Tijdens het vorige COLLE Café kwamen we met een 24-tal mensen samen om ideeën, ervaringen en inspiratie uit te wisselen rond delen, herstellen en buurtverbinding. De sfeer zat meteen goed: “Blij om zoveel nieuwe connecties te vinden”, “mooi om in het echt te zien dat het netwerk aan het groeien is” en “gelukkig door deze editie, trots dat er meer opkomst is gekomen en veel enthousiasme” klonk het meermaals.
Er werden 6 uitdagingen besproken die initiatieven, partners en buren zelf aan bod brachten. Dit is een kort verslag:
Tijdens het gesprek werd benadrukt hoe belangrijk het is om te vertrekken vanuit de noden van de buurt zelf. Door actief te luisteren, gesprekken aan te gaan en buurtbewoners te bevragen, kunnen structurele barrières beter zichtbaar worden en verkleinen. Er werd ook gewezen op het belang van verbinding en samenwerking, zeker voor mensen die nieuw zijn in de buurt of in België en op zoek zijn naar manieren om mensen en initiatieven te leren kennen.
Een centraal inzicht was het belang van aanwezigheid en vertrouwen opbouwen. Zoals aangehaald vanuit de aanwezigheidstheorie: “be present, be there, listen and engage.” Door zichtbaar aanwezig te zijn in de buurt, tijd te nemen voor mensen en echt te luisteren, ontstaat betrokkenheid op een natuurlijke manier. Daarbij werd ook benoemd dat sociale organisaties soms te veel in hun eigen bubbel blijven werken, terwijl duurzame verbinding net ontstaat door naar buiten te treden en samen met de buurt te bouwen. Tegelijk werd duidelijk dat ook praktische zaken, zoals het behouden van een toegankelijke locatie in de buurt, cruciaal zijn om laagdrempelig te kunnen blijven werken.
Tijdens het gesprek kwam sterk naar voren hoeveel leegstaande ruimtes er zijn in de stad, terwijl tegelijk veel mensen, gezinnen en initiatieven op zoek zijn naar een plek. Dat verloren potentieel zorgt voor frustratie, maar biedt ook kansen. Er werd gepleit voor een duidelijker overzicht of inventaris van leegstaande gebouwen en ruimtes, zodat initiatieven beter weten wat beschikbaar is en sneller in contact kunnen komen met eigenaars of de stad.
Verschillende deelnemers zagen een belangrijke rol voor de stad als “matchmaker” of zelfs als een soort sociale makelaar. De stad zou niet alleen leegstand actiever kunnen aanpakken, maar ook sneller kunnen schakelen rond tijdelijke invullingen en bemiddelen met privé-eigenaars. Daarbij werd benadrukt dat ruimte niet enkel economisch bekeken mag worden, maar ook een sterke sociale en buurtgerichte waarde heeft. Initiatieven hebben nood aan betaalbare en toegankelijke plekken om gemeenschap op te bouwen, te experimenteren en elkaar te ontmoeten. Ook COLLE zou hierin een verbindende rol kunnen opnemen door eigenaars, burgers en initiatieven samen te brengen en draagkracht te creëren rond gedeeld ruimtegebruik.
Tijdens het gesprek werd nagedacht over hoe COLLE en de verschillende proeftuinen zichtbaarder kunnen worden in de buurt. Een belangrijk idee hierbij was het creëren van meer gemeenschappelijke ruchtbaarheid via het merk COLLE, zodat zowel de individuele initiatieven als het bredere netwerk meer bekendheid krijgen. Door sterker samen naar buiten te komen, kunnen initiatieven elkaar versterken en makkelijker nieuwe mensen bereiken.
Daarnaast werd voorgesteld om meer bij elkaar op bezoek te gaan, bijvoorbeeld via proeftuincafés op verschillende locaties of een soort “intro-week” voor proeftuinen. Zo leren initiatieven elkaar beter kennen en ontdekken ze hoe ze elkaar kunnen ondersteunen. Ook grotere gezamenlijke acties kwamen aan bod, zoals een “deel & herstel week” waarbij verschillende initiatieven hun deuren openen, afgesloten met een gezamenlijk COLLE-fest.
Verder leefde het idee om een kaart te maken van alle deel- en herstelinitiatieven in Gent, zowel online als in een kleine fysieke versie die bij initiatieven verspreid kan worden. Een centrale plek waar flyers van verschillende projecten verzameld worden, zou de zichtbaarheid eveneens vergroten. Tegelijk werd ook de vraag gesteld hoe zichtbaar initiatieven willen zijn en of het altijd wenselijk is dat iedereen zomaar de weg naar elke plek vindt.
Om buurtbewoners meer te betrekken, werd het belang van zichtbaarheid sterk benadrukt — zowel online als offline. Online kan dit via een duidelijke aanwezigheid op Google Maps, een website en sociale media. Offline gaat het vooral om het verlagen van de drempel van een fysieke locatie, bijvoorbeeld door tijdens openingsmomenten opvallende borden of “struikelreclame” buiten te zetten zodat voorbijgangers letterlijk en figuurlijk aandacht krijgen voor het initiatief.
Daarnaast werd het belang van samenwerking tussen initiatieven aangehaald. Door aanwezig te zijn op elkaars evenementen, flyers van elkaar te verspreiden en zichtbaar te zijn op repair & share activiteiten, kunnen initiatieven elkaar versterken en samen een herkenbare community vormen. Ook het idee van “gluren bij de buren” kwam aan bod: leren van hoe andere projecten werken rond zichtbaarheid en buurtverbinding. Op die manier kan delen & repareren stap voor stap meer de norm worden binnen de buurt.
Een sterke manier om bezoekers te laten doorgroeien naar engagement is door te leren van technieken die bij andere initiatieven al goed werken. In een sterk gedigitaliseerde samenleving groeit bovendien de nood aan echt contact en oprechte gesprekken. Door oprechte interesse te tonen in bezoekers en hen actief te bevragen, ontstaat er ruimte voor verbinding en betrokkenheid. Zoals het mooi werd verwoord: “Stop met pitchen, begin met vragen.”
Ook een warm onthaal speelt hierin een belangrijke rol. Wanneer mensen zich welkom voelen, verlagen drempels en groeit de kans dat ze terugkomen. Door bezoekers stap voor stap te betrekken, kunnen ze proeven van engagement. Dat engagement hoeft niet altijd groot te zijn: naast vrijwilligerswerk kan iemand ook betrokken zijn door bewust de visie van een initiatief toe te passen en verder uit te dragen, bijvoorbeeld via mond-tot-mondreclame.
Werkende mensen betrekken vraagt om een aanpak die flexibel, concreet en zinvol aanvoelt. Mensen die minder gaan werken of meer vrije tijd krijgen, zoeken vaak plekken waar ze iets kunnen betekenen, bijleren en sociaal contact vinden. Het is daarom belangrijk om duidelijk te communiceren hoe iemand nuttig kan zijn en wat een vrijwilliger precies kan bijdragen. Veel mensen willen zich engageren omdat ze een verschil willen maken, maar weten niet altijd waar of hoe ze kunnen starten.
Een mogelijke piste is het organiseren van een kennismakings- of vrijwilligersbeurs waar initiatieven zichzelf voorstellen. Ook platformen zoals Ik Doe Mee of Give a Day kunnen helpen om mensen te bereiken. Daarnaast werd het idee van “vriendschapspakketten” gedeeld: vrienden die zich samen engageren voor een activiteit of workshop. Belangrijk blijft om vrijwilligerswerk laagdrempelig te houden — niet met te hoge eisen, maar wel concreet, sociaal, leerrijk en met een duidelijke win-win voor zowel het initiatief als de vrijwilliger.
Bedankt aan iedereen die erbij was, ideeën deelde en mee bouwde aan het netwerk. Hopelijk zien we jullie ook op het volgende COLLE Café — om verder te verbinden, ideeën te laten groeien en samen nog meer te vieren.
Schrijf je HIER in en geef alvast mee waarover jij het graag wil hebben.