Delen en ontmoeten zouden net zo normaal moeten zijn als shoppen bij H&M, vindt Jovita Goldschmidt. Met de Babytheek Gentse Spruiten biedt ze een alternatief dat draait om verbinding, duurzaamheid en ouderschap. In dit eerlijke gesprek deelt ze haar visie, haar strijd voor structurele steun, en haar hoop op een stad waar tijd en aandacht meer waard zijn dan spullen.
COLLE: Jovita, wat heeft jou ertoe gebracht om actief te worden in deze Gentse Babytheek?
Jovita: “Als jonge mama had ik nog geen netwerk in Gent. Samen met andere ouders zijn we destijds – eigenlijk onbewust – gestart met wat later Gentse Spruiten zou worden. In het begin organiseerden we elke week een koffiemoment: ik postte gewoon een berichtje met “Wie wil er mee koffie gaan drinken?” en bij de eerste keer in 2015 kwamen er meteen twaalf mama’s opdagen. We spraken elke week af in een ander café onder de naam Coffee on Tuesday. Soms waren we met twee, soms met 24 volwassenen – het wisselde sterk.
Tijdens die momenten luisterden we naar wat andere ouders nodig hadden. Al snel merkten we dat het voor sommigen moeilijk was om elke week naar een café te komen. Dus gingen we op zoek naar een vaste locatie. Intussen hadden we ook een eigen Facebookgroep waar heel wat gedeeld werd. Zo herinner ik me een mama die dringend een buggy nodig had voor een reis de volgende dag. Binnen de kortste keren boden mensen hun hulp aan. Hetzelfde gebeurde met een kolfmachine – binnen een kwartier stond iemand klaar om die te brengen.
Vanaf 2016 noemden we onszelf Gentse Spruiten, en in 2019 openden we onze eerste locatie in de Brugse Poort. Telkens als ik iets nieuws wil opstarten, kijk ik eerst naar bestaande goede praktijken. Zo stootte ik op De Transformisten, die in 2018 startten met de eerste Babytheek in Elsene. We hebben eerst even afgewacht, maar in 2020 voelde het als het juiste moment om onze eigen Babytheek te beginnen.”
COLLE: Welke rol vervul jij binnen het initiatief, en hoe ziet dat er in de praktijk uit?
Jovita: “Ik ben de motor achter het initiatief. Ik doe bijna alles: ik ben de trekker, bezielster en coördinator. Ik beheer de sociale media, doe de marketing, ontwerp de flyers, organiseer projecten en activiteiten, en regel alles wat er op de achtergrond moet gebeuren.
Eigenlijk is dat niet houdbaar – het is gewoon te veel voor één persoon. Maar in plaats van dingen te schrappen, doe ik het voorlopig allemaal zelf. Het is namelijk erg moeilijk om vrijwilligers te vinden, zeker omdat veel van de ouders kleine kinderen hebben.
Gelukkig krijg ik wel hulp. Mijn man verzorgt nu enkele ontmoetingsmomenten, de logistiek, de boekhouding, en hij bloeit daar echt in open. Daarnaast helpen meerdere vrijwilligers met het openhouden van de Babytheek. En wij zijn altijd blij als er stagiaires zijn. Die ondersteuning maakt verschil.”
COLLE: Wat geeft jou energie of voldoening in wat je doet?
Jovita: “Eigenlijk geeft alles aan dit initiatief me energie. Als ik bijvoorbeeld kijk naar de groep van vanochtend, zie ik gezichten die ik al lang niet meer gezien heb, en toch herken ik iedereen. Ik ken de mensen, en ik ontmoet ook telkens weer nieuwe gezichten. Wat me opvalt: na amper twee uur babbelen kent iedereen elkaar al een beetje. Wat mij vooral voldoening geeft, is dat ik andere gezinnen kan bieden wat ik zelf gemist heb: een plek om mensen te ontmoeten, en een veilige speelruimte voor mijn kind. In het begin kreeg ik vaak te horen: “Zo’n ontmoetingsplek, dat zoeken alleen expats.” Maar dat klopt niet. Ook Vlaamse mama’s hebben nood aan contact, aan ontmoeting. De gezinnen die we bereiken zijn vaak een mix van Vlaamse en buitenlandse ouders. Wat voor mij centraal staat, is die ouder-kindverbinding. Dat is echt de kern van wat we doen – en waarom we het doen.”
COLLE: Wat zijn de mooiste of meest verrassende momenten die je tot nu toe hebt meegemaakt?
Jovita: “Eigenlijk beleef ik bijna dagelijks mooie momenten waar ik stil van word. Neem nu vandaag: er was niemand die zich afzonderde. Zelfs iemand die normaal heel stil is, zei op het einde van de ochtend: “Laten we telefoonnummers uitwisselen.” Zulke kleine dingen tonen hoeveel verbinding er ontstaat, keer op keer.
Mijn geloof speelt ook een grote rol in wat ik doe. Het is mijn drijfveer om te zorgen voor mensen die minder hebben. Maar het initiatief zelf is volledig onafhankelijk. Ik luister vooral goed naar wat mensen nodig hebben en probeer dat dan op poten te zetten – soms zelfs de dag erna al.
Zo is onze Kledingruilkamer ontstaan, waar ouders kinderkledij kunnen ruilen. Dat is er gewoon gekomen omdat er nood aan was. Geen grote plannen, geen subsidies – gewoon doen met de middelen die we hebben. Nu zoeken we nog enkele geëngageerde vrijwilligers om de Kledingruilkamer in handen te nemen. Want hoewel de infrastructuur er is, regelmatig open zijn kan enkel met genoeg vrijwilligers die dit initiatief willen trekken.”
COLLE: Wat heb je geleerd sinds je hiermee begonnen bent – over jezelf, anderen of het systeem waarin we leven?
Jovita: “Over mezelf heb ik geleerd dat ik veel veerkrachtiger ben dan ik dacht. Ik ben echt een doorzetter, ook al komt dat niet altijd zo over.
Wat het systeem betreft: er is gewoon veel te veel. Te veel spullen, te veel kleren... We zouden onze kinderen moeten meegeven dat tweedehands net zo goed is als nieuw. Mijn ouders groeiden op met weinig, ik ben zo opgevoed en wil die waarden doorgeven.
Ik heb door de jaren heen ook veel geleerd over duurzaam ouderschap. Niet alleen over tweedehands kopen, maar ook over bewust leven en zo tijd winnen om bij je kinderen te zijn. Ik zeg vaak tegen ouders: hoeveel tijd verlies je op Vinted of Facebook Marketplace? Kom liever naar de Babytheek, de kledingruil of de tweedehandswinkel. Dan hou je tijd over voor wat echt telt. Voor mij draait dit allemaal om samenzijn, om verbinding.”
COLLE: Welke veranderingen zie jij ontstaan door initiatieven als deze – in je buurt, in de stad, of breder?
Jovita: “Ik zie veel positieve verandering, zeker in Gent. Vandaag is het normaal geworden om een gesprek te beginnen met iemand op straat of in een park. Dat was vroeger minder vanzelfsprekend. Ik geloof echt dat wij daar mee invloed op hebben gehad. We tonen dat het oké is om mensen aan te spreken, en ook om échte gesprekken te voeren – niet alleen oppervlakkige praatjes.
Wat ik ook zie: ouders kiezen er vaker voor om langer thuis te blijven bij hun kinderen. Bijvoorbeeld: eerst zes maanden de mama, daarna zes maanden de papa. Dankzij initiatieven zoals het onze is er overdag een plek waar ze samen naartoe kunnen. Dat maakt een groot verschil.”
COLLE: Wat zou er volgens jou nodig zijn om delen en repareren normaal te maken in de stad?
Jovita: “Delen en repareren moeten zichtbaar en toegankelijk zijn – midden in de stad. Niet alleen in de armste wijken, maar bijvoorbeeld gewoon naast een H&M. Het moet iets worden wat iedereen doet en het mag niet altijd als “tijdelijke invulling” gezien worden. Het verdient een vaste plek in het straatbeeld. Alleen dan wordt het echt normaal.”
COLLE: Loop je ook tegen dingen aan, en hoe ga je daarmee om?
Jovita: “Ja, zeker. Wat me het meest frustreert, is dat we na tien jaar nog altijd geen structurele subsidies krijgen. De reden die we vaak horen is: “Als jij ziek valt, valt alles weg.” Al betwijfel ik of dat echt zo is.
We hebben wel twee keer projectsubsidies gekregen om materiaal aan te kopen, maar de administratie errond is enorm omslachtig.
Gent is trots op Gentse Spruiten – maar vooral als ze ermee kunnen uitpakken. Wanneer het echt op steun aankomt, blijft het stil.
Er bestaat een traject om structurele subsidies aan te vragen, maar ik ben daar afgehaakt. Die steun komt met mandaten en verplichtingen, en ik wil niet dat er wordt opgelegd van bovenaf hoe wij de dingen moeten doen. Ik wil van onderuit blijven werken, vanuit de noden van de gezinnen. Dat bepaalt ons mandaat.
Daarnaast is het ook moeilijk om vrijwilligers te vinden die zich langdurig willen engageren. En wie een uitkering krijgt, moet zijn vrijwilligerswerk ook telkens weer verantwoorden. Dat maakt het extra ingewikkeld.”
COLLE: Naar welke andere initiatieven kijk je op?
Jovita: “Ik kijk op naar VCOK – zij doen sterk werk rond opvoeding en ouderschap.
Ook Sportaround inspireert me enorm. Bert, die daar de trekker is, is echt iemand zoals ik. Hij krijgt studenten mee, ontvangt middelen vanuit verschillende domeinen zoals sport, welzijn en jeugd, en hij komt zelfs op voor initiatieven zoals het onze. Dat doet deugd.”
COLLE: Wat is een klein stapje dat mensen kunnen zetten als ze twijfelen om zelf actief te worden?
Jovita: “Kom gewoon eens langs voor een koffietje. Ervaar zelf wat het met je doet en wat het kan betekenen – voor jou én voor anderen.”
COLLE: Dankjewel voor dit inspirerende gesprek!
Heb jij ook een verhaal te vertellen over delen en/of repareren in Gent? Laat het ons weten via colle9000@gmail.com.