Historie Groene Kruis en het Groene Kruisgebouw Winschoten

INLEIDING:


Schaalvergroting, efficiëntie,  bedrijfsmatig werken en herstructurering van het kruiswerk hebben er toe geleid dat de taken van de plaatselijke Groene Kruis verenigingen  kwamen te vervallen.

Men ging  begin jaren ’90 op in de Regionale Kruisvereniging Oost Groningen. Dat betekende ook voor het bestuur van de Groene Kruis Vereniging Winschoten dat er geen taken meer overbleven en er een einde kwam aan haar activiteiten. De belangen van de leden  binnen de gemeente Winschoten worden voortaan behartigd door de Regionale Kruisvereniging Oost Groningen, sinds 1 januari 1998 opgegaan in de Thuiszorg Groningen

Na bijna een eeuw werd dus de grootste vereniging van Winschoten met  ruim 6000 leden) opgeheven.

De Vereniging “Het Groene Kruis”  bestaat dan weliswaar niet meer, het aan de Stichting Oud Winschoten nagelaten archief, biedt de mogelijkheid om nog eens terug te kijken op circa 95 jaar Groene Kruiswerk in Winschoten.

 

HET GROENE KRUIS ALGEMEEN

 

Het Nederlandse Kruiswerk vond zijn oorsprong in Noord-Holland, waar in 1875 het Witte Kruis werd opgericht. Het doel van het Kruiswerk was het bieden van een goede verpleging van zieken in de huiselijke sfeer. Dit initiatief vond al snel uitbreiding in andere provincies met de oprichting van het Groene Kruis, dat net als het Witte Kruis een neutraal karakter had.  In latere jaren kwamen ook katholieke en protestants-­christelijke tegenhangers tot stand. De Gezondheidswet van 1902 verplichtte gemeenten, afhankelijk van hun bevolkingsgrootte alleen of samen met buurgemeenten, gezondheids-commissies in te stellen. Die waren samengesteld uit zowel medici als niet-medici. De taak van deze commissies was ondermeer onderzoek te doen naar de toestand van woningen, de drinkwatervoorziening, de waterafvoer en de kwaliteit van voedingsmiddelen. Zij konden aan de gemeente adviezen geven over het treffen van maatregelen als onbewoonbaarverklaring van slechte woningen of het sluiten van bepaalde putten.

de gemeenten waren in het algemeen niet bijzonder enthousiast om de voorgestelde maatregelen ook uit te voeren. Zo werden adviezen tot onbewoonbaar­verklaring of het opleggen van verbeteringen vaak in de wind geslagen omdat de eigenaren (veelal tevens de bewoners) toch geen geld hadden om de maatregelen uit te voeren.

 

In 1902 werd de Provinciale Groninger Vereniging 'Het Groene Kruis' opgericht, die zich erop richtte zoveel mogelijk plaatselijke verenigingen te stichten. Dit streven leidde ertoe dat in korte tijd een groot aantal plaatselijke Groene Kruisverenigingen werd opgericht waarbij ook de  Maatschappij tot Nut van 't Algemeen  vaak een stimulerende rol speelde.

De Kruisverenigingen trokken in de eerste jaren van hun bestaan een sterk groeiend aantal leden, totdat uiteindelijk het grootste deel van de bevolking erbij was aangesloten. In ruil voor een vaste contributie waren de leden verzekerd van verpleging voor henzelf en hun gezinsleden in geval van ziekte. Ook eventueel vervoer naar het ziekenhuis maakte onderdeel van het pakket uit. De verenigingen kregen vaak subsidie van de gemeente en werkten samen met burgerlijke armbesturen.

 

VERENIGING “HET GROENE KRUIS “TE  WINSCHOTEN

 

De Statuten van de Vereniging “Het Groene Kruis” te Winschoten dateren 27 mei 1908, maar we  kunnen vaststellen dat het eigenlijke Groene Kruiswerk hier ter plaatse al eerder een aanvang  had genomen.

Op initiatief van de toenmalige Winschoter huisartsen was namelijk al in november 1901 een Winschoter afdeling opgericht. Dit eerste Bestuur o.l.v. de voorzitter dr. T. Haakma Tresling  stelde zich ten doel:

a.   de verbetering van de ziekenverpleging thuis en

b.   het  bevorderen van de hygiëne

 

MATERIAAL

 

Het beschikbaar stellen van allerlei hulpmiddelen speelde daarbij en belangrijke rol, al was het begin van het kruiswerk in Winschoten wel primitief. Om de weinige gelden (zoals de gemeentelijke subsidie) waarover men in eerste instantie beschikte zo nuttig mogelijk te besteden, werd een commissie van beheer ingesteld die een plan van aanschaf  maakte. Tot de eerste aangeschafte artikelen behoorden 4 ledikanten, thermometers, kussens, een dozijn oogkleppen, en een kamer “schut”( tochtscherm); Later gevolgd door een raderbrancard , ligtenten en in 1920 een ziekenwagentje. Een probleem was echter de bewaarplaats van deze goederen, maar een bestuurslid in de Beertsterstraat stelde zijn huis voorlopig beschikbaar voor het opbergen respectievelijk uitlenen van de goederen. Hij  werd echter wel vaak, zelfs in het holst van de nacht uit zijn bed gehaald om één of ander artikel te verstrekken.

 

WIJKVERPLEGING

 

Al vanaf het begin was het bestuur van oordeel dat een verpleegster nodig was om de zieken thuis te helpen verplegen en om de bezochte gezinnen zo nodig tot meer hygiëne op te voeden. 

In 1903 volgde dan ook de benoeming van de eerste wijkverpleegster en een jaar later kon al worden gemeld dat ze ruim 4000 huisbezoeken had afgelegd.
Het Groene Kruis maakte zich niet alleen sterk voor de verpleging van zieken, maar richtte zich met name ook op het belang van preventieve geneeskunde en sociaal-hygiënische opvoeding van de bevolking. Een arts uit Groningen hield hier zitting voor het consultatiebureau voor zuigelingen  en drong aan op een aparte wijkzuster voor kraamverpleging. De financiën maakten dit echter pas in 1943 mogelijk. Daarvoor was er wel in 1916 een tweede wijkverpleegster aangetrokken mede als huisbezoekster voor tbc.

Want in 1913 was in aansluiting op een tentoonstelling door het tbc-museum in de Harmonie besloten dat de tbc-bestrijding tot de werkzaamheden van de vereniging moest gaan behoren. Mogelijke tbc-­lijders werden door huisartsen doorverwezen naar het consultatiebureau van het Groene Kruis, waar nader onderzoek volgde. Indien er sprake bleek van tuberculose werd een onderzoek ingesteld naar de huiselijke omstandigheden. De zorg voor deze patiënten zou in handen komen van de  wijkverpleegsters. Zij bezochten de patiënten en de gezinnen waar zij uit afkomstig waren. Daarbij gaven zij raadgevingen over verbetering van hygiënische omstandigheden. Vaak kwam het voor dat meerdere gezinsleden in één bed sliepen. Om besmetting met tuberculose te vermijden, moest daar een eind aan komen. Soms werden op last van het consultatiebureau aanpassingen aan de woning verricht. Individuele patiënten werden soms (maar lang niet altijd) naar een sanatorium gestuurd. Later kwamen er ook tenten waarin zij konden worden verpleegd en voldoende zon konden ontvangen. Deze tenten stonden ook jaren opgesteld achter het gebouw aan de Bosstraat waar het Groene Kruis van 1915  tot 1956 haar onderkomen en magazijn had. Na de stad Groningen heerste tuberculose naar verhouding in het Oldambt en Westerwolde het meest. Dat hing mede samen met  de slechte woonomstandigheden in kleine, slechte, overbevolkte en onhygiënische woningen.  Men kreeg voor de aanpak en behandeling van tbc subsidie van het rijk en de subsidie van de gemeente werd eveneens verhoogd. Vanaf de jaren ’30 werd tuberculose als belangrijkste doodsoorzaak verdrongen door kanker.

 

CONSULTATIEBUREAU’S

 

Om het zuigelingenwerk te intensiveren, zette het Groene Kruis in 1929 en 1930, door de hele provincie verspreid, consultatiebureaus op. Op zogenaamde “moedercursussen”leerden de moeders elementaire zaken rond voeding en hygiënische verzorging van zuigelingen. Vooral de gewoonte van veel moeders om zuigelingen helemaal in te bakeren en soms nauwelijks te verschonen werd met verve bestreden. Constant werd de jonge moeders gewezen op het belang van de "drie r's" (rust, reinheid en regelmaat). Daarnaast werd gepropageerd kinderen zoveel mogelijk borstvoeding te geven, aangezien kunstmatige voeding op basis van koemelk vaak leidde tot darmstoornissen bij de pasgeborenen.

 

In 1915 werd de eerste moedercursus gehouden met 18 deelneemsters en in 1932 begon zuster Wegter met haar serie cursussen bezocht door wel 50 personen. In 1931 kon hier een eigen consultatiebureau voor zuigelingen worden geopend. De consultatiebureaus voor zuigelingen stonden meestal onder leiding van één van de lokale artsen. Verder waren er wijkverpleegsters en kraamverzorgsters aan verbonden.

 

Hoewel aanvankelijk zeker niet alle pasgeboren zuigelingen door de moeders naar een consultatiebureau werden gebracht, werden de consultatiebureaus in korte tijd gemeengoed onder de bevolking.

 

Mede dankzij de bemoeienissen van het Groene Kruis verbeterde de zuigelingenzorg aanzienlijk, wat bijdroeg tot een snelle afname van de sterfte van zuigelingen in de eerst helft van de 20e Eeuw.

In 1941 volgde een consultatiebureau voor kleuters waar in ruimte mate gebruik van werd gemaakt. De wijkverpleging voor kraamvrouwen was reeds enkele keren ter sprake geweest maar had om financiële redenen nog geen navolging gekregen  Pas in 1942 kon als wijkverpleegster zuster Den Dulk worden aangesteld.

 

MAGAZIJN EN GROENE KRUISGEBOUW

 

Het eerste magazijn van het Groene Kruis in Winschoten was zoals gezegd ondergebracht in de woning van een bestuurslid aan de Beertsterstraat. Toen in 1903 de eerste wijkzuster werd aangesteld moest hierin wel verandering komen. Er werd toen een woning gehuurd aan de Liefkensstraat met ruimte voor een magazijn.  De wijkzuster die eerst in een pension verbleef, wilde verhuizen en de vereniging schoot hierbij te hulp. In de Wilhelminastraat huurde men voor haar een woning en stelde men een dienstbode aan met zorg voor het magazijn

In 1911 werd het huis echter door de verhuurder verkocht en moest men verkassen naar de Schoolstraat waar de benedenwoning van het pand van Van Duinen werd gehuurd.

Toen in 1914 de huurtermijn afliep gaf men te kennen eigenlijk een groter pand te wensen. Voor de huurprijs van  f 365, - per jaar  werd in 1915 een huis in de Bosstraat gevonden. Men had recht van koop en deed dit  datzelfde jaar nog voor f 6500,-.  Met eigen kasgeld en een obligatielening werd de verbouwing gefinancierd en daarmee had men de beschikking gekregen over een eigen gebouw dat voldoende ruimte bood voor alles wat tot de taken van de vereniging behoorde.

Was het gebouw oorspronkelijk bestemd als bewaarplaats voor het materiaal en woning van de magazijn- meester, steeds meer werd het ook voor andere doeleinden gebezigd.  Zoals :

1.   “eigen gebruik” als kraamcentrum, consultatiebureau voor zuigelingen en kleuters, reumatiekbestrijding   en medisch opvoedkundig bureau;

2.   gebruik door anderen voor gezondheidszorg :

a.   als polikliniek voor kleine ingrepen,

b.   cursus in zuigelingenzorg,

c.   zittingen voor kraamhulp van het provinciale Groene Kruis

d.  schoolarts

e.   medische sportkeuring

f.    onderzoek  rijksverzekeringsbank

g.   bureau voor preventieve tandheelkunde voor kleuters (vanaf 1942 door mevr. Olthof)

h.   kringconsultatiebureau voor tbc  (toen men het niet toelaatbaar achtte dat zuigelingen/kleuters en tbc patiënten in hetzelfde gebouw  kwamen huurde men in 1945 een deel van een tegenovergelegen woning hiervoor)

i.     consultatiebureau voor alcoholisme (sinds 1953)

j.     psychiatrische voor- en nazorg

k.   EHBO-cursussen

 

3.   Daarnaast maakten ook andere instellingen gebruik van het Groene Kruisgebouw in de Bosstraat:

     - tussen 1914 en 1918  de huurcommissie

- vanaf 1915 het distributiebureau

- de arbeidsbemiddeling  wat moeilijkheden opleverde in de crisisjaren 1930 en in 1931 leidde tot  

   oprichting van een afzonderlijk gebouwtje hier

 - de Stichting Winschoter Woningbouw. 

 

Uiteindelijk bleek de situatie in het gebouw, dat hoe langer hoe meer tot een gezondheidscentrum werd, onhoudbaar. Men stond voor de keus van verbouwing of nieuwbouw. Na lang onderhandelen viel het besluit op nieuwbouw. Dat betekende dat in 1956 kon worden overgegaan tot de opening van een volledig nieuw, aan de eisen van de tijd ingericht, gebouw aan de Vincent van Goghlaan.

Meer over dat gebouw en de verdere historie van het Groene Kruis in Winschoten kunt U lezen in de volgende uitgave van dit tijdschrift Oud Winschoten.



Wijk- en kraamverpleging, consultatiebureaus, moedercursussen, ligtenten voor tbc-lijders, preventieve geneeskunde, een sociaal hygiënische opvoeding, allemaal aspecten die aan de orde kwamen in een artikel over het Groene Kruiswerk in Winschoten afgedrukt in het vorige nummer van dit historische tijdschrift.    Een artikel dat mede geschreven kon worden dankzij het aan de Stichting Oud Winschoten nagelaten archief van de Vereniging “Het Groene Kruis” Winschoten.

Het artikel beschreef het ontstaan van het kruiswerk in Nederland in het algemeen aan het einde van de vorige eeuw en de oprichting en taken van genoemde vereniging vanaf 1901.

 

De eerste aanzet tot oprichting van het Groene Kruis hier ter plaatse werd zoals gezegd begin deze Eeuw gegeven door de doktoren. Dat zij de grote kracht vormden, blijkt ook al uit het eerste bestuur: 4 van de 7 leden zijn artsen. Dit veranderde wel mettertijd, maar vele jaren hanteerde een dokter de voorzittershamer.

Naast deze artsen zat al spoedig een ambtenaar van het stadhuis in het bestuur; zoals J. Zuikerberg (gemeente- ontvanger), D. Bolhuis (gemeente-architect), terwijl de heer L. W, Heikens (gemeente-secretaris) na enige jaren als waarnemend secretaris te zijn opgetreden, lang do functie van penningmeester vervulde.

Op een ledenvergadering  waar do heren Dr. Adriani Engels en D. Bolhuis in het bestuur werden gekozen, uitte zich dit op een dor stembriefjes als volgt:

         “Eigenlijk gezegd is ‘t niet helemaal pluis

           Dat ‘t Groene Kruis wordt bestuurd bijna uitsluitend door doktoren en 't stadhuis,

           Toch stem ik Engels en Bolhuis graag,

           Of men betere krijgen kan, is toch de vraag."

Het  was geen sinecure het lidmaatschap van het bestuur van het volop levende en groeiende Groene Kruis. Talrijke bestuurs­vergaderingen waren nodig om alles te regelen en vlot te doen lopen, nieuwe taken te zien en in te passen in het geheel. Dit rustte in het begin geheel op het bestuur en vooral op de doktoren, omdat zij eigenlijk de enigen waren  die enigermate over het werk konden oordelen. Toen het werk zich uitbreidde en de belangstelling groeido had zich dit moeten uiten in meerde­re medewerking van de leden. Dit bleef, helaas, achterwege.Het bezoek aan de ledenvergaderingen bleef even slecht, Hiertegenover stond echter de voortdurende groei van het ledental. In 1903 werd het 1000-ste lid ingeschreven, in 1917 het 2000e, in de jaren ’40 passeerde men de 3000, terwijl eind 1955 het aantal van 4000 werd bereikt.

 

Oorspronkelijk richtten de activiteiten van Het Groene Kruis zich voornamelijk op het bijbrengen van hygiëne, nu staat bij het kruiswerk veel meer centraal het voorkomen van ziekten, het verstrekken van informatie, het geven van voorlichting en het zo nodig uitlenen van hulpmiddelen. Het takenpakket werd met de jaren enorm uitgebreid maar ook de organisatiestructuur onderging diverse veranderingen. Daarover later meer.

 

Allereerst wil ik even de historische tijdlijn weer oppakken en wel bij een periode die van de toenmalige bestuurders veel vergde: de bezettingstijd of te wel de jaren 1940-‘45. Voor wie die jaren bewust heeft meegemaakt zal dit geen verwondering wekken. Het heeft heel wat stuurmanskunst geëist van de diverse besturen om het Groene Kruis door deze periode te leiden. Enkele activiteiten die ondanks de beperkingen toch werden uitgevoerd waren de opzet van en cursus voor noodverpleegsters, de verstrekking van vitamine D-tabletten aan kinderen van 3 mnd. tot 3 jaar en aan a.s. moeders, de inrichting van en hulppost in het gebouw aan de Bosstraat en de schurftbestrijding, waaraan veel aandacht werd besteed.  De noodzaak voor een nieuw onderkomen was voor het Groene Kruis Winschoten dringende noodzaak geworden vanwege een uitbreiding van het takenpakket en de vele diensten die gevraagd werden en die niet allen samen gingen in het bestaande gebouw. In 1945 werd het bureau voor zuigelingen en kleuters ondergebracht in het benedendeel van een huis in de Bosstraat tegenover het bestaande Groene Kruis gebouw. Men achtte het namelijk niet toelaatbaar dat zuigelingen en kleuters zich ophielden tussen de tbc-patiënten. Nieuwbouwplannen, voor de oorlog al ontwikkeld, bleven tot 1949 liggen. Toen de provinciale vereniging voor de tbc-bestrijding naar vervangende ruimte zocht, bood de Marshallhulp mogelijkheden. Er moest echter wel snel gebouwd worden en dit maakte dat er geen tijd was om de bouw van een volledig nieuw gezondheidscentrum zo snel te realiseren. Het nieuw consultatiebureau voor tbc-patiënten kwam zodoende in 1952 gereed aan de Vincent van Goghlaan. Een gedenksteen met opschrift 10 januari 1952 naast de ingang herinnert hier nu nog aan.

Toch bleef het bestuur van mening dat er dringende behoefte was aan een volledig nieuw Groene Kruis gebouw. Discussies over verbouw van het pand aan de Bosstraat of nieuwbouw elders in Winschoten werden veelvuldig gevoerd zoals de notulen en jaarverslagen breedvoerig vermeldden.

Aan de omzwervingen van het Groene Kruis door Winschoten zou in 1956 een einde komen want in 1954 werd gekozen voor nieuwbouw. Niet op de bestaande lokatie aan de Bosstraat, maar met de gemeente werd overeengekomen dat deze voor het nieuwe gebouw, aansluitend aan dat van de provinciale vereniging aan de Vincent van Goghlaan, de grond gratis beschikbaar stelde en tevens verstrekte een lening van f 100.000,-, een renteloze lening van f 32.000,- en subsidieverhoging. Ook werd de jaarlijks van de gemeente te ontvangen subsidie van 40 naar 50% van de te innen contributie gebracht. De gemeente kreeg in 1955 in ruil daarvoor het oude gebouw met grond aan de Bosstraat voor f 17.000,-.

Architect B. Wasscher vervaardigde een maquette van de nieuwbouw die de goedkeuring van allen kreeg en waarop zichtbaar werd dat de nieuwbouw goed aansloot bij het bestaande tbc-consultatiebureau.  De opening vond plaats op 16 november 1956 door dhr. H.J. Dijkhuis, directeur Volksgezondheid in het bijzijn van vele genodigden en belangstellenden die op een of andere wijze hun medewerking aan het tot stand komen van het gebouw hadden verleend. Het Groene Kruis beschikt daarmee over een modern naar de eisen des tijds ingericht gezondheidscentrum waar onder de gunstigste omstandigheden door doktoren en verpleegsters kan worden gewerkt voor de lichamelijke, geestelijke en maatschappelijke gezondheid van de bevolking. Het centrum beschikte ook over een inpandige woonruimte voor het gezin van conciërge/magazijnmeester K.Uil en een kamer/slaapkamer voor de dag en nacht in het gebouw aanwezige wijkverpleegster.

 

Het cursuspakket werd in 1956 uitgebreid met een vader-cursus. 9 vaders en a.s. vaders waren enthousiast zodat dit voor herhaling vatbaar werd.  Voor de huis aan huis verspreiding van een periodiek te verschijnen Groene Kruiskrant werd medewerking verkregen van padvinders.

In 1958 werd door de gemeente een loopbrug over het Winschoterdiep gelegd, schuin tegenover de ingang van het Groene Kruisgebouw, terwijl ook het voetpad langs dit diep verbeterd werd. Hierdoor werd het Groene Kruisgebouw nog beter bereikbaar vanuit het centrum en westelijk deel van de stad.

Tevens startte met van rijkswege met het inenten van bepaalde jaarklassen tegen polio. In de loop van eerst volgende jaren zouden nog meerdere jaarklassen worden behandeld.

Ten behoeve van de kraamzorg werd in 1960 de in het gebouw bewoonde dienstwoning van de wijkverpleegster ontruimd. Hiervoor in de plaats kocht het bestuur een woning aan de nieuw aangelegde Parklaan. Datzelfde jaar hield men, mede voor de in het westelijk gedeelte van Winschoten wonende leden, voor het eerst spreekuren in een lokaal van de school aan de Prunuslaan.

Naast de al genoemde polio-inentingen worden ook de inentingen tegen difterie, kinkhoest, tetanus en pokken danig uitgebreid en werd voor het eerst zwangerschapsgymnastiek gegeven. In het gebouw houdt van nu ook regelmatig een diëtiste zitting.

 

In 1963 onderzoekt Het Groene Kruis de mogelijkheden hoe ook in Winschoten Bejaardenzorg op gang kan worden gebracht. Provinciaal zijn er ontwikkelingen gaande die vertaald moeten worden naar de plaatselijke situatie. Want bevordering van de volksgezondheid behelst immers ook de zorg voor de bejaarde.

Het uitgangspunt hierbij is echter wel dat de bejaarde zo lang mogelijk zelfstandig dient te blijven, maar dat ondermeer wijkverpleegsters gecoacht moeten worden tot het geven van verantwoorde sociaal hygiënische voorlichting met betrekking tot huisvesting dan wel gebruik woning, voeding, lichaamsverzorging, kleding, lichaamsbeweging, ontspanning en huishoudelijke hulp. Gestimuleerd door een gift van de Rotary gaat het Groene Kruis deze nieuwe taak op zich nemen. Het voorstel een plaatselijke commissie voor de bejaardenzorg in het leven te roepen en daarmee nauw samen te werken werd nader uitgewerkt.

 

Ter ontlasting van het gezondheidscentrum aan de Vincent van Goghlaan, bouwt het Groene Kruis in 1965 een dependance aan de Prunuslaan. Naast de Spar zelfbedieningszaak komt een complex  bestaande uit een ruimte voor zuigelingen- en kleuterbureau, een zusters woning, een woning voor verhuur en een blok van zes wooneenheden beneden- en bovenwoningen. De bouw vindt plaats voor rekening van het Associatie- en Assurantiekantoor M. Perdon en Handels- en Effecten Bank N.V. te Winschoten. Op 3 januari 1967 werd deze dependance in gebruik genomen.

 

Kort daarvoor, op 1 december 1966 werd na 21 jaar afscheid genomen van de conciërge/magazijnmeester K.Uil die de pensioen gerechtigde leeftijd had bereikt. Uit 124 sollicitanten werd uiteindelijk zoon K.Uil  als opvolger benoemd. Uil (sr) kreeg een woning toegewezen boven de dependance aan de Prunuslaan en bleef zo toch nog enigszins verbonden met de vereniging. 

 

 In 1968 werd het 5000-ste lid ingeschreven, wat betekende dat praktisch ieder gezin in Winschoten lid van het Groene Kruis was, dat zich daarmee de grootste vereniging ter plaatse mocht noemen. Dat wat begonnen was met wijkverpleging en het beschikbaar stellen van verplegingsartikelen, was uitgegroeid tot een geheel van medisch sociale voorzieningen op velerlei gebied.

De aanpak van de bejaardenzorg komt nog niet echt van de grond en een enquete onder bejaarden moet uitkomst bieden over de behoeften van deze doelgroep, want een derde van het ledental is inmiddels bejaarde.

Verder werden er plannen ontwikkeld voor een dependance in de wijk Plan Zuid.

De jaren ’70 worden ingeluid met de eerste vormen van schaalvergroting  door de oprichting van een districtsvereniging omvattende de Groene Kruis verenigingen Beerta, Bellingwolde, Finsterwolde, Meeden, Midwolda, NwBeerta-Drieborg, Nieuweschans, Scheemda, Wedde-Blijham en Winschoten. Hierbij is metname de wijkverpleging gebaat vanwege het tekort aan wijkverpleegsters. 

In 1973 wordt afscheid  genomen van Mevrouw Wiebols als leidster van het zuigelingen- en kleuterbureau te Winschoten. Ruim 26 jaren deed ze dit werk en meer dan 63.000 zuigelingen en kleuters zijn in die jaren door haar behandeld.

Op 1 januari 1975 start definitief de Districtsvereniging “Het Groene Kruis Winschoten hetgeen betekent dat de verpleegkundigen nu in dienst treden van deze vereniging.

Ook andere veranderingen staan op stapel met de verschijning van de nieuwe structuurnota Gezondheidszorg van de Staatssecretaris van Volksgezondheid en Milieuhygiëne waarin gesproken wordt over herstructurering van de taken en wijzigingen in de financiering in het kader van de sociale ziektekostenverzekering (AWBZ). Dit biedt weinig mogelijkheden meer voor een plaatselijke vereniging “Het Groene Kruis” en de noodzaak tot herziening van de statuten. Schaalvergroting is in het algemeen noodzakelijk en nuttig, maar betekende voor de plaatselijke verenigingen wel een groot financieel offer omdat men nu bepaalde inkomsten diende af te dragen aan het district. Ook de financiering van het kruiswerk via de AWBZ hield de gemoederen nog lange tijd bezig en was menig vergadering onderwerp van discussie.

Bij de wet van 5 november 1975 werd de Inentingswet ingetrokken, wat betekende dat de pokkenvaccinatie niet langer verplicht werd gesteld. Pokkenvaccinatie op vrijwillige basis vanaf nu alleen nog bij de huisarts.

Een verbouwing van het gebouw aan de Vincent van Goghlaan was in 1977 nodig vanwege uitbreiding van het magazijn en de komst van het districtskantoor in het pand. Hierdoor verhuisde de familie Uil naar de bovenverdieping. In maart dat jaar werd afscheid genomen van zuster Smallegange die als wijkverpleegster 20 jaar in dienst van het Groene Kruis had gewerkt.

Op 17 oktober 1977 werd aandacht besteed aan het 75-jarig bestaan van de Provinciale Vereniging “Het Groene Kruis”.

Twee jaar later, in 1979 vond er wijziging in de statuten plaats omdat de plaatselijke vereniging zich officieel aansloot bij de districtsvereniging die weer aangesloten is bij de Prov, Groninger Vereniging “Het Groene Kruis. De volledige zelfstandigheid in handelen was daarmee zo goed als voorbij. Dat jaar kregen bijna 1000 vrouwen in Winschoten voor het eerst de mogelijkheid tot baarmoederhalskankeronderzoek.

 

Met ingang van 1.1.1980 wordt het kruiswerk gefinancierd op grond van de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Voordien werd dit gefinancierd uit bijdragen van de leden, aangevuld door subsidies van overheidswege. Het betekende dat het kruiswerk een verstrekking is geworden waarop iedere ingezetene aanspraak kan maken doch en eigen bijdrage blijft bestaan. Dus vanaf nu kan iedereen lid worden en ook niet leden komen in aanmerking voor hulpverlening indien zij dit wensen. Echter wel tegen betaling van een vast bedrag. Er is nu maar sprake meer van één vorm van lidmaatschap, er wordt namelijk geen onderscheid gemaakt tussen een gezin of alleenstaande. Voor Winschoten werd de volgende regeling van kracht; Gezinnen betaalden  per jaar f 42,50 en AOW’ers en alleenstaanden per jaar f 32,50. Deze veranderingen betekenden ook voor de  plaatselijke besturen een aantasting van de autonome bevoegdheden en een financiële tegenvaller  van de eigen kas aangezien f 35,- per lid moest worden afgedragen aan de AWBZ. Al telde de vereniging op dat moment dan wel bijna 6000 leden, de eigen financiële mogelijkheden werden erg beperkt.

 

In 1980 werd ook afscheid genomen van de toenmalige voorzitter de arts U.Sissingh, een functie die hij sinds 1955 bekleed had. Hij werd als voorzitter opgevolgd door dhr. N. Smit. De persoon Sissingh had veel betekend voor het Groene Kruiswerk in Winschoten, hetgeen ook gezegd mag worden van wijlen zijn vader, de arts A.E.Sissingh die zich van 1903-1929 als secretaris en van 1929-1940 als voorzitter ook al zeer verdienstelijk had gemaakt.

 

Ingaande 1982 waren, op grond van de beslissing van het Min.v.Volksgezondheid en Milieuhygiëne, de St. Samenwerkende Kruisverenigingen genoodzaakt tot afbouw van het röntgenologisch bevolkingsonderzoek en bedrijfsonderzoek. Dit kostte wel enkele medewerkers hun baan.

Op 14 mei 1982 werd het nieuwe districtskantoor in de wijk Zuid, aan de J.v.Lennepstraat 18 geopend.. De vrij gekomen ruimte aan de Van Goghlaan werd verhuurd aan de schoolartsendienst.

Het jaar 1983 was een jubileumjaar, want op 27 mei was het 75 jaar geleden dat de plaatselijke vereniging officieel werd opgericht en de eerste officiële statuten werden vastgesteld. De feitelijke oprichting had zoals gezegd al plaats op 4 november 1901. Tijdens een Open Dag kon de bevolking kennismaken met alle facetten van het Groene Kruiswerk. Dhr J.R.Toorn, sinds 1963 secretaris, droeg eind 1984, het secretariaat over.

De activiteiten van de plaatselijke vereniging werden steeds minder omdat veel taken werden overgenomen door het districtskantoor. De huisvesting aan de van Lennepstraat werd weer verlaten en men keerde terug in het enigszins verbouwde Groene Kruisgebouw aan de van Goghlaan. De fam.Uil (jr)  nam in 1986 na 20 jaar conciërge/magazijnmeester werkzaamheden afscheid en werd opgevolgd door dhr. Vrieling. 

Een algehele reorganisatie van het kruiswerk in de provincie Groningen dient zich eind jaren ’80 aan, hetgeen grote gevolgen heeft voor de plaatselijke kruisverenigingen. Op 11 janauri 19990 fuseerden de districten “Oost Groningen”, Zuid-Oost Groningen, “Veendam” en “Hoogezand”. Dit had voor de plaatselijke verenigingen tot gevolg dat alle beheerstaken door de nieuw gevormde “Erkende Groene Kruis Organisatie (EKO) werden overgenomen. Er treden dan regelmatig fricties op met het district door de verstrengeling van werkzaamheden en de beslissingsbevoegdheden nemen steeds sterker af.

Beëindiging van de diensten in de dependance aan de Prunuslaan werd, gezien de terugloop van bezoekers, in 1989 een feit en men ging over tot verkoop van het pand. Met het vrijgekomen kapitaal ging  men over tot  aankoop van het huidige pand  van Goghlaan 4 (de rechtervleugel van V. van Goghlaan 6) dat toen nog in eigendom toebehoorde aan de St. Dr.Bekenkampfonds en gehuurd werd door de Districtsvereniging.

 

Vanaf 1991 werd het hele contributiesysteem gewijzigd en dat maakte de plaatselijke vereniging nog  beperkter in haar mogelijkheden omdat ook de inkoop van hulpmiddelen al enige tijd door het district verzorgd werd. Men overweegt om de plaatselijke vereniging “Het Groene Kruis”, na de viering van het 85-jarig bestaan op 5 juni 1993, per 1 januari 1994 op te heffen.

Ondertussen vond eind 1993 nog de verkoop plaats van het middenstuk van het Groene Kruisgebouw aan de tandartsen Switters en Hoeksema.

 

Het nog zittende bestuur gaat na verkregen toestemming van de leden vanaf 1994 verder als  liquiditatie-commissie. Deze commissie handelde na de opheffing, ingaande 1 mei 1996 van de vereniging “Het Groene Kruis Winschoten” de officiële handelingen  af. Dit betekende overdracht van het resterende gedeelte van het gebouw Van Goghlaan 4 en 6 en overige goederen aan de Regionale Kruisvereniging Oost Groningen die de belangen van de leden inmiddels ook had overgenomen. Het nog resterend vermogen van de plaatselijke vereniging “Het Groene Kruis” vond een bestemming middels schenking aan drie goede doelen betreffende de Gezondheidszorg in Winschoten en het archief gaat over naar de Stichting “Oud Winschoten”.

Daarmee kwam na bijna een Eeuw een einde aan het kruiswerk verricht door “De Plaatselijke Vereniging Het Groene Kruis gevestigd te Winschoten”.    

Toch kunnen we de percelen V.Goghlaan 4,4a,6 en 6a nog steeds kwalificeren als een Gezondheidscentrum en zijn ze ook als zodanig herkenbaar door de aanwezigheid van ondermeer een diëtist, verloskundige, psychologen, acupunturist, homeopatische arts, de tandartsen, de zorg voor ouder en kind en de arbodienst.

 

 

 

 *)

Bovenstaande tekst en foto's zijn beschikbaar gesteld door de Stichting Oud Winschoten.

De tekst is afgedrukt in HIST. TIJDSCHRIFT OUD WINSCHOTEN  (uitgave 2 en 3 in 1999)


De kleurenfoto's zijn van dhr. B.H. Schipper.