Een reactie op "Kom niet aan het recht om te stelen"





Vandaag verscheen een artikel in de Pers dat rechtstreeks afkomstig lijkt te zijn van de communicatieafdeling van BREIN, de "framing" vliegt je om de oren. In de eerste zin begint men al met terminologie als "Gratis downloaden" - Alsof men de internetprovider niet netjes voor de distributie betaalt. Uiterst interessant, gezien het auteursrecht effectief een distributie monopolie betreft, en de primaire waarde van cultuur niet economisch is.


Ook probeert men vervolgens middels "You would not download a car" retoriek het belang van burgerrechten, "internetvrijheid" en andere fundamentele rechten dusdanig te framen dat het informatiepolitiek debat alleen maar over CD en DVD danwel rechtenhandel gaat.
Geheel voorbij gaande aan het feit dat de auteurswet het maken van een kopie voor eigen lering en gebruik expliciet legaal heeft verklaard. En tevens veel grotere gevolgen heeft voor de maatschapij en de economie als een geheel.

In het artikel worden 5 stellingen ingenomen die ik zal belichten.


1:  De grote klassieker: films en muziek zijn te duur en niet legaal beschikbaar.

Stellen dat men downloadt omdat het te duur zou zijn valt helemaal in het "one download is one lost sale" verhaal, wat inmiddels meerdere malen quatsch is verklaard.
En het "legale aanbod" argument is in het debat beland als randvoorwaarde om het invoeren van burgerrechten schadende wetgeving in te voeren.

Maar laten we eens dieper op "te duur" en de prijs in gaan. Al worden "piraten" als marxisten of internet communisten afgeschilderd, blijken ze bij nader inzien eerder ultra kapitalisten te zijn. En niet omdat ze bewezen de grootste consumenten van films en muziek zijn.
De marginale waarde van film en muziek is moeilijk vast te stellen.
Als gevolg van het feit dat het "auteursrecht' vele mini monopolies faciliteert en daarmee kunstmatige schaarste, resulteert dit in een gigantische hoeveelheid deadweight loss.


Behalve dat dit  in een netto  verlies in de vorm van sociale welvaart resulteert, schaadt het ook de economie in zijn geheel. 
Als wij zoals de industrie dat graag wil, een parallelle lijn trekken met fysieke goederen, dan zouden wij hen net als overige monopolisten moeten berechten middels mededingings recht, voor onder andere kartelvorming etc. Ze vormen immers de nagel aan de doodskist van het kapitalistisch stelsel, en dat wordt normaliter zwaar bestraft gezien het een economisch delict betreft.
Argumenten als "Maar we hebben nu spotify en itunes die elkaar beconcurreren" gaan  hier niet op, want het blijft de industrie die zijn willekeurige prijs aan spotify en itunes vraagt.
Oftewel: er is hier geen spraken van gezonde marktwerking.

2 Grenzen aan downloaden zijn een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting.

In het DePers artikel stelt men dat het EVRM in artikel 10, lid 2 dat de vrijheid van meningsuiting sterk beperkt,
Daarbij gaat men voorbij aan het feit dat het handhaven van auteursrecht in zijn huidige vorm 
niet alleen de vrijheid van meningsuiting schaadt, maar ook het recht op eerbiediging van privé, familie en gezinsleven. Het recht op een daadwerkelijk rechtsmiddel, (art. 13 ) Het verbod van discriminatie ( art. 14 ).
Maar veel belangrijker in deze is artikel 18 EVRM welke stelt dat inperkingen van de toepassing van beperkingen op rechten slechts zijn toegestaan ten behoeven van het doel waarvoor zij zijn gegeven.
Het ondermijnen van randvoorwaarden voor de vrije samenleving danwel de verlichte  democratie zijn in ieder geval niet als doel bepaald.


3 Een downloadverbod zou miljoenen mensen kenmerken als crimineel.

Veelal spreekt men over een "download" verbod zonder rekening te houden met het feit dat iedereen die downloadt veelal ( onbewust ) ook uploadt. Zeker in het geval van bijvoorbeeld torrents.
De wetsvoorstellen zijn aangaande het "upload" aspect  totaal anders, en dat kan de politiek zich permiteren omdat het electoraat zichzelf met downloaden identificeert, maar niet met het uploaden. Als puntje bij paaltje komt wordt middels cluster wetgeving wel degelijk iedereen gecriminaliseerd, of in ieder geval gestraft door zijn fundamentele rechten te schenden.
Daarnaast zal het verplaatsen van auteursrechtinbreuk van civiel- naar het strafrecht ook de deur openzetten naar massavervolging, naar hogere kosten voor de belastingbetaler en torenhoge dwanginvesteringen voor internet providers, zonder dat die investeringen ook maar iets opleveren voor die providers.

4 Een verbod stimuleert creativiteit niet, want met een verbod wordt de entertainmentindustrie niet gedwongen met nieuwe bedrijfsmodellen te komen voor het stimuleren van creativiteit.

Deze stelling klopt alleen als men heel selectief naar de werkelijkheid kijkt. Het tot stand komen van de auteurswet kent immers nog een ander aspect; dat wordt al snel duidelijk wanneer je de tijdgeest van het tot stand komen van de auteurswet nader belicht.
In het verleden was de distributie van dat wat nu auteursrechtelijk beschermde materialen zijn duur en tergend traag. Tevens waren relatief kleine oplagen niet rendabel wanneer je gebruik maakte van de "moderne boekdrukpers".
In die tijd had dus zowel het volk, als de schrijver baat bij een auteursrecht welke goedkope distributie en openbaarmaking faciliteerde.Daarnaast was de wetgever op zoek naar een middel om censuur toe te kunnen passen in een tijd waarin een pamflet een revolutie kon doen ontketenen.
Hedentendage is de distributie en publiceren niet langer meer duur en traag, maar snel en spotgoedkoop. Dit terwijl het "auteursrecht" in het gros van de gevallen niet langer meer in handen is van de auteur, maar van een conglomeraat wat steeds vaker concurrentie bedrijft op basis van een marketing budget in plaats van creativiteit.
Dit sluit nieuwkomers uit de markt, en stremt creativiteit.
Kort door de bocht gesteld: de auteurswet is voor auteurs, en niet voor de entertainment industrie en is bovendien hopeloos verouderd. Het is aan de internationale politiek om met moderne wetgeving te komen die nieuwe business modellen faciliteert, en de oude de nek omdraait zodat het geld weer naar de rechtmatige stakeholders gaat. Het GWK zeurde ook bij de invoering van de EURO, en de eigenaar van de trekschuit vervloekte de duivelse apparaten die nu de trein of het vliegtuig heten.


5 Het huidige auteursrecht remt innovatie, want rechthebbenden kunnen nieuwe, verstorende technologie aanpakken.

Het de pers artikel stelt dat de juridische aanpak van Kazaa, Napster en dergelijke gericht is tegen het gebruik van de technologie, en niet tegen de technologie zelf.
In de realiteit draait het om geen van beiden. Waar het echt om gaat is het behoud van martkmacht. De "Big4" en de "Big6" verantwoorden hun waarde t.o.v bijvoorbeeld de artiest initiëel als distributeur, en daar is hun marktmacht op gebaseerd. Dit wordt door het internet stelselmatig ondermijnd, gezien er geen vraag meer is naar fysieke dragers.
De industrie is zich hier ter dege van bewust, en weet dat er een bijna lineair verband bestaat tussen het downloaden van auteursrechtelijk beschermde werken en de verkopen in de fysieke winkels. Mede daarom heeft men zich ingekocht in internetproviders
Denk bijvoorbeeld aan het britse Blueyonder, wat nu Virgin heet, en zich uitspreekt tegen netwerk neutraliteit, en voor penetrante technieken als deep packet inspection is.
Die kan als een big brother iedere stap van een internetter onder de loep nemen en opslaan.
Zodoende kan men stellen dat het gros van de industrie dus helemaal geen innovatie wil, maar wel de status quo wenst te behouden. - het distributie monopolie instand houden.-


6 Een verbod is niet te handhaven.

De effectiviteit van een verbod mag nooit uitgaan van zijn afschrikkende werking, tevens dient massale burgerlijke ongehoorzaamheid als signaal voor de wetgever geïnterpreteerd te worden
Voorstellen zoals die vandaag de dag worden besproken zijn kwalijk voor zowel cultuur en innovatie  in zijn algemeenheid, als de auteur en het volk.
Stilstand is achteruitgang, daarom zal een progressieve oplossing die de status quo opheft in plaats van instand houdt, de sleutel zijn voor het totstand brengen van een maatschappelijk aanvaardbare oplossing.


Over de auteur 

Samir Allioui is oprichter van de Nederlandse Piratenpartij en voormalig co-president van het internationale samenwerkings verband "Pirate Parties International".
In het dagelijks leven is hij veelal aktief als freelancer, voornamelijk informatie beveiliging gerelateerd. U kunt hem benaderen via Samir.Allioui@piratenpartij.nl