Les 1
Teken-, alinea- en paginaopmaak
Spelling- en grammaticacontrole
Werken met afbeeldingen
Teken-, alinea- en paginaopmaak
Spelling- en grammaticacontrole
Werken met afbeeldingen
INHOUDSOPGAVE
Paginaopmaak wordt op alle pagina’s van het document toegepast, tenzij je het document in secties opdeelt. Je kunt dan iedere sectie een andere opmaak geven. Bij paginaopmaak horen onder andere de marges, de afdrukstand en het formaat.
Alineaopmaak wordt op de geselecteerde alinea of op de alinea waar je muisaanwijzer staat, toegepast. Zo kun je de regelafstand, de afstand voor en na een alinea, de inspringing, de opsomming … instellen.
Tekenopmaak wordt toegepast op de tekst die je geselecteerd hebt. Zo kun je het lettertype, de tekstkleur, de lettergrootte … bepalen, zelfs van een enkel karakter.
Paginaopmaak
Alineaopmaak
Tekenopmaak
Je kunt je tekst op heel wat manieren opmaken:
het lettertype wijzigen (Arial, Calibri, Verdana …)
de grootte (in punten) aanpassen
tekst vet / cursief zetten, onderstrepen, doorstrepen, getallen in subscript / superscript zetten
de tekstkleur of een markeringskleur instellen.
Je kunt de tekenopmaak van een selectie gemakkelijk toepassen op een ander stukje tekst.
STAPPENPLAN
Stap 1: Selecteer de tekst waarvan je de opmaak wilt kopiëren.
Stap 2: Ga in het lint naar het tabblad ‘Start’. Klik in de rubriek ‘Klembord’ op de knop ‘Opmaak kopiëren/ plakken’. De muisaanwijzer verandert in een kwast.
Stap 3: Druk op de linkermuisknop, sleep de muisaanwijzer / kwast over de tekst die je wilt opmaken.
Een alinea bestaat uit een of meer zinnen. Je weet dat er een nieuwe alinea begint als de tekst op een nieuwe regel begint (al dan niet met een inspringing). Vaak worden alinea’s gescheiden door een witregel. Kortom: de tekst tussen twee enters (inclusief het laatste enterteken) vormt een alinea.
STAPPENPLAN
Stap 1: Zet de muisaanwijzer ergens in de alinea die je wilt selecteren.
Stap 2: Klik drie keer op de linkermuisknop.
Hoe voorzie je een alinea van opsommingstekens of nummering?
STAPPENPLAN
Stap 1: Selecteer de alinea(‘s) die je wilt opmaken.
Stap 2: Ga in het lint naar het tabblad ‘Start’. Kies de rubriek ‘Alinea’.
Stap 3: Kies de lijst die je wilt. – Opsommingstekens – Nummering – Lijst met meerdere niveaus
Stap 4: Klik op het pijltje naar beneden, rechts naast jouw lijst. Je ziet dan een vervolglijst met nog meer mogelijkheden.
Klik je bijvoorbeeld op dat pijltje naast ‘Genummerde lijst’, dan verschijnt de ‘Bibliotheek Nummering’ met heel veel soorten.
De regelafstand bepaalt de verticale ruimte tussen de tekstregels in een alinea. De alinea-afstand bepaalt de ruimte boven en onder een alinea. Standaard is de regelafstand de enkele regelafstand. De alinea-afstand is dan iets ruimer.
Regelafstand wijzigen
STAPPENPLAN
Stap 1: Selecteer de alinea waarvan je de regelafstand wilt wijzigen.
Stap 2: Klik in het tabblad ‘Start’, in de rubriek ‘Alinea’, op het pijltje naast de knop ‘Regel- en alinea-afstand’.
Stap 3: Klik op het cijfer van de gewenste regelafstand.
Stap 4: Om een exacte afstand te kiezen, klik je op ‘Opties voor regelafstand’. Onder ‘Afstand’ kun je de exacte regelafstand kiezen.
Je kunt de volgende regelafstanden instellen:
Enkel: Er is voldoende ruimte voor het grootste lettertype op die regel, plus een kleine hoeveelheid extra ruimte. De hoeveelheid extra ruimte hangt af van het lettertype.
Anderhalf: Er is anderhalve keer zoveel ruimte als de enkele regelafstand.
Dubbel: Er is twee keer zoveel ruimte als de enkele regelafstand.
Ten minste: Dat is de minimale regelafstand die nodig is voor het grootste lettertype of de grootste afbeelding op de regel.
Exact: Met die optie stel je een vaste regelafstand in.
Meerdere: Met die optie stel je een regelafstand in die vanaf de enkele regelafstand wordt vergroot of verkleind met het percentage dat je opgeeft. Als je de regelafstand bijvoorbeeld op 1,3 instelt, wordt de afstand met 30 procent vergroot.
Alinea-afstand wijzigen
STAPPENPLAN
Stap 1: Selecteer de alinea’s waarvoor en waarna je de afstand wilt wijzigen.
Stap 2: Ga in het lint naar het tabblad ‘Indeling’. Klik in de rubriek ‘Alinea’ op het pijltje in de rechterbenedenhoek.
Een marge is het gebied aan de linkerkant, de rechterkant, de bovenkant en de onderkant van de bladzijde waar je geen tekst invoert. De marge blijft dus onbeschreven.
STAPPENPLAN
Stap 1: Ga in het tabblad ‘Indeling’ naar de rubriek ‘Marges’
Stap 2: Bepaal of je een van de gedefi nieerde marges neemt, of liever volledig vrij de marges instelt (‘Aangepaste marges …’).
Stap 3: Als je ‘Aangepaste marges …’ gekozen hebt, dan kun je in het bovenste deel de marges ingeven.
Stap 4: Kies eventueel ook de rugmarge. Dat is de extra lege ruimte om te vermijden dat er tekst onzichtbaar zou worden na het inbinden. De rugmarge kan links of boven gepositioneerd zijn.
Hoe bepaal je de afdrukstand van een pagina?
STAPPENPLAN
Stap 1: Ga in het lint naar het tabblad ‘Indeling’. Selecteer in de rubriek ‘Pagina-instelling’ ‘Afdrukstand’.
Stap 2: Kies de gewenste afdrukstand: staand (verticaal) of liggend (horizontaal).
In alle programma’s van Microsoft Office is er een functie om de spelling van een bestand te controleren.
STAPPENPLAN
Stap 1: Wanneer een woord volgens Ms Word fout gespeld is, verschijnt er onder dat woord een rood golflijntje.
Stap 2: Ga op dat woord staan en klik op je rechtermuisknop. Het onderstaande venster verschijnt.
Stap 3: Als de correctie terecht is, dan kun je de suggestie ‘Aanvaarden’. Je kunt ze ook ‘Negeren’.
Een afbeelding aan een document toevoegen kan een meerwaarde bieden. Dat kan een eigen afbeelding zijn of een illustratie die de software zelf voorziet.
STAPPENPLAN
Stap 1: Ga naar het tabblad ‘Invoegen’ en klik in de rubriek ‘Illustraties’ op de knop ‘Afbeeldingen’
Stap 2:
Klik op de knop ‘Afbeelding’ om naar de locatie van je afbeelding te bladeren.
Klik op de knop ‘Onlineafbeeldingen’ om online te zoeken naar afbeeldingen. Je kunt zoeken op thema, grootte, type …
STAPPENPLAN
Stap 1: Selecteer de afbeelding en klik op de rechtermuisknop. Het onderstaande dropdownmenu verschijnt
Stap 2: Klik op ‘Grootte en positie’. Je ziet dat de afbeelding 6,69 cm hoog en 6,54 cm breed is.
Stap 3: Klik op de pijltjes naar boven of naar beneden. Dat is de eenvoudigste manier om het formaat aan te passen. Bovendien blijven de verhoudingen zo behouden en wordt de afbeelding dus niet vervormd.
Als je slechts een deel van een afbeelding wilt gebruiken, dan moet je bijsnijden.
STAPPENPLAN
Stap 1: Selecteer de afbeelding en klik op de rechtermuisknop.
Stap 2: Klik op de knop bijsnijden.
Stap 3: Rond de afbeelding verschijnen er donkere randen (grepen) in de hoeken (hoekgrepen) en in het midden van de rand (middengrepen).
Stap 4: Voer een van de volgende handelingen uit:
Om een zijde bij te snijden, sleep je de middengreep voor bijsnijden naar het midden van de afbeelding toe.
Om twee zijden in dezelfde mate bij te snijden, houd je de ctrl-toets ingedrukt terwijl je de middengreep aan een van beide zijden naar het midden toe sleept.
Om vier zijden in dezelfde mate bij te snijden, houd je de ctrl-toets ingedrukt terwijl je een hoekgreep voor bijsnijden naar het midden toe sleept.
Je kunt een ingevoegde afbeelding om zijn middelpunt laten draaien.
STAPPENPLAN
Stap 1: Selecteer de afbeelding. Bovenaan in het midden verschijnt er een ronddraaiende pijl (draaigreep).
Stap 2: Zet je muisaanwijzer op de draaigreep, houd de linkermuisknop ingedrukt en sleep de draaigreep in de gewenste richting, tot de gewenste positie.
STAPPENPLAN
Stap 1: Selecteer de afbeelding die je wilt positioneren en klik op de rechtermuisknop.
Stap 2: Klik op ‘Tekstterugloop’. Het onderstaande venster verschijnt. – Terwijl je met je muisaanwijzer over de verschillende mogelijkheden gaat, zie je via ‘Live voorbeeld’ het mogelijke resultaat. Selecteer een optie.