Stichting Peter Gerritsz orgel


secretariaat: drs. C. Broers, Hacquartstraat 10, 1071 SH   Amsterdam       

e-mail: oudsteorgel@gmail.com

 

 



 

Bestuur Stichting Peter Gerritsz orgel:

 

Prof.drs. A.L.L.M. Asselbergs (voorzitter)

Drs. R.H.C. Vos  (penningmeester)

 Drs. C. Broers  (secretaris)

Mr. W.M.N. Eggenkamp 

 Drs. J. Nuchelmans

 



 

 

 

 

De stichting heeft ten doel:

a. het vergaren van financiële middelen om samenvoeging van de Peter Gerritsz orgelkas en het instrument en het speelbaar (her)plaatsen in de Nicolaï kerk te Utrecht mogelijk te maken;

b. het vergaren van financiële middelen voor het beheer van de Peter Gerritsz orgelkas en het instrument, alsmede het uitvoeren van beheer over de Peter Gerritsz orgelkas en het instrument;

c. het verrichten van alle verdere handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.

 

Het instrument

 

Het project betreft het Peter Gerritsz-orgel, een uitzonderlijk instrument, gebouwd in 1479 voor de Utrechtse Nicolaï-kerk en vergroot in de 16e en 17e eeuw . Dit instrument heeft tot 1886 in de Nicolaï-kerk te Utrecht gehangen en is toen verwijderd om plaats te maken voor een nieuw instrument. Het vrijkomende instrument is overgenomen door het Rijksmuseum te Amsterdam en heeft tot kort voor de oorlog, niet bespeelbaar, een plek aldaar gehad. Bij de ontruiming van het museum, voorafgaand aan de oorlogsjaren, is het orgel eveneens opgeslagen.

 

De orgelkas van dit instrument bevindt zich thans in de Koorkerk te Middelburg. Dit meubel is na de Tweede Wereldoorlog, in het kader van het herstel  van oorlogschade, door de Nederlandse Staat, via het Rijksmuseum Amsterdam als beheerder,  in bruikleen gegeven aan de hervormde gemeente Middelburg 

 

Doel van het project 

 

Het enige en uitsluitende doel is om de orgelkas en het instrument op de oorspronkelijke locatie, de Nicolaï-kerk in Utrecht, bijeen te brengen en het complete orgel daar, in de daarvoor akoestisch geschikte ruimte, die niet toevallig dezelfde ruimte is waar het orgel vanaf zijn ontstaan in 1479 tot de verwijdering aan het einde van de negentiende eeuw heeft gefunctioneerd, te laten klinken. Door de samenvoeging en herplaatsing in Utrecht kan ten volle recht gedaan worden aan de uitzonderlijke cultuurhistorische waarden van instrument in relatie tot de ruimte waarvoor het ontworpen is en ruim 400 jaar heeft gefunctioneerd. 

 

  Westwand Nicolaïkerk Utrecht (oorspronkelijke   bouwlokatie, foto voor restauratie van de kerk)

Het voorgenomen herstel, bij hereniging van orgelkas en instrument, zal zodanig zijn dat elke ingreep, uitsluitend voor zover noodzakelijk voor het speelbaar maken van het instrument, reversibel is. Hiermee wordt de weg open gehouden voor een uitgebreidere discussie in de toekomst indien alsnog een omvangrijke restauratie naar een eerdere bouwfase zou worden overwogen.

  

Meer informatie via de volgende weblinks:

 

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

 

Nicolaïkerk te Utrecht

Stichting Orgelfonds Mooy

Uitspraak Raad van State 

Deelnemende partijen: 

Het College van kerkrentmeesters Prot. Gemeente Utrecht, Nicolaïkerk

De Stichting Orgelpark, opdrachtgever bouw studiekopie 

De Stichting Orgelfonds Mooy,  financier van de restauratie 

De Stichting Peter Gerritsz Orgel, opdrachtgever restauratiie  

De gemeente Utrecht  

De Stichting Rijksmuseum   

                                                De Stichting Nederlandse Orgelmonografiën  

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) 

 


Beleidsplan (dd. 30 oktober 2007)

Het doel van de Stichting Peter Gerritsz Orgel (hierna aan te duiden als Stichting) is vastgelegd in artikel 2 van de statuten, die op 11 december 2007 zijn verleden bij Notaris W.A. van Rozen te Apeldoorn.

Doel en middelen
De Stichting heeft ten doel: Het hoofddoel is om de orgelkas en het instrument op de oorspronkelijke locatie, de Nicolaï kerk in Utrecht, weer bijeen te brengen en het complete orgel daar speelbaar op te stellen. Het instrument zal daarnaast door de Stichting op passende wijze worden beheerd waarbij zorg wordt gedragen voor een goede instandhouding en gebruik. Orgelkas en instrument blijven eigendom van de Nederlandse Staat.

De Stichting tracht haar doel onder meer te verwezenlijken door:

a. het vergaren van middelen om de samenvoeging van orgelkas en instrument en het weer speelbaar maken            van het instrument mogelijk te maken
b. het vergaren van middelen om het instrument in goede staat te houden en te (laten) gebruiken
c. het op haar kosten laten verrichten van onderzoek, ter vergaring van ontbrekende kennis, om samenvoeging en herstel op verantwoorde wijze mogelijk te maken 

Werkzaamheden en werkwijze

Het bestuur van de Stichting vergadert tenminste tweemaal, meestal vijf à zes maal per jaar.

De Stichting werft donaties en subsidies en wijst via publicaties in de media op de mogelijkheid met erfstellingen, legaten en schenkingen de activiteiten van de Stichting te bevorderen en spant zich in om sponsors te vinden.

Het bestuur onderhoudt daartoe relaties met instellingen zowel op het terrein van het muziekonderwijs, de muziekcultuur  als met organisaties die zich inzetten voor het behoud van het culturele erfgoed in algemene zin en het behoud van historische muziekinstrumenten in het bijzonder.  

Vermogensbeheer, besteding van gelden en uitkeringen

Van jaar tot jaar wordt een begroting van de te verwachten en te werven inkomsten gemaakt, afgezet tegen de kosten van de op te dragen werkzaamheden ten behoeve van onderzoek, herstel en herplaatsing van het Peter Gerritsz orgel in de Nicolaïkerk te Utrecht.

De stichting beschikt niet over een substantieel eigen vermogen.

Inkomsten en uitgaven dienen redelijk met elkaar in evenwicht te zijn. Het vermogen op de balans per eind van het boekjaar zal als regel niet groter zijn dan de som van de inkomsten en uitgaven van enig jaar.

Over het afgelopen boekjaar wordt een rekening opgemaakt die, gecontroleerd wordt door een financieel deskundige. .

Bestuurskosten en vergoedingen

De bestuursleden ontvangen geen salaris, evenmin vacatiegeld. Kosten voor de vergaderlocatie en de secretariële werkzaamheden worden slechts bij uitzondering gemaakt. Kosten gemaakt door de bestuursleden in persoon worden desgevraagd vergoed. De praktijk is dat een dergelijk verzoek als regel achterwege wordt gelaten.

Transparantie

De jaarrekening wordt ter kennis gebracht van toezichthoudende instanties, waaronder de belastingdienst.