Een datalek is een inbreuk op de informatiebeveiliging waarbij persoonsgegevens verloren gaan of in handen komen van derden die geen toegang tot die gegevens mogen hebben.
Dat is soms lastig vast te stellen, daarom is de bewijslast omgedraaid. Het is dus een datalek als toegang door onbevoegden niet uitgesloten kan worden.
Op de vorige pagina's heb je kunnen ontdekken wat de AVG en IBP inhouden en dat we persoonsgegevens goed moeten beschermen. Dat betekent ook dat we ervoor zorgen dat deze niet in verkeerde handen vallen.
Wanneer dat wel gebeurt, dan spreken we van het ‘lekken’ van persoonsgegevens. In dat geval hebben we de verplichting om een datalek te melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) - deze meldplicht datalekken geldt voor alle organisaties, dus ook voor scholen.
In sommige gevallen moet het datalek ook gemeld worden bij de betrokkenen - degenen van wie de persoonsgegevens zijn ‘gelekt’.
Je ontdekt, veroorzaakt of vermoed een datalek - waar moet je dit melden? Dit kan via het speciale formulier dat hiervoor is ontwikkeld. Je vindt op de homepage (en hierboven) een knop die direct naar dit formulier linkt.
Maak altijd melding van een (mogelijk) datalek! We gaan dan kijken hoe het lek is ontstaan en hoe we het in toekomst kunnen voorkomen.
Met de juiste maatregelen kunnen we daarna (verdere) schade beperken.
Als schoolbestuur moeten we een datalek direct (liefst binnen 72 uur) melden aan de Autoriteit Persoonsgegevens.
Het verlies van een usb-stick of laptop met daarop persoonsgegevens van leerlingen of medewerkers.
Het verlies van een smartphone. Deze geeft toegang tot veel informatie zoals de gesynchroniseerde e-mail van school, notities of een automatische inlog in schoolsystemen.
‘Offline’ datalekken zoals documenten met persoonsgegevens in de papierbak, leerlingverslagen op het bureau of meegenomen dossiers uit een kwijtgeraakte tas.
Een computer thuis, die gehackt of gestolen wordt waarop bijvoorbeeld een Excelbestand met leerlinggegevens staat. Gehackte bestanden, een DDoS-aanval of inbraak in een databestand.
Een e-mail met persoonsgegevens verstuurd naar de verkeerde persoon of personen.
Het is niet de vraag óf een school te maken krijgt met een datalek, maar eerder wanneer. Met technische maatregelen kunnen we veel datalekken voorkomen, maar de menselijke factor blijft altijd belangrijk. Iedereen heeft de verantwoordelijkheid om bewust en zorgvuldig met persoonsgegevens om te gaan.
We hebben afspraken over het veilig werken met persoonsgegevens, vastgelegd in een gedragscode. Hiermee kunnen we samen het risico op datalekken beperken. Waar moet je bijvoorbeeld op letten?
Verstuur geen persoonsgegevens per e-mail, WhatsApp of andere sociale media. Niet mailen, maar delen!
Beveilig apparatuur met een wachtwoord en vergrendel je pc als je even weg gaat.
Vraag geen toegang tot meer gegevens dan je voor je werk nodig hebt.
Laat je devices buiten de school nooit onbeheerd achter, ook niet in een auto die op slot zit.
Sla persoonsgegevens niet op, op je eigen pc, laptop of telefoon.
Houd je school-e-mail en privé-e-mail gescheiden.
Dat klinkt allemaal logisch, maar vraagt wel om meer alertheid. Help elkaar om hier aan te denken. Zo kunnen we er samen voor zorgen dat persoonsgegevens veilig blijven - zowel van leerlingen, ouders, docenten als directieleden en bestuurder.
Ieder datalek kan grote nadelige gevolgen hebben voor leerlingen (en hun ouders), medewerkers, maar ook voor onze school.
Datalekken kunnen rekenen op flinke (negatieve) media-aandacht en veroorzaken imagoschade.
Daarnaast staan er hoge boetes op datalekken of het niet tijdig melden ervan .
Als medewerker van SKBG vraagt dit van ons dat we weten:
wat een datalek is en welke afspraken er binnen SKBG zijn om het risico daarop te verkleinen,
dat we een (mogelijk) datalek altijd moet melden via het afgesproken formulier,
wat de gevolgen kunnen zijn als we bijvoorbeeld onze school e-mail synchroniseren met een ander apparaat. We weten welke stappen we moeten en kunnen nemen bij het verlies van het device.