In een schoolondersteuningsprofiel worden de mogelijkheden van de school beschreven voor het bieden van passend onderwijs aan leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Dat levert een beeld op van zowel de onderwijsinhoudelijke als de procesmatige en structurele kenmerken van de school op het niveau van basis- en extra ondersteuning. Daarvoor worden veel gegevens opgenomen die direct en indirect betrekking hebben op de mogelijkheden van de school. Het gaat bijvoorbeeld om gegevens over de aanwezige deskundigheid in het team, de ruimte die er is om aandacht en tijd te schenken aan de leerlingen, de methodieken en voorzieningen waarover het team beschikt, de kwaliteit van de organisatie, enzovoort. Al deze gegevens worden gebruikt om de ondersteuning die de school kan bieden te beschrijven op twee niveaus: basisondersteuning en extra ondersteuning. De basisondersteuning beschrijft het niveau dat van alle scholen uit het samenwerkingsverband verwacht wordt. De afspraken over de invulling van de basisondersteuning worden op het niveau van het samenwerkingsverband gemaakt en gelden voor alle deelnemende scholen. De basisondersteuning heeft betrekking op onderwijsinhoudelijke aanpakken en op de kwaliteit van de ondersteuningsprocessen in de school.

Binnen ons samenwerkingsverband maken we de volgende afspraken over het niveau van basisondersteuning:

  • Iedere school heeft een aanbod voor leerlingen die anders leren. Zoals leerlingen met dyslexie, dyscalculie en leerlingen met lichte gedragsproblemen;
  • De school is in staat leerlingen op groepsniveau en individueel niveau te ondersteunen in hun sociaal emotioneel leren en ontwikkelen. De school biedt planmatig ondersteuning aan specifieke (groepen van) leerlingen die dat nodig hebben;
  • Scholen zijn in staat leerlingen met een licht medische ondersteuningsbehoefte op school te houden en deze dus niet op grond daarvan naar een andere lesplek te verwijzen. De wet BIG (beroepen in de individuele gezondheidszorg) voorziet in een regeling ten aanzien van voorbehouden, risicovolle handelingen. Hierbij kan een beroepsbeoefenaar door een arts bekwaam geacht worden om medische handelingen uit te voeren en hiertoe de toestemming dan wel opdracht krijgen. Zo kan de school dit op locatie organiseren. Informatie over de procedure en Big BIG biggeregistreerde handelingen, is op te vragen bij het samenwerkingsverband;
  • Iedere school is in staat om in haar gebouw of bepaalde ruimtes of onderwijs-inhoudelijke inrichting aanpassingen te maken voor leerlingen met fysieke beperkingen;
  • Alle scholen werken met leerlijnen waarmee ze in staat zijn hun onderwijsaanbod voor specifieke (groepen) leerlingen te formuleren en hierin afstemming te zoeken met de behoefte van de leerling. Dit aanbod is vastgelegd in het schoolondersteuningsprofiel van de school;
  • Scholen doorlopen een eigen, interne kwaliteitscyclus met betrekking tot het inzetten van ondersteuning aan leerlingen en leerkrachten en het afstemmen van onderwijsaanbod (bijvoorbeeld Handelingsgericht Werken – HGW cyclus).

De extra ondersteuning beschrijft de specifieke mogelijkheden van individuele scholen, die verder gaan dan de afspraken die gemaakt zijn over de basisondersteuning. De mogelijkheden van de school worden op hoofdlijn beschreven op twee aspecten. In de eerste plaats gaat het om onderwijsinhoudelijke interventies zoals bijvoorbeeld het aanbieden van een programma voor sociaal-emotioneel ontwikkeling of voor getalenteerde leerlingen. In de tweede plaats betreft het meer procesmatige en structurele kwaliteiten zoals bijvoorbeeld het gebruiken van een leerlingvolgsysteem en afspraken voor het opstellen van handelingsplannen en groepsplannen.