Op deze pagina vinden jullie oefening over vragen stellen en vraagwoorden.
Hoe stel je vragen in het Nederlands?
Er zijn twee opties:
1. ja / nee-vragen: je stelt een vraag door middel van inversie. Het antwoord begint altijd met ja of nee.
Woon je in Brussel? >>> Ja, ik woon in Brussel.
2. vraagwoorden: je stelt een vraag door middel van een vraagwoorden (wie, wat, waar,...).
Waar woon je? >>> Ik woon in Brussel.
Vraagwoorden: wie - wat - waar - wanneer - hoe - welke - waarom - hoe oud
Hoe-vragen: hoe oud, hoe laat, ...
Welk of welke?
Welk wordt gebruikt bij een het-woord in het enkelvoud: het huis - welk huis / het boek - welk boek.Welke wordt gebruik bij een de-woord en meervoud: de metro - welke metro / de taal - welke taal / de huizen - welke huizen.Hier vinden jullie luisteroefening over vragen & vraagwoorden:
Luisteroefeningen over vragen & vraagwoorden