Alle ingrediënten voor geslaagd onderwijs in huis

https://www.nrc.nl/nieuws/2017/03/02/geen-leerling-is-hier-ooit-blijven-zitten-6947495-a1548313
Een middelbare school kiest voor kleine klassen en veel persoonlijke aandacht. 
Dat betekent ook: wachtlijsten voor de open dagen.

Door Juliette Vasterman

In groep acht van de basisschool voelde Anna Faglia (19) uit Huijbergen een enorme druk om te scoren op de eindtoets van Cito. De druk werd haar te veel en de uitslag was daardoor niet best, vertelt ze. Het advies luidde: vmbo basis/kader. Haar leerkracht dacht destijds dat ze wel wat meer kon. Vmbo-t (de oude mavo) of misschien wel havo.

Inmiddels doet Anna vwo op de Isaac Beeckman Academie in het Zeeuwse Kapelle, waar ze eerder haar havodiploma haalde. Hoe is dat haar gelukt? Met de hulp van alle docenten hier op school, zegt ze. „Er is ontzettend veel persoonlijke begeleiding.”


De vijf middelbare scholen van de stichting voor persoonlijk onderwijs, waar de Isaac Beeckman Academie onder valt, zijn populair. Het zijn kleine scholen met kleine klassen, waar vrijwel geen huiswerk wordt gegeven. Dat gaat in tegen de trend van schaalvergroting, grote gebouwen, duizenden leerlingen, grote klassen, veel zelfstudie.

De stichting voor persoonlijk onderwijs begon zeven jaar geleden met de Isaac Beeckman Academie in Kapelle. Daarna volgden vestigingen in Amsterdam, Geldermalsen en Hardegarijp en – vanaf komend schooljaar – Utrecht. Elke school krijgt zo’n 140 aanmeldingen per jaar, terwijl er maar tachtig leerlingen per vestiging worden aangenomen. Er is geen selectie aan de poort. Wie zich op tijd inschrijft, heeft een plek, tenzij de gemeente een lotingssysteem kent.

Er zijn wachtlijsten voor kinderen die in het eerste jaar niet mee kunnen doen, maar hopen in andere jaren in te kunnen stromen. En er zijn wachtlijsten voor de open dagen. Want waar andere middelbare scholen het publiek massaal toelaten, kan hier enkel een selecte groep van zestig kinderen met ouders komen kijken. „We willen geen kolossale bijeenkomsten maar persoonlijk contact”, zegt directeur Suzan Polet.

Bijna geen vergaderingen

Hoe ziet het onderwijs eruit? Het begint dus bij de kleine klassen. De onderbouw telt klassen met 16 leerlingen. In de bovenbouw varieert dat van 8 tot 24 jongeren. Bijzonder, want er zijn genoeg middelbare scholen met 1.400 leerlingen en klassen met 30 scholieren. Waar docenten niet alle leerlingen even goed kennen. En waar de leraren naast het lesgeven veel van hun tijd kwijt zijn aan coördineren en vergaderen.

Dat is bij de Academie niet zo, zegt Polet. De docenten brengen hun betaalde uren door op school. „Vrijwel alle tijd gaat op aan onderwijs. Er zijn bijna geen vergaderingen of verplichte studiedagen: zonde van de lestijd.” Van de docenten wordt verwacht dat ze zich voornamelijk met de leerlingen bezighouden. Er is dan ook geen docentenkamer, de leraren pauzeren met de leerlingen.

„Zo kent iedereen elkaar goed en is de drempel laag voor scholieren om extra hulp en tekst en uitleg te vragen.”

Het persoonlijke onderwijs is intensief, vertelt docent Frans Nathalie Nagels. Scholieren krijgen 
iedere week vier dagen les, van negen tot vijf en er zijn slechts twee pauzes – van dertig en van tien minuten. De lessen duren 85 minuten. En de leerlingen volgen allemaal een dubbel profiel. Op de meeste middelbare scholen doen leerlingen eindexamen in één van de vier bestaande profielen, hier dus in twee van de vier. Er zijn geen tussenuren. „Als een docent ziek is, regelen we dat onderling.”

Dat intensief onderwijs met veel persoonlijke begeleiding en expliciete instructies wérkt, is wetenschappelijk aangetoond, zegt Paul Kirschner, universiteitshoogleraar aan de Open Universiteit. Hij heeft veel onderzoek gedaan naar hoe mensen leren. Kirschner vertelt dat één-op-één-uitleg, veel oefenen en „wat men oneerbiedig stampen noemt” de beste resultaten geeft. Hij is geen voorstander van „ontdekkend leren”, dat jarenlang hip was. Eind jaren negentig gingen veel scholen over op het studiehuis, waarbij leerlingen zelfstandig moesten leren, plannen en in groepjes opdrachten moesten maken. Docenten waren meer coach en begeleider.

Die vorm van onderwijs werkt niet, zegt Kirschner: ook dát is wetenschappelijk aangetoond. Leerlingen zijn beginners, ze hebben niet de kennis en de juiste denkschema’s. Als een kind het wiel moet uitvinden, duurt dat heel lang. Het is niet efficiënt, het leidt tot frustraties. „Leerlingen raken gedemotiveerd.”

Of de scholen van de stichting voor persoonlijk onderwijs goed zijn, weet Paul Kirschner niet. „Ik heb ze niet onderzocht, maar ze lijken alle ingrediënten voor geslaagd onderwijs in huis te hebben.”

Het pand van de Isaac Beeckman Academie is gedateerd: smalle gangen en kleine ruimtes. Maar dat is volgens docent Nagels niet belangrijk. „Het gaat om het onderwijs. En om kostenbesparingen. Anders houdt een school met zulke kleine klassen geen stand.” Directeur Polet somt op waar de school op bezuinigt: het pand, overhead en personeelskosten. „We hebben geen afdelingshoofden en teamleiders. Er zijn geen mensen in dienst voor de administratie of de roosters – er is één vast rooster. Het bestuur is onbezoldigd.”

Goede slagingspercentages

De vijf scholen van de stichting hebben nog niet allemaal eindexamenkandidaten geleverd. De Beeckman Academie heeft dat wel, en de slagingspercentages zijn goed, zegt Polet. „Van de havisten ontving vorig jaar 95,1 procent een diploma, van de vwo’ers 95,3 procent; 23 procent slaagde cum laude. En niemand is ooit blijven zitten.” De academie biedt alleen havo en vwo aan. Geen vmbo – andere vestigingen doen dat wel. Maar in Kapelle is dat niet mogelijk, er zijn al voldoende vmbo’s in de buurt. De school neemt wel kinderen met een vmbo-t/havo-advies aan. Polet: „Die proberen we op havo-niveau te krijgen. Bij eenderde lukt dat niet.” Die leerlingen moeten van school.

Dat gold niet voor Anna Faglia. „Het idee dat ik misschien van school moest, motiveerde mij nog beter mijn best te doen.”