De Waterlelie is het Buurthuis van de Watersportbaan in Gent, het is een eiland tussen het water en de grote baan. Petra en Dirk zijn er sinds jaar en dag vrijwillig actief als buurtwerker. Dat heeft meer in gang gezet dan ze zelf ooit hadden verwacht.
COLLE: Wat bracht jullie ertoe om actief te worden in het buurthuis?
Dirk: “Het is intussen al 10 jaar geleden dat ik er ben ingerold. Ik was ziek toen en dreigde in een depressie te belanden. Een hulpverlener stelde voor om met vrijwilligerswerk te starten. Dat deed ik eerst bij de telefooncentrale van de minder mobiele dienst. Toen ik verhuisde naar de Watersportbaan, vroeg de buurtwerkster of ik iets wilde klaarmaken voor het Wintervuurfeest. Zo ben ik erin gerold.”
Petra: “Voor mij was het gelijkaardig. Ik zat thuis met een burn-out. Tijdens mijn revalidatie hielp ik al in een ontmoetingshuis. Toen ik naar deze wijk verhuisde, kwam ik dichtbij De Waterlelie te wonen. Plots werd ik meegetrokken in de organisatie van het Wintervuurfeest (lacht). Ik hielp mee, vond het leuk en daarna ben ik begonnen bij het buurtontbijt en de volkskeuken. De rest is geschiedenis.”
COLLE: Welke rol spelen jullie binnen het buurthuis?
Dirk: “Na dat bewuste Wintervuurfeest heb ik de zomerbar ‘Mon Jardin’ opgericht. Met muziek erbij, natuurlijk. Daarna hebben we de wereldvolkskeuken in het leven geroepen, waar mensen uit verschillende landen koken. Ook hebben we samen een fietsreparatie-atelier opgezet. Ik volgde een basiscursus en leerde veel van een ervaren vrijwilliger die via de Arteveldehogeschool hier was. Dat draait nu een jaar.”
Petra: “We doen meer dan enkel activiteiten organiseren. Een van de vrijwilligers heeft moeite met het bijhouden van een agenda: hij wil komen, maar vergeet dat hij er moet zijn. Ik help hem daarmee. Daaruit groeide spontaan een soort buddyschap. Dat hadden we pas na een tijd door dat dat nodig was. Als er nu een vrijwilliger is met die zorgbehoefte, dan doen we dat meteen op die manier.”
Dirk: “Zonder dat we het altijd beseffen, doen we van alles. Zo ben ik bij iedereen in het appartementsblok langs geweest om de app te installeren van de digitale deurbel.”
COLLE: Wat geeft jullie energie of voldoening?
Petra: “Vroeger hield ik het bij podcasts en televisie en kwam ik nauwelijks buiten. Dit werk geeft me letterlijk een reden om uit bed te komen. Daarbij voel ik me nuttig omdat ik iets beteken voor anderen.”
Dirk: “Het buurtwerk geeft me een doel. We helpen mensen uit hun isolement. Met de wereldvolkskeuken brengen we mensen van verschillende achtergronden samen. Het bestrijdt racisme, gewoon door samen te koken en te eten. En de mensen gaan dankbaar buiten.”
Petra: “We hebben een keer macramé plantenhangers gemaakt tijdens een activiteit. Een tijdje later kwam een deelnemer vertellen dat hij er veel complimenten over kreeg. Dat is heerlijk.
COLLE: Wat zijn mooie of verrassende momenten die jullie meemaakten?
Petra: “Wanneer mensen zeggen: ‘Als jullie dit niet zouden doen, kwam ik niet buiten.’ Of als je ziet dat vriendschappen ontstaan. Dat raakt me.”
Dirk: “Er was een vrouw van 84 die nooit buitenkwam. Ik hielp haar met haar tablet via het Digipunt, we raakten bevriend. Ze kwam daarna naar Mon Jardin en bleef komen. Sindsdien is ze er elke week bij.”
Petra: “We werken ook samen met fietstaxi Trivelo. Zo maken we activiteiten toegankelijk. Het is mooi hoe alles samenkomt.”
Dirk: “Door met verschillende mensen te praten, merk je dat er veel gelijkaardige initiatieven zijn. Dan ga je samenwerken. Onze wijkregisseur is daar sterk in. Zelfs politici komen langs, zoals Astrid De Bruycker – ook na haar speech bleef ze napraten. Dan weet je dat dat oprecht is.”
COLLE: Wat heb je geleerd sinds je hiermee begonnen bent – over jezelf, anderen of het systeem waarin we leven?
Dirk: “Je moet sterk zijn. Want je moet ook ‘nee, nu niet’ kunnen zeggen. En dat is niet gemakkelijk. Onze contactgegevens hangen hier overal op. We worden gezien als anciens, zowel door de bewoners als door de nieuwe vrijwilligers. Petra kan bijna niet meer buiten komen zonder aangesproken te worden om te helpen met iets. Ik krijg allerlei technische vragen. Toen ik het Digipunt oprichtte, vond ik manieren om mensen gericht door te verwijzen naar daar. Dat helpt.”
Petra: “Ik heb lang geworsteld met niet meer kunnen werken: ‘Moet ik dan de rest van mijn leven spelletjes spelen in een buurthuis?’ Door hier buurtwerk te verrichten, voel ik ‘dit is ok, en waardevol’ en dat voelt goed.
Dirk: “Ik begon te werken op mijn 15e, school was niks voor mij. Ik dacht altijd dat ik een dommerik was. Nu leer ik dat ik veel meer kan dan ik dacht. Ik doe de boekhouding, het Digipunt, ik ben sociaal geworden (lacht). Dat is nieuw voor mij.”
Petra: “Het buurtwerk heeft me uit een diep dal gehaald. Nu kan ik beter omgaan met tegenslagen. Door het buurtwerk is mijn netwerk groter. Die verbondenheid, de loyaliteit daar gaat het om.”
Dirk: “En soms moeten we ons hart even luchten. Ook dat kan hier.”
COLLE: Welke veranderingen zie jij ontstaan door initiatieven als deze – in je buurt, in de stad, of breder?
Dirk: “Er zijn nog veel verborgen interesses in de wijk. Als er meer initiatieven zijn, komen die vanzelf naar boven.”
Petra: “Bewustmaking vind ik heel belangrijk. Ik kom uit een beschermd gezin. Repareren heb ik niet van thuis meegekregen. Dus het is heel interessant om dat wel mee te geven, ook voor mij. Niet alleen voor het geld, want we delen die kennis samen. Het is een winwin.”
COLLE: Wat is er nodig om delen en repareren normaal te maken in de stad?
Dirk: “Meer bekendheid. En regelmatig een Repair Café – de regelmaat helpt.”
Petra: “Maak er een feestje van, dan nemen mensen elkaar mee.”
Dirk: “Inderdaad. Combineer het met de boerenmarkt, het Digipunt, of een koffiepunt. Zo komt alles samen en kan het ene in het andere overvloeien.”
COLLE: Loop je ook tegen dingen aan, en hoe ga je daarmee om?
Petra: “Vooral ruimte. We hebben wel handige mensen, maar we hebben geen plek om spullen op te slaan. Dat vraagt dan extra vertrouwen om met partners samen te werken en flexibiliteit door bijvoorbeeld openingsuren.”
Dirk: “Het nieuwe buurthuis is een toffe ruimte voor ontmoeting, maar stockageruimte voor Op Wielekes, fietsreparatie is er niet. Goed kunnen improviseren, is daarom nodig. Er staan dingen bij mij thuis en ik huur zelf een garage om materiaal op te slaan - dat kost geld natuurlijk. Voor Mon Jardin hebben we nu een container. Dat vraagt dan weer veel sleurwerk. Allemaal niet evident.”
COLLE: Naar welke andere initiatieven kijken jullie op?
Dirk: “Repair Cafés. Wat die vrijwilligers met elektro doen – chapeau. Gewoon een toestel opendoen en eraan beginnen, wauw.”
Petra: “Op Wielekes. Fietsen zijn duur, kinderen groeien snel. Dus dat maakt veel verschil in de portemonnee én het stimuleert bewegen.”
Dirk: “Bij het Digipunt is er een man van 84, die nu een tablet heeft gekocht en dan daarmee langskomt. Hij stelt zijn vragen en leert zo heel gericht wat hij nodig heeft. Elders zou dat veel geld kosten.”
Petra: “Dat samenwerken en echt dingen doen voor elkaar, dat zie je niet in het milieu waar ik uit kom. In mijn vroegere omgeving hield iedereen zich wat afzijdig, ze vragen ook geen hulp.”
Dirk: “Onze buurtwerker – daar kijk ik naar op.”
Petra: “Voor mij is dat niet opkijken, eerder jaloers zijn (lacht). Ze is zo creatief. Maar goed, ik leer van haar om dingen af en toe los te laten.”
COLLE: Wat zou je zeggen tegen mensen die twijfelen om vrijwilliger te worden?
Dirk: “Praat gewoon eens met iemand die het al doet.”
Petra: “Kom langs, kijk rond.”
Dirk: “Vrijwilliger zijn is geen verplichting. Jij beslist zelf wat je doet, hoeveel en wanneer. Wat je doet als vrijwilliger hoeft ook niet zo officieel te gaan, je kan er gewoon inrollen, net als wij.”
COLLE: Dankjewel voor dit openhartige gesprek!
Heb jij ook een verhaal te vertellen over delen en/of repareren in Gent? Laat het ons weten via colle9000@gmail.com.