in het lint op âVerwijzingenâ.
Stap 4: Klik op de knop âInhoudsopgaveâ.
Stap 5: Klik onderaan op de menuknop âAangepaste inhoudsopgaveâŠâ.
In het instellingenscherm kan je de eigenschappen van de inhoudsopgave wijzigen, maar de standaardinstellingen zijn op zich reeds goed.
Stap 6: Klik op "OK".
Het is belangrijk om je inhoudsopgave up-to-date te houden. Wanneer je nieuwe titels toevoegt, titels hernoemt of wanneer de paginanummers zijn gewijzigd zal je inhoudsopgave immers niet automatisch bijgewerkt worden.
TIP: Zorg dat je altijd je inhoudsopgave een laatste keer update voor je jouw document afprint of doorstuurt.
STAPPENPLAN
Stap 1: Klik rechtermuisknop op de inhoudsopgave.
Stap 2: Selecteer âVeld bijwerkenâ.
Stap 3: Selecteer âIn zijn geheel bijwerkenâ en klik op âOKâ.
Als je boven of onder aan het document een afbeelding of tekst wilt weergeven, moet je een kop- of voettekst toevoegen.
STAPPENPLAN
Stap 1: Ga in het lint naar het tabblad âInvoegenâ.
Stap 2: Klik in de rubriek âKoptekst en voettekstâ op âKoptekstâ of âVoettekstâ.
Stap 3: Bepaal de plaats en de verdere opmaak van die kop- of voettekst.
Stap 4: Typ de kop- of voettekst.
Stap 5: Klik op âKop- en voettekst sluitenâ om de kop- of voettekst in te voeren en terug te keren naar het document.
Paginanummering is handig om vlot naar bepaalde passages in het document te verwijzen.
STAPPENPLAN
Stap 1: Ga in het lint naar het tabblad âInvoegenâ.
Stap 2: Klik in de rubriek âKoptekst en voettekstâ op âPaginanummerâ.
Stap 3: Je kunt in het dropdownmenu de plaats van de paginanummering selecteren: boven of onder aan de pagina, in de paginamarge of op de huidige positie.
Stap 4: Kies een van die opties. Er verschijnt een vervolgmenu om de positie en het uiterlijk van de paginanummers nog te specifi ëren: links, rechts, gecentreerd, cursief, gevolgd door een dubbele punt, tussen haakjes, met onderlijning, met fi guur ⊠Stap 5: Klik op je keuze om de paginanummering door te voeren