Gehuisvest achter een blauwe deur op de drukke Hundelgemsesteenweg bevindt zich Klerezooi. Een gratis doorgeefwinkel van kledij door vrijwilligers, voor iedereen. Later kwam er een naaiatelier bij waar ook workshops gegeven worden. Je kan er kledij afgeven die je niet gebruikt, maar je kan er ook kledij meenemen. Alles is vrijblijvend: take and give whatever you want.
COLLE: Wat heeft jou ertoe gebracht om actief te worden in een deel- of leerinitiatief?
Jolien: “Door corona voelde ik me wat eenzaam en had ik nood aan een community waarin ik ook engagement kon opnemen. Op een dag passeerde ik met mijn fiets langs klerezooi en zag dat daar iets te doen was. Ik vroeg dan of ik daar vrijwilligerswerk mocht komen doen, en zo is de bal aan het rollen gegaan.”
“Met corona zaten veel mensen thuis en was er nood aan verbinding, dat vrijwilligerswerk hielp me enorm om het gevoel van eenzaamheid weg te krijgen. Ik voelde me heel welkom. Het maakte niet uit wie je bent. Het doel, duurzaamheid, is ook voor mij belangrijk.”
COLLE: Wat is je rol binnen het initiatief en hoe ziet het eruit in de praktijk?
Jolien: “In het begin mee in de winkel staan en kleren ophangen. Dus kleren selecteren die binnenkomen (kijken of ze wel of niet draagbaar zijn) en dan ophangen. Na ongeveer twee maanden zag ik dat Klerezooi nog niet te vinden was op sociale media dus dan heb ik dat opgestart via een Instagram account. Zo konden we meer mensen bereiken en ervoor zorgen dat we online zichtbaar waren. Alexander zorgde voor flyers en daarom kwam er meer volk over de vloer.”
COLLE: Wie bereik je vooral?
Jolien: “Vooral jongeren, maar ook dertigers en veertigers die actief zijn op Instagram. Er is veel mond-op-mond reclame, maar het helpt dat we een Instagram account hebben zodat mensen ons thuis nog eens kunnen opzoeken. In de winkel hang ik kleren op, sorteer ik ze maar maak ook contact met buurtbewoners. Meestal is dat een gesprekje over hoe het gaat. Soms zijn er ook nieuwe klanten. Dan leg ik uit wat we zijn en dan vormt er vaak een gesprek waarom een ruimte als klerezooi nodig is."
COLLE: Is er ruimte om over Klerezooi en het bredere doel ervan te babbelen?
Jolien: “Hangt ervan af. Als mensen gekend zijn met 2ehands zijn ze vaak enthousiast. Sommigen zetten gewoon kleren af en willen zo snel mogelijk weer weg zijn. Dan is er minder openheid voor een gesprek. Het lijkt alsof die mensen het gevoel hebben dat ze daar niet mogen zijn omdat ze niet arm zijn. Er is een stigma dat je enkel die ruimte mag innemen ‘als je het echt nodig hebt’, maar Klerezooi is er voor iedereen. Het is niet echt een ruilsysteem waarbij je één stuk geeft en één stuk neemt. De drempel is lager; je geeft en neemt zoveel je wilt. Op den duur wordt het een grote kleerkast van de buurt.”
COLLE: Komen de dingen die je doet overeen met waar je goesting van krijgt en waar je talenten liggen?
Jolien: “Mijn talenten zitten in sociaal contact dus daarin wel. Ik ben ook open minded. Mensen waarvan we voelen dat ze eerder sceptisch zijn, proberen we open minded te benaderen. Soms komen er bijv. Berichten binnen puur uit ontwetendheid zoals: ‘ik kom die dag al mijn speelgoed droppen’. Ze stellen het dan niet als vraag maar als aankondiging."
"Door de workshops heb ik meer talenten ontdekt, zo heb ik meer geleerd hoe ik met textiel kan werken. Maar ik ben vooral nog student. Ik leer enorm van anderen en wordt ook geïnspireerd. Zo heb ik het breien in Klerezooi terug opgepikt."
"Mijn verbinding met Klerezooi vertrok vanuit een nood aan community en gemeenschapsgevoel. Daarna, omdat mijn waarden en normen overeenkwamen, werd het doen ook leuk en kon ik mijn talenten inzetten.”
COLLE: Hoe zorg je dat het initiatief laagdrempelig is?
Jolien: “Dat heeft te maken met de mensen die de winkel open houden. Zij zijn zo open ingesteld waardoor ik denk dat we toegankelijk zijn om een gesprek mee aan te knopen. Daardoor hebben we ook een paar gebreken opgemerkt. Er was een opstapje voor de winkel wat voor rolstoelgebruikers niet fijn is. Iemand gaf dat als feedback en Alexander heeft dan eerst een houten ramp gemaakt, nu is die zelfs vervangen door cement."
"Voor grote maten was het ook moeilijk om kleren te vinden dus hebben we nu een rek gemaakt dat specifiek voor grote maten is. Ook deden we er een oproep voor. We doen niet aan gender. Alles is gesorteerd op boven- of onderstukken en op kleur. Niet volgens het binaire man/vrouw denken, maar een open concept van je neemt mee wat je leuk vindt."
"Voor de workshops moeten mensen geen naaimachine of draad meenemen, dat hebben wij hier allemaal klaarstaan. Ze mogen gewoon komen, wij voorzien alles."
"De meesten spreken Nederlands, sommige Engels. Als ze een andere taal spreken bots ik op een drempel. Corneel spreekt wel een paar Arabische talen wat handig is. Een van onze vrijwilligers spreekt Fans. Op de instagrampost schrijven we altijd een Nederlandse en een Engelse versie.”
COLLE: Moet je van de buurt zijn?
Jolien: “Nee, mensen komen ook van verder: Merelbeke, Gent, zelfs van Leuven. Het merendeel van de huisgenoten zijn van Nederland dus veel vrienden en familie van hen komen in de winkel. Voor de rest heb ik er geen beeld van want ik vraag niet waar mensen vandaan komen.”
COLLE: Is er aandacht voor de talenten van de vrijwilligers in het kiezen van een rol?
Jolien: “Zeker wel. Bij de verhuis was er veel werk nodig. De nieuwe ruimte was niet gezellig. Ik wist dat Melanie heel creatief was, en zij heeft dan iets geschilderd op de muur. Alexander is heel goed met elektriciteit en klussen dus hij deed dat. Een bende van vrijwilligers en de buren hielpen veel bij de verhuis. Elvina, onze buurvrouw van 91 die nu in het ziekenhuis ligt (enkele weken na dit interview is Elvina overleden nvdr), was eerst heel kritisch maar plots maakte ze de switch en voelde het voor haar als een tweede thuis. Ze was twee keer per week aanwezig om op de koffie te komen. Ik vind het een mooi voorbeeld van hoe mensen door zo’n initiatief geholpen kunnen zijn. Ieder van ons kan echt iets doen om verandering te brengen en een nood in te vullen."
COLLE: Wat geeft je energie en voldoening?
Jolien: “Vooral de workshops; daar kan ik ook terug leerling zijn en valt de verantwoordelijkheid weg. Dan ben ik one of them en is iedereen maar wat aan het doen en op zijn tempo aan het sukkelen of elkaar aan het helpen. Alexander weet heel veel over naaien en naaimachines dus hij krijgt veel vragen maar er is niemand die echt de leiding neemt."
"Het is een leuke vibe ook, samen in de avond naaien en uitzoeken hoe het werkt.”
COLLE: Wat is voor jou een verrassend moment dat je hebt meegemaakt?
Jolien: “Ik heb ooit een trui binnengebracht en daarna zag ik iemand binnenwandelen met die trui. Om zo het circulaire te kunnen zien was een tof moment. Ook momenten wanneer we de meest gekke kleding ooit binnenkregen. Zo hebben we een hele tijd een echte bontjas van 20 kg gehad. Bezoekers zijn dan ook heel geïnteresseerd."
"Er waren ook eens twee zakken vol lingerie met de prijskaartjes er nog aan. Dan vragen we ons allemaal af wat het verhaal achter die kleding zou kunnen zijn. Dat zorgt ook voor verbinding in de winkel.”
COLLE: Hoe kijk je zelf naar iets nieuws proberen?
Jolien: “Ik had nooit gedacht dat ik naaien interessant zou vinden. Ik vond fashion altijd cool maar dacht niet dat dat door kon gaan naar het zelf maken. Het is wel trial en error want ik panikeer snel als iets niet lukt; en dat is bij naaien bijna continu. De naald breekt, de machine werkt niet mee, etc. Of als je alles klaar hebt maar dan bots je op iets dat niet werkt zoals de onderdraad. Gelukkig zit je dan in een heel ondersteunende omgeving en dat maakt dat je minder snel opgeeft. Alleen had ik allang opgegeven.”
COLLE: Heb je door dit project iets geleerd over jezelf of anderen? Welke inzichten ben je rijker geworden?
Jolien: “Duurzaamheid was altijd al belangrijk voor mij. In mijn gezin waren duurzaamheid en ethische dingen kopen altijd al een thema. Maar ik was wel nog steeds de tiener die op 13 à 14 jaar het liefst de winkelstraat afging met mama en zoveel mogelijk kleren kocht. Met Klerezooi heb ik beseft hoeveel kleren er effectief zijn. Er is echt kledij voor zóveel mensen. Met de kledij die over is kun je de hele wereld een paar keer kleren geven. Er wordt zoveel weggegooid en bijgemaakt terwijl we nog zo veel hebben. Dat besef is er wel echt gekomen."
"Voor Klerezooi was ik eerder duurzaam en ethisch op andere vlakken dan op fashion. Er zijn nog weinige momenten dat ik iets nieuws koop, ik denk dat er ook ruimte moet zijn om zoveel mogelijk je best te doen maar ook eens iets te kopen. Schoenen vinden is voor mij heel moeilijk door mijn grote voeten dus die koop ik dan wel nieuw."
"Ik maak altijd een afweging maar mijn bewustzijn over het systeem is gegroeid."
"Over anderen heb ik geleerd dat er zoveel creatieve mensen rondlopen op de wereld. Er komt vanalles binnen en dat is supercool om te zien. Ook genderdoorbrekend werken, dat vind ik heel cool."
"Over mezelf kan ik zeggen dat mijn zelfvertrouwen gegroeid is. Ik ben meer zelfzeker geworden door het project. Vooral door de community. Ik voelde dat ik iets kon betekenen en ik ben gewaardeerd. Daardoor werd ik zelf zekerder en kon ik met meer motivatie verder gaan.”
COLLE: In hoeverre deel je dat besef over het systeem met anderen? Heb je daar nood aan?
Jolien: “Als ik vertel over Klerezooi aan vrienden zeg ik vaak dat we in overconsumptie leven en hoe erg dat is. Maar ik voel dat er nog een drempel is om die boodschap bij onze bezoekers te brengen."
'De bezoeker ziet alles uitgestald, maar ziet niet alle zakken die toekomen. De bezoeker ziet misschien in de tijd dat die daar is één persoon kleren afzetten, terwijl ik daar een hele namiddag sta en wel dertig nieuwe zakken met kleren krijg. Soms, voor ik de winkel opendoe, staan er tien zakken voor de deur die dan naar binnen moeten. Dat zien klanten niet.”
COLLE: Op welke manier is het initiatief deel van de buurt?
Jolien: “Het ligt in de buurt, heel toegankelijk op een drukke baan waar veel auto’s en fietsen passeren. Je botst er makkelijk op. De volkskeukens zijn er ook waar mensen uit de buurt kunnen mee-eten en bijdragen. We hebben ook evenementen in Klerezooi zelf gedaan. ‘Winterdepressie Kledingsessie’ was zo’n evenement voor mensen in de winter. We waren dan een hele zaterdag open met muziek en andere dingen die te doen waren. Dat was heel tof.”
"Er was ook een vrouw die vroeg naar de zakken met kleding die we normaal weggooien. Die nam ze mee naar huis en van die stukken textiel maakte ze nieuwe kleren. Mensen hebben dus met afval nieuwe dingen gemaakt. Zij woonde drie straten van ons. Een andere vrouw die goed kon breien nam wol mee, maakte thuis knuffels en mutsjes voor kinderen, en bracht ze dan terug naar de winkel om zo te geven aan mensen.”
COLLE: Wat is er volgens jou nodig om delen en repareren normaal te maken in Gent?
Jolien: “Het gratis gedeelte is echt wel belangrijk. Ook al is een kringwinkel goedkoop, er is een drempel. Ook zijn daar toch net striktere regels. Dus misschien moeten initiatieven nog toegankelijker worden. Daarnaast zou een platform handig zijn waarop je de plaatsen kan zien waar je als burger iets kan doen. Nu moet je maar weten dat het bestaat. Ook zou er meer bekendheid mogen zijn, met flyers bijvoorbeeld. Van veel initiatieven weet ik ook niet dat ze bestaan.”
COLLE: Waar loop je tegenaan?
Jolien: “Mensen die binnenkomen, een zak droppen, en weggaan. Ik kan daar goed mee om want ik ga er niet op in, maar misschien is dat niet de beste manier. Dus daar weet ik niet goed wat ik moet doen en wat mijn plaats is als vrijwilliger. Ook de dingen die ik wil doen en waar ik comfortabel mee ben, daar bots ik mee."
COLLE: Wat is een kleine stap die mensen kunnen doen als ze zelf actief willen worden?
Jolien: “Nadenken als je iets weggooit of het écht niet meer bruikbaar is. Gooi je het weg omdat het makkelijk is? Bijv. Een gat in een sok kan je makkelijk dicht doen. Als je sok gesleten is, is die kapot. Dus stilstaan wanneer je iets weggooit of het echt verloren is."
"Aan de andere kant ook als je iets nieuws koopt nadenken of het duurzaam is en of je het lang gaat gebruiken enz. Je kan ook horen bij mensen die je al kent om je kleerkast te delen. Of als je iets duurzaam wilt kopen dat duur is kan je misschien afspreken om het met drie te kopen en samen te dragen. Dan moet je wel matchen qua maat en stijl."
COLLE: Dat nemen we mee, dankjewel Jolien voor dit fijne gesprek!
Heb jij ook een verhaal te vertellen over delen en/of repareren in Gent? Laat het ons weten via colle9000@gmail.com.
Interview: Soetkin Galle