Met behulp van stijlen kan je eenvoudig bepaalde delen van tekst snel en vooral efficiĆ«nt opmaken. Zo geef je bv. al je titels in je document de stijl āTitelā. Hierdoor zullen alle titels er hetzelfde uitzien volgens de opmaak van stijl āTitelā. Wijzigen we nu echter de opmaak van de stijl āTitelā, zal alle tekst die de stijl āTitelā gekregen heeft, zich aanpassen aan de nieuwe opmaak. Op die manier hoef je dus maar op ƩƩn plaats je opmaak te wijzigen.
Je kan dit echter ook uitbreiden voor gewone tekst. Geef je alle tekst die belangrijk is de stijl āNadrukā, kan je ook deze in een latere fase op eenvoudige manier van opmaak laten aanpassen.
De beste werkwijze is dus om eerst aan Word duidelijk te maken waaruit je tekst bestaat door alles een stijl te geven. Wat zijn de titels? Wat zijn de ondertitels? Wat is gewone tekst? Wat is te benadrukken tekst? Enzovoort⦠Nadien kan je de stijlen gaan opmaken en zal alles zich automatisch aanpassen.
STAPPENPLAN
Stap 1: Selecteer de tekst waarop je de stijl wilt toepassen.
Stap 2: Ga in het tabblad āStartā naar de rubriek āStijlenā en kies een stijl.
Via het āMeerā-knopje zie je extra stijlen.
Hoe bepaal je de afdrukstand van een pagina?
STAPPENPLAN
Stap 1: Selecteer de tekst waarvan je de stijl wil wissen.
Stap 2: Klik onderaan in het menu 'Stijlen' op 'Opmaak wissen'.
Een groot voordeel van werken met stijlen is dat je de opmaak van een stijl eenvoudig kan wijzigen. Wanneer je de stijl wijzigt, zal elke tekst die deze stijl heeft, aangepast worden. Heb je bijvoorbeeld 5 titels de stijl āTitelā gegeven en je kiest ervoor om de opmaak van je titels te wijzigen, dan dien je enkel de stijl āTitelā te wijzigen en alles zal geüpdatet worden.
STAPPENPLAN
Stap 1: Klik rechtermuisknop op de stijl.
Stap 2: Selecteer āWijzigenā.
Stap 3: Maak de gewenste wijzigingen aan in het dialoogvenster en klik op āOKā.