De schimping is een last op haar

Nihilisme ernstiger dan heidendom

Er wordt wel eens gezegd dat ons land terug lijkt te keren tot het heidendom. Met deze uitdrukking wordt bedoeld dat ons ooit gekerstende land al haar christelijke elementen van zich probeert af te schudden, zodat het lijkt alsof we weer – net als vele eeuwen geleden - in een heidens land komen te wonen. Dat lijkt misschien een sombere constatering, het is echter nog te positief uitgedrukt. De werkelijkheid is vele malen ernstiger. Onlangs werd dit in het Reformatorisch Dagblad betoogd1 aan de hand van het geschrift van C. S. Lewis over ”De afschaffing van de mens”. De titel van het boekje is veelzeggend. Het boekje handelt over de stelling dat een vrouw die van haar man scheidt niet opnieuw maagd wordt. Het is wellicht een wat wonderlijke vergelijking die Lewis maakt. We proberen het uit te leggen. Lewis bedoelt te zeggen dat een cultuur die heidens was en daarna door het christelijk geloof werd geheiligd, kiest voor het on- en tegennatuurlijke als ze het christendom en de genade verlaat. Dus er vindt dan geen terugkeer naar het heidendom en de natuur plaats, maar, en dat is veel erger, er wordt gekozen voor vijandschap tegen God. Dat gaat ten diepste tegen de natuur in. En dat is nu precies wat we momenteel waar kunnen nemen. We zullen deze gedachte daarom wat verder uitwerken.


Heidenen

Als Paulus schrijft over de Grieken en barbaren (Rom. 1:14), dan bedoelt hij alle soorten van heidenen. We weten van de heidenen dat ze de afgoden dienen. We kennen allemaal de geschiedenis van Paulus op de AreopagusAreópagus. Hij was door Athene gewandeld en had gezien hoeveel afgoden de stad rijk was. Bij zijn toespraak maakte hij hier gebruik van: Want de stad doorgaande, en aanschouwende uw heiligdommen, heb ik ook een altaar gevonden op hetwelk een opschrift stond: DEN ONBEKENDEN GOD. Dezen dan, Dien gij niet kennende dient, verkondig ik ulieden (Hand. 17:23). Paulus had een aandachtig gehoor, totdat hij begon te spreken over de opstanding van de doden. Daar haakten de Grieken af, hoewel sommigen er wel meer over wilden weten (Hand. 17:32).


Grieken

Bij de Grieken is de beschaving begonnen. We proberen dat duidelijk te maken aan de hand van de rede van Pericles. De achtergrond van deze rede laten we verder rusten, het gaat nu om de inhoud. De Atheense staatsman Pericles houdt in 431 voor Christus een lofrede op de stad Athene, de stad die de bakermat is van de democratie, een plek waar de vrijheid van meningsuiting als een groot goed werd beschouwd. De open samenleving van Athene, betoogt Pericles, is de moeite waard om voor te strijden en voor te sterven. Het betoog van Pericles wordt nogal eens aangehaald om, in een tijd van terroristische aanslagen, de waarde van vrijheid en democratie te benadrukken. De rede van Pericles gaat over vrijheid als voorwaarde voor geluk, maar ook over grenzen aan die vrijheid; vrijheid, zegt Pericles, maakt ons nog niet wetteloos. En die opmerking is van belang. De Grieken dienden de ware God niet, maar ze waren zeker niet wetteloos. Ze dienden hun goden, ze hielden hun tradities in ere, ze hielden hun (voor)vaderen in ere en erkenden hun gezag. De hiërarchie werd gerespecteerd. Wetten moesten onderhouden worden. Vrijheid is te doen wat je behoort te doen. Vrijheid leidt bij de Grieken dus niet tot chaos en anarchie.


Romeinen

De Romeinen hadden hun eigen waarden en normen en moesten niets van het Christendom hebben. De Romeinen bestreden de christenen omdat ze meenden dat het machtige Romeinse rijk ten onder zou gaan door het Christendom. Als mensen de macht krijgen die Iemand navolgen, Die als een mislukkeling is gestorven, kun je niet verwachten dat hun rijk blijft bestaan, zo stelden ze. De kerkvader Augustinus bestreed in zijn boekenreeks ”De stad Gods” deze aantijging. In dertien jaar tijd schreef hij 22 boeken, als apologie (verdediging) van het christelijk geloof. Een christen leeft met de wereld, maar is niet van die wereld, stelde Augustinus. Een wereld waarin heidenen het voor het zeggen hebben is een wereld vol angst en onrechtvaardigheid. Dat komt omdat iedereen behoefte heeft aan genot, rijkdom en eer. Dat zijn de zaken waarvoor men leeft en de eigen wereld in stand houdt. Dat gaat ten koste van andere mensen. Augustinus onderbouwde daarmee zijn stelling dat het juist de heidenen zijn die de ondergang van de beschaving veroorzaken. Een christen is volgens Augustinus een vreemdeling in deze wereld. Hij zoekt een balans in lichaam en gemoed, en kan zich daardoor beheersen en integer handelen. Nederigheid is juist de enige ware deugd die de beschaving in stand houdt, aldus Augustinus.


Nihilisme

We willen het niet opnemen voor het heidendom, maar we moeten wel opmerken dat ons land niet terugkeert tot het heidendom. De heidenen geloofden nog in de goden. Dat weerhield de heidenen om de wetten te overtreden. Het geweten functioneerde nog. Dat is in onze tijd allemaal verdwenen en daarom zijn we dieper weggezonken dan ooit. Er is geen voorbestemd doel. Men houdt geen rekening meer met een god, een eeuwige macht. Morele waarden worden door de meerderheid vastgesteld, er zijn geen objectieve waarden meer, geen waarden en normen die absolute geldigheid hebben. Dan is er ook geen gezag meer. Alle gezagsverhoudingen worden afgeschaft, evenals het onderscheid tussen man en vrouw en mens en dier. Er is niets meer wat ons bindt. We noemen dat nihilisme. Er is sprake van wetteloosheid, en daardoor normloosheid, op het gebied van seksualiteit, leven en dood. Het zijn kenmerken van een ondergaande cultuur. Dr. W. Aalders (1909-2005) sprak in zijn boek ”Burger van twee werelden” (uit 1972!) over een uitzichtloze situatie: “De kostbare resten van het vroegchristelijke en middeleeuwse christendom zijn restloos opgebrand. Zelfs de vonkjes en overblijfselen van de oorspronkelijke Godskennis zijn verdwenen. Vandaar de wetteloosheid, de anarchie, de misdaad, de seksuele uitbarsting, de abortus, het druggebruik, de godslastering, de genotzucht. Het na-christelijke Europa is dieper gezonken dan de heidenen eertijds. Het leeft uit het beginsel van de ontkenning. Zijn kracht en vreugde ligt in afbraak en protest. Zijn wezen is (hoe scherp heeft Luther dat gezien) de ondankbaarheid.”


Intolerant

In de discussie rond de Nashville-verklaring hebben we even kunnen zien waar dit alles toe leidt. De nihilistische wereld wil het on- en tegennatuurlijke tot norm verheffen en laat zich niet corrigeren. Degenen die de mond vol hebben over tolerantie tonen intolerantie tegenover alles wat zich hiertegen verzet. De dragers van een Bijbels gefundeerde zienswijze worden monddood verklaard en voor het gerecht gesleept. Paulus heeft het reeds lang geleden voorzegd, als hij spreekt over het bederf in de laatste dagen (2 Tim. 3). Christus roept ons toe: Waakt dan te allen tijde, biddende dat gij moogt waardig geacht worden te ontvlieden al deze dingen die geschieden zullen, en te staan voor den Zoon des mensen (Luk. 21:36).


G.R. van Leeuwen Uit: De Wachter Sions(Bewerkt door GvH/FWC )