Piet Derksen

Petrus Henricus (Piet) Derksen (Rotterdam, 15 februari 1913 – Westerhoven, 24 februari 1996) was een Nederlandse zakenman en filantroop.

Hij bleef tot aan zijn dood in zijn bungalow op De Kempervennen wonen.

Piet Derksen verkoopt in 1989 al zijn aandelen aan de Schotse bierbrouwer Scottish & Newcastle. Hij trekt zich volledig terug uit het bedrijf, maar blijft wel wonen in het park De Kempervennen. Dan breekt zijn nieuwe missie aan, het uitdragen van de katholieke boodschap. Als zoon van een katholieke hoofdonderwijzer is het geloof hem met de paplepel ingegoten, maar als zakenman is hij niet fanatiek godvruchtig. Zijn vrouw Trude daarentegen heeft haar hele huwelijksleven voor haar drukbezette man gebeden. Maar wanneer de godsdienstmicrobe Piet te pakken krijgt, kan ze hem naar eigen zeggen amper bijhouden. Zijn vele ongevallen, die hij allemaal overleefde, zijn voor hem de eerste tekenen dat hij zijn leven aan god moet toevertrouwen. Begin de jaren 80 slaan de stoppen helemaal door als Trude een visioen krijgt van Maria. Piet ligt al weken met hoge koorts en de artsen geven hem geen enkele hoop meer. “Mijn vrouw bad toen tot Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand om hulp en kreeg te horen dat het snel beter met me zou gaan. Na twee weken kon ik stoppen met de medicijnen. De artsen snapten er niets van.”

Geloof

Derksen was een zeer gelovig katholiek man en droeg dat ook uit in zijn parken, die standaard voorzien werden van kerken en kapelletjes. Twee derde van de opbrengst van de aandelenverkoop stak hij in de stichting Levend Water, die hij in 1980 - na het te boven komen van een zware ziekte - had opgericht. De stichting had tot doel "in overeenstemming met de leer van de rooms-katholieke Kerk en geïnspireerd vanuit de katholieke gemeenschap binnen en buiten Nederland het evangelie uit te dragen". Levend Water Beheer, een BV van de stichting, belegde het vermogen en financierde met de winst de activiteiten van een andere stichting, Getuigenis van Gods Liefde, op het gebied van geloofsverkondiging en ontwikkelingshulp aan de allerarmsten in de wereld. Derksen was een groot vereerder van paus Johannes Paulus II, Moeder Teresa en de Amerikaanse Moeder Angelica, die hij financieel steunde bij de oprichting van het streng-conservatieve Eternal Word Television Network.

In Nederland was hij onder meer betrokken bij de oprichting van het Katholiek Nieuwsblad in 1983 en het familietijdschrift Manna in 1988, waarvan Mat Herben hoofdredacteur werd. Uit onvrede met de bestaande katholieke media opende Derksen in 1990 te Brussel het Robert Schuman Instituut voor journalistiek, een opleidingscentrum voor katholieke journalisten. Hij ergerde zich vooral aan de slappe houding van de KRO en maakte daarom plannen voor de oprichting van een behoudende katholieke omroep (de Rooms-Katholieke Omroep (RKO)), naar het voorbeeld van de succesvolle protestantse EO. Dit plan werd echter tegengehouden door de Nederlandse bisschoppenconferentie onder leiding van mediabisschop Bär, die de KRO bleef steunen. Met andere bisschoppen kon Derksen beter overweg. Met de steun van bisschop Henricus Bomers van Haarlem kocht Derksen een voormalig klooster in Nieuwe Niedorp om er een gemeenschap voor behoudende priesterstudenten op te zetten. Onder toestemming van zijn persoonlijke vriend bisschop Johannes ter Schure van Bisdom 's-Hertogenbosch mocht hij in het hoofdkantoor van Getuigenis van Gods Liefde in Eindhoven een kapel oprichten, waar hij tot zijn dood dagelijks kwam bidden.

Naast veel succesvolle investeringen ging een groot deel van Derksens' geld verloren aan mislukte beleggingen van Levend Water Beheer en aan gelovigen, die hem voor dubieuze projecten om geld vroegen en dit ook kregen.

Derksen overleed op 83-jarige leeftijd.

Erfenis

Al voor zijn dood op 24 februari 1996 was er onenigheid ontstaan over de gigantische erfenis. Derksen liet in 1993 een deel van zijn resterende vermogen, zo'n 300 miljoen gulden (135 miljoen euro), doorsluizen naar een trust op Gibraltar. Hij wilde zo het Nederlands erfrecht omzeilen en veiligstellen dat het geld na zijn dood besteed zou worden aan goede doelen. Zijn kinderen en zakenpartners spanden daarop een proces tegen hem aan. Uiteindelijk gaf hij het geld alsnog aan zijn kinderen.

Na zijn dood ontstond wederom onenigheid tussen de kinderen en zijn zakenpartners, ditmaal over de honderden miljoenen die in beheer waren bij Levend Water en een apart vastgoedfonds. Ook hier trokken de kinderen aan het langste eind: Levend Water werd geliquideerd en de erfenis onder hen verdeeld. Zij behoren nog steeds tot de rijksten van Nederland met een geschat vermogen van ongeveer honderd miljoen euro.

Bronnen: